‘Rekrutering ondermijnt verdere opbouw gezondheidszorg in Afrika’

Afrikaans zorgpersoneel gaat liever in het buitenland werken, en al zeker sinds coronacrisis

International Monetary Fund (CC BY-NC-ND 2.0)

Tijdens de zondagsmis van de Redeemed Christian Church of God, Garden of Peace in Lagos, Nigeria wordt er aan social distancing gedaan, 13 september 2020.

Dokters en verplegers uit verschillende Afrikaanse landen verlaten hun geboorteland, ontmoedigd door moeilijke werkomstandigheden en lage lonen. Westerse landen willen nu nõg meer Afrikaanse krachten aantrekken om de strijd tegen COVID-19 te kunnen opvoeren, vooral uit Zuid-Afrika en Nigeria. ‘Elk verlies van dokters of verplegers heeft een zware impact op de gezondheidszorg in het land van vertrek.’

‘Wij hebben met verontrusting kennis genomen van het zeer hoge emigratiepercentage van Nigeria’s hoogopgeleid medisch personeel en gezondheidswerkers naar oorden waar het gras groener is.’ Professor Ken Ozoilo trok met deze woorden aan de alarmbel op een persconferentie in Jos, Nigeria, op 10 februari.

Ozoilo is voorzitter van de Vereniging van medische en tandheelkundige consulenten van Nigeria (MDCAN), die dokters in het West-Afrikaanse land vertegenwoordigt. Zijn boodschap op de persconferentie was duidelijk: er dreigt een tekort aan medisch personeel.

‘Het is zeer zorgwekkend dat de regering niet inziet dat er een verband is tussen deze massale braindrain en de herstelinspanningen tegen COVID-19 van de landen van bestemming’, zei de professor volgens de Nigeriaanse krant Daily Trust.

Verschillende rijkere landen, en in het bijzonder het Verenigd Koninkrijk, hebben namelijk het beroep van dokter of verpleger aantrekkelijker gemaakt sinds het begin van de coronacrisis. Op die manier trekken ze ook meer personeel uit andere landen aan. Zo hopen ze COVID-19 beter het hoofd te kunnen bieden.

Medisch personeel trekt weg uit Nigeria

Door die maatregelen vertrekken momenteel veel Nigerianen naar landen die aantrekkelijker en veiliger voorwaarden bieden, stelde professor Ozoilo. De Nigeriaanse overheid doet te weinig om medisch personeel in het land te houden, vond hij. Volgens de professor zou de overheid de onveiligheid moeten aanpakken en moeten investeren in betere infrastructuur en lonen.

Emigratie van Nigeriaanse artsen en verpleegkundigen is niet nieuw. Van 2010 tot 2016 vertrokken elk jaar naar schatting zo’n 600 dokters uit het land volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Bijna de helft daarvan emigreerde naar Europa, andere huisartsen trokken naar Noord-Amerika en andere Afrikaanse landen.

In 2019 liet de medische koepelorganisatie van Nigeria (NMA) weten dat de emigratie een nieuw hoogtepunt had bereikt. Zeven op de tien dokters had op dat moment het land verlaten of stond op het punt dat te doen, zei NMA-voorzitter dr. Francis Faduyile in november aan de Nigeriaanse krant Vanguard. En toen moest het coronavirus nog arriveren.

Intussen kampt Nigeria zelf met een tekort aan artsen, zo stelt ook de WHO. De meest recente WHO-cijfers (uit 2018) geven aan dat het land 3,81 dokters per 10.000 inwoners heeft. Dat is beter dan tien jaar voordien, maar ver onder het minimum van 10 dokters per 10.000 inwoners dat de WHO vooropstelt.

Ook de Nigeriaanse minister van Gezondheid, Osagie Ehanire, zei in 2019 zich zorgen te maken: ‘De nood aan gezondheidswerkers in Nigeria is reëel.’

In oktober vorig jaar kondigde Ehanire aan dat de federale overheid maatregelen zou treffen om emigratie te stoppen, schreef Vanguard: ‘Ik erken de uitdaging van dokters die het land verlaten. We zijn van plan om meer te investeren in onze ziekenhuizen in Nigeria en zo’n migratie onaantrekkelijk te maken.’

Dat is tot nu toe nog niet gebeurd, liet professor Ozoilo schriftelijk weten aan MO*: ‘Sinds Ehanires statement is er niet significant geïnvesteerd in de gezondheidszorg, behalve dan in testcapaciteit voor COVID-19. Het budget voor de gezondheidszorg is amper 7 procent van de nationale begroting, terwijl dat volgens de Afrikaanse Unie eigenlijk 15 procent zou moeten zijn. De beloofde verhoging van de salarissen, begin vorig jaar, duurde slechts drie maanden en hield toen op. Dokters zullen in de komende weken een nationale staking houden om de regering aan te sporen hun eigen beloftes na te komen.’

Te weinig artsen in meeste Afrikaanse landen

Ook in andere Afrikaanse landen kijkt medisch personeel vaak naar het buitenland om te gaan werken, zo schreven de Verenigde Naties in 2016 in het artikel Diagnosing Africa’s medical brain drain.

Zo’n 14,5 procent van alle dokters in Sub-Sahara-Afrika zou het land verlaten waarin ze hun opleiding volgden.

Een recent onderzoek naar migratie van medisch personeel tussen 1990 en 2014, dat pas verscheen in de Journal of Health Economics, plakt daar ook een concreet cijfer op: zo’n 14,5 procent van alle dokters in Sub-Sahara-Afrika zou het land verlaten waarin ze hun opleiding volgden. Die emigratie daalde wel gedurende de bestudeerde periode. Toch bleef Sub-Sahara-Afrika tot en met 2014 de regio met het op één na hoogste percentage emigrerende dokters, na de Caraïben (gemiddeld 24 procent tussen 2004 en 2014).

Er zijn veel verschillen tussen Afrikaanse landen onderling. In absolute cijfers werken dokters uit Zuid-Afrika (12.803 in 2014) en Nigeria (9049 in 2014) het vaakst in het buitenland, berekende het langetermijnonderzoek. Maar die cijfers vertellen niet het hele verhaal, want sommige landen zien een veel groter percentage van hun totaal aantal dokters vertrekken.

Diezelfde landen kampen ook met een tekort aan dokters. Geen van hen haalt de doelstelling van 10 artsen per 10.000 inwoners die door de WHO als drempel wordt gehanteerd. Dat geldt ook voor Zuid-Afrika, dat 7,92 dokters per 10.000 inwoners heeft.

De enige Afrikaanse landen die de WHO-doelstelling wél halen: Zambia, Libië, Algerije en Tunesië.

Beter loon en betere werkomstandigheden

Hetzelfde onderzoek uit de Journal of Health Economics toont aan dat vooral de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk populaire bestemmingen zijn voor emigrerende artsen. Ook Canada, Australië en Nieuw-Zeeland trekken veel medisch personeel aan. De koplopers in continentaal Europa zijn Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Zweden.

Maar ook migratie binnen het Afrikaanse continent komt vaak voor, benadrukt Kanigula Mubagwa, professor hartfysiologie en rector van de Universiteit van Bukavu (Democratische Republiek Congo). ‘Veel afgestudeerde studenten vertrekken bijvoorbeeld naar Zuid-Afrika, terwijl Zuid-Afrikaans medisch personeel zelf naar westerse landen gaat.’

Die emigratie is volgens Mubagwa te wijten aan verschillende factoren. ‘Lonen liggen vaak bijzonder laag. Ook de werkomstandigheden zijn erg slecht, bijvoorbeeld wanneer het gaat om medisch materiaal. Mensen emigreren naar landen waar ze een hoger loon krijgen en in betere omstandigheden kunnen werken.’

International Monetary Fund (CC BY-NC-ND 2.0)

Posters bij de bushalte van de Coro must go-campagne roepen mensen op maskers te dragen in Lagos, Nigeria, 8 september 2020.

De gevolgen voor verschillende landen op het continent zijn groot. Naast tekorten aan medisch personeel maken veel landen ook financiële verliezen door de braindrain. Volgens de Afrikaanse denktank Mo Ibrahim Foundation kost het elk Afrikaans land ‘tussen de 21.000 en 59.000 dollar’ om één arts op te leiden. Die investering gaat verloren als die dokter vervolgens naar het buitenland verhuist. Jaarlijks gaat het om 2 miljard dollar, zo schat de denktank.

Maar een studie die vorig jaar verscheen in het Britse medische tijdschrift BMJ wees erop dat niet enkel de investering in de opleiding verloren gaat. Ook hogere sterftecijfers als gevolg van een tekort aan artsen moeten worden meegerekend. Zo zou de jaarlijkse kost voor Afrika volgens de studie zelfs 6,4 miljard dollar bedragen. Daarmee is Afrika wereldwijd de regio die het meeste geld verliest, stelt de studie. Samen zouden lage-inkomenslanden en midden-inkomenslanden op deze manier jaarlijks zo’n 15,9 miljard dollar verliezen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Werkvergunning voor corona-zorgpersoneel

De coronapandemie zet al een jaar lang wereldwijd de gezondheidszorg onder druk. Verschillende westerse landen proberen daarom extra personeel aan te trekken uit het buitenland.

‘Wij moedigen medische professionals die werk zoeken in de VS (…) aan om de dichtstbijzijnde VS-ambassade te contacteren voor een visumafspraak.’

Zo lanceerde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een jaar geleden een oproep op Twitter: ‘Wij moedigen medische professionals die werk zoeken in de VS (…) aan om de dichtstbijzijnde VS-ambassade te contacteren voor een visumafspraak.’ Ook al stond het uitreiken van visa op dat moment wereldwijd op pauze, dokters en verplegers in het buitenland werd specifiek aangeraden om een noodvisum aan te vragen, vooral als ze wilden meewerken in de strijd tegen het coronavirus.

Verscheidene andere landen namen gelijkaardige maatregelen, schreef de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een kleine twee maanden na het begin van de crisis. Canada, Italië en Duitsland kozen ervoor om buitenlandse diploma’s sneller te erkennen dan gewoonlijk. Frankrijk, Spanje en Australië zorgden ervoor dat buitenlands medisch personeel gemakkelijker aan de slag kon.

In december vorig jaar gaf de Franse overheid migranten de mogelijkheid om gemakkelijker staatsburger te worden als ze tijdens de coronacrisis in essentiële jobs hadden gewerkt. In maart van dit jaar werd die mogelijkheid tot naturalisatie opnieuw gelanceerd.

Ook geïmmigreerde gezondheidswerkers in Canada kunnen nog steeds een permanente verblijfsvergunning krijgen als ze tijdens de coronacrisis in de Canadese gezondheidszorg werkten.

International Monetary Fund (CC BY-NC-ND 2.0)

Mensen nemen de bus in Lagos, Nigeria, 19 september 2020.

Ook het Verenigd Koninkrijk paste haar immigratiewetgeving voor gezondheidswerkers aan. Op die manier kunnen zij, nog tot eind maart 2021, hun visum gratis laten verlengen.

Dit soort initiatieven versterkt de emigratie van dokters en verplegers. Dat stelt Johannes Fagan, een Zuid-Afrikaanse professor geneeskunde aan de Universiteit van Kaapstad: ‘De NHS (de Britse nationale gezondheidszorg, red.) en de GMC (het Britse register van artsen) rekruteren gezondheidswerkers uit ontwikkelingslanden. Op die manier ondermijnen ze voortdurend de verdere opbouw van de gezondheidszorg daar.’

‘Het probleem is nog erger geworden tijdens de pandemie’, vervolgt Fagan. ‘Door registraties versneld af te handelen maakt de GMC het gemakkelijker voor dokters om naar het Verenigd Koninkrijk te migreren. Buitenlandse gezondheidswerkers die meehelpen in de strijd tegen COVID-19 zullen bovendien gunstig behandeld worden als ze permanent werk willen.’

‘De pandemie zelf heeft in Afrika misschien nog niet dezelfde tol geëist als in het Westen, maar het verlies aan mankracht heeft dat wel.’

Die trend is volgens professor Ozoilo ook voelbaar in zijn thuisland Nigeria. ‘Rijkere landen reageerden op problemen in hun gezondheidszorg door de migratieregels af te zwakken. Veel dokters en verplegers uit bijvoorbeeld Nigeria grepen die kans en emigreerden’, schreef hij aan MO*.

Afrika heeft dat medisch personeel zelf nodig, stelt professor Ozoilo: ‘Het aantal dokters per 10.000 patiënten was in de meeste Afrikaanse landen zeker al laag voor de pandemie. Maar de toestand is nu nog verslechterd. Niet alleen op het platteland, maar ook in de grote steden staat de dienstverlening onder druk.’

‘Wachttijden zijn enorm toegenomen’, vervolgt de voorzitter van de Nigeriaanse artsenvereniging MDCAN. ‘Sommige diensten vallen zelfs helemaal stil omdat ze bemand moeten worden door heel gespecialiseerde artsen, waarvan er nu eenmaal minder zijn. De pandemie zelf heeft in Afrika misschien nog niet dezelfde tol geëist als in het Westen, maar het verlies aan mankracht heeft dat wel.’

Ook professor Fagan denkt er zo over: ‘Elk verlies van dokters of verplegers heeft een zware impact op de gezondheidszorg. Die impact zal nog lang gevoeld zal worden.’

International Monetary Fund (CC BY-NC-ND 2.0)

Met de campagne #MaskUpLagos roept ook staatsgouverneur Babajide Sanwo-Olu mensen op om een mondmasker te dragen, Lagos, Nigeria, 8 september 2020.

Kennis weer naar het thuisland brengen

‘Rijkere landen moeten genoeg verpleegkundigen opleiden om zelfvoorzienend te zijn.’

‘Emigratie zal niet stoppen zolang de levensstandaarden en werkomstandigheden in Afrikaanse landen niet verbeteren,’ zegt de Congolese professor hartfysiologie Mubagwa. ‘Lonen moeten omhoog,’ vertelde zijn Nigeriaanse collega professor Ozoilo aan MO*. ‘En er moeten investeringen komen in infrastructuur en opleiding. In Nigeria zelf bijvoorbeeld moet iets gedaan worden aan de groeiende onveiligheid, want ook die speelt een grote rol.’

De International Council of Nurses (ICN), die verpleegkundigen vertegenwoordigt, legt de bal ook in het kamp van het Westen: ‘De impact van COVID-19 op verpleegkundigen zal de migratiebeweging van armere naar rijkere landen blijven aandrijven. Rijkere landen moeten genoeg verpleegkundigen opleiden om zelfvoorzienend te zijn’, zei een vertegenwoordiger van het ICN eind vorig jaar al op de World Health Assembly, de jaarlijkse WHO-vergadering met al haar ministers van Volksgezondheid.

Maar al die emigratie hoeft niet noodzakelijk een verlies te zijn voor Afrika, vindt professor Mubagwa: ‘In de plaats van de braindrain te proberen stoppen, zouden we moeten mikken op “brain recirculation”. We zouden er op die manier voor moeten zorgen dat emigranten kunnen deelnemen aan samenwerkingsprogramma’s en zo een positieve impact hebben op de gezondheidszorg in hun thuisland.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift