Als Brussel dreigingsniveau 4 heeft, welk niveau hebben Tripoli, Beiroet, Islamabad en Bamako dan?

Na een week van voortdurend nieuws over terreurdreiging in België, opent de MO*redactie haar venster op de wereld. Want de dreiging die in Brussel het dagelijkse leven lamlegt, is een zondagswandeling voor miljoenen mensen in de rest van de wereld, waar terreur jaarlijks duizenden slachtoffers maakt.

  • Julien Harneis (CC BY-SA 2.0) Sinds de burgeroorlog van 2012 is het onrustig gebleven in Mali, een land in West-Afrika. Deze Malinese jongen kijkt met argwaan naar de fotograaf die zijn school bezoekt, januari 2011. Julien Harneis (CC BY-SA 2.0)
  • © Global Terrorism Index 2015 Bron: Global Terrorism Database © Global Terrorism Index 2015
  • European Commission DG ECHO (CC BY-NC-ND 2.0) Deze school in Girai, Nigeria werd omgetoverd tot een opvangplek voor mensen op de vlucht van Boko Haram, juni 2015. European Commission DG ECHO (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Tijen Erol (CC BY-NC-ND 2.0) Een Palestijns kind in een vluchtelingenkamp in Libanon, juni 2010. Tijen Erol (CC BY-NC-ND 2.0)

Parijs en Brussel domineren de (extra) nieuwsuitzendingen en berichtgeving online, in kranten en tijdschriften. Dat is begrijpelijk, aangezien de mogelijkheid van en terroristische aanslag zelden zo dichtbij geweest is en vooral gezien de actieve betrokkenheid van Belgen of mensen die in België woonden bij de aanslagen in Parijs.

Het zou een vergissing zijn nu nog meer dan anders enkel aandacht te hebben voor wat zich binnen onze grenzen afspeelt.

Toch zou het een vergissing zijn om nu nog meer dan anders alleen maar aandacht te hebben voor wat er zich binnen onze eigen grenzen afspeelt.

Het geweld en de achterliggende netwerken en ideologieën zijn immers wezenlijk globaal, en ze maken ook veel meer slachtoffers in de rest van de wereld -en, moet het nog gezegd, onder moslims- dan in Europa.

De Global Terrorism Index 2015 geeft heel duidelijk aan welke landen het meest getroffen werden door terrorisme in 2014: Irak, Nigeria, Afghanistan, Pakistan en Syrië.

Uit het GTI2015-rapport wordt ook duidelijk dat wie het gevoel heeft dat er een explosie aan terroristisch geweld plaatsvindt, zich niet vergist. De grafiek toont weliswaar enkel de evolutie voor de paar landen die momenteel vooral onder terrorisme te lijden hebben, en niet bijvoorbeeld Sri Lanka waar het geweld begin jaren 2000 veel groter was dan vandaag. Toch maakt onderstaande grafiek heel duidelijk dat er minstens een historische coïncidentie is tussen de toenemende interventies van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in het ruimere Midden-Oosten en de opkomst of exponentiële groei van het huidige terrorisme.

Nochtans zijn die interventies aan het westerse publiek verkocht als noodzakelijke ingrepen om de veiligheid en de vrijheid in de wereld te verbeteren. Begin november 2003 stelde toenmalig president George W. Bush dat ‘als de democratie in Irak zou falen, dat terroristen overal ter wereld moed zou geven, het zou gevaar betekenen voor de Amerikaanse bevolking en het zou de hoop doven voor miljoenen mensen in de regio. De Iraakse democratie zàl slagen -en dat succes zal het nieuws verspreiden van Damascus tot Teheran dat vrijheid de toekomst kan zijn van elke natie. Het oprichten van een vrij Irak in het hart van het Midden-Oosten zal een keerpunt zijn in de mondiale democratische revolutie.’

De MO*redactie geeft hieronder kort een kijk op wat er zoal actueel is in de rest van de wereld, als we over terrorisme praten. Meer informatie vindt u in afzonderlijke artikels. U kan hier klikken om meteen te springen naar Mali, Libië, Libanon of Pakistan/Afghanistan.

Raddison Blu in Bamako, Mali

Er is weinig geweten over de daders die vorige week vrijdag de Raddison Blu in Bamako, de hoofdstad van Mali hebben aangevallen. Daarbij baanden een aantal gewapende mannen zich schietend een weg door het hotel en gijzelden zo’n 170 gasten en personeelsleden. Diezelfde dag werd het hotel ontzet. Er vielen een twintigtal doden. Het is onduidelijk in welke mate de aanval op het luxehotel gelinkt is met de aanslagen in Parijs

Sinds de burgeroorlog van 2012 is het onrustig gebleven in Mali, een land in West-Afrika. Heel wat buitenlandse strijders zijn intussen weliswaar verjaagd en Mali is geen rekruteringsoord bij uitstek voor brandhaarden elders, schrijft het toonaangevende blad Africa Confidential. ‘Militanten voeren tegenwoordig aanvallen uit over heel Mali’, aldus AC, ruim een maand voor de feiten. ‘Die zijn soms vagelijk beïnvloed door mondiale jihadi-boodschappen, maar evengoed zijn ze ingegeven door lokaal ongenoegen’.

European Commission DG ECHO (CC BY-NC-ND 2.0)

Deze school in Girai, Nigeria werd omgetoverd tot een opvangplek voor mensen op de vlucht van Boko Haram, juni 2015.

Dat geldt trouwens ook voor Boko Haram, waarmee genoegzaam de jihadi’s in Nigeria worden aangeduid. Weliswaar openlijk sympathisant van IS, wordt de ontstaansgrond van Boko Haram vooral gesitueerd binnen Nigeria, onder meer in de politieke en socio-economische verwaarlozing van de regio waar de beweging ontstond.

Weliswaar openlijk sympathisant van IS, wordt de ontstaansgrond van Boko Haram vooral gesitueerd binnen Nigeria.

Wie achter deze gijzeling zit, weet voorlopig niemand. Noch of er twee, drie, vijf dan wel nog meer daders betrokken waren. Intussen hebben liefst drie verschillende gewapende groepen uit Mali de gijzeling opgeëist.

Twee onder hen zijn usual suspects: Al-Qaida in de islamitische Maghreb (AQIM) en Al Mourabitoun, geleid door Mokhtar Belmokhtar, de man achter de aanval op de Algerijnse gasfabriek in januari van 2013. Hoewel meermaals dood verklaard door de VS, is de gezochte terrorist hoogstwaarschijnlijk nog steeds in leven.

De meest opvallende van de drie, is echter het Bevrijdingsfront van Macina uit de regio rond Mopti, centraal Mali. Deze groep werd ook al gelinkt met de aanslag op een hotel in Sévaré, in augustus dit jaar, de moord op een lokale mandataris en een aanslag vlakbij de grens met Burkina Faso. De groep bestaat voornamelijk uit Peul-pastoralists (Fulani) die het hard te verduren hebben sinds de economische crisis en het wegvallen van toerisme in Mali.

Mali is al ruim drie jaar erg onveilig. Dat ligt aan regionale conflicten, zoals de aloude strijd van bepaalde toearegs om onafhankelijkheid, de verspreiding van islamitische terreurgroepen in de wijde Sahel alsook aan illegale wapenhandel. De val van de Libische leider Kadhafi (2011) en de terugkeer van Malinese strijders die aan zijn zijde vochten, stak de lont aan het kruitvat in 2012.

Libië, een belegerd volk

Ontvoeringen, moordpartijen, gevechten tussen rivaliserende milities, tussen milities en IS, wegversperringen en onaangekondigde checkpoints zijn dagelijkse kost in Libië. De economie stort in, de Libische dinar is gedevalueerd, lonen worden niet of veel te laat uitbetaald en de zwarte markt kent tijden van groot succes. Hier en daar gaat het volk de straat op om te protesteren. Tegen het uitblijven van de lonen, tegen terrorisme of om slachtoffers van een slachtpartij te herdenken. Berichten over de gebeurtenissen in Libië zijn schaars in de internationale media. Het land is namelijk gevaarlijk voor journalisten. Op 14 november kwam Libië even terug in het nieuws nadat Amerikaanse gevechtsvliegtuigen een gerichte aanval hebben uitgevoerd op de vermeende leider van Islamitische Staat in Libië, de Irakees Abu Nabil. De Amerikaanse aanval kwam er als reactie op de aanslagen in Parijs. Berichten over de dood van het IS-kopstuk bleven onbevestigd. Het nieuws vanuit Libië komt vooral via lokale journalisten en fervente twitteraars.

De Libische journalist Abdelhakeem Al-Yamani maakte op 13 november een fotoreportage over de situatie van de scholen in de stad Benghazi in het oosten van het land. ‘Ruim vijftig procent van de kinderen gaat niet meer naar school’, schrijft de journalist. Want sinds het uitbreken van de oorlog die generaal Haftar meer dan een jaar geleden gestart heeft tegen wat hij extremistische milities noemt, is de overgrote meerderheid van de scholen beschadigd. Van de vierhonderd scholen die de stad rijk is, zijn er slechts 60 gebouwen intact gebleven. De rest is ofwel niet meer bruikbaar ofwel ingenomen door gezinnen die het geweld in hun wijk gevlucht zijn. Ouders durven hun kinderen niet meer naar school te brengen. De scholieren zijn aangewezen op de lessen die de openbare zenders geven of op de Benghazi Skype School. Een initiatief dat in het leven werd geroepen om kinderen de mogelijkheid te geven om van thuis uit les te volgen.

Maar de skype school bereikt niet iedereen. Veel kinderen hebben geen internet en de elektriciteit valt geregeld uit. Volgens journalist Al-Yamani, lopen de scholieren in Benghazi een grote achterstand op ten opzichte van hun leeftijdsgenoten in andere steden. En dat is een element dat het conflict tussen het oostelijke deel en het westelijke deel van het land alleen maar kan voeden. In een tweet met een foto van twee reusachtige potloden en een schrift, wijst vroegere verslaggeefster Nadia Ramadan erop, dat die potloden het soort wapens zijn dat de Libiërs nu nodig hebben.

Kruitvat Libanon

De dag voor de Parijse aanslagen, op donderdag 12 november, werden 43 mensen gedood en 239 gewond tijdens twee zelfmoordaanslagen in Burj al-Barajneh, een zuiderse arme wijk in Beiroet. De aanslag werd opgeëist door Daaesh en was gericht tegen de sjiitische inwoners van de wijk, die geldt als een bolwerk van de Hezbollah.

Dit was de kroniek van een aangekondigde dood, klonk het uit verschillende Libanese hoeken. Het getroffen Burj al-Barajneh is niet alleen een Hezbollah-nest maar wordt ook bevolkt door vele Syrische vluchtelingen en huisvest een Palestijns vluchtelingenkamp. Het kleine Libanon huisvest maar liefst anderhalf miljoen Syriërs die op de vlucht sloegen voor het extreem gewelddadige conflict in hun land. Sinds het Syrische conflict uitbrak, werden Beiroet en andere Libanese steden doelwitten van verschillende aanslagen door rivaliserende Syrische fracties.

In 2014 claimden de leiders van al-Nusra en Daaesh, toen nog geen rivaliserende terreurgroepen, dat ze Libanon zouden binnenvallen. Hun doel: Hezbollah, dat strijdt aan de zijde van Bashar, onder druk zetten om zich terug te trekken van het Syrische grondgebied en om de gevangen soennitische Syrische strijders vrij te laten.

Beide groepen installeerden al eerder cellen in Libanon, onder meer in de Bekaa Vallei, dichtbij de Syrische grens. Nog in 2014 vonden hevige gevechten plaats in en rond de stad Arsal, tussen het Libanese leger en rebellen, gelinkt aan al-Nusra en Daaesh. Daarbij werden Libanese soldaten gegijzeld en tot vandaag gevangen gehouden. Ook dit jaar nog vonden aanslagen in Arsal plaats.

Tijen Erol (CC BY-NC-ND 2.0)

Een Palestijns kind in een vluchtelingenkamp in Libanon, juni 2010.

Twee van de drie terroristen die zichzelf in Burj al-Barajneh opbliezen, waren Palestijnen. Dat bevestigt het vermoeden dat Daaesh en al-Nusra steeds meer kunnen rekruteren in de Palestijnse kampen in Libanon. Ongeveer 53 procent van de 485.000 Palestijnen in Libanon leven in de twaalf overbevolkte vluchtelingenkampen die het land telt. De kampen gelden als gevolg van een decennialang Libanees uitsluitingsbeleid en daaraan gekoppelde armoede, als broeihaarden voor radicalisering.

Regelmatig breken in sommige kampen conflicten uit. De voorbije zomer nog kwamen zestien mensen om bij hevige gevechten in het vluchtelingenkamp Ein al-Hilweh, ten zuiden van Beiroet. Zonder officiële toelating van betrokken autoriteiten, geraak je niet voorbij de checkpoints die toegang verlenen aan het kamp. Het kamp, het grootste in Libanon, zag zijn bevolking verdubbelen sinds 2011. Vandaag leven naar schatting 75.000 mensen in het kamp dat slechts 1 vierkante kilometer groot is. Het kamp geldt als een gewelddadige plek waar wetteloosheid troef is, een schuilplaats ook voor terroristen, zeggen commentatoren. Verschillende gezochte terroristen die betrokken waren bij aanslagen in Tripoli en Abra vonden hier refuge. Het kamp telt een aantal gewapende Palestijnse groepen, onder meer verbonden aan Fatah/PLO, Hamas, Asbat an-Ansar, en meer. Die groepen staan in voor de veiligheid van de plaats, waar de Libanese politie en het leger geen toegang hebben.

Vrij spel troef dus.

Pakistan en Afghanistan evolueren in tegenovergestelde richting

Het Pakistan Institute for Peace Studies heeft goed nieuws: het aantal aanslagen daalt, net als het aantal slachtoffers. De eerste heft van 2015 vonden er “slechts” 471 terroristische aanlagen plaats in het Zuid-Aziatische land. Dat is een vermindernig van 47 procent tegenover dezelfde periode in 2014. Daarbij vielen toch nog 752 doden en 931 gewonden -maar ook dat zijn substantiële dalingen tegenover vorig jaar, resp. met 36 en 43 procent.

IS zou nu al actief zijn in 25 van de 34 provincies van Afghanistan.

De voornaamste reden voor die daling is een volgehouden en gecoördineerd overheidsoptreden tegen terroristische groepen, vooral in de tribale gebieden die grenzen aan Afghanistan en waar zowel de Afghaanse als de Pakistaanse Taliban een decennium vrij spel hadden, net als Al Qaeda en andere gewapende groepen. Kernstuk van het Nationale Actieplan (NAP) is de militaire campagne Zarb-e-Azd, die al loopt sinds juni 2014, maar ook de ideologische voedingsbodem van het terrorisme wordt (eindelijk) aangepakt.

Eind oktober meldden Pakistaanse media dat er niet minder dan 9400 clerici opgepakt waren op beschuldiging van haat prediken. De actievond plaats in de -voor sjiieten heilige- maand Muharram, en was vooral bedoeld om de sektarische polarisering af te remmen. 1345 predikanten kregen dan ook een preekverbod op de cruciale dagen van deze maand.

Intussen groeit wel de bezorgdheid over mogelijke recrutering door Daesh in Pakistan. Het hoofd van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Islamabad heeft elke aanwezigheid van IS in zjin land ontkend, maar waarnemers zijn daar niet zo gerust in. Luavut Zahid schrijft in Pakistan Today op 21 november dat het moeilijk voor te stellen is dat er geen IS-infiltratie is in Pakistaanse jihadi-kringen, als dat wel gebeurt in Afghanistan. De grens tussen beide landen is immers nooit dicht geweest voor gewapende groepen.

In Afghanistan groeit de aanwezigheid en invloed van IS, meldden de Verenigde Naties eind september. Zij zouden nu al actief zijn in 25 van de 34 provincies. Intussen blijft de voornaamste strijdende partij in Afghanistan zelf natuurlijk de Taliban. Volgens recente berichten zouden ook zij hun strijd “internationaliseren”. Half november meldde vice-minister van Buitenlandse Zaken Hekmat Khalil Karzai dat niet minder dan 1300 buitenlandse strijders (uit Pakistan, Tadzjikistan, China en andere landen) zouden deelgenomen hebben aan de aanval op en bezetting van Kunduz, de maand ervoor. De vice-minister zei verder dat buitenlandse strijders die actief zijn in Afghanistan variëren van Al Qaeda en IS tot de Islamitische Beweging van Oezbekistan (IMU) en de Oost-Turkestan Islamitische Beweging (Oeigoers).

De strijd in Afghanistan maakte tjidens de eerste zes maanden van dit jaar 1592 dodelijke burgerslachtoffers en 3329 gewonden onder burgers.Dat is een lichte stijging (1 procent) tegenover vorig jaar en het markeert het hoogste aantal burgerslachtoffers in de eerste jaarhelft sinds de cijfers bijgehouden worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift