‘Het is toch geen waar dat jullie opnieuw gaan sluiten?’

Kroniek van een lang aangekondigde, tweede coronagolf

© Rino Feys

De medewerksters in de kledingafdeling van de kringwinkel hebben enkele mooie etalages gemaakt voor halloween, schrijft kringloopmedewerker, schrijver en blogger Rino Feys. Maar de griezelige maskers, heksen en reusachtige spinnen kunnen het niet halen tegen de vluchtige, spookachtige blikken van onze bezoekers, die ons en elkaar met argwanende ogen observeren.

Het is zaterdag 31 oktober, en het is opnieuw zover: premier De Croo heeft gisteravond een nieuwe lockdown aangekondigd. We weten dat we niet tot de essentiële winkels behoren en moeten dus dicht.

De nieuwe, ingrijpende maatregelen zijn geen verrassing, we zagen ze van weken ver aankomen. En hoewel het al eens eerder tot een lockdown kwam, was er dit keer veel meer discussie, zowel onder collega’s als bij klanten. De enen waren er rotsvast van overtuigd dat men het deze keer niet zover zou laten komen, alleen al omdat onze maatschappij het economisch niet zou overleven; anderen waren overtuigd dat de boel nu elk moment op slot kon gaan, waren zelfs verbolgen dat het nog niet gebeurd was.

Maar nu het zover is, blijkt de opwinding van toen we de eerste keer moesten sluiten, bij alle partijen ver te zoeken. De reacties variëren van onverschilligheid tot verslagenheid.

‘Rino, de fitness sluit ook.’ Raul is één van onze brugprojecten, een student die deeltijds werkt en ook nog naar school gaat. Zijn Surinaamse roots hoor je duidelijk terug in zijn smakelijke Nederlands.
‘Ik ben begonnen fitnessen net voor de eerste lockdown. Toen zijn ze dicht gegaan, en pas twee weken geleden ben ik opnieuw gestart.’
‘Het spijt me dat te horen, Raul.’
‘Mijn moeder komt nog. Ik zou de hometrainer graag kopen die in de winkel staat.’
Ik kijk eventjes opzij maar hij lacht niet.

We zijn er nog steeds niet helemaal achter hoeveel Nederlands Soyaan nu eigenlijk spreekt. Hij kan namelijk heel goed doen alsof hij alles wat je zegt begrijpt; hij knikt, lacht, zegt enkele keren ‘ja!’ terwijl je alles uitlegt, en geeft je soms zelfs terloops, puur uit enthousiasme, een schouderklopje, om dan precies het omgekeerde te doen van wat je hebt gevraagd. Hij kan het niet helpen natuurlijk; sinds maart mag hij niet meer naar de Nederlandse les, en hij is niet meer van de jongste, het gaat er allemaal sowieso een stuk moeilijker in.

Terwijl ik vandaag het werk overloop komt het gesprek vanzelfsprekend ook op de verstrengde maatregelen die vanaf zondagnacht van kracht zullen zijn. Daarna gaan we verder met het bespreken van de taken voor die dag, als Soyaan tot ieders verrassing plotseling lachend rechtveert: ‘Ik heb corona gehad! Mijn vrouw heeft corona gehad! Mijn twee kinderen, allebei corona! In augustus! Twee weken quarantaine! Maar niemand ziek! En alles weer goed nu!’ Dan gaat hij weer zitten.

We weten niet goed wat we moeten verwachten; wordt het vandaag druk of niet? Jan denkt dat veel mensen snel zullen opruimen nu ze nog iets kunnen binnenbrengen. Marjan is er dan weer zeker van dat het leeg zal blijven tussen de winkelrekken.

Als we de deur openen om negen uur dertig blijkt dat er al een kleine menigte staat te wachten. Ze stormen de winkel binnen, alsof het een actiedag is. Even snel verdwijnen ze weer, terwijl een nieuwe lading klanten binnenkomt. Een vrouw vraagt hoe lang we vandaag open zijn.
‘Zoals gewoonlijk op zaterdag’, zeg ik. ‘Tot zeventien uur.’
‘Goed’, zegt ze gerustgesteld. ‘Dan kom ik deze namiddag nog eens terug.’

‘Het is toch geen waar dat jullie opnieuw gaan sluiten?’, mompelt een oude man als hij de berichtgeving leest die naast het ontsmettingsmiddel hangt.
‘We behoren nu eenmaal tot de niet-essentiële winkels’, zeg ik. ‘Maar ze kunnen ook niet anders, de ziekenhuizen lopen vol.’

‘Ik geloof er niets van’, mompelt hij. ‘Het is allemaal één grote leugen om de bevolking te kunnen controleren. We evolueren in een angstaanjagend tempo naar een controlemaatschappij. We staan op het punt om alles waar we voor gevochten hebben, alles wat we verworven hebben, te verliezen.’ Daarna beent hij nijdig de winkel in.

Het is dus halloween. De medewerksters in de kledingafdeling hebben enkele mooie etalages gemaakt. Maar de griezelige maskers, heksen en reusachtige spinnen kunnen het niet halen tegen de vluchtige, spookachtige blikken van onze bezoekers, die ons en elkaar met argwanende ogen observeren.

Toch lijkt er tegelijk een rust over de klanten te zijn neergedaald; nu er daadwerkelijk een lockdown vaststaat, is de koortsachtige gedrevenheid waarmee er gisteren en eerder deze week nog in de rekken gesnuisterd werd, grotendeels verdwenen.

Een stel jongeren komt binnen; een opgeschoten hippie, een meisje met een afrokapsel en een fors type met opgestoken dreadlocks, stuk voor stuk gewapend met een mondkapje. Ik wijs ze erop dat ze elk een mandje moeten nemen wat ze zonder tegenpruttelen doen. Ze hangen een tijdje rond in onze meubelafdeling en kopen dan al onze fauteuils op.

‘Gaan jullie een gezellig hoekje maken?’
‘Ja, ik heb net een huis gehuurd,’ zegt de jongen met het hippie kapsel, ‘en nu het jeugdlokaal dicht is, ga ik mijn woonkamer tot kroeg ombouwen. Eerst probeerden we nog om er een hoeksalon in te krijgen maar die kon jammer genoeg niet binnen.’

Ondertussen stromen de goederen volop toe: zetels, bedden, kasten, onze laadzone staat er vol van. Ik bel Dries op, de weekverantwoordelijke van de transportafdeling in het centraal magazijn, met de vraag of er nog een vrachtwagen tot hier kan komen. Toevallig is er straks een meubellevering in onze omgeving, Dries kijkt om ze door te sturen. Drie kwartier later rijdt de vrachtwagen achterwaarts op.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De chauffeur is gehaast, het is bijna vier uur, en om halfvijf is hij klaar met werken. Het laden gaat verrassend vlot. Nesar klaagt dat één van de chauffeurs gisteren erg onbeleefd was. ‘Heel moeilijke man’, zegt hij. ‘Niets was goed van wat wij deden. En zelf bleef hij op zijn vrachtwagen staan wachten en kijken. Geen respect voor ons. Een Belg denk ik.’

De chauffeur, Aziz, draait zich om en wijst naar Nesar: ‘Jij ook Belg. Jij, ik’, hij wijst naar iedereen die om hem heen staat en kijkt dan weer naar Nesar, ‘wij allemaal Belgen. Wij eten en slapen hier, wij werken hier en gaan hier elke dag naar het wc. Wij betalen belastingen en wonen hier, dus wij zijn Belg!’
‘Jamaar’, zegt Nesar, ongelukkig met de richting die het gesprek uitgaat, maar Aziz wuift zijn bezwaren weg.
‘Luister vriend, jij evengoed Belg als ieder ander hier!’

Daarna gaan ze samen door de knieën om een tweezit op te tillen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Kringloopmedewerker, schrijver en blogger

    Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is.