‘Britse economie heeft EU meer nodig dan andersom’

Het referendum in het Verenigd Koninkrijk is van bits naar erger gegaan, tot de de moord op Labour Parlementslid Jo Cox iedereen confronteerde met de uitwassen van politieke polarisering. Maar weten we eigenlijk wat de economische gevolgen zijn van een exit of van een “remain”? ‘Het onbekende moet gevreesd worden’, zegt een trader bij een Londense firma.

  • CC Ray Wewerka (CC BY-NC-ND 2.0) Donkere wolken boven de Londense City: niemand weet hoe het moet als donderdag pro exit gestemd wordt CC Ray Wewerka (CC BY-NC-ND 2.0)

Het Britse volk staat voor een historische keuze. Een overwinning van het “leave” kamp zou zowel het land als de rest van het continent op een ongeziene manier beïnvloeden. Het gebrek aan duidelijkheid over wat een Brexit concreet inhoudt, leidt tot grote onzekerheid bij investeerders en ondernemingen. Europa heeft nu vooral rust en stabiliteit nodig.

Na een eurocrisis die Griekenland bijna de kop kostte en de vele problemen die de recente vluchtelingenstroom veroorzaakte, kan Europa zich geen periode van besluiteloosheid meer veroorloven. Bovendien wordt het gezag van talrijke nationale regeringen ondermijnd door de opkomst van populistische anti-establishment partijen.

In 1975 stemden de Britten al in een gelijkaardig referendum. Toen voerde Margaret Thatcher, leider van de conservatieven en de latere premier, campagne om binnen de Europese Economische Gemeenschap te blijven. Vandaag leven we in een andere wereld. Maar na het voorkomen van een Grexit afgelopen zomer, bezorgt de vrees voor een Brexit de Europese leiders heel wat kopzorgen.

‘In vergelijking met Griekenland gaan de Britse kiezers met een ongelooflijk privilege naar de stembus.’

Deze twee exit-dreigingen zijn representatief voor de moeilijkheden die de Unie heeft om haar gezag te handhaven, maar zijn tegelijkertijd ook fundamenteel anders. Het risico voor een Griekse bankroet en een gedwongen uitzetting staat haaks op het Brits verlangen naar soevereiniteit en persoonlijk prestige. John Hilary, uitvoerend directeur van War on Want (een Britse anti-armoede liefdadigheidsinstelling), zegt: ‘In vergelijking met Griekenland gaan de Britse kiezers met een ongelooflijk privilege naar de stembus.’

Hij wijst op het feit dat de Britse economie het goed doet, geldautomaten voldoende voorzien zijn en er geen massa vluchtelingen het land binnenkomt.

Veel zal echter afhangen van de opkomst de dag zelf en vooral of de onbesliste kiezers al dan niet naar de stembus zullen komen. Er is geen electorale drempel voorzien, wat voorspellingen omtrent de uitslag onbetrouwbaarder maken. Bovendien zou de moord op Jo Cox door een extreemrechtse fanaticus een positieve impact hebben op het “stay” kamp en de voorsprong van het “leave” front in de peilingen teniet doen.

Hoe dan ook, de polarisatie binnen de Britse maatschappij voedt de onzekerheid op de financiële markten. Sommige hoeden zich voor risico’s en nemen maatregelen om grote verliezen te vermijden. Een interne bron bij een Amerikaanse investeringsbank bevestigde dat een beduidend aantal klanten hun verrichtingen naar het Verenigd Koninkrijk verminderd hebben omdat ze het risico te groot vinden. De essentiële kwestie is dat als de Britten beslissen om in de Europese Unie te blijven, investeerders een vrij goed idee hebben van wat er zal gebeuren. Namelijk, de hervormingen die Cameron en Brussel overeengekomen zijn zullen worden geïmplementeerd, ook al reiken die voor veel Britten niet ver genoeg.

Anderzijds, als de uitslag een voorkeur voor een exit aanduidt dan is er geen plan waar ze op kunnen terugvallen. Er is namelijk geen precedent voor een land dat de Unie verlaat. Volgens de Europese wetgeving heeft het Verenigd Koninkrijk twee jaar de tijd om een nieuw akkoord te onderhandelen maar dat kan de markten lang doen wankelen.

Argumenten pro-Brexit en eventuele voordelen

Alan Wheatley, voormalig economie correspondent voor Reuters, zegt dat er in Groot-Brittannië ‘een diep wantrouwen’ bestaat voor ‘het denkbeeld van een Verenigde Staten van Europa’. Alhoewel het scepticisme in dit land altijd groter is geweest dan in de rest van het continent, beweert Wheatley ook dat het Verenigd Koninkrijk een “politieke evenwichtsfunctie” vervult omdat het de hegemonie van Frankrijk en Duitsland bedwingt. Toch was het niet één van de stichtende landen en sommigen beschuldigen de Britten van een misplaatst superioriteitsgevoel.

‘Groot-Brittannië lijdt reeds lange tijd aan een postkoloniale depressie’

Laurens Jan Brinkhorst, Professor in Europees recht en bestuur, schreef dat ‘Groot-Brittannië reeds lange tijd lijdt aan postkoloniale depressie’. Wheatley waarschuwt daarenboven dat ‘veel mensen niet op basis van feiten maar op basis van hun emoties zullen stemmen.’

Brexit supporters beweren dat de overeenkomst tussen eerste minister Cameron en de andere Europese lidstaten niet aan de verwachtingen voldoet en dat het land dus aan de eisen van Europa onderworpen blijft. De relatief kleine veranderingen in werkloosheidsuitkeringen en kindergeld voor Europese migranten vormen slechts een magere troost voor de conservatieven. Maar anderen achten deze overeenkomst al schadelijk genoeg voor de Europese integratie omdat het één land toelaat speciale voorrechten te verwerven, wat de andere lidstaten als onrechtvaardig kunnen beschouwen.

Het vrije verkeer van mensen in de Europese Unie impliceert ook dat het Verenigd Koninkrijk geen controle heeft over de hoeveelheid Europese migranten die het land binnenkomt. Cijfers van het Instituut voor Nationale Statistiek (ONS) geven aan dat dit percentage exponentieel gegroeid is in de afgelopen tien jaar. Een Brexit scenario zou Groot-Brittannië de kans geven om een selectieve migratie uit de Europese Unie door te voeren, terwijl het ander talent buiten Europa kan halen.

‘Het economische debat is vanuit beide kanten onbewijsbaar’, stelt Robert Cole

De Brexit campagne concentreerde zich op migratie, grenzen en veiligheid maar het strategisch belang van de City of London heeft ook economische argumenten toegevoegd aan de discussie. De gedachte dat Groot-Brittannië haar inkomsten verspilt aan het subsidiëren van andere Europese naties is een wijd verspreide maar ook oppervlakkige redenering.

Feiten en cijfers kunnen elkaar tegenspreken omwille van het feit dat complexe percentages inzake investeringen, budget bijdragen, financiering en handel allemaal meegerekend en met elkaar vergeleken moeten worden. Hoeveel geld er exact aan de Europese Unie wordt gegeven en hoeveel eruit gegenereerd wordt, is een vraag waar geen direct en uniek antwoord op bestaat. ‘Het economische debat is vanuit beide kanten onbewijsbaar’, stelt Robert Cole, business journalist bij Reuters.

In elk geval is het argument van Brexit aanhangers dat handel met andere naties (met name de opkomende industrielanden) vergemakkelijkt zal worden buiten de Unie is zeer betwijfelbaar. Zoals aangegeven door een analist bij een Duitse investeringsbank: ‘Waarom zou een opkomend industrieland geld en tijd investeren in de creatie van aparte overeenkomsten met één enkel land als het via gemeenschappelijke verdragen handel kan drijven met 500 miljoen mensen op hetzelfde moment?’

Een ander belangrijk punt van de Brexit campagne is de oproep voor minder (of geen) EU wetgeving en reglementering, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten. Groot-Brittannië heeft altijd al een flexibeler regime gekend met minder regels en staatscontrole dan andere landen zoals bijvoorbeeld Frankrijk. Na de recente globale financiële crisis hebben regeringen en instellingen echter grootschalige reglementeringen opgelegd om nieuwe “bail-outs” te voorkomen.

Brexit supporters willen geen opgelegde EU wetgeving aanvaarden maar het heft in eigen handen nemen en zelf beslissen welke regels ze volgen. Dit scenario is zeker aantrekkelijk voor bepaalde investeerders die profijt halen uit minder staatsinmenging, zoals bijvoorbeeld “hedge fund” managers. In tegenstelling tot banken en verzekeringsmaatschappijen, functioneren hedge funds op een andere manier waarbij zij vooral winst halen uit de volatiliteit bij economische shocks. Sommige grote namen uit de hedge industrie hebben toegegeven de Brexit campagne actief te ondersteunen, onder andere door grote sommen geld te doneren.

Directe versus lange termijn gevolgen van een “leave” front overwinning

Er lijkt een brede consensus te bestaan over de kortetermijneffecten van het referendum. Als het Verenigd Koninkrijk beslist om in de Europese Unie te blijven, neemt men aan dat de waarde van het pond de morgen na het referendum sterk zal stijgen. De financiële markten zouden geleidelijk aan stabiliseren terwijl politieke bezorgdheden geen rol van betekenis meer zullen spelen. Een strateeg van een prominente Amerikaanse bank legde uit dat sinds de aankondiging van het referendum afgelopen februari de valutamarkt enkel op de mogelijke Brexit gefocust is en dat data over de Britse economie helemaal geen invloed hebben op het bepalen van de sterkte van het pond.

Als de Britten beslissen de Europese Unie te verlaten zal paniek de markten onmiddellijk binnendringen

Eens de vrees voor een Brexit verdwijnt, kunnen de markten opnieuw ademhalen en hun focus verleggen naar lage olieprijzen, economische strubbelingen in China en cijfers over de Amerikaanse groei. Anderzijds, als de Britten beslissen de Europese Unie te verlaten zal paniek de markten onmiddellijk binnendringen. “We weten dat we kunnen vertrekken maar mensen zijn er niet volledig op voorbereid,” zegt Keith Pilbeam, valuta expert bij City University London. Wegens ontbindingsangsten zou zowel het pond als de euro op korte tijd sterk in waarde dalen.

De onmiddellijke gevolgen van een “leave” front overwinning zouden zwaar zijn voor zowel het Verenigd Koninkrijk als voor Europa. Maar de belangrijkste vraag is hoe lang financiële markten blootgesteld zouden zijn aan instabiliteit, iets waar ze per definitie niet goed mee kunnen omgaan. ‘Het onbekende moet gevreesd worden’, zei een trader bij een Londense firma. Onderhandelingen over hoe een Brexit officieel geïmplementeerd zou worden kunnen lang aanslepen. Ondertussen zou het Verenigd Koninkrijk kampen met een daling in directe buitenlandse investeringen die essentieel zijn voor de Britse economie.

‘Investeerders zullen wel terugkeren wanneer Britse aandelen opnieuw voordelig staan maar het probleem is dat ik niet weet wat goedkoop genoeg is’, beweert een strateeg bij een Amerikaanse bank. Wachten op spotprijzen lijkt geen goed alternatief en alhoewel een zwakkere munteenheid de export sector aanvankelijk zou stimuleren, zou het ook gepaard gaan met hogere inflatie en tenslotte ook leiden tot het verlies van jobs.

‘Al of niet toetreden tot de euro is relatief bijkomstig, maar het verlaten van de Unie is helemaal iets anders’, zegt Pilbeam. De lange termijn effecten van een Brexit zijn grotendeels een gok maar aangezien deze onderhandelingen in de Unie nog nooit hebben plaatsgevonden, kan zo goed als alles gebeuren. Handelsverdragen tussen het Verenigd Koninkrijk en Europa moeten herzien worden en een ware strijd zou kunnen uitbarsten over de technische aspecten.

‘Als ik Frankrijk zou zijn, zou ik mijn export naar Duitsland intensiveren en moeilijk doen tegen het Verenigd Koninkrijk. We zouden niet veel onderhandelingsvermogen hebben want wij zouden hen verlaten hebben.’

Marino Valensise, diensthoofd van investeerdersgroep Baring, schreef in Financial News: ‘De Europese Unie zou niet graag een signaal uitzenden naar andere lidstaten dat er een gemakkelijke manier bestaat om te vertrekken en te heronderhandelen.’ Voor Pilbeam is dat de ware kern van de onzekerheid: ‘Als ik Frankrijk zou zijn, zou ik mijn export naar Duitsland intensiveren en moeilijk doen tegen het Verenigd Koninkrijk. We zouden niet veel onderhandelingsvermogen hebben want wij zouden hen verlaten hebben.’

‘Hebben wij hen meer nodig dan zij ons? Ik vermoed van wel’, gaat Pilbeam verder. Hij beweert dat het vrij verkeer van kapitaal fundamenteel is voor de Britse economie en dat de bevoorrechte positie van Londen in de financiële wereld wel eens snel zou kunnen krimpen. Volgens een studie van Deloitte hebben 40 procent van de 250 grootste bedrijven in de wereld hun hoofdzetel of Europees hoofdkwartier in Londen. Zelfs als maar een deel van deze bedrijven zich zou verplaatsen wegens hogere administratiekosten naar een andere Europese hoofdstad, dan zou de City eronder leiden en een belangrijke portie business verliezen.

Bovendien zou het Verenigd Koninkrijk het recht verliezen op EU financiering voor provincies en onderzoek. Pilbeam suggereert ook dat een Brexit onrechtstreeks de Londense vastgoedmarkt zou kunnen devalueren, die nu onhoudbaar hoge prijzen vertoont wegens de lage rentes.

Hoe dan ook, de sterkte van de City of London mag zeker niet onderschat worden. Een trader bij een Londense firma benadrukte dat het potentieel aan talent in Londen niet te vergelijken valt met andere locaties. De hoeveelheid aan financiële infrastructuur is niet aanwezig in Parijs of Frankfurt maar zou als dusdanig wel gecreëerd kunnen worden. Het is ook belangrijk te onderlijnen dat een referendum niet bindend is en indien onderhandelingen zouden mislukken, een tweede stemronde georganiseerd kan worden.

Deze laatste optie lijkt wel vrij onwaarschijnlijk. In ieder geval zou de onmiddellijke schade aan Britse ondernemingen reeds toegebracht zijn. Of de risico’s van een Brexit de mogelijke voordelen ervan wel degelijk overstijgen is een debat dat helaas enkel beantwoord kan worden eens het zover is.

De terugkaatsing op de Britse politiek

Wat vooral opvalt is dat de conservatieve partij een interne strijd voert die per definitie winnaars en verliezers zal kennen op het einde van het referendum. In 1975 was het de Labour partij die verdeeld was, nu zijn het de Conservatieven die zichzelf de klappen gevben. Premier Cameron moet de oppositie binnen zijn eigen partij de baas kunnen, maar werd recentelijk ook ernstig bekritiseerd voor zijn betrokkenheid in het Panama Papers schandaal. Cameron heeft in het verleden echter al bewezen een sterk en overtuigend politicus te zijn tijdens campagnes.

De gehele Britse politiek kan op haar grondvesten daveren als Camerons overeenkomst met Brussel niet aanvaard wordt door de meerderheid van de kiezers.

Daarentegen wordt de steun van Boris Johnson, vroeger burgemeester van Londen, aan Brexit door velen gezien als een messteek in de rug ten opzichte van zijn eigen stad. Nochtans, zijn beslissing om voor het “leave” front te kiezen heeft weinig te maken met economische redenering maar wel met politieke opportuniteit. In feite is het zo dat de gehele Britse politiek wel eens op haar grondvesten zou kunnen daveren als Camerons overeenkomst met Brussel niet aanvaard wordt door de meerderheid van de kiezers.

De positie van de eerste minister zou ernstig verzwakt zijn en onafhankelijkheidsbewegingen pro EU zouden een heropleving kunnen meemaken. De Schotse Nationale Partij zou een nieuwe kans zien om haar wensen omtrent decentralisatie naar voor te brengen en dus langdurige problemen kunnen veroorzaken binnen het Verenigd Koninkrijk.

Wat het resultaat van het referendum ook moge zijn, de conservatieven lopen het risico hun partij te zien ontmantelen alhoewel de scenario’s verschillen. Sommige zeggen dat de geschillen te groot zijn en een splitsing onontkoombaar is maar anderen zijn ervan overtuigd dat Cameron opnieuw handjes zal schudden met Brexit supporters om zijn partij te redden. De enige zekerheid is dat het Britse volk op 23 juni de kans heeft om radicaal van koers te veranderen. En alhoewel een keuze voor een Brexit zeer riskant lijkt, zijn er misschien wel velen bereid om een stap in het onwetende te wagen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift