BRICS zetten de trend in mondiaal sociaal beleid

Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika blijken niet immuun voor de aanslepende economische crisis in de rijke landen. Luc Cortebeeck geeft de meest recente cijfers en verwachtingen, niet alleen voor economische groei en tewerkstelling, maar ook voor sociale bescherming. Zorgen de BRICS voor een andere wereld?

  • Amber Case (CC BY-NC 2.0) Illustratie van het "BRICS-eiland". Luc Cortebeeck: ‘Over de toekomst van de BRICS zijn we niet zo zeker, maar zij zijn vandaag ongetwijfeld de trendsetters in de uitbouw van sociale bescherming en sociale zekerheidssystemen.’ Amber Case (CC BY-NC 2.0)
  • Carlos Verneque (CC BY-SA 2.0) De ontwaarding van de Braziliaanse munt, de real, doet de import van Brazilië dalen. Carlos Verneque (CC BY-SA 2.0)
  • Caius Gracchus (CC BY-NC-ND 2.0) De private consumptie in India is dit jaar 7 procent gestegen tegenover 6,3 procent vorig jaar. Caius Gracchus (CC BY-NC-ND 2.0)
  • sandeepachetan.com (CC BY-NC-ND 2.0) Een man verkoopt zonnebrillen op straat in Ahmedabad, India. sandeepachetan.com (CC BY-NC-ND 2.0)

Net toen de klassieke industriële economiën het door de financiële en schuldencrisis lieten afweten, vormden Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika methun groei-economieën een goed tegengewicht. Terwijl de oude economische wereld zijn heil zocht in een stug besparingsbeleid, investeerden die nieuwe groeilanden in infrastructuur en sociaal beleid.

Dat gebeurde en gebeurt wel op heel onderscheiden wijze en met verschillende snelheden, want ondanks enkele gemeenschappelijke kenmerken, blijven het heel verschillende landen.

Terwijl wij de rand van de crisiskrater maar niet over geraken, zijn nu ook enkele BRICS, de ene meer dan de andere, in zwaar economisch weer terechtgekomen. Dat blijkt onder meer uit de heel recente momentopnamen die het IAO-researchdepartement (Internationale Arbeidsorganisatie) maakte, zich baserend op eigen materiaal en dat van OESO, IMF en Wereldbank.

Wij weten hoe relatief dergelijke ‘foto’s’ zijn. Eén of andere nationale of internationale gebeurtenis kan volstaan om in een paar dagen of een paar weken de cijfers en verwachtingen te wijzigen. Maar ze maken wel een vergelijking mogelijk. Nu al komen sommige economen in de opkomnede landen aandraven met hun ‘austerity-gereedschapskoffer’. Maar uit de gegevens blijkt dat die strikte besparingstools ook in deze landen niet veel resultaten kunnen opleveren.

Komt Brazilië in 2016 uit de recessie?

De negatieve groei van 1,5 procent dit jaar staat in schril contrast met de groei van enkele jaren voordien. De nieuwe beleidsmix van presidente Dilma Rousseff, gericht op competitiviteit, is daar niet vreemd aan. Ze voert een hard bezuinigingsbeleid gecombineerd met een devaluatie van de Brazliaanse munt van wel 20 procent sedert januari.

In de praktijk gaan private consumptie en overheidsbesteding er met respectievelijk 1,2 procent en 1,5 procent op achteruit. De investeringen dalen met 7 procent dit jaar, na een daling van 4 procent in 2014. Vooral de buitenlandse investeerders laten het afweten: -35 procent. Zij deinzen terug voor de corruptie in sommige overheidskringen en politieke partijen.

De ontwaarding van de Braziliaanse munt, de real, doet de import met 4,1 procent dalen. De devaluatie is bedoeld om het begrotingstekort terug te dringen, dat dit jaar 3,5 procent zou bedragen. Dat is beter dan in 2014 (4,5 procent), maar sedert 1998 kende Brazilië geen begrotingstekorten meer, tot vorig jaar. Ondanks wat voorafgaat zou Brazilië volgend jaar opnieuw uit het dal klimmen met een groei van 1,6 procent.

Carlos Verneque (CC BY-SA 2.0)

De ontwaarding van de Braziliaanse munt, de real, doet de import van Brazilië dalen.

Rusland volgend jaar opnieuw boven water?

De Europese sancties en de dalende olieprijs doen Moskou pijn. Het Bruto Binnenlands Product moet het ook in Rusland ontgelden (-2,6 procent). Het strakke begrotingsbeleid doet de consumptie van de gezinnen krimpen. Bovendien is het risico op een verdere daling van de olieprijs vrij groot.

De sancties en dalende olieprijs doen Moskou pijn.

De verwerkende nijverheid gaat er met 0,6 procent op achteruit en de grote en kleine detailhandel krijgen een dreun van 7,6 procent. Alleen de sector van mineralen, mijnen en delfstoffen groeit wel fors, met 4,9 procent.

Economisch is het land op middellange termijn erg afhankelijk van olie en grondstoffen, en de dalende beroepsbevolking is evenmin goed nieuws. Daardoor zou Rusland volgend jaar slechts met 0,6 procent groeien, dat zou stilaan 2 procent kunnen worden in 2017-2019.

India, stevigste groeier zonder problemen?

Op het eerste zicht is India veruit de grootste echte groeier met 7,5 procent dit jaar, zelfs iets beter dan in 2014 (+7,3 procent) en volgend jaar zou India er zelfs 7,7 procent van maken.

Voor de periode 2017-2019 wordt een iets lagere gemiddelde groei verwacht, maar die zou toch nog 7 procent bedragen. Dit is vooral het gevolg van de sterke groei van de private consumptie, die is dit jaar 7 procent gestegen tegenover 6,3 procent vorig jaar. De prijzen dalen een beetje, er zijn meer mensen aan het werk en ze verdienen ook hogere lonen.

Tot daar het goede nieuws want de overheid besteedt 8 procent minder, zodat de rol van de sociale zekerheid verzwakt. Waarnemers vrezen voor een afname van de armoedebestrijding. En op economisch vlak daalt de export met 4,2 procent. Dat zou terug verbeteren, maar het niveau van 2009 zou niet meer bereikt worden.

Caius Gracchus (CC BY-NC-ND 2.0)

De private consumptie in India is dit jaar 7 procent gestegen tegenover 6,3 procent vorig jaar.

China, groeier met een immobubbel?

China groeit nog altijd met 6,9 procent, dat was vorig jaar wel 7,4 procent en de groei zou verder vertragen tot 5,6 procent in 2019. Het is de binnenlandse vraag die trager groeit. Dit jaar wordt op +3,9 procent gerekend, dat was vorig jaar nog 7,2 procent. Hetzelfde gebeurt met de investeringsgroei, nog altijd 3,8 procent maar ook komend van 7,5 procent in 2014.

De explosieve bouwsector zou over zijn hoogtepunt heen zijn, er wordt gevreesd voor een prijscrash van de gebouwen. De financiële sector heeft ook problemen en moet een toontje lager zingen en dat zou kredietbeperkingen voor de reële economie voor gevolg kunnen hebben. Het land wil nochtans investeren, denk maar aan de nieuwe ‘zijderoutes’ in het One Road One Belt project .

Zuid-Afrika, groeier ook in jobs?

Groei is er nog steeds in de Zuid-Afrikaanse economie, maar slechts met 2 procent want de vraag is dalende en de exportprijzen van de belangrijkste minerale grondstoffen gaan ook naar beneden. Het toerisme doet het minder goed. Toch zou de groei volgende jaren versterken met 2,5 procent in 2016 en 3,1 procent in 2017. De wereldvraag naar minerale grondstoffen zou opnieuw aantrekken evenals de regionale handel dankzij de groei elders in Afrika.

De grote uitdaging is de werkloosheid. Met 24,3 procent van de beroepsbevolking zonder werk en een jeugdwerkloosheid van 49 procent, legt die een tijdbom onder economie en samenleving. De verwerkende nijverheid krimpt en algemeen creëert de economie geen bijkomende jobs.

Het land kampt met een begrotingstekort van 5,2 procent, dat in 2016 zou dalen tot 4,9 procent. De export staat onder druk door de slechte arbeidsverhoudingen in de mijnsector met vele en soms langdurige stakingen tot gevolg in de sector die goed is voor meer dan 50 procent van de export.

Hebben we een beeld van het sociaal beleid in de BRICS?

Dat hebben we. Er zijn gegevens, niet altijd gemakkelijk vergelijkbaar, maar er zijn indicaties over sociale bescherming, zowel wat betreft sociale zekerheid als arbeidswetgeving. Om een idee te hebben hoe de sociale bescherming in de BRICS evolueert, kijken we naar de pensioenen, de werkloosheidsverzekering, de gezondheidszorg en de arbeidswetgeving.

De IAO is goed geplaatst om deze oefening te doen, aangezien Social Protection een van de hoofddoelstellingen is van de IAO, samen met  ‘Decent Work’ (Waardig Werk). De organisatie die geleid wordt door regeringen, werkgevers en werknemers werkt bijvoorbeeld in 94 landen aan de uitbouw van een ‘Social Protection Floor’.  In 2014 stemden vertegenwoordigers uit de hele wereld in de Internationale Arbeidsconferentie voor een aanbeveling met deze titel. ‘Sociale bescherming’ en ‘Waardig Werk’ zijn ook terug te vinden in de ‘Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen’, zopas in september 2015 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De IAO heeft er hard aan gewerkt.

Pensioenen, een groeiende sector

Terwijl bij ons het geloof van jonge mensen in een pensioen voor later stelselmatig afneemt, zien we dat wereldwijd gebouwd wordt aan pensioensystemen, het meest in de BRICS maar ook in heel wat andere landen. De verbetering zit in de eerste plaats in de uitbreiding van het aantal groepen en mensen die kunnen genieten van een pensioen.

Er is een wettelijke en effectieve dekking in Brazilië, Rusland en Zuid-Afrika. India heeft de pensioenrechten wettelijk verbreed. In 1990 had minder dan 5 procent van de bevolking pensioenrechten, dat was in 2013 gegroeid tot 80 procent, maar de uitvoering stokt, zoals hoger beschreven.

China heeft sedert 2009 een breed wettelijk systeem en voert het doeltreffend uit, in 2020 zou een universele dekking bereikt zijn. Dat kan, want het land zit nu al bij de 95 procent.

sandeepachetan.com (CC BY-NC-ND 2.0)

Een man verkoopt zonnebrillen op straat in Ahmedabad, India.

Innovatieve werkloosheidsverzekering in sommige BRICS

Het beeld van de werkloosheidsverzekering is veel minder rooskleurig. In de ontwikkelingslanden is deze helemaal afwezig. De werkloosheidsbescherming wordt enger en steeds meer voorwaardelijk, meestal in de tijd beperkt, ook in onze landen. Mensen met beperkte en precaire arbeidsovereenkomsten hebben weinig rechten, ook in de industriële landen.

Toch worden in sommige BRICS innovatieve systemen uitgewerkt om in toenemende mate werknemers uit de informele economie te betrekken. Dat geldt zeker voor Brazilië, China en Zuid-Afrika, waar de inkomenszekerheid van werknemers verbeterd is.

Zo hebben bijvoorbeeld de domestic workers ( huispersoneel) een werkloosheidsverzekering in Brazilië en Zuid-Afrika. Op die wijze trachten deze landen Conventie 189 van de IAO (2011) na te leven. In Brazilië zijn alle ‘zelfstandigen’ (schijnzelfstandigen of niet) verplicht verzekerd, wat tot een hoge dekkingsgraad leidt.

Gezondheidzorg, een gemeenschappelijk BRICS-thema

De BRICS hebben uiteraard gezondheidszorg, maar ze besteden er nog te weinig middelen aan, in verhouding tot hun bruto binnenlands product (bbp): India 1,3 procent, Rusland 3,3 procent, Zuid-Afrika 4,0 procent, Brazilië 4,3 procent, China 5,2 procent. Die percentages zouden moeten en kunnen groeien naar 8 procent tot 13 procent.

Ook al zijn ze zich zeer bewust van hun verscheidenheid, toch hebben de leiders van de BRICS-landen hun redenen om bij elkaar steun te zoeken.

De gezondheidszorg is in alle BRICS gemengd publiek-privé, met een overwicht van de publieke sector voor de financiering van het systeem en de kost van de zorg. Die publieke dimensie is het sterkst in Brazilië en Rusland. In deze landen is de dekking ook universeel en gratis. Gezondheidszorg is een grondwettelijk recht in Brazilië en Rusland. In Zuid-Afrika en India zijn er vele hiaten waarvan vooral rurale en arme gezinnen het slachtoffer zijn.

In alle BRICS wordt gesleuteld aan de systemen. In Brazilië werden in 2011 zorgsystemen en medische technologieën samengebracht in een Verenigd Nationaal Gezondheidssysteem. In Rusland wordt nu (2015-2016) de toegang tot generieke geneesmiddelen verbeterd door ingrepen van de overheid op de prijzen, gekoppeld aan een algemeen terugbetalingssysteem.

In India tracht men in een programma, dat van 2012 tot 2017 loopt, de toegang tot essentiële geneesmiddelen te verbeteren door de prijzen betaalbaar te maken. India hoopt daarin te slagen via lobbying ten aanzien van de farmaceutische industrie en door een betere regulering van de bevoorradingssystemen.

China heeft in 2013 de efficiëntie van het systeem verbeterd door de fusie van drie gezondheidsverzekeringen (de werknemers in de steden, de bewoners van steden, de coöperatie van de rurale gebieden). Zuid-Afrika zette in 2013 een programma op dat de toegang tot medische technologieën en duurzame gezondheidszorg moet verbeteren.

Het is bekend dat de staatshoofden van de BRICS elkaar jaarlijks ontmoeten om hun positie in de wereld te evalueren en te versterken. Ook al zijn ze zich zeer bewust van hun verscheidenheid, toch hebben ze hun redenen om bij elkaar steun te zoeken. Minder bekend is de beslissing van hun ministers van Volksgezondheid binnen dit kader (januari 2013) om vijf thematische werkgroepen op te richten:

  • Strategische gezondheidstechnologieën voor overdraagbare ziekten (o.l.v. Brazilië)
  • Medische technologieën (o.l.v. Russische Federatie)
  • Versterking systemen medisch toezicht (o.l.v. India)
  • Ontwerpen en ontwikkelen nieuwe medicatie (o.l.v. China)
  • Gezondheidspreventie en universele dekking (o.l.v. Zuid-Afrika)

Dit maakt duidelijk dat het de BRICS menens is met de uitbouw van de gezondheidszorg en dat ze er ook van uitgaan dat ze elkaar daarbij kunnen steunen.

Arbeidsbescherming, in sommige groeilanden versterkt

Onze westerse economieën willen de arbeidsbescherming hervormen, zeg maar flexibiliseren en verzwakken onder impuls van de internationale economische instellingen, om de groei te stimuleren en de werkgelegenheid te bevorderen.

Inmiddels klinken er uit de onderzoeksdepartementen van dezelfde internationale instellingen pleidooien om de kwaliteit van het werk te verbeteren. Maar die mooie woorden staan ver van de consignes die IMF en Wereldbank aan de regeringen geven en ver van de realiteit van de meeste werknemers .

Vele nieuwe types arbeidsovereenkomsten en arbeidsvormen ontsnappen aan regulering met als gevolg dat massa’s werknemers een adequate bescherming verliezen. De World Employment and Social Outlook 2015 van de IAO draagt dit jaar niet voor niets de titel: The changing nature of jobs. Driekwart van de werknemers in de wereld werkt met tijdelijke of kortlopende contracten, in informele banen en vaak zonder overeenkomst. Die tendens is ook toenemend aanwezig in de klassieke industrielanden.

Toch werden in groeilanden bepaalde aspecten van de arbeidswetgeving versterkt (Argentinië, Chili, China, Colombia, India, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika, Turkije) door meer gelijke behandeling van part-time, contracten bepaalde duur, uitzendarbeid en werk aangeboden door agentschappen.

De BRICS internationaal aan het stuur

In de Raad van Bestuur van de IAO en de Internationale Arbeidsconferentie hebben we de verschuiving van krachtsverhoudingen goed kunnen volgen. De regeringen zijn verenigd in groepen. De tijd dat de lakens werden uitgedeeld door IMEC (Industrialized Market Economy Countries), zeg maar de OESO-landen met daarin de Verenigde Staten en Canada aan het roer, is voorbij.

Binnen IMEC waren de landen van de Europese Unie de trekker voor de sociale markteconomie. Europa stond aan de wieg van vele internationale arbeidsconventies, maar gaat nu steeds meer de richting uit van arbeidsmarkthervormingen en strikt begrotingsbeleid. De zogenaamde programmalanden zoals Griekenland, Cyprus, Italië, Spanje en Portugal - onder curatele van de Trojka - respecteren een aantal IAO-conventies niet meer. Beslissingen in de IAO Raad van Bestuur kunnen de Europese landen de laatste jaren slechts nemen na heel veel consultatie en overleg. Zij werden eerder volgers dan trekkers.

GRULAC (Group of Latin American and Carribean Countries) heeft als groep het meest aan invloed gewonnen. Grulac staat onder de feitelijke leiding van Brazilië, dat investeert in inhoudelijk sterke diplomaten. Dit is de landengroep met de meest sociaal geïnspireerde standpunten. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit niet het geval is wanneer de toepassing van één of andere IAO-conventie in een Zuid-Amerikaans land ter discussie staat, dan is het ‘allen voor één’. Dan nemen ze zonder veel nuance de verdediging op van het buurland. De contacten met de Latino-landen verloopt meestal heel vlot.

Dat laatste geldt ook zij het in iets mindere mate voor ASPAG (Asian Pacific Group), die ook steeds meer prominent naar voor komt maar dan als sociaal conservatief. Naast Japan spelen nu vooral China en India er een sterke rol. China durft onder implus van de (officiële) Chinese vakbond ACFTU al eens een extra sociale klemtoon leggen.

De AFRICAN GROUP maakt een bijzondere evolutie door. De houding was tot voor enkele jaren vrij sterk sociaal geïnspireerd. Ook in deze groep speelt een BRICS-land, nl. Zuid-Afrika een sterke rol. Maar het Zuid-Afrika van president Zuma en het huidige ANC heeft nog weinig vandoen met het ANC en de visie van Nelson Mandela. Die sociale inspiratie is alleszins in de IAO zoek. Afrika heeft ook de verwijzing van een intern IAO-dispuut over het stakingsrecht naar het Internationaal Gerechtshof in De Haag verhinderd. De vervolging van voormalige Afrikaanse staatslieden door het Internationaal Strafhof zijn niet vreemd aan die allergie voor Den Haag.

Amber Case (CC BY-NC 2.0)

Illustratie van het “BRICS-eiland”. Luc Cortebeeck: ‘Over de toekomst van de BRICS zijn we niet zo zeker, maar zij zijn vandaag ongetwijfeld de trendsetters in de uitbouw van sociale bescherming en sociale zekerheidssystemen.’

Mogelijke trends in de BRICS

Economisch is de negatieve groei in Latijns-Amerika zeker geen goed nieuws. De werkloosheid stijgt er na een periode van dalende werkloosheid. Zal Brazilië de politiek van sociale zekerheid verder volgen? Het was één van de succesfactoren van hun groei.

De jeugdwerkloosheid blijft een zorg in alle groeilanden.

De groeivertraging heeft weinig impact op de werkgelegenheid in Azië. Maar de armoedebestrijding vertraagt, ook in China. De belangrijkste vooruitgang werd er gemaakt door werknemers vanuit de rurale regio’s naar de stad te brengen, maar de verstedelijking zal vertragen als de groei vertraagt. Toch wordt verwacht dat het beleid van sociale bescherming zal doorgezet worden.

Ondanks de stevige groei zijn er voor India veel meer twijfels over het toekomstig sociaal beleid.

Rusland lijdt onder de politieke situatie, de Europese economische sancties en de val van de olieprijzen.

De jeugdwerkloosheid blijft een zorg in alle groeilanden, zeker in Zuid-Afrika is de toestand alarmerend. De werkgelegenheid van jongeren groeide in de BRICS  traag maar gestaag. Deze evolutie staat onder druk door de groeivertraging of de negatieve groei.

De BRICS verliezen heel wat jobs in de verwerkende industrie en ze lopen gevaar een vroege de-industrialisering te moeten doormaken. Enkel China heeft een voldoende brede industriële basis om productiviteitsgroei in de rest van de economie te bevorderen.

Wat doet Europa bij de volgende estafettewissel?

De mondiale machtsverhoudingen en invloedssferen zijn fundamenteel veranderd en daar hebben de BRICS een belangrijke rol in. In de IAO zien we hen vooralsnog niet naar een nieuwe groep evolueren. Daarvoor is onder meer hun omvang, hun politieke, sociale en economisch visie te verschillend. Maar hun invloed is ontegensprekelijk vergroot en ze staan er alle vijf op een plaats in de cockpit te hebben. Niet alleen in de IAO, ook in de VN, het IMF …maar zo ver zijn ze nog niet. De IAO is onder hun impuls in elk geval meer pluralistisch en multipolair geworden dan tien jaar geleden.

Over de toekomst van de BRICS zelf zijn we niet zo zeker, maar zij zijn ongetwijfeld voorlopig de 21ste-eeuwse trendsetters in de uitbouw van sociale bescherming en sociale zekerheidssystemen. Zij hebben de estafettestok van Europa succesrijk gegrepen. Wat doet Europa bij de volgende estafettewissel?

Luc Cortebeeck is vicevoorzitter van de Raad van Bestuur en voorzitter van de werknemersgroep van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), voorzitter van Wereldsolidariteiten erevoorzitter van het ACV. Met dank aan het Researchdepartement van de IAO, meer bepaald Raymond Torres en Steven Tobin voor de steun bij het samenbrengen van de gegevens.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo