Rusland regisseert conflict Turkije-Syrië, maar Europa moet voortouw nemen in toekomstige wereldpolitiek

Een pact uit 1998 als inspiratie voor een oplossing in Noord-Syrië?

REUTERS/Khalil Ashawi

Met de steun van rebellen trokken de Turken de Syrische stad Tal Abyad binnen, pal op de grens (foto: 15 oktober).

Op 6 oktober telefoneerde de Amerikaanse president Donald Trump met zijn Turkse evenknie Recep Tayyip Erdoğan. Trump kondigde aan dat de Amerikaanse troepen in Syrië, een tweeduizendtal, naar huis zouden komen. Een standpunt dat Trump al langer had verkondigd en dat door de Amerikaanse militairen steeds was vertraagd, uit vrees voor de mogelijke geostrategische gevolgen van het machtsvacuüm dat zo zou ontstaan.

David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.

Hij is ook Senior Associate Fellow bij Egmont, het Belgische Koninklijke Instituut voor Internationale Betrekkingen.

Die vrees werd nog geen twee dagen later een feit, toen de Turkse president Erdoğan zijn troepen beval om de Noord-Syrische grens over te steken en een 'veiligheidszone' van 30 kilometer aan te leggen. Er kwam zelfs een extra idee bij; het hervestigen van de Syrisch-soennitische vluchtelingen (zo’n 3,6 miljoen), die al jaren in Zuid-Turkije wonen, naar deze nieuwe ‘veiligheidszone’. Zo lijkt het dat Erdoğan de Syrische Koerden er wil wegjagen.

Maar de noordoostelijke zone van Syrië behoort wel degelijk tot het historische hartland van de Koerden. Waar moeten zij dan naartoe? Daarmee kan vermoed worden dat Erdoğan wil verhinderen dat de Koerden in Syrië en die in Turkije (zo’n 13 tot 18 miljoen) zich ooit in de toekomst zouden kunnen verenigen tot één vrij Koerdistan.

Daarmee lijkt Erdoğans plan bijna op een omgekeerd Verdrag van Sèvres, waarbij de geallieerden in 1920 het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog onderling verdeelden in invloedszones. Een autonoom Koerdistan werd hierbij als optie tenminste toch opengelaten (zie deze kaart van het Verdrag van Sèvres). De ‘Jonge Turken’ onder Mustafa Kemal Atatürk verzetten zich er hevig tegen, wat uiteindelijk leidde tot het Verdrag van Lausanne van 1923.

Erdoğans ware geopolitieke ambitie lijkt om dit nu definitief onmogelijk te maken. Hij ziet zich daarmee wellicht het werk van zijn voorganger afmaken.

Kaart van het verdrag van SèvresZeven dagen operatie Peace Spring

De afgelopen week veroorzaakte de Turkse militaire operatie Peace Spring een ongeziene instabiliteit. Een vluchtelingenstroom van meer dan 150.000 mensen, en de destabilisatie van de IS-kampen die bewaakt werden door de vooral Koerdische strijders van de SDF (Syrian Democratic Forces). Er zijn verslagen van zo’n 800 IS-strijders en/of IS-echtgenotes die zouden zijn vrijgekomen, en dat de IS-vlag op meerdere plaatsen werd gehesen.

Geschrokken van interne en externe kritiek beval Trump op dinsdag 15 oktober sancties tegen Turks staal (importtarieven van 25 naar 50 procent), het opschorten van handelsbesprekingen met Turkije (geschat op een handelsvolume van 100 miljard dollar) en sancties voor een aantal centrale Turkse bewindslieden. Vicepresident Mike Pence wordt samen met de nieuwe Nationale Veiligheidsadviseur Robert O’Brien naar de regio gestuurd om te bemiddelen tussen de troepen van de Syrische president Assad en die van Turkije.

De droom van Erdoğan voor een veiligheidszone in Noord-Syrië lijkt nu al de pas afgesneden.

Ondertussen gingen de SDF-strijders een alliantie aan met de Syrische troepen. Daardoor ging de hoop van Rojava, een pluralistisch Koerdisch autonoom gebied in Oost-Syrië, in rook op, in ruil voor veel onzekerheid. Assads troepen trokken binnen in centraal Noord-Syrië, een strook van zo’n 33 kilometer net tot aan de oost-west-snelweg M4. En de Turken trokken de stad Tal Abyad binnen.

Opvallend is dat het Turkse leger samenwerkt met onverschrokken pro-Turkse rebellen, waaronder het zelfverklaarde “Syrische Nationale Leger”. Dat bestaat uit naar schatting 80.000 tot 100.000 troepen, vooral Arabieren en Turkmenen. Ze gaan bijzonder onverschrokken te werk.

Maar de droom van Erdoğan voor een veiligheidszone in Noord-Syrië lijkt nu al de pas afgesneden. Assad kon zijn machtspositie via de alliantie met de SDF plots uitbreiden tot in steden als Manbij in het noordwesten en Al Qamishly in het noordoostelijke Syrisch-Koerdische hartland.

Tegelijkertijd nemen de Russische troepen de rol over van de Amerikanen en patrouilleerden ze op dinsdag 15 oktober nabij Manbij, tussen de troepen van Assad en die van Turkije. Daarmee controleert Rusland nu geleidelijk aan de strategische situatie en worden directe clashes tussen beide legers voorlopig verhinderd. Moskou als spelverdeler.

Adana-pact tussen Syrië en Turkije

Er zijn indicaties dat Erdoğan in de komende dagen naar Moskou zou gaan. Wie wat dieper graaft, stelt vast dat Moskou al in januari van dit jaar concrete voorstellen deed omtrent de verwachte terugtrekking van de Amerikaanse troepen in Noord-Syrië.

Het pact stelde dat Syrië op geen enkele wijze zijn grondgebied zou laten gebruiken om de stabiliteit van Turkije te ondermijnen.

De Russische buitenlandminister Sergej Lavrov verwees in januari 2019 reeds naar het Adana-pact. Dit pact stamt uit 1998, toen de toenmalige leider van de Turkse Koerden, Abdullah Öcalan, het Syrische grondgebied daadwerkelijk gebruikte voor het plannen van terroristische aanslagen op Turkse bodem. Turkije dreigde toen al binnen te vallen.

Het Adana-pact van 20 oktober 1998, tussen Syrië en Turkije, stelde in het eerste artikel dat Syrië op geen enkele wijze zou toelaten dat zijn grondgebied gebruikt wordt om de veiligheid en stabiliteit van Turkije te ondermijnen, en omgekeerd. Een bijkomend element in het pact was dat de Syrische regering de PKK zou beschouwen als onwettig en deze zou bestrijden (zie ook deze analyse van de Turkse politicologe Sinem Cengiz).

De Russische president Poetin verwees in januari, toen duidelijk werd dat Trump de Amerikaanse troepen in Noord-Syrië wilde terugtrekken, al naar het Adana-pact. De Turken interpreteerden dit als een signaal vanuit Moskou dat ze zelf de ‘vrije hand’ van Rusland zouden krijgen om op Syrisch territorium de PKK te bestrijden.

Maar was dat wel de juiste interpretatie?

Hoewel Rusland op woensdag 9 oktober initieel de Turkse inval in Syrië liet begaan, stelde het Kremlin al een dag later dat niet geraakt mocht worden aan de territoriale integriteit van Syrië.

Op vrijdag 11 oktober liet Moskou weten dat het niet zeker was dat de IS-kampen die door de Koerden bewaakt werden, veilig zouden blijven. Ook mogelijke strijders uit de Kaukasus zouden daar aanwezig kunnen zijn, een regelrechte bedreiging voor de Russische nationale veiligheid.

In het weekend daarop werd deze vrees vrijwel onmiddellijk bewaarheid. Er zijn bovendien ook aanwijzingen dat er een IS-kamp beschoten werd door Turkse troepen. Opdat er chaos zou ontstaan, waarbij anderen prioriteiten zouden moeten kiezen? Het zou niet de eerste keer zijn dat IS “gebruikt wordt” als destabilisering door de strijdende partijen in het Syrische conflict.

Moskou garandeert de veiligheid

Rusland heeft belangrijke kaarten in handen in deze Noord-Syrische crisis. Het is nu plots de enige ware macht voor veiligheidsgarantie in de regio. De VS onder Trump hebben hun geloofwaardigheid als alliantiepartner en machtsfactor verloren.

Erdoğan zal zijn veiligheidszone niet volledig kunnen uitbouwen, maar er moet hem wel met een beetje opgeheven hoofd een diplomatieke uitweg geboden worden. Het alternatief is verdere ontwrichting van de regio.

Zou Rusland nu de plaats van de Amerikanen innemen? En moet dit alles geen draagvlak krijgen in de schoot van de VN-Veiligheidsraad?

'Al vele Koerdische strijders werden gedood', zou Erdoğan aan zijn achterban kunnen vertellen. Maar hij heeft wellicht meer nodig. Rusland zou het spel diplomatiek kunnen beheersen door op basis van het huidige momentum op het terrein een variant van het Adana-pact aan Erdoğan voor te leggen. Recent waren er gezamenlijke Amerikaans-Turkse patrouilles langs de Noord-Syrische grens.

Zou Rusland nu de plaats van de Amerikanen innemen? Moet dit alles overigens geen draagvlak krijgen in de schoot van de VN-Veiligheidsraad, waarbij een multinationale macht een fysieke hindernis tussen de Turks-Syrische grens zou creëren om wat recent in NAVO-kringen nogal cynisch benoemd werd als de 'legitieme veiligheidsverzuchtingen van Turkije' te bevredigen?

Zou Moskou toch een buffer toelaten, maar dan van slechts een drietal kilometer? Of probeert Erdoğan toch nog een Noord-Cypriotische situatie te creëren, waar hij enige dagen geleden nog zelf naar verwees? Die kans lijkt een pak kleiner geworden sinds maandag 14 oktober. Hoe dan ook, het Adana pact zal op zijn minst bron van inspiratie vormen voor een oplossing in Noord-Syrië.

Er is wel een probleem als een variant van het Adana-pact’ door de Russen zou worden voorgesteld. Onderdelen van de Syrian Democratic Forces (SDF), die nu een tijdelijke en zeer precaire alliantie afsloten met de Syrische regeringstroepen van Assad, hebben connecties met de PKK. Volgens Turkije is dat trouwens allemaal hetzelfde: SDF, YPG, PYD, PKK. Misschien hebben de SDF-strijders het overleven van hun bevolking opgeofferd voor een zeer precair eigen lot weldra?

En Europa?

Ook voor Europa vormt deze crisis een serieuze waarschuwing. In dit nieuwe tijdperk lijken vormen van machtspolitiek de basisvaluta te worden in de wereldpolitiek. Onze alliantie met Washington is in dit Trumpiaanse tijdperk onzeker geworden, zoals de Koerden mochten ondervinden.

Bovendien ligt de Europese zuidoostelijke flank er relatief onbeschermd bij, zeker in een tijdperk waarin Erdoğan dreigt om vluchtelingen als oorlogswapen te gebruiken.

Wat in het Midden-Oosten gebeurt, kan wel eens de voorbode zijn van een bredere geostrategische herschikking om en rond Europa.

In tijden van gepercipieerde zwakheid zou de verleiding wel eens kunnen bestaan om de machtsverhoudingen verder uit te testen. De uitspraken van Erdoğan in deze zin zijn in ieder geval een NAVO-alliantiepartner extreem onwaardig, en dienen als een wake-upcall voor de Europese landen.

Europa zal zelf een eigen balanspolitiek moeten voeren. Daarin moeten, naast een zelfverklaarde beperktere rol voor de Verenigde Staten van Amerika, ook veiligheidspartners als Groot-Brittannië én de Russische federatie opgenomen worden.

Wat gebeurde in het Midden-Oosten zou wel eens de voorbode kunnen vormen van een bredere geostrategische herschikking om en rond Europa. De Europese landen moeten hun veiligheidspolitiek dringend integreren. Een nucleus van de Benelux-landen samen met Frankrijk en Duitsland zou hierin het voortouw moeten nemen.

De Turkse militaire invasie in Syrië?

Wat is er gaande? Waarom valt Turkije Syrië binnen? Welke impact heeft dat op de Syrische Koerden?

Docent David Criekemans legt het uit in een bevattelijk filmpje (in het Engels): 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Professor Internationale politiek

    David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan he