Belgische bedrijven vragen zelf om wetgeving inzake zorgplicht

Analyse

Wetenschappers blijven kritisch: ‘Wetgeving mag de agenda van bedrijven niet volledig volgen’

Belgische bedrijven vragen zelf om wetgeving inzake zorgplicht

Belgische bedrijven vragen zelf om wetgeving inzake zorgplicht
Belgische bedrijven vragen zelf om wetgeving inzake zorgplicht

Zestig Belgische bedrijven vragen de overheid om wetgeving inzake zorgplicht. Grote multinationals gingen hen daarin voor, wetenschappers blijven kritisch. ‘Als een machtige lobby zelf vragende partij is voor wetgeving, dan moet je je de vraag stellen wat zij daarbij te winnen hebben.’

Shamima Prodhan / REACH / Flickr (CC BY 2.0)

In 2022 zou de wetgeving omtrent aansprakelijkheid in toeleveringsketens rond moeten zijn, aldus Nederlands Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA)

Shamima Prodhan / REACH / Flickr (CC BY 2.0)

Maar liefst zestig verschillende Belgische ondernemingen en bedrijfsfederaties vragen de overheid om een nationaal wettelijk kader op te stellen dat bedrijven verplicht hun verantwoordelijkheid te nemen voor milieu- en mensenrechtenschendingen in toeleveringsketens. Bedrijven zijn niet bang van strengere wetgeving voor die zogenaamde zorgplicht, zo blijkt: ze zijn zélf vragende partij.

‘De regering zal een voortrekkersrol spelen in de uitwerking van een Europees wetgevend kader inzake zorgplicht. Waar mogelijk zal hiertoe een ondersteunend nationaal kader uitgewerkt worden.’ Dat staat te lezen op pagina 76 in het federaal regeerakkoord.

Uit eerder onderzoek van het HIVA-Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving aan de KU Leuven bleek namelijk dat België achterophinkt op het vlak van zorgplicht binnen toeleveringsketens. Het onderzoek van professor Huib Huyse en zijn team richtte zich specifiek op de textielketen. In vergelijking met de buurlanden heeft ons land geen wetgeving of andere beleidsinitiatieven die bedrijven aansprakelijk stelt voor misstanden in productieketens.

Uit de bevindingen van het nieuwe nationale baseline assessment “bedrijven en mensenrechten”, waarvan een eerste ontwerptekst gisteren voorgesteld werd, blijkt dat een aantal stappen reeds ondernomen zijn, maar: ‘Belgische overheden en bedrijven hebben nog een lange weg te gaan als ze hun verantwoordelijkheid zoals aangegeven in de VN-richtlijnen inzake Bedrijven en Mensenrechten (UNGP’s) willen nakomen’, zo luidt het voorlopige rapport dat MO* kon inkijken.

De evaluatie op basis van die VN-richtlijnen werd opgevraagd door het Belgisch Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (FIDO) en uitgevoerd door onderzoekers van het HIVA, de UA en IPIS Research.

Bijna twee op de drie Belgen eisen transparantie

Voor de consument wordt het alleszins dringend tijd dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Volgens verschillende recente marktstudies eisen de Belgen transparantie en respect voor mens en milieu. Zo geeft de studie van GFK uit 2019 aan dat 62 procent van de Belgen van mening is dat bedrijven hun activiteiten moeten uitvoeren met respect voor de mensenrechten en het milieu. Een internationale petitie, waarin burgers gevraagd werden om hun stem uit te brengen voor krachtdadige wetgeving die dat moet garanderen, werd de afgelopen weken bijna 150.000 keer getekend.

Zorgplicht: bedrijven zijn aansprakelijk voor schendingen van mensenrechten of milieuvervuiling in de volledige keten.

Wetgeving omtrent aansprakelijkheid in toeleveringsketens wordt momenteel voorbereid op Europees niveau, onder de vleugels van Belgisch EU-commissaris voor Justitie Didier Reynders (MR). Die heeft eind april 2020 aangekondigd daar werk van te maken. De toekomstige reglementering zal steunen op het principe van “gepaste zorgvuldigheid”, zorgplicht of in het Engels due diligence: bedrijven zijn aansprakelijk voor schendingen van mensenrechten of milieuvervuiling in de volledige keten. Volgens Nederlands Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA), die dit thema van dichtbij opvolgt, zou de wetgeving in 2022 moeten rond zijn, stelt ze in De Correspondent.

Jan Orbie, directeur van het Centrum voor EU-studies aan de Universiteit Gent, geeft via e-mail meer uitleg over wat zo’n wetgeving zou inhouden. ‘De EU gaat haar eigen bedrijven verantwoordelijk stellen en sanctioneren, in plaats van enkel sancties te heffen tegen leveranciers en onderaannemingen wanneer mistoestanden opduiken in productielanden’, schrijft hij. ‘Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderarbeid, slavenarbeid, schending van vakbondsrechten, discriminatie op de werkvloer, gebruik van giftige stoffen en verontreinigende productiemethodes.’

Bedrijven vragen zelf om wetgeving

Maar liefst zestig verschillende Belgische ondernemingen en bedrijfsfederaties vragen nu om daar ook op nationaal niveau snel werk van te maken en die voortrekkersrol op te nemen. Dat stellen ze in een brief gericht aan minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir en minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne.

‘De uitdaging is bijzonder complex en het is duidelijk dat individuele vrijwillige initiatieven alleen niet kunnen volstaan.’

Bij de bedrijven zitten onder meer retailers zoals Aldi, grote Belgische modemerken zoals JBC, Bel&Bo en Stanley/Stella (die eerder genoemd zijn in ons onderzoek naar Belgische bedrijven, red.), kleinere kledingwinkels zoals Just Hazel, linnenproducent Kalani, chocoladeproducenten zoals Belvas en Galler en ngo’s zoals Oxfam. De bedrijven en organisaties worden hierin ondersteund door het Trade for Development Centre van Enabel en Fairtrade Belgium.

‘Belgische bedrijven leveren een belangrijke bijdrage aan internationale ontwikkeling en grote delen van onze economie zijn afhankelijk van de invoer van grondstoffen’, zo luidt de brief. ‘Ondanks deze sterke ambities van vele bedrijven, is het ook een gegeven dat veel bedrijven nog steeds, rechtstreeks en onrechtstreeks, een negatieve impact hebben op mens en milieu.’

In de brief verwijzen de bedrijven en organisaties naar cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), waaruit blijkt dat naar schatting 150 miljoen kinderen illegaal tewerkgesteld zijn, waarvan bijna de helft in gevaarlijke omstandigheden. Bovendien zijn zo’n 45,8 miljoen volwassenen het slachtoffer van moderne slavernij.

‘De uitdaging is bijzonder complex en het is duidelijk dat individuele vrijwillige initiatieven alleen niet kunnen volstaan om een economisch model te installeren dat mens en planeet respecteert’, gaat het verder in de brief. ‘Als bedrijven zijn wij dan ook voorstander van een wettelijk kader als onderdeel van een weloverwogen mix van maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het bedrijfsleven en de overheid moeten samen hun verantwoordelijkheid nemen.’

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir reageert positief op de vraag vanuit bedrijven. ‘Dit is een schoolvoorbeeld van hoe overheid en privé als volwaardige partners aan hetzelfde zeel trekken’, klinkt het in een persbericht. ‘Hoe we samen zaken echt kunnen veranderen. Hoe we samen elkaar kunnen versterken in wat een gedeelde bezorgdheid is. En wie werkt ook écht waarderen, dat is eigenlijk heel simpel. Dat is er alles aan doen om ervoor te zorgen dat wie voor je werkt dit op een goede manier kan doen en zich goed voelt. Want ook daar zit de winst.’

Minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne sluit daarbij aan. ‘Naast de initiatieven die op Europees niveau en door de VN worden genomen, is een nationaal kader voor due diligence belangrijk. Op dit moment worden op initiatief van de PS-fractie in de Kamer al de eerste stappen in gezet om tot een ambitieus en coherent kader te komen.’

Kamerlid Christophe Lacroix (PS) heeft hierover zijn wetsvoorstel klaar. Hij was daar al mee bezig vooraleer de ondernemers hun brief aan de overheid overhandigden, meldt Het Belang van Limburg.

Multinationals deden eerder al oproep

Ook andere middenveldorganisaties zoals de Schone Kleren Campagne vragen al langer voor een wetgevend kader omtrent zorgplicht. Ook bedrijven uit het buitenland scharen zich daarachter. ‘Een grote groep internationale bedrijven, waaronder H&M, Inditex en Nestle, hebben zelf al een eigen oproep gedaan voor wetgeving’, vertelt Sara Ceustermans, coördinator van de Schone Kleren Campagne.

Ze verwijst onder meer naar de impact van de coronacrisis, waaruit duidelijk blijkt hoe fragiel toeleveringsketens zijn. ‘De crisis zal zijn impact hebben op aankoopkeuzes op langere termijn’, aldus Ceustermans. ‘Er zijn bedrijven die zullen kiezen om dichterbij te produceren. Sommige bedrijven zullen hun risico’s willen spreiden en juist meer leveranciers kiezen in productielanden. Anderen zullen net voor de langdurige samenwerking met hun partners gaan, waarbij ze meer afnemen bij minder leveranciers.’

‘Initiatieven om transparantie te versterken kunnen paradoxaal genoeg leiden tot het versterken van ongelijkheden in toeleveringsketens.’

Ceustermans hoopt op dat laatste: langdurige samenwerkingen met leveranciers, waar Belgische bedrijven bekend om staan, zijn volgens haar nodig om ketens te verduurzamen. Voor HIVA-onderzoeker Huib Huyse zijn de twee scenario’s mogelijk. ‘Als de aansprakelijkheid van bedrijven te groot wordt, zullen die net afstand nemen van hun leveranciers’, zei hij eerder bij MO*. ‘Terwijl net in langetermijnrelaties een groot stuk van de oplossing zit’, denkt hij ook.

Daarop wijst ook Ann Claes, CEO van Claes Retail Group, waar JBC deel van uitmaakt, als ze uiteenzet waarom ze de brief onderschrijft. ‘Duurzaamheid is een breed en complex gegeven. Partnerschappen spelen daarin een essentiële rol. Net daarom geloven we in de noodzaak van een wettelijk kader. Zo blijven duurzame initiatieven van ondernemers en bedrijven niet enkel een druppel op een hete plaat. We merken dat toekomstige generaties hun stem meer en meer laten horen voor de wereld waarin zij willen leven. En het is aan ons om daar naar te luisteren én te handelen.’

Hoe gelijk is een gelijk speelveld?

HIVA-onderzoeker Boris Verbrugge, die als collega van Huyse thema’s zoals zorgplicht en transparantie opvolgt en zich vooral specialiseert in de mijnbouwindustrie, vreest echter voor mogelijke neveneffecten. ‘Initiatieven om transparantie te versterken kunnen paradoxaal genoeg leiden tot het versterken van ongelijkheden in toeleveringsketens’, vertelt hij. ‘Machtigere actoren zijn namelijk beter in staat om te beantwoorden aan eisen op het vlak van transparantie dan zwakkere actoren, zoals kleine producenten in productielanden, maar ook kmo’s hier in België.’

Verbrugge stelt zich vragen bij grote bedrijven die vragen om wetgeving. ‘Ze redeneren dat zo een gelijk speelveld, een level playing field, gecreëerd wordt.’

‘Het gaat dus eerder over het creëren van een nieuw speelveld, waarop sommigen al een voorsprong hebben ten opzichte van anderen.’

Zo klinkt het ook in de brief gericht aan ministers Kitir en Dermagne. ‘Het voorkomen, identificeren en actief bestrijden van schendingen van de mensenrechten en het milieu in internationale ketens brengt kosten en investeringen met zich mee’, zo schrijven de ondertekenaars. ‘Een wetgeving biedt ook stimulansen, beloont inspanningen en creëert zo een gelijk speelveld tussen bedrijven.’

‘Maar het speelveld is nooit helemaal gelijk’, meent Verbrugge. ‘Grote bedrijven en machtige leveranciers kunnen bepaalde normen halen, bepaalde standaarden afleveren. Andere bedrijven kunnen dat gewoonweg niet. Zwakke actoren, zowel hier als in het zuiden, kunnen daar de dupe van worden.’

‘Het gaat dus eerder over het creëren van een nieuw speelveld, waarop sommigen – vaak grote bedrijven met voldoende middelen – al een voorsprong hebben ten opzichte van anderen’, vat de onderzoeker samen. Multinationals zullen geneigd zijn om op zoek te gaan naar grotere leveranciers die verschillende processen kunnen bundelen en harde garanties geven op het vlak van zorgplicht, redeneert hij.

‘Op die manier sluit je mogelijk een heleboel kleine en informele actoren uit, die riskeren om nog meer gemarginaliseerd te worden. Waar moeten zij heen? Dan gaan zij bijvoorbeeld aan China leveren, onder de standaard.’

Strikte wetgeving is weinig evident

EU-kenner Jan Orbie vreest bovendien dat Europese wetgeving enkel van toepassing zal zijn op een beperkt aantal bedrijven. Daarnaast denkt hij dat wetgeving vaag zal blijven over wat de juridische verantwoordelijkheid van die bedrijven precies is. Als dat wel het geval is, zullen Europese bedrijven volgens professor Orbie een pak voorzichtiger worden. ‘Ofwel gaan ze misstanden actief moeten opvolgen, wat tijd, geld en moeite kost,’ aldus de prof, ‘ofwel gaan ze de waardeketens inkorten en dichterbij produceren om de controle te vergemakkelijken. In beide gevallen zal de handel verminderen, de prijs stijgen en de consumptie dalen.’

‘De echte verandering zal niet komen van de EU en andere Europese overheden.’

In werkelijkheid zal het vermoedelijk niet zo’n vaart lopen, meent Orbie. ‘Er is ook een ambitieuzer VN-verdrag over Transnationale Bedrijven en Mensenrechten opgestart in 2014, maar in onderhandelingen was de EU steeds terughoudend. De voorbije jaren slaagde de EU erin om de meest ambitieuze bepalingen van het ontwerpverdrag af te zwakken.

Daaruit leidt de prof af dat een strikte due diligence-wetgeving op Europees niveau niet evident zal zijn. ‘De echte verandering zal niet komen van de EU en andere Europese overheden, maar vooral van activistische ngo’s en kritische consumenten die zich daar vragen over blijven stellen. En van lokale overheden en instellingen zoals universiteiten die wel inspanningen leveren door onder andere openbare aanbestedingen te verduurzamen en bijvoorbeeld duurzame labojassen aan te kopen.’

En van bedrijven, blijkt nu ook duidelijk uit de oproep van de zestig Belgische ondernemingen en de multinationals die hen voorgingen. Al heeft vooral collega-onderzoeker Boris Verbrugge daar nog steeds zijn bedenkingen bij.

‘Als een machtige lobby zoals pakweg de chocoladelobby zelf vragende partij is voor wetgeving, dan moet je je als onderzoeker de vraag stellen wat zij daarbij te winnen hebben. Beleidsmakers zullen moeten opletten dat de toekomstige wetgeving niet volledig de agenda van machtige bedrijven en consultants volgt. Anders krijg je een nieuwe race to the bottom, deze keer met hoogwaardige en minderwaardige ketens.’

Om dat te vermijden, moeten bedrijven niet enkel op de allergrootste leveranciers vertrouwen, maar ook durven te investeren in de informele delen van de toeleveringsketen, waar veel zwakkere actoren zich bevinden. ‘Alleen vrees ik dat zij die investering niet zullen willen dragen’, besluit Verbrugge, ‘net omdat ze geen risico willen lopen op het vlak van zorgplicht.’