Heeft onze Veiligheidsraad de mondmaskerknoop te laat doorgehakt?

Je gelooft toch niet dat ze het land weer op slot zullen doen?

© Rino Feys

In de kringloopwinkel in Avelgem waar Rino Feys werkt, staat het verlof voor de deur. Maar door de recente golf van besmettingen is niemand er echt gerust op.

In de kringloopwinkel in Avelgem, waar Rino Feys werkt, staat het verlof voor de deur. Maar door de recente golf van coronabesmettingen is niemand er echt gerust op.

Nog een korte werkweek en het is verlof. Maar de uitgelaten sfeer van de laatste dagen heeft plaats gemaakt voor bezorgde gezichten. De spanning loopt opnieuw op nu de virologen door de snel toenemende, nieuwe besmettingen overtuigd lijken dat we aan de vooravond van een tweede golf staan. De onrust heeft echter verschillende oorzaken. Zo is Jan vooral bang dat de versoepelingen teruggeschroefd zullen worden waardoor hij straks misschien niet op reis kan, terwijl Rita eerder vreest voor besluiteloosheid en halve maatregelen bij onze nationale veiligheidsraad.

Nog maar een week geleden printte ik de nieuwe besluiten af. Zo ingrijpend waren ze sedert de heropening, twee maanden geleden, niet meer geweest. Voortaan was een mondmasker verplicht bij het winkelen. Bij de werkverdeling knikten sommige medewerkers opgelucht toen ik de beslissing meedeelde.

Een onderwijzeres beweerde dat de situatie allang onder controle was en de hele kwestie nu enkel nog diende om er politiek munt uit te slaan.

De coronacrisis woog op ons door het continu op je hoede zijn en de extra taken die het virus van ons vroeg, maar vooral door de hele dag met dat mondmasker rond te lopen terwijl veel van onze klanten zich gedroegen alsof er niets aan de hand was. Aanvankelijk toonde een kleine minderheid zich nog solidair en deed bij het binnenkomen een mondkapje om, maar gaandeweg brokkelde de verbondenheid af tot er geregeld helemaal niemand meer te bespeuren was die er eentje droeg. Daarnaast moest je de hele tijd vragen om de handen te ontsmetten en een winkelmandje te nemen.

Steeds meer mensen reageerden spottend of bot wanneer het coronavirus ter sprake kwam. Sommigen begonnen te discussiëren wanneer je ze vroeg om een winkelmandje te nemen. Een onderwijzeres beweerde dat de situatie allang onder controle was en de hele kwestie nu enkel nog diende om er politiek munt uit te slaan. Een bibliothecaris was er dan weer zeker van dat het de bedoeling was om van België een politiestaat te maken. Een Syrische man riep ons toe dat zijn vrouw psychologe was en dat zij gezegd had dat het een wereldwijd complot betrof.

Maar sinds het verplicht werd, lijkt het alsof het nooit anders geweest is. Ons ontsmettingsmiddel doet het opnieuw goed, en ook de mandjes worden weer vlot de winkel ingenomen. Natuurlijk komen er mensen binnen die geen masker dragen. Je moet ze er attent op maken en meestal zie je ze dan schrikken, ze hadden het zelf niet in de gaten. En een zeldzame keer is het uit onwil.

Twee maanden geleden mochten we het huis niet uit, en nu durft men de mensen niet verbieden om op reis te gaan! Ik begrijp er niets van.

Eén keer verliet een koppel scheldend de winkel, nadat Tatjana hen erop gewezen had dat ze een mondmasker moesten dragen om binnen te mogen. En gisteren nog was er een man die zich naar me omdraaide alsof hij me te lijf wou gaan toen ik hem vroeg om een masker te dragen. ‘Sorry meneer’, zei ik verontschuldigend, ‘maar we hebben geen keuze. Ze kunnen onze winkel sluiten.’ En zag hoe hij knikkend zijn woede inslikte, een mondmasker uit zijn broekzak trok en alsnog omdeed.

Maar misschien heeft onze veiligheidsraad de mondmaskerknoop te laat doorgehakt, want de cijfers zijn weer aan het stijgen.

‘Hoe kunnen ze toestaan dat de mensen opnieuw reizen terwijl de discotheken hier nog niet mogen openen? Wat gaan ze ginds wel doen dan? Op hun kamer blijven zitten? Bij de eerste besmettingsgolf waren het de mensen die uit skigebied kwamen die de ziekte hier binnenbrachten, nu zullen ze overal vandaan komen. Twee maanden geleden mochten we het huis niet uit, en nu durft men de mensen niet verbieden om op reis te gaan! Ik begrijp er niets van. Maar wacht, straks begint alles weer van vooraf aan!’

Rita springt geschrokken op als het vinnige belletje van de microgolfoven weerklinkt, en haalt haar opgewarmde maaltijd tevoorschijn. Jan lacht honend. ‘Je gelooft toch niet dat ze het land weer op slot zullen doen?’

‘Ze zullen wel moeten,’ sist Rita, ‘anders stevenen we op een ramp af. Kijk maar naar wat er in Amerika gebeurt! De kwetsbare mensen en oudere generaties worden er geofferd uit angst voor de economische gevolgen bij een totale lockdown, wat eigenlijk de enige optie is als men de verspreiding van het virus een halt wil toeroepen.’

‘Het is ginds ook niet zo gemakkelijk’, zegt Jan. ‘Door het ontbreken van een sociaal vangnet is het kiezen tussen sterven door corona of van de honger.’

‘Vind je het niet vreemd’, zegt Rita, als ik even later bij haar werktafel kom, ‘dat de besmettingen pas weer omhoog gingen kort nadat ze het mondmasker verplicht maakten tijdens het winkelen? Volgens mij wordt er met de cijfers geknoeid.’ Ze knikt gewichtig.
‘Kun je je voorstellen welke reacties ze zouden gekregen hebben wanneer die dingen na al die aanbevelingen van specialisten nog niet verreist waren en het duidelijk werd dat we op een tweede golf afstevenden?’
Enkele maanden geleden zou ik zo’n complottheorie weggelachen hebben, nu doe ik er het zwijgen toe.

Ondertussen is het de tweede week dat Clarice hier werkt. Het zijn zware dagen voor haar, vooral door dat verschrikkelijke ding waardoor ze geen zuurstof binnenkrijgt en dat ze de hele dag moet verdragen. Omdat ze niemand heeft die haar kind bij de schoolpoort ophaalt, hebben we een speciaal uurrooster voor haar opgesteld. Hierdoor is ze iets voor sluitingstijd klaar met werken. Ze rukt haar mondmasker af waardoor haar knappe maar vermoeid lachende gezicht tevoorschijn komt dat meteen weer betrekt als ik duidelijk maak dat ze het terug op moet zetten omdat ze enkel via de winkelruimte naar buiten kan. Ze begrijpt niet dat ik haar nog iets wil opleggen nu haar werkdag erop zit.

Haar stage verloopt moeilijk omdat ze heel weinig Nederlands spreekt. Ze kon de afgelopen maanden door corona bovendien niet naar de Nederlandse les waardoor ze bleef steken op niveau 1.1, en door gebrek aan herhaling van de opgestoken leerstof ondertussen bovendien alweer veel vergeten is. Normaal gezien kun je om praktische redenen pas bij ons aan de slag als je niveau 1.2 hebt afgerond maar dit zijn uitzonderlijke tijden. Ik zoek online naar cursussen en spreek met haar af dat ze woordenlijsten met de computer zal oefenen.

Clarice is afkomstig uit Ivoorkust, net zoals Djetenin die hier enkele jaren geleden haar traject afrondde. De eerste dag droeg Clarice haar haren in een hoge dot. Toen verraste ze ons enkele dagen lang met een onvervalst afrokapsel. Pas toen ze met lang, donker krullend haar tevoorschijn kwam, werd het me duidelijk. Ook Djetenin veranderde van kapsel zoals ze van broek of rok wisselde. Het leidde tot veel hilariteit die keer dat ze ‘s avonds nog met een zedig, kort bobkapsel vertrok en ‘s morgens opnieuw binnenkwam met kleurrijke, lange dreads die ze heen en en weer zwiepte zoals Lenny Kravitz ten tijde van zijn debuut.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ze vertelde dat ze kroeshaar had wat ‘s ochtends heel tijdrovend is om in de plooi te leggen. Dus liet ze haar haren kort knippen en draagt elke dag een pruik, liefst telkens een andere. Verbazingwekkend hoe ze zo veranderde van ernstig naar frivool, van kwajongen tot directrice, afhankelijk van haar humeur. In Ivoorkust is het heel normale gang van zaken. Clarice probeert ons in het Nederlands duidelijk te maken dat ze thuis een verzameling pruiken heeft. Zo wanhopig als ze zoekt naar het woord voor kast, zo enthousiast zelfzeker vuurt ze daarna hele zinnen af in het Frans.

Ze toont ons een foto van haar pruikenkast; er zitten zelfs zilverwitte, roestrode en neonblauwe exemplaren tussen, het is een onvermoede wereld die zich voor ons opent.

Het wordt een hele opdracht met Clarice, maar het staat nu al vast: als één of ander virus niet al te veel roet in het eten gooit staan er ons met haar nog enkele mooie verrassingen te wachten…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Kringloopmedewerker, schrijver en blogger

    Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is.