Westerse media en hun zwak voor 'etnisch conflict'

Blog

Westerse media en hun zwak voor 'etnisch conflict'

Westerse media en hun zwak voor 'etnisch conflict'
Westerse media en hun zwak voor 'etnisch conflict'

Sinds het uitbreken van hevige geweld in Burundi naar aanleiding van de omstreden derde ambtstermijn van president Pierre Nkurunziza, werd het 'land van de duizend heuvels' erg interessant bevonden door de aanhangers van de  steekvlamjournalistiek. Het Burundees tumult wordt maar al te graag gepresenteerd op een bedje van 'moderniseringsdenken', waarbij het land nog 'een lange weg te gaan heeft' richting een 'verlichte democratie' naar Westers model. Om nog maar te zwijgen over de verslaving om Afrikaans conflict te essentialiseren langs 'etnische breuklijnen'. Hoe zit het met de rol van identiteit in het Burundees conflict?

Het huidig conflict in Burundi speelt zich af op een geweldcontinuüm dat teruggaat tot de koloniale periode onder Belgisch bewind. Tijdens die periode werden etnische verschillen tussen Hutu en Tutsi versterkt. De Tutsi-minderheid werd privileges toegekend in het voordeel van de indirect rule strategie van de kolonisator wat voor wrok zorgde bij de Hutu-meerderheid.

Fluïde identiteit werd verengd tot rigide etniciteit en gemobiliseerd als politiek instrument. Vooral de democratisering van Afrika na de Koude Oorlog en de introductie van politiek pluralisme in combinatie met rigide etniciteit zoals geconstrueerd onder koloniaal bewind, hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van conflict in de regio.

Etniciteit als politiek instrument wordt gemobiliseerd voor sociale en politieke doeleinden en is an sich nooit voldoende voor geweld noch de directe oorzaak ervan

Onder druk van ondermeer het IMF en de Wereldbank schafte president Buyoya het eenpartijstelsel af en maakte plaats voor democratische verkiezingen. Die verkiezingen versterkten ‘etnische’ tegenstellingen en de Hutu-meerderheid stemde massaal in het voordeel van hun eigen ‘etnische’ achterban.

Toen in 1993 de Burundezen dan ook voor het eerst sinds de onafhankelijkheid van België (1962) naar de stembus trokken, werd Melchior Ndadaye verkozen als eerste Hutu-president. Dit tot ergernis van het Burundese leger overwegend bestaande uit Tutsi’s.

Ndadaye, de ‘held van de democratie’, werd tijdens een militaire coup vermoord wat het begin van een jarenlange burgeroorlog inluidde. Door de vredesakkoorden van 2000, opgesteld in Arusha (Tanzania) kwam een eind aan een lange oorlog met honderdduizenden slachtoffers tot gevolg. Sinds Arusha zwaait president Pierre Nkurunziza, ex-rebellenleider tijdens de burgeroorlog, al tien jaar lang de plak in Burundi.

Volgens Amerikaans socioloog, politicoloog en historicus Charles Tilly is “[…] war a form of contention which creates new forms of contention”, of draagt de ervaring van conflictverloop bij aan de verdere escalatie ervan; het huidig politiek tumult in Burundi begrijpen zonder terug te grijpen naar de politieke geschiedenis van het land is bijgevolg onmogelijk.

Sinds 2010 verviel Burundi opnieuw in een conflictueuze situatie die zich op een continuüm bevindt van langdurig geweld met relatief vreedzame pauzes

Burundi werd tot voor kort vaak naar voor gehaald als voorbeeld van een lokaal aangedreven democratiseringsproces waarbij verzoening tussen de Hutu en Tutsi na een jarenlange burgeroorlog centraal stond.

Sinds 2010 verviel Burundi alsnog opnieuw in een conflictueuze situatie: meer extrajudiciële en politiek gemotiveerde moorden, landconflict en geweld door de bewapende militante jongerenbeweging: de ‘imbonerakure’.

Het is officieus geweten dat de imbonerakure (die ervan verdacht wordt op te treden als privémilitie van de regering) opgeleid en bewapend wordt in Oost-Congo. Er is een directe link tussen de imbo’s en etnisch geweld, zowel in het verleden als nu.

Desalniettemin speelt het Burundees conflict zich noch vroeger, noch vandaag af langs duidelijke primordiale etnische breuklijnen; etniciteit als een statische identiteitsconstructie, inherent aanwezig in de Burundese cultuur, ontdoet het van al z’n complexiteit. Politieke competitie speelt een grote rol bij het aanzetten tot en de versterking van etnische tegenstelling.

Etniciteit als politiek instrument wordt gemobiliseerd voor sociale en politieke doeleinden en is an sich nooit voldoende voor geweld noch de directe oorzaak ervan. De huidige politieke onrusten in Burundi zijn vooral het resultaat van constrasterende politieke identiteiten.

Alle proxy variabelen van het Burundees conflict zijn op zich relatief_,_ vormen en hervormen het conflict en geven zin aan zowel individuele als collectieve motieven voor geweld. Het conflict speelt zich af op het breekpunt van de democratisering van Afrika en “een moraliserende analyse van internationale goede bedoelingen die stuiten op politieke onwil van Afrikaanse elites” houdt geen rekening met de “verwevenheid van internationale en nationale actoren”, aldus Thomas Vervisch in een artikel voor De Morgen (Conflict Research Group Ugent).

Het politiek tumult in Burundi bevindt zich in de grijze zone van de complexe samenloop van een turbulente geschiedenis en de interactie tussen het globale en het lokale. Tijd om af te kicken van de Westerse verslaving om conflict in Afrika voor te schotelen als louter ‘primordiaal etnisch geweld’.