Dossier: 

Afkicken van olie nog niet voor morgen

Om de klimaatopwarming in te dijken, moeten de fossiele brandstoffen eruit, te beginnen met steenkool. Olie zal echter nog heel de 21ste eeuw blijven beheersen. Ook de voorraden in het Midden-Oosten blijven de komende decennia incontournable volgens Jean-Louis Nizet, secretaris-generaal van de Belgische Petroleumfederatie. 

  • Het “Billionth Barrel Monument” in Brunei opgericht in 1991 naar aanleiding van de productie van het miljardste olievat in het sultanaat.
  • © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’ De nieuwe hiërarchie van de olieproducerende landen © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’
  • © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’ Investeringen in de mondiale energievoorziening voor fossiele brandstoffen, niet-fossiele brandstoffen en Power T & D © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’
  • © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’ De fluctuaties van de oliemarkt © Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’
  • Om de klimaatopwarming in te dijken, moeten de fossiele brandstoffen eruit, te beginnen met steenkool.

“If civilization is to survive, we must cultivate the science of human relationships - the ability of all peoples, of all kinds, to live together, in the same world at peace”.
De uitspraken van de Amerikaanse president Franklin Roosefelt (1882-1945) hebben in de 21ste eeuw niets aan actualiteit ingeboet.

De geopolitiek van de olie  

Opmerkelijk is natuurlijk hoe de VS die uitspraak hebben geïmplementeerd. Diezelfde Roosefelt, die twee wereldoorlogen meemaakte, sloot in februari 1945, nog voor het einde van de tweede wereldoorlog, een geheim pact met Saoedi-Arabië, een Oil for Security deal.  Daarin beloofde Saoedi-Arabië aan de VS ongehinderde toegang tot hun oliereserves in ruil voor bescherming en militaire assistentie aan de Saoedische dynastie. 

‘Voor de VS zijn buitenlands beleid, energiezekerheid en nationale veiligheid altijd intrinsiek met elkaar verbonden geweest,’ zegt Philippe Copinschi, energiedeskundige verbonden aan het Institute Sciences Po in Parijs en onafhankelijk consulent voor Energie en Afrika. Copinschi was een van de sprekers op het Colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’, georganiseerd door het Belgische Netwerk voor Natuurlijke Rijkdommen. 

Een kwart van de olieconsumptie staat op rekening van de VS terwijl ze slechts 5 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen.

‘Daarbij zijn de VS niet zozeer geïnteresseerd in het ontginnen van de olie- dat laten ze liever over aan de vrije markt. Kijk naar Irak: ze hebben er een supermarkt voor olie van gemaakt. Het gaat hen veeleer om het controleren van de stromen tussen productie- en consumptiezones om de aanvoer veilig te stellen. De VS is ook de enige mogendheid die een marine heeft die op mondiale schaal aanwezig is, met basissen in alle oceanen en controles over de zee-engtes die mogelijke bottlenecks vormen.’

Een kwart van de olieconsumptie staat vandaag op rekening van de VS terwijl ze slechts 5 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen. 8 op de 10 Amerikanen hebben een wagen, in België is dat 5,6 op de 10.

© Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’

 ‘Een vliegtuig stijgt op met olie, of het stijgt niet op’

We zitten dus nog stevig ín de olie. En al wordt vandaag olie haast niet meer gebruikt voor de productie van elektriciteit, voor transport blijft het een onmisbare energiebron. Tweederde tot drievierde van alle olieconsumptie gaat naar transport en 95 procent van het wereldwijde transport gebeurt op basis van olie.  Slechts 10 procent van de ruwe olie is bestemd voor de productie van plastics en hoogwaardige afgewerkte producten.  Geen globalisering zonder olie dus. 

Copinschi: ‘Voor voertuigen is er een verschuiving merkbaar naar elektrische wagens maar voor maritiem vervoer en voor de luchtvaart is dit nog verre toekomstmuziek. Een vliegtuig stijgt op met olie of het stijgt niet op. En moderne oorlogsvoering kan niet zonder olie. De dag dat het transport zonder olie kan, houdt olie op een strategische grondstof te zijn. Dan wordt het een grondstof zoals steenkool, die men zal produceren zolang het economisch rendabel is.’

De dag dat het transport zonder olie kan, houdt olie op een strategische grondstof te zijn.

Daar zijn we echter nog ver van verwijderd: volgens de Energie Outlook van het Internationaal Energie-Agentschap zal olie de komende decennia nog van cruciaal belang blijven. Na 2040 zal nog steeds 70 procent van de energie voor transport afkomstig zijn van olie. Dat blijkt ook uit de cijfers van BP, die in de petroleumsector als richtinggevend worden beschouwd.

De vraag naar olie zal vooral in de groeilanden sterk toenemen, volgens de Opec. In 2014 bedroeg die vraag 91 miljoen vaten per dag, tegen 2040 verwacht men een stijging tot 111 miljoen vaten. In Europa en de VS daalt de vraag, omwille van de toenemende energie-efficiëntie, maar tegelijk blijft een groot deel van de wereldbevolking vandaag verstoken van noodzakelijke energie. 

Exit Oliepiek. Olie in overvloed

Voor de oliemarkt is die groeiende vraag zelfs geen probleem want er is olie in overvloed in de aanbieding, getuige hiervan de lage olieprijs. Die dook het voorbije anderhalf jaar van 110 dollar per vat naar zo’n 50 dollar per vat vandaag.  Voor volgend jaar verwacht men eenzelfde trend, wanneer de Iraanse olie opnieuw op de markt zal komen na het opheffen van de sancties.

Volgens Philippe Copinschi is de theorie van de oliepiek vandaag dan ook achterhaald. ‘De geoloog die in de jaren 50 deze theorie poneerde, had destijds geen rekening gehouden met de olievoorraden in Alaska en met de technologische vooruitgang.’ Die technologische vooruitgang in de oliesector noemt Copinschi spectaculair. Terwijl men vroeger uit een olieveld slechts 35 procent van de olie naar boven haalde, als makkelijk ontginbaar en dus economisch rendabel, is dat percentage vandaag flink opgelopen. De meeste groei in de productie is daarvan afkomstig, meer dan van het aanboren van nieuwe olievelden.

Een andere factor is het aanbod van niet-conventionele olie, uit teerzanden of diepzee-olievelden, die destijds ongekend waren en niet ontginbaar. Dat heeft ook nieuwe spelers op de markt gebracht, zoals Canada en enkele Latijns-Amerikaanse landen met diepzeeolie, zoals Brazilië en Venezuela.

En tot slot is er de schaliegas en –olie in de VS. Jean-Louis Nizet, secretaris-generaal van de Belgische petroleum-federatie: ‘De VS hebben in vijf jaar tijd hun productie verdubbeld en zijn in 2014 de eerste wereldproducent geworden. Ze hebben vorig jaar meer vaten olie bovengehaald dan Saoedi-Arabië, met 11 miljoen vaten per dag. t Saoedi-Arabië zich niet aan de quota gehouden en is blijven oppompen. Dat is “du jamais vue in de wereld van de olie”.

Saoedi-Arabië is uniek

Toch blijven ook in deze context van overaanbod en Amerikaanse schalie-olie de reserves van het Midden-Oosten, meer bepaald van Saoedi-Arabië, van cruciaal belang. Nizet: ‘In de wereldwijde olieproductie staan er steeds drie op het podium: de VS, Rusland en Saoedi-Arabië, en af en toe wisselt hun positie. Maar Saoedi-Arabië is van bijzonder belang. Nog steeds is de regio goed voor 60 procent van de beschikbare bewezen oliereserves, met dit grote verschil ten opzichte van andere velden dat ze “flexibel” zijn. Dat wil zeggen dat ze de productiecapaciteit snel kunnen aanpassen wanneer andere producenten uitvallen om de markt te stabiliseren. In 2011 is dat gebeurd, toen de olieproductie in Libië nagenoeg uitviel. Libië produceerde 1,5 miljoen vaten per dag, een kleine 2 procent van de mondiale productie. Saoedi-Arabië heeft daar meteen op gereageerd door de productie te verhogen.’  

Afkicken van olie, een morele plicht

De enige echte bedreiging voor de olieindustrie, is de klimaatopwarming. Copinschi. ‘Het opbranden van olie warmt onvermijdelijk het klimaat op, we moeten dringend een alternatief vinden. Het stenen tijdperk is niet gestopt door tekort aan stenen, maar door de doorbraak van nieuwe technieken.’ Copinschi heeft ook nog een ander argument: ‘Over enkele decennia gaat men ons werkelijk gek verklaren dat wij zo’n waardevolle grondstof als olie gebruikt hebben gewoon om op te branden in voertuigen in plaats van ze te reserveren voor het vervaardigen van hoogwaardige producten.’

Over enkele decennia gaat men ons werkelijk gek verklaren dat wij zo’n waardevolle grondstof als olie gebruikt hebben gewoon om op te branden in voertuigen.

Dat besef begint stilaan door te dringen. Al jaren wordt er campagne gevoerd om de subsidies aan fossiele brandstoffen wereldwijd af te bouwen. Volgens de milieubewegingen moet het nieuwe klimaatakkoord dat helpen concretiseren. Sommige landen hebben daar ook een begin mee gemaakt, gebruik makend van de lage olieprijs. 

Er is de desinvesteringsbeweging, die instellingen aanzet om niet langer te beleggen in olie-gerelateerde projecten, omdat dit kan leiden tot stranded assets en een carbon bubble: waardepapieren die waardeloos worden, wanneer die toekomstige olie niet meer zal kunnen opgebrand worden, en die zo een nieuwe crash kunnen veroorzaken op de financiële markten.

© Belgische Petroleum Federatie.Gemaakt voor het colloquium ‘Olie boven halen of in de grond laten’

Exit steenkool

Op de vorige bijeenkomst van de G7 (de VS, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Japan en Canada) in juni beloofden de grootste industrielanden de consumptie van fossiele brandstoffen (steenkool, gas en olie) tegen het einde van de eeuw definitief af te bouwen, te beginnen met het bannen van steenkool voor elektriciteitsproductie. Dit houdt dus ook een verregaande omvorming in van de energiesector tegen 2050.

Sinds 2010 is er in de G7 al 63 GW aan geplande steenkoolcentrales opgeschort. 124 GW van oude centrales is gesloten of zal tegen 2020 gesloten zijn.

Zoals voor olie, zijn de VS ook een zwaargewicht in het steenkoolgebruik, met 288 GW elektriciteitsproductie uit steenkool. Dat is meer dan dubbel zoveel als de andere G7 landen samen. Maar ze zijn tegelijk voortrekker van het initiatief. Ze beloofden tegen 2020 84 GW te sluiten en geen nieuwe meer te bouwen. De VS zijn ook actief in het afblokken van verdere financiering in steenkoolprojecten.



Voor Duitsland is het, met de Energiewende, een moeilijke kwestie, maar zware verliezen in nieuwe steenkoolcentrales hebben het besef gescherpt dat het tijd is om steenkool te verlaten.

Groot Brittannië wil tegen 2025 alle steenkoolcentrales sluiten. Dat beloofde klimaat- en energieminister Amber Rudd. In de lente volgend jaar zullen de concrete voorstellen hiervoor op tafel komen.  Oude steenkoolcentrales zijn snel aan het verdwijnen maar in het tweede kwartaal van 2015 werd nog steeds meer dan 20 procent van de elektriciteit geproduceerd door steenkoolcentrales. Iets meer dan 30 procent van de elektriciteit in Groot-Brittannië komt van gascentrales. Elektriciteit uit hernieuwbare bronnen staat er op 25,3 procent en kernenergie op 21,5 procent. Ook Frankrijk en Italië nemen concrete maatregelen.

Alleen Japan en Canada vallen uit de toon, met hun zware afhankelijkheid van steenkool. Japan plant momenteel de bouw van 48 nieuwe steenkoolcentrales, goed voor 27 GW. Sinds de kernramp van Fukushima is het land opnieuw sterker afhankelijk van steenkool. Canada zet volop in op de ontginning van zijn zwaar vervuilende teerzandolie, met hoge CO2 uitstoot. Het land stapte ook uit het Kyotoprotocol, omdat het met de ontginning van die teerzanden onmogelijk de doelstellingen zou kunnen halen.

Volgens sommige analisten is dit engagement van de G7 too little too late. In plaats van eind van de eeuw zou die doelstelling beter naar 2050 gehaald worden. Bovendien zitten grote uitstoters als China en India niet bij in de overeenkomst. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.