Taal als drempel

Voor niet-westerse migranten is je uiterste best doen niet altijd voldoende

Volgens De Stemming, het onderzoek uitgevoerd in opdracht van VRT NWS en De Standaard, vindt 81% van de Vlamingen dat niet-westerse migranten Nederlands moeten kunnen spreken om Vlaming te worden. Maar ook al is de wil er, voor oudere nieuwkomers is het niet altijd evident, ondervindt Rino Feys.

Diada heeft 18 maanden bij ons gewerkt, in de kringloopwinkel in Avelgem. Het is ondertussen al enkele jaren geleden dat ze hier afzwaaide, met een prachtig rapport overigens. Ze woont in de buurt en komt wekelijks langs met haar dochter, toen nog een kleuter.

Diada, afkomstig uit Ivoorkust, werkte in de kledingafdeling en stond geregeld achter de kassa, waar ze de klanten bediende. Niet dat haar Nederlands zo goed was, maar vol begeestering gebruikte ze alles wat ze in huis had om haar punt te kunnen maken: het beetje Nederlands dat ze kende, enkele woorden Frans en Engels, veel gebaren en humor; ze praatte met hart en ziel. Ze was dan ook graag gezien door de klanten.

Het is hartverscheurend als je merkt dat een taal die wij met paplepel meekregen, onbereikbaar is voor een ander.

Aan het einde van haar parcours hier werd ons geregeld gevraagd of we Diada niet in dienst konden houden. Maar onze kringloopwinkel in Avelgem is als onderdeel van een maatwerkbedrijf vooral bedoeld als springplank naar de reguliere arbeidsmarkt. Diada had geluk en kon enkele weken later op proef beginnen in een nabijgelegen warenhuis.

Voor en tijdens haar traject ging ze wekelijks naar de Nederlandse les en toen haar tijd hier erop zat, dompelde ze zich nog eens helemaal onder in een taalbad; ze was ervan overtuigd dat je alles kunt, als je het maar hard genoeg wilt.

Ik herinner me hoe ze hier op een keer na een examen huilend binnenkwam. Toen ik vroeg wat er aan de hand was, zei ze snikkend dat ze maandenlang na haar werk in het warenhuis tot ‘s avonds laat had geleerd, maar dat onze taal ‘véél véél moeilijk’ is en dat ze bovendien zo nerveus was dat ze zich tijdens het examen bijna niets herinnerde van de leerstof.

We waren er in onze winkel allemaal getuige van hoe hard ze haar best deed om bij te leren. Zo vroeg ze geregeld uitleg en hield alles bij in een schriftje, woorden die ze in de pauze geregeld luidop herhaalde. Maar als ze het een week opzij durfde te leggen, loste de opgedane kennis in de kortste keren weer op.

Aan Diada moest ik denken toen ik las dat 81% van de Vlamingen vindt dat niet-westerse migranten Nederlands moeten kunnen spreken om Vlaming te worden. En aan Isa uit Afghanistan, Mahmoud uit Syrië, Jalal uit Jemen en al die anderen die hier gewerkt hebben en tussendoor vol goede moed naar de Nederlandse les gingen.

Meestal waren ze laaggeschoold. Verder hadden ze met elkaar gemeen dat ze heel gedreven waren om hier een nieuw begin te maken, maar ook dat ze allen inmiddels boven de 40 waren en hun talenknobbel niet zo goed meer functioneerde. Hartverscheurend als je merkt dat wat wij met paplepel meekregen, onbereikbaar is voor een ander. Maar het is nu eenmaal zo; hoe ouder je bent, hoe moeilijker het wordt om een nieuwe taal te leren.

Diada kreeg na zes maanden haar ontslag in het warenhuis, de manager had besloten dat haar taalgebrek een te grote struikelblok was. Maar vrijwel meteen daarna vond ze een job bij een poetsdienst waar alles goed verloopt. Het geluk straalt van haar af. Dat enthousiasme!

Elke keer dat ze langskomt zwaait ze de lof over haar bazin met wie ik volgens haar heel goed overweg zou kunnen. ‘Ik doe het voor mijn dochter’, zegt ze. ‘Nia moet alle kansen krijgen’.

Mochten de bevraagden Diada kennen, zou 81% er dan nog steeds van overtuigd zijn dat ze geen plaats in onze maatschappij verdient?

Deze blog verscheen ook in De Standaard

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Kringloopmedewerker, schrijver en blogger

    Rino Feys werkt in de kringloopwinkel waar hij dagelijks vaststelt dat inlanders en nieuwkomers perfect kunnen samenwerken waarbij er niet zelden mooie vriendschappen ontstaan. En dat het waar is.