100 jaar bewust geplande verdeeldheid in het Midden-Oosten

1916-2016: Sykes-Picot

Het is vandaag, 16 mei, net honderd jaar geleden dat een Britse en een Franse diplomaat de grenzen van het huidige Midden-Oosten uittekenden, en daarmee ook veel van de conflicten van de voorbije eeuw vastlegden. Bruno de Cordier en Tom Kenis wegen het belang van Sykes-Picot.

Op 16 mei 1916 kwamen de Franse onderhandelaar Georges Picot en de Brit Mark Sykes namens hun landen in het diepste geheim een verdeling overeen van de territoriale gebieden die toen nog tot het imploderende Ottomaanse rijk behoorden. In 1920 werd dit akkoord officieel gemaakt via het Verdrag van Sèvres. Frankrijk en Groot-Brittannië deelden de regio op in invloedssferen. Op basis hiervan werden landen gecreëerd als Syrië, Libanon en Irak.

‘Sykes-Picot’ is de basis geweest van de hele politieke en sociale geschiedenis gedurende een eeuw in dit gebied. Een geschiedenis van voortdurende strijd, onderdrukking en opstanden. De ontdekking van olie rond de jaren 1920 deed het strategische belang van de regio alleen maar toenemen, niet altijd ten goede van de lokale bevolking, schrijft David Criekemans in zijn MO*paper van vorig jarig.

De recente ontwikkelingen in Syrië en Irak zorgden voor een implosie van de Sykes-Picot-orde in het Midden-Oosten. De eerste video die ISIL produceerde toonde hoe de beweging de grens tussen Irak en Syrië wegvaagde. Het kalifaat dat IS kort daarna uitroep was een uitdrukkelijk statement tegen de verdeling die Fransen en Britten in 1916 opgelegd hadden.

De honderdste verjaardag vandaag vraagt om wat reflectie. Twee MO*academy-leden geven hun antwoorden op onze vragen.

Divide ut impera

Sykes-Picot wordt algemeen gezien als een verdeel- en heersstrategie van de toenmalige imperiale regeringen in Parijs en Londen. Wat was het belang van Europa bij een verdeeld Midden-Oosten? Heeft die strategie “gewerkt”?

Tom Kenis: Tot aan de beslissing om het Ottomaanse Rijk te ontbinden en op te delen, werd het voortbestaan ervan gezien in het licht van zijn rol als buffer tegen de Russische druk richting bevaarbare wateren, en om af en toe op te treden als balans tussen wedijverende Europese staten. Het Sykes-Picot akkoord van 1916 is dus eerder te zien in het verlengde van die Europese wedijver. Niet zozeer een verdeel-en-heerstactiek over het Midden-Oosten, dan een verdeeltactiek van het Midden-Oosten onder concurrerende Europese staten. Een verder verdelen van een van de laatste koloniale buiten, zo je wil.

Rusland werd in de akkoorden zowaar beloond met net datgene waar het verzwakte Ottomaanse Rijk zo lang voor werd gedoogd en gesteund: Istanboel, en de wateren tussen de Zwarte en Middellandse Zee, en Armenië. De Russische revolutie zorgde er echter voor dat het land, in tegenstelling tot Frankrijk en Groot-Brittannië, zijn deel van de koek niet kon opeten.

De Sykes-Picot akkoorden van 1916 botsten enkele jaren later met de Volkerenbondmandaten van 1918. Vanaf het begin was het duidelijk dat Frankrijk annexatie nastreefde, à la Tunesië en Algerije, van de aan haar toegewezen gebieden. Groot-Brittannië van zijn kant beloofde intussen met de beruchte Balfour verklaring van 1917 de oprichting van een thuisland voor de Joden in wat later Israël zou worden. Sykes-Picot stond ook haaks op de Hussein-McMahon correspondentie (1915-1916), die de beloftes formaliseerde die de gelauwerde Lawrence of Arabia deed ten aanzien van de Arabieren voor een onafhankelijke Arabische natie, in ruil voor hulp tegen de Ottomanen.

Deze tegenstellingen verraadden een zekere nonchalance, een soort van ad-hocdenken en grotesque onwetendheid vis-à-vis het Midden-Oosten, haar inwoners, en de machtsstructuren die er gedurende de honderden jaren durende Ottomaanse zonsondergang wortel hadden geschoten, veelal op basis van wat er al voor die Turkse overheersing bestond. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour stelde tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919 dat het letterlijk onmogelijk was om alle westerse beloftes en verklaringen na te komen, “omdat ze incompatibel zijn met elkaar, en incompatibel met de realiteit.”

De nood aan een verdeel en heers-strategie in de echte zin kwam er pas met de ontdekking van belangrijke oliereserves in Saudi-Arabië in de jaren dertig. Op dat moment waren de belangrijkste staatkundige lijnen in het Midden-Oosten al uitgestippeld en geconsolideerd. Dat maakte ze daarom niet minder nuttig in de nieuwe energie-prisma door dewelke het Westen de regio meer en meer ging bekijken. Nationale, wedijverende staten waren verkieslijk boven het pan-Arabisme waar later de Egyptische president Nasser voor stond. Hij zorgde met de Verenigde Arabische Republiek tussen 1958 en 1961 er voor dat Egypte en Syrië verbonden werden, en stelde daarmee al een eerste keer symbolisch en zeer tijdelijk Sykes-Picot buiten werking.

Het (weeral) geheime akkoord tussen Groot-Brittannië, Frankrijk, en Israël om gezamenlijk die gevaarlijke Nasser aan te vallen in 1956, moet ook in dat licht gezien worden. Egypte of Syrië mochten dan wel geen of weinig olie hebben, te veel solidariteit of zelfs samengaan met Arabische landen die het wel hadden, moest ten alle kosten te vermijden. Israël, per slot van rekening ook een product van Sykes-Picot, mocht daarna nog vele malen, bewapend en aangemoedigd door Europa en in toenemende mate de VS, de buurt in de breedste zin (olie dus) te beveiligen.

Bruno de Cordier: Men was zich in Europa heel goed bewust van de formidabele mobiliserende kracht die islam en de instelling van het kalifaat hebben. In die zin heeft Sykes-Picot “zijn werk gedaan”. Alleen vraag ik mij af of ‘Sykes-Picot’ sindsdien niet eerder een bliksemafleider of een alibi geworden is waarop Arabische leiders en –bewegingen hun eigen falen kunnen afwentelen of waarmee ze dat proberen goed te praten. Het Midden-Oosten was al gefragmenteerd lang voor Sykes-Picot en lang voor de inplanting van de klassieke Europese imperia. En het Ottomaanse rijk bevond zich toen al lang al in een fase van decadentie, zoals alle imperia en grootruimten doorheen de geschiedenis die vroeg of laat hebben.

Bovendien kan elk dominantiesysteem maar worden uitgebouwd door de actieve en geïnteresseerde medewerking van inheemse en plaatselijke belangengroepen en –figuren erin, en dat gold evenzeer voor Sykes-Picot, of voor de Caprivi-strook en de Durand-lijn om maar een paar andere voorbeelden te noemen. Dat plaatselijke politieke bewegingen, aspirant-monarchen, bedoeïense stamhoofden en Koerdische aga’s heel het Sykes-Picot-proces als machteloze kneuzen ondergingen en het niet stuurden of beïnvloedden in functie van hun belangen, is een grove en betuttelende onderschatting van hun positie en hun capaciteiten. Hetzelfde kan worden gezegd van de wahhabitische beweging en bedoeïnse tribale elites in de Nejd, de kern van het huidige Saoedi-Arabië. Er bestonden over heel de regio overigens al nationalistische bewegingen in de negentiende eeuw, die dan na de Eerste Wereldoorlog het momentum van het einde van de Ottomaanse staat wilden benutten om hun project in de praktijk te brengen.

Een koloniale logica

Waren er alternatieven voor de aanpak van Sykes-Picot om het Midden-Oosten te hertekenen na het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk?

Tom Kenis: Het is moeilijk om een alternatief te bedenken voor een politiek die eigenlijk voornamelijk uit alternatieven, i.e. tegenstrijdigheden, bestond en bestaat. De Britten schipperden destijds tussen de zelfbestemming die sommigen de Arabieren beloofd hadden, en het Franse klassieke koloniale model. De Britse belangen in het Midden-Oosten, pre-olie, bestonden er vooral in om de transport-routes richting kroonjuweel India te verzekeren. Zij kozen er dan ook meer voor om indirect controle uit te oefenen; vriendelijke, meestal relatief zwakkere regimes cultiveren en dies meer. Dat model was wellicht moeilijker te handhaven in het licht van een zeer assertief Frankrijk dat na annexatie van Algerije en Tunesië haar loederige oog had laten vallen op Syrië, en misschien later ook op die onrechtstreeks gecontroleerde ‘Britse’ buurstaten?

Bruno de Cordier: De echte tragiek van de afschaffing van het Ottomaanse kalifaat in maart 1924, overigens niet door het Sykes-Picotverdrag maar door Turkse republikeinen, was, naast de ‘onthoofding’ van de Oemma, dat het beheer van de heilige plaatsen van zowel de soennitische als sjiitische islam en het initiatief in de pan-islamitische diplomatie verschoof naar de wahhibitische oligarchie in Saoedi-Arabië. Dat heeft echter nooit de instelling van het kalifaat van de Ottomanen willen overnemen. Misschien gebeurt het wel in Saoedi-Arabië na de val van de huidige oligarchie (want die komt er) en misschien zelfs in een confederatie met Pakistan.

Wat er dan in de plaats van ‘Sykes-Picot’ had moeten komen is achteraf gemakkelijk gezegd en kan bij gebrek aan de technische mogelijkheid tot tijdreizen toch niet meer worden uitgevoerd. Maar er zullen hoe dan ook bewegingen blijven om een legitiem kalifaat te herstellen in een bepaalde geografische ruimte. Wat op zich een gerechtvaardigd doel is, als het niet ontaardt in een islamitische invulling van het mondialisme door te streven naar een wereldkalifaat.

De Britten en de staat voor de Joden

Hoe sterk is de samenhang tussen Sykes-Picot en de Balfour Declaration?

Bruno de Cordier: De Balfourverklaring uit 1917 is er gekomen om de steun van de zionistische beweging en joodse financiers in Europa en Noord-Amerika te mobiliseren voor de Britse oorlogsinspanningen. Terwijl de herverkaveling van de regio die voorzien was in het Sykes-Picotplan uit 1916 door de zionistische beweging of een aantal figuren hierin wellicht gezien werd als een opportuniteit, een objectieve mogelijkheid voor het vestigen van hun joodse natiestaat in het Heilige Land.

Tom Kenis: Zoals hierboven vermeld, de Britten klungelden tussen twee polen vertegenwoordig door de Sykes-Picot akkoorden en de McMahon-Hussein correspondentie respectievelijk. Zonder Sykes-Picot was er voor een Balfour verklaring simpelweg geen plaats geweest. Na het aanvaarden van het Sykes-Picot model, kwam de nood om dat ‘Britse’ gebied concrete invulling te geven. Er een Joodse thuis in onderbrengen zou er vanuit Britse optiek een lokale bondgenoot creëren. De Britse Joden die ijverden voor zo’n Britse politiek waren doorgaans zeer welvarende, goed geïntegreerde, volkomen Britse zeg maar, burgers. Een door hen geleidde entiteit kon niet anders dan op één lijn liggen met het ‘moederland’. In 1956, met de Suez-crisis, zou dat inderdaad heel concreet het geval zijn.

Kunstmatige staten ondergaan seismische veranderingen

Historische constructies creëren na verloop van tijd reële ervaringen en instituties. De (deels) artificiële grenzen en natiestaten die het resultaat waren van Sykes-Picot zijn intussen een eeuw oud en hebben in veel gevallen geleid tot reëel nationalisme. Met andere woorden: heeft een oproep om de koloniale indeling van het Midden-Oosten ongedaan te maken nog wel een kans en een draagvlak vandaag?

Bruno de Cordier: Ja en nee. Het Westfaals nationalisme in het Midden-Oosten was denk ik veel sterker in de jaren ’50 en ’60 sterker dan vandaag. Maar om de opdeling ongedaan te maken heb je ook een bakenstaat nodig, één die voldoen de economische capaciteit en ideologische-culturele uitstraling heeft om zo’n project te leiden. En die is er voorlopig niet.

Een vraag die ik mij ook stel is, of de regering van Assad in Damascus, dat veel commentatoren in 2011 al ten dode hadden opschreven, ‘kwestie van hooguit een paar maanden’, ondanks de verwoestingen van de oorlog en zijn internationaal isolement echt al vijf jaar kan overleven op louter rauwe repressie en op de hulp van Hezbollah, Iran en Rusland. Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Het moet wel degelijk een basis onder de bevolking hebben, niet alleen onder alawieten maar ook onder soennieten en christenen.

Tom Kenis: Het heeft weinig zin om vandaag de dag te verlangen dat het Sykes-Picot akkoord en al haar negatieve gevolgen nooit hadden plaatsgevonden. De geschiedenis is er om zo accuraat mogelijk te kennen en eruit te leren, niet om ze te veranderen. Je kan stellen dat het Europese nationalisme zowel Europa als het Midden-Oosten veel schade heeft berokkend. Europe probeert nog steeds met vallen en opstaan via een supra-nationaal verhaal over de bergen slachtoffers te klauteren. De Arabische staten staat een soortgelijke uitdaging te wachten. Het verschil bestaat erin dat vele van die staten maar tot op zekere hoogte echt soeverein zijn kunnen worden.

Vooral veel van de kleinere staten zouden zonder strategische steun, van binnen en buiten de regio, wellicht niet meer bestaan vandaag. Israël is daar een voorbeeld van, maar ook Koeweit dat in 1991 bijna van de kaart geveegd werd. En hoe onafhankelijk is Egypte dat sedert 1980 elk jaar enkele miljarden krijgt toegeschoven vanuit de VS in ruil voor vrede met Israël (en het spenderen van die miljarden in de Amerikaanse wapen-souk)? Quid Palestijnse zelfbeschikking?

Het Midden-Oosten ondergaat momenteel seismische veranderingen. Sommige grenzen zullen wellicht hertekend worden, bijvoorbeeld die tussen een toekomstig onafhankelijk Palestina en Israël, voor zover die tweestaten oplossing nog mogelijk is. Valt Irak alsnog uit elkaar in een sjiitsch, soennitisch en Koerdisch deel? Wat met Syrië? En als je daar voor opdeling kiest, hoe lang kan Libanon nog één blijven?

Eerder dan radicaal een Midden-Oosten na te streven dat nooit ge-Sykes-Piceerd werd, is het zaak werkbare compromissen te sluiten: federale structuren voor etnisch en religieus-diverse staten, potentere (dan de Arabische Liga) regionale samenwerkingsverbanden, moeilijke democratiseringsprocessen in plaats van de fictieve veiligheid in de schaduw van mannen met zonnebrillen in spiegelglas, pragmatische oplossingen voor oude wonden, bijvoorbeeld het Saoedische vredesvoorstel aan Israël dat al sinds 2006 op tafel ligt, enz.

Saudi-Arabië bereidt zich financieel volop voor op het post-olietijdperk. Strategisch doet het dat ook, o.a. door zich tot de tanden te bewapenen voor een tijd waar de grote vriend aan de andere kant van de Atlantische Oceaan noch de middelen, noch de interesse zal hebben om de energiebevoorrading te komen helpen verzekeren. Ook de niet-olieproducerende landen kunnen zich maar beter vasthouden aan de takken van de bom(m)en. Ondanks de huidige frenetieke activiteit, zal er de komende decennia wellicht minder westerse inmenging zijn. Of en hoe de artificiële natiestaten zich handhaven is nog maar de vraag. Misschien komen we dan eindelijk te weten hoe het Midden-Oosten er zou uitgezien hebben zonder Sykes-Picot.

Bescheidenheid gevraagd, véél bescheidenheid

Wat zou een gepaste manier zijn voor Europese landen om de honderdste verjaardag van Sykes-Picot te herdenken?

Bruno de Cordier: Een nuchtere retrospectieve die de rol en verantwoordelijkheid van zowel Europese als Midden-Oosterse actoren in deze episode in de verf. En focust op het: en nu? Vraag is wie of wat dat voor de Europese landen dat gaat of moet doen.

Tom Kenis: Bij de honderdste verjaardag van Sykes-Picot is vooral westerse bescheidenheid nodig. Een mea culpa voor een akkoord van honderd jaar geleden is misschien nonsensicaal, temeer daar de inmenging eigenlijk nooit heeft opgehouden. Herdenken moet daarom ook een her-denken betekenen van het huidige ad hoc beleid, het geklungel van brancard naar brandhaard en terug, net zoals het Britse beleid honderd jaar geleden. Voorbeelden te over: steun, m.a.w. voor vele miljarden wapens blijven verkopen aan, sterke mannen ter wille van de ‘stabiliteit’ en verbaasd zijn als het fout loopt. Bommen gooien op een land waar je graag minder vluchtelingen uit ziet vertrekken. De geschiedenis, zo stelde ik eerder, is er om van te leren. Hoe langer Europa dat volwassen worden uitstelt, hoe lelijker dat portret wordt op die zolderkamer van ons die het Midden-Oosten is. ISIS, dat zijn wij namelijk.

IS vernietigt zelfs het idee van een kalifaat

Toen ISIL in de zomer van 2014 op het toneel verscheen en kort daarna zijn kalifaat uitriep, verwees de organisatie –net als veel internationaal commentaar- naar de blijvende schade die Sykes-Picot had aangericht en naar de open, etterende wonde van de koloniale periode. Vandaag is daar zo goed als niets meer over te horen, zelfs niet vanuit IS. Hoe komt dat? Was dat verdrag dan toch niet zo’n belangrijke factor?

Bruno de Cordier: ISIL, met zijn heruitgave van de Dertigjarige Oorlog, ditmaal tussen soennieten en sjiieten, heeft intussen meer schade berokkend aan de islam als wereldbeeld en ideologie en aan het concept van het kalifaat dan Sykes-Picot dat heeft gedaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur