Verkiezingen in Bosnië: pest, cholera of toch maar delen?

Op 12 oktober trekt Bosnië-Herzegovina naar de stembus om een nieuw federaal presidentsschap en Huis van Afgevaardigden te kiezen. Ook de Servische Republiek en de Federatie van Bosnjakken en Kroaten krijgen een nieuwe regering. De inzet is hoog, de verwachtingen zijn laaggespannen.

Vandaag zijn de fundamenten danig aangetast dat Bosnië-Herzegovina op instorten staat.

Het Bosnische kiessysteem werd tijdens de vredesonderhandelingen van 1995 vastgelegd als onderdeel van de nieuwe Bosnische grondwet. Die grondwet is niet veel meer dan een bijlage bij het Verdrag van Dayton. Het was al goed zo, als de oorlog maar ophield.

Het Verdrag van Dayton werd mee onderhandeld door de Kroatische oorlogspresident Franjo Tudjman en Slobodan Milošević. Die laatste werd aangesteld als plaatsvervanger voor Radovan Karadžić, omdat die als leider van de Bosnische Serviërs niet aanwezig kon zijn wegens oorlog aan het voeren.

Voor de oorlog al hadden Tudjman en Milošević getracht Bosnië onder elkaar te verdelen. Ergo verdeelde Dayton het land langs nieuwe politiek-etnisch geïnspireerde frontlijnen die het land blijvend segregeren. Al in 1995 wist men dat de architectuur van Bosnië-Herzegovina de tijd niet kan doorstaan. Vandaag zijn de fundamenten danig aangetast dat het land op instorten staat.

© Thomas Auman

Evenwichtige vertegenwoordiging

Voor de verkiezingen van 12 oktober 2014 zijn er meer kandidaten en partijen dan ooit tevoren, maar vraag is of kwantiteit ook kwaliteit betekent.

Het kiessysteem bepaalt dat het presidentschap met roterend voorzitterschap rechtstreeks wordt verkozen. De Federatie van Bosnjakken en Kroaten kiezen een Bosnische en Kroatische president. In de Servische Republiek wordt een Servische president aangesteld. Uiteraard wint de kandidaat die het best de belangen van de eigen gemeenschap behartigt.

Het federaal parlement in Bosnië-Herzegovina bestaat uit twee kamers. Voor het Huis van Afgevaardigden worden 42 leden verkozen uit de kandidaatslijsten van de verschillende partijen. De zetels worden toegewezen aan de partijen, in verhouding tot het aantal stemmen dat een partij behaalt.

Om een evenwichtige vertegenwoordiging van de drie “etnische groepen” te behouden, zijn 14 zitjes voorbehouden voor de Servische Republiek en 28 voor de federatie van Bosnjakken en Kroaten. Kleine of nieuwe partijen maken daardoor weinig kans op een plaats en dus zijn coalitiewissels zijn schering en inslag.

Na de vorige verkiezingsronde in 2010 duurde het 16 maanden om tot een regering te komen. Tijdige allianties omwille van gedeelde belangen werden na een paar weken of dagen alweer werden verbroken om nieuwe coalities aan te gaan over andere onderwerpen. Politici zwermen als muggen rond de zelfverklaarde tsaar en zijn kleine rijkje.

Voor de verkiezingen van 12 oktober 2014 zijn er meer kandidaten en partijen dan ooit tevoren, maar vraag is of kwantiteit ook kwaliteit betekent. Opnieuw dreigt Bosnië te verzanden in uitzichtloze regeringsonderhandelingen.

Politieke vooruitgang lamgelegd

De tweede kamer van het parlement, het Huis van het Volk, telt vijftien zetels, netjes verdeeld onder de drie constituerende volken. De leden worden niet rechtstreeks verkozen, maar aangesteld door de parlementen van de twee entiteiten. Opzet is dat geen wet kan worden goedgekeurd zonder dat de drie constituerende volken akkoord gaan.

De uitkomst echter is dat elke politieke vooruitgang in het Bosnisch parlement wordt lamgelegd. Vooral de Servische Republiek, onder leiding van über-nationalist Milrorad Dodik, gebruikt het Huis van het Volk om de boodschap te verkondigen dat Bosnië een disfunctionele staat is en een scheiding de enige oplossing is. De Kroaten ijveren op hun beurt steeds meer voor een eigen entiteit onafhankelijk van de federatie met Bosnjakken. Die laatsten willen echter meer centralisatie met meer bevoegdheden voor het federale niveau. Anders dan Kroaten en Serviërs hebben Bosnjakken geen grote broer als buurman.

Roma en joden kunnen geen president worden

In 2006 spannen Dervo Sejdić en Jakob Finci bij het Europese Hof voor Mensenrechten een proces aan tegen de Bosnische staat omdat ze zich als Roma en Jood niet kandidaat kunnen stellen als president of als kandidaat voor het Huis van het Volk. Ook al wonen Roma en Joden sinds eeuwen in Bosnië, Dayton bepaalt dat enkel leden van de drie constituerende volken zich kandidaat kunnen stellen. Vergeten.

Het hof oordeelde dat Bosnië zijn grondwet moet aanpassen om al zijn burgers het recht te geven aan de verkiezingen deel te nemen. De EU kondigde aan dat het de verkiezingsresultaten niet gaat erkennen als de grondwet niet is gewijzigd, wat tot vandaag niet gebeurd.

De befaamde zaak Sejdić-Finci kreeg er ondertussen een derde naam bij. Mevrouw Zornić weigert zichzelf te laten categoriseren onder een etnische groep maar ziet zich als burger van Bosnië-Herzegovina. Paradoxaal, maar ook zo iemand kan dus onmogelijk president worden. Het Europese Hof voor Mensenrechten geeft ook haar gelijk.

© Thomas Auman

Goedkoop gas uit Rusland

De Bosniër op straat stelt meer hoop in de posters die de elektronische sigaret aanbieden dan in de wuivende politici.

Veel burgers reageren op de verkiezingscampagne met een mix van onverschilligheid, irritatie en regelrechte woede. De Bosniër op straat stelt meer hoop in de posters die de elektronische sigaret aanbieden dan in de wuivende politici.

De campagnewagen van Milorad Dodik is voor de gelegenheid aangekleed met een dubbelportret. Poetin voorop, met op de achtergrond een breed glimlachende Dodik. Recentelijk tekende Dodik een overeenkomst met Gasprom waardoor de Servische Republiek voor gas, en later elektriciteit, onafhankelijk wordt van Bosnië. De overeenkomst kadert in het South Stream-project: een nieuwe gaspijpleiding die Oekraïne omzeilt.

Met South Stream kan Poetin de gaskraan van Oekraïne dichtdraaien zonder de levering aan andere landen in gevaar te brengen. Goedkoop gas voor de Servische Republiek is de beloning. Dodik scoort. De Federatie hoopt tegen eind dit jaar een overeenkomst te hebben met een concessiehouder die naar olie mag zoeken.

Provocatie

‘Waarom proberen ze ons verder te scheiden, we zijn toch al gescheiden?’

Dodik voert in de Servische Republiek sinds jaren een “bureaucratische etnische zuivering”: teruggekeerde Kroaten en Bosnjakken wordt het leven zuur gemaakt door hen documenten en openbare dienstverlening te weigeren. Wie bijvoorbeeld in de Federatie gaat werken, wordt er van beschuldigd geen permanente resident te zijn en krijgt geen toegang tot de gezondheidszorg. Een stem uitbrengen, zit er voor hen niet in.

Het Schots referendum geeft Dodik vleugels. ‘Wat de uitkomst van het referendum in Schotland ook mag zijn, de Europese Unie heeft geen enkel moreel recht meer om onze vraag naar een referendum te veroordelen, net als het voor de Russen in Oekraïne kan beslissen in welk land ze willen wonen.’

Dodik krijgt een verzamelde oppositie tegen zich die volgens Dodik geen schijn van kans maakt. En mocht ze al winnen, dan ‘betekent dit het einde van de Servische Republiek’.

De verkiezingscampagne was amper begonnen, of Serviërs uit Oost Sarajevo plaatsten een tien meter hoog kruis op een punt van waaruit Sarajevo vier jaar lang werd beschoten.

‘Een provocatie’, klinkt het in koor. ‘Waarom proberen ze ons verder te scheiden, we zijn toch al gescheiden?’

Banden met de georganiseerde misdaad

Ook in Bosnië is men onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

In de schaduw van het kruis is de Berlusconi-achtige Fahrudin Radončić de grote uitdager van Bosnjaks president Bakir Izetbegović. Radončić: mediatycoon, zakenman en staatsman met het gerecht op de hielen. Hoofd van een van de sterkste Albanese maffiaclans Naser Kelmendi is een vriend.

Ook Bakir Izetbegović is als president wel vaker in verband gebracht met corruptie en banden met de georganiseerde misdaad. Maar ook in Bosnië is men onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

Beide kandidaten beloven een sterke strijd tegen misdaad en corruptie. Radončić legt de focus op economie en infrastructurele ontwikkeling. Om te tonen hoe dat moet, bouwde Radončić in Sarajevo met de verdiensten van zijn mediabedrijf het hoogste gebouw in de Balkan, de Avaz Twist Tower.

Als zoon van oorlogspresident Alija Izetbegović legt Bakir in zijn campagne de nadruk op ‘een sterkere vereniging van Bosnjakken tegen de pogingen van de Servische republiek en Kroaten om het land te verdelen.’ Een boodschap die goed valt bij de jongere naoorlogse generatie maar Servische en Kroatische nationalisten dieper in de loopgraven jaagt. De Bosnjakse winnaar in de Federatie loopt hoe dan ook tegen een Kroatische counter.

© Thomas Auman

‘Tijd voor een échte Kroaat’

Het blijft wachten op een nieuwe generatie politici die hun carrière niet in de oorlog zijn gestart en evenmin hun vingers hebben verbrand aan de economische transitieperiode na Dayton.

Kroatisch president wordt zo goed als zeker iemand uit het nationalistische HDZ-kamp. HDZ werd net voor de desintegratie van Joegoslavië als Kroatische eenheidspartij. Bij HDZ-BiH, de Bosnische afdeling van HDZ, is Dragan Čović de sterkste kandidaat.

Naar eigen zeggen is Čović een ‘echte Kroaat’ – in tegenstelling tot huidig president voor de Kroaten Željko Komšić. Die laatste zou een ‘valse Kroaat’ zijn want verkozen dankzij veel Bosnjakse stemmen. ‘Hoog tijd dat er weer een échte Kroaat de belangen van de Kroaten verdedigt.’

Čović is meermaals in beschuldiging gesteld voor machtsmisbruik. In 2002 was hij al eens verkozen maar werd na een rist aanklachten voor corruptie door toenmalig hoog gezant Paddy Ashdown uit het presidentschap verwijderd.

‘Een politieke afrekening’ is de reguliere verdediging van Bosnische politici bij gerechtelijke aantijgingen.

Bij HDZ-1990, een splinter van HDZ-BiH, is Martin Raguž de sterke man. Uiteraard is ook hij voorstander van meer zelfstandigheid voor Kroaten, al vindt Raguž niet dat Kroatië het thuisland van de Bosnische Kroaten is. De kans bestaat dat hij heel wat stemmen haalt bij Bosnjakken in Herzegovina, die eenvoudig hopen dat Čović het niet wordt. Een doorn in het oog van HDZ-BiH.

Het blijft wachten op een nieuwe generatie politici die hun carrière niet in de oorlog zijn gestart en evenmin hun vingers hebben verbrand aan de economische transitieperiode na Dayton.

Rampjaar 2014 nog niet voorbij

Sinds 1995 lieten in Bosnië-Herzegovina 600 mensen, vooral kinderen, het leven door landmijnen.

2014 was niet bepaald een goed jaar voor Bosnië-Herzegovina. In mei 2014 spoelden zware overstromingen letterlijk de protestbeweging weg die duizenden Bosniërs op straat had gebracht tegen corruptie en politieke stilstand.

Door de overstromingen bleven een miljoen Bosniërs ontheemd achter. De schade wordt geschat op twee miljard euro. Geen grote mediacampagnes voor dit land. Donorfondsen van de Verenigde Staten, Japan en Europa kunnen niet worden vrijgemaakt omdat de autoriteiten geen flauw idee hebben hoe ze de wederopbouw moeten organiseren en omdat ze het papierwerk niet rond krijgen.

Noodfondsen die toch in handen van lokale politici komen – 300 miljoen van het IMF en de Wereldbank – verdwijnen in verkiezingscampagnes en worden gebruikt om achterstallige pensioenen en lonen te betalen, zo net voor de verkiezingen.

Duizenden landmijnen spoelden bij de overstromingen weg. Het zou nog 26 jaar gekost hebben om het land te ontmijnen maar door de overstromingen en geldgebrek staat het ganse project op de helling. Sinds 1995 lieten 600 mensen, vooral kinderen, het leven door landmijnen. Ervaren ontmijners worden niet meer betaald en gaan dan maar werken in Irak.

Op de rand van het faillissement

De Bosniër heeft geproefd van democratie. Het bevalt.

Na 12 oktober wordt het niet beter. De kans bestaat dat Bosnië tegen eind 2014 failliet is. Het land bevindt zich in eenzelfde situatie als Joegoslavië voor het barstte onder de druk van economische tegenspoed en politieke onbestuurbaarheid. Zonder buitenlandse inmenging kan Bosnië-Herzegovina zichzelf niet heruitvinden.  Washington en Brussel zijn echter bang om de doos van Pandora te openen en duwen het land steeds verder in zijn lethargische toestand. In Bosnië zijn de meeste politici eigenlijk wel tevreden met de geïnstitutionaliseerde verdeel- en heerspolitiek die Dayton hen schonk. Het heeft hen geen windeieren gelegd.

‘Ik heb nooit tegen Serviërs of om het even welke andere bevolkingsgroep gevochten. Ik wou enkel de fatsoenlijke mensen van deze stad beschermen, ik vocht tegen criminelen’, zegt een Sarajevo-veteraan. Twintig jaar later is etnische verdeeldheid en criminaliteit de norm in de Bosnische politiek. Van fatsoen is maar weinig meer te merken.

Het voorjaarsprotest en de volksvergaderingen smeulen nog na. Aanslepende regeringsonderhandelingen zijn vonken en zuurstof voor het straatprotest en de plenums.

In juni nog stelde de denktank Koalicija 143 haar Municipality model voor: een grondig uitgewerkt voorstel om de staat te herleiden tot twee niveaus, zonder de entiteiten en kantons. Met internationale hulp en nieuw massaal georganiseerd protest maken soortgelijke projecten een kansje.

De Bosniër heeft geproefd van democratie, en het bevalt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift