De Croo raast als roadrunner door Ontwikkelingssamenwerking

Met een rotvaart hebben minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo en staatssecretaris van Buitenlandse Handel Pieter De Crem hun vierdaags bezoek aan West-Afrika afgerond. Ze hebben er de hand van menig president, minister en bedrijfsleider geschud, nieuwe samenwerking inzake ontwikkelingshulp ondertekend en projecten bezocht van ngo’s en de weinige Belgische ondernemers die er al actief zijn. 

Met de flair die Alexander De Croo eigen is, kwijtte hij zich piekfijn van zijn taak als hoogwaardigheidsbekleder.

De kwinkslagen en vlotte babbels die hij voerde, voor en na het ondertekenen van akkoorden of tijdens een bezoek aan alweer een interessant project, verhullen amper dat hij een snelle leerder is. Internationale Samenwerking zoals het nu heet, is niet zijn corebusiness, noch zijn hoofdzorg - hij is vooral vice-premier- maar hij maakt zich razendsnel het jargon eigen, en parafraseert de belangrijkste krachtlijnen uitgezet onder zijn kabinetschef Peter Moors.

© Stefaan Anrys

‘Mensenrechten zijn een probleem in Burkina Faso, maar als het land een bladzijde omslaat, ga ik hierop niet hameren in mijn gesprekken’ (Alexander De Croo)

De Croo is ook een hoogst ongeduldig man.

“Een land als Burkina Faso dat de bladzij heeft omgedraaid, kan je niet lang laten wachten. En ik ben het beu om projecten en programma’s uit te voeren die mijn voorganger vijf jaar geleden heeft ondertekend”.

Slanker en sneller. En anders, als het kan

Voor minister De Croo en zijn kabinetschef Peter Moors, vroeger de grote baas van de administratie Ontwikkelingssamenwerking of “DGD”, moet het vooral snel gaan én met minder middelen. Sneller, slanker en anders. Zo kan je gerust de contouren omschrijven van wat zich in Guinee en Burkina Faso heeft afgetekend.

In mei vorig jaar besliste onze regering de lijst van landen, waaraan België officiele ontwikkelingshulp geeft, te beperken tot 14. Oude partners werden geschrapt. Slechts twee nieuwe werden eraan toegevoegd: Guinee en Burkina Faso, twee van de armste en meest fragiele staten ter wereld.

Waarde landgenoten, de immigratiestroom over de Middelandse Zee, met talloze drenkelingen in zijn kielzog, is nog maar net begonnen.

De vijf domeinen waarop gewerkt zal worden in Guinee, goed voor 15 miljoen euro, liggen vast; de ruwe verdeling van de 15 miljoen euro voor Burkina Faso evenzo.

Dat geld moet naar drinkwater in Fada N’Gourma (10 miljoen euro) en “reproductieve rechten” (5 miljoen euro): een eufemisme voor seksualiteit en voortplanting. 

Tijdens de missie werden de nodige bilaterale overeenkomsten getekend. En De Croo maakt zich sterk dat tegen juni dit jaar de eerste projecten opgestart zijn. Binnen twee jaar moet dan een vijfjarig programma aangevat worden, nadat deze beide, twee jaar durende ‘startprogramma’s’ afgelopen zijn.

© Stefaan Anrys

60 miljoen Afrikaanse migranten straks op zoek naar werk, water en eten

60 miljoen vluchtelingen in 2020

Dat is allemaal erg snel, zeker voor ontwikkelingssamenwerking, dat meestal een lang proces is en nooit één rechte lijn volgt. 

Al helemaal niet in landen die zoveel uitdagingen tellen. Tegen 2020 zullen bijvoorbeeld naar schatting 60 miljoen Afrikanen uit de verwoestijnde gebieden in Sub Saharaans Afrika migreren, naar andere streken of zelfs naar Europa. In Burkina Faso rukte de woestijn in één decennium al tientallen kilometers op, weet Sven Huyssen van BTC. “Nu al zijn er in de regio Centre Nord gewapende conflicten doordat veehouders het noorden van het land ontvluchten en in conflict komen met de inwoners in meer zuidelijke gebieden”.

Tel daarbij een bevolkingsaangroei van 3 %, één van de hoogste cijfers wereldwijd, en Burkina Faso zit geheid met schreeuwende water- en voedseltekorten opgezadeld, binnen de komende vijf jaren.

De uitdagingen in de nieuwe partnerlanden zijn met andere woorden enorm en zullen binnen vijf jaar zelfs te voelen zijn tot aan de grenzen van fort Europa. Waarde landgenoten, de immigratiestroom over de Middelandse Zee, met talloze drenkelingen in zijn kielzog, is nog maar net begonnen.

© Stefaan Anrys

Stroomtekorten zetten rem op ondernemen in nochtans zonnige Sahel

Wat kan Belgische ontwikkelingshulp betekenen, voor landen die afstevenen op een regelrechte catastrofe? De nieuwbakken minister van Ontwikkelingssamenwerking is na zijn bezoek niet uit het lood geslagen, doch realistisch. “Voor mij is het de eerste keer hier. De cijfers zijn inderaad ontnuchterend. Een uit de hand gelopen bevolkingsaangroei, een verstedelijking die men niet onder controle heeft en vrouwen die niet delen in de rechten van de maatschappij. Ouagadougou is minder chaotisch dan wat die cijfers laten uitschijnen, maar ga je daarbuiten, krijg je een heel andere plaatje”. 

Belgische ontwikkelingssamenwerking moet afslanken

© Stefaan Anrys

Buitenlandse Handel in sourdine tijdens missie Ontwikkelingssamenwerking

De Belgische OS zal het de komende jaren met een pak minder geld én minder personeel moeten doen. BTC of voluit het Belgisch Agentschap voor de Technische Coöperatie, zal wellicht opgaan in een nieuw agentschap (BDA) en de aloude DGD - die vooralsnog de beleidslijnen uitzette die het BTC moest uitvoeren, krijgt een eerder “politieke” taak.  

“BTC ziet voor zichzelf een rol ziet weggelegd als operationele arm voor ons buitenlandse beleid” (Peter Moors)

Peter Moors: “Ik wil evolueren naar een Zweeds model, waarbij onze minister op input van de DGD en de ambassades de globale ontwikkelingsresultaten uiteenzet, die dan door BTC moeten geoperationaliseerd worden. BTC heeft zichzelf trouwens grondig doorgelicht en daaruit blijkt zelfs dat het voor zichzelf een rol ziet weggelegd als operationele arm voor ons buitenlandse beleid”.

Vermits BTC in moeilijke landen als Guinee en BFaso wellicht niet zo snel geld kan opgebruikt krijgen - een fragiele staat heeft niet de “absorptiecapaciteit” van een goed werkend overheidsapparaat - zal het automatisch minder omzet draaien. Omdat daarvan zijn personeelsfinanciering afhangt, zal het dus ook minder personeel overhouden, al is werken in moeilijke landen net veel intensiever qua overhead.

Delegeren en uitbesteden, die handel

Om snel vooruit te gaan, met minder eigen personeel, zal de Belgische ontwikkelingssamenwerking ook meer beroep doen op derden, zoals multilaterale organisaties en ngo’s. Dat was duidelijk te merken in de opstartprogramma’s in Guinee en Burkina Faso. Eén derde van het geld voor Burkina gaat naar het VN-Bevolkingsfonds UNFPA, dat nu reeds aan (digitale) sensibilisering werkt rond seksualiteit en voortplanting. België heeft met andere woorden een cheque beloofd van 5 miljoen euro. Het eigenlijke werk gebeurt door de VN-organisatie en niet door eigen ontwikkelingsmensen van BTC.

Meer delegeren laat natuurlijk ook toe om sneller van start te gaan. “We springen op een rijdende trein”, vat de minister het kort samen. “Eigenlijk is die tendens naar meer cooperation delegée al ingezet door zijn voorganger”, haast Moors zich. “In het regeerakkoord staat ook dat we de ‘meest geschikte parnter’ zullen zoeken voor onze ontwikkelingshulp. Dus dat hoeft niet langer ons eigen agentschap BTC te zijn”.

Ngo’s staan op hun onafhankelijkheid. Wel, wij ook

Alleen komt de vraag om meer cooperation delegée in regel van het ontvangende land, wat in Burkina Faso niet het geval is. Hier zit België als donor duidelijk in de driver seat. 

Niet iedereen is ook onverdeeld gelukkig met het inlijven van andere partners in de globale politiek van ons ontwikkelingsbeleid, zeker niet de ngo’s. Die weigerden eerder een verregaande samenwerking met de minister en willen hun eigen koers varen. Dat Broederlijk Delen zich in een rondtafelgesprek in Ouagadougou - terecht?- afvroeg wat er met hun analyses van Burkina Faso zou gebeuren, kwam het op een gepikeerde opmerking te staan van de kabinetschef van minister De Croo. ‘Jullie gemeenschappelijke contextanalyse van Burkina Faso zal ons beleid helpen sturen, maar het is niet de basis van onze programma’s hier. Ngo’s staan op hun onafhankelijkheid. Wel, wij ook’.

© Stefaan Anrys

Olie persen uit de vrucht van een boom die enkel in de droge Sahel voorkomt

Dead aid?

Kabinetschef Peter Moors, De Croo’s schaduwminister ontwikkelingssamenwerking gelooft, in de lijn met de wereldwijde consensus, dat de traditionele Noord-Zuid hulp aan belang zal inboeten. Nu reeds halen sommige Afrikaanse landen soms meer deviezen binnen via geld van hun eigen emigranten in het buitenland of het beter belasten van de inwoners en bedrijven. Peter Moors: “Wat Carl Michiels van BTC aan Mo* gezegd heeft, was misschien ongelukkig geparafraseerd, maar als je mij de vraag stelt of de Belgische ontwikkelingssamenwerking in de voorbijgaande jaren echt impact gehad heeft, is mijn antwoord zeker niet volmondig ja. We werken vandaag ook in een andere context, een nieuw paradigma. De Agenda 2030 noopt ontwikkelingswerkers om uit hun ‘splendid isolation’ te komen.”

Deze gezamenlijke missie Ontwikkelingssamenwerking & Handel tekent dan ook het toenemend belang van de private sector, al is het maar omdat veel van de projecten die bezocht waren, private ondernemers zijn. Meegereisde zakenlui konden de nodige contacten leggen die misschien helpen bij latere openbare aanbestedingen. ‘Ik heb in Guinee enkele potentiële klanten ontmoet’, zegt Vincent Bia, CEO van het gelijknamige bedrijf dat onder meer machines levert aan de mijnbouwsector. “Maar in onze branche betekent dat niet per se iets. Slechts 15 % van zogezegd potentiële contacten levert op het einde van de rit echt een contract op’.

© Stefaan Anrys

Belgische Durabilis bottelt frisdranken en water in Burkina Faso

Investeren in graaicultuur

Mobiliseren van private (domestic) resources, het stokrijm van de nieuwe aanpak, staat mooi op papier, maar geldt het ook voor de nieuwe partnerlanden? Een bezocht project van het Belgische Durabilis, dat ressorteert onder de groep van de familie Saverys, bottelt water, fruitsappen en frisdranken in Ouagadougou, maar verschilt op enkele details na niet zo gek veel van reguliere bottelaars. Behalve dan dat werknemers, zo we vernemen, in plaats van 70 euro minimuloon, maandelijks 100 euro uitgekeerd krijgen en van sociale voorzieningen genieten, die elders ontbreken.

Als je van de overheid niet het engagement krijgt om dingen aan te pakken, is ontwikkelingshulp vruchteloos. (De Croo)

Echter om een quick start van bijvoorbeeld Burkina Faso’s economie te realiseren, mangelt het op veel kritischere domeinen. Het landlocked land in West-Afrika genereert te weinig elektriciteit, kampt geregeld met stroompannes en de gebrekkige wegeninfrastructuur maakt elke poging om een kostenefficiënte landbouw en economie te creëeren, heel bedenkelijk.
Meer nog dan de logistieke problemen, ontbrak het al die tijd aan het zo geroemde goed bestuur. 

Een kleine kliek rond president Blaise Compaoré, die eind 2014 na 27 jaar alleenheerschappij door een volksopstand vreedzaam van de macht is verdreven, heeft al die jaren vooral de eigen bankrekeningen gespijsd. Niet zonder medeweten van ex-kolonisator Frankrijk, trouwens, en tot grote vreugde van Canadese, Australische en andere buitenlandse mijnbouwbedrijven die aan goedkope mijnconcessies wisten te raken. Tot voor kort vlogen die het goud in eigen vliegtuigen het land uit, zonder dat er ook maar iets geboekt werd in het overheidsbudget. 

Mensenrechten?

‘Je mag doen wat je wilt’, zei De Croo bij de start van de gezamenlijke zending. ‘Als je van de overheid niet het engagement krijgt om dingen aan te pakken, is ontwikkelingshulp vruchteloos.’ Daarin heeft de nochtans liberale minister overschot van gelijk. En ook al heeft hij slechts druppelsgewijs de mensen- en politieke rechten vernoemd, in die vier dagen staatsbezoek; hij is zich terdege bewust van de risico’s om geld te investeren in fragiele staten, één van de krachtlijnen van zijn OS nieuwe stijl. 

© Stefaan Anrys

Geld uitgeven in fragiele staten brengt grote risico’s met zich mee

Het valt af te wachten of de nieuwe president van Burkina Faso, Roch Marc Christian Kaboré, snel verandering kan of wil brengen.  Hoopgevend is dat na de straatprotesten van 2014 ook deze president zich gehouden voelt aan een zekere accountability ten opzichte van de Burkinabé, die blijkbaar niet langer bang zijn op straat te komen om hun rechtmatige deel op te eisen. Helaas zijn de mijnbouw en heel wat andere sectoren tot stilstand gekomen, onder meer door tegenvallende marktprijzen, maar ook door de afwachtende houding van investeerders, na een mislukte putsch van uitgerangeerde legerofficieren, in september 2015.

De komende maanden en jaren zullen uitwijzen of en in welke mate Ontwikkelingshulp nouveau style impact zal hebben en of de massale uitdagingen waarvoor deze beide West-Afrikaanse landen staan, baat hebben bij de bescheiden bijdrage van ons ‘s lands ontwikkelingsbudget. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift