Burundi op de rand van een burgeroorlog

Analyse

Burundi op de rand van een burgeroorlog

Burundi op de rand van een burgeroorlog
Burundi op de rand van een burgeroorlog

Op enkele maanden tijd lijkt in Burundi alles wat aan verzoening, vredesopbouw en democratisering was bereikt, opnieuw te verpulveren. Gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Burundi leek dat ene land waar de strijdende partijen en de bevolking begrepen dat er geen militaire oplossing was voor de conflicten. Vandaag staat Burundi echter opnieuw op de rand van een burgeroorlog. We zetten een aantal zaken op een rijtje.

Ooit was Burundi het goede voorbeeld in Centraal-Afrika. In oktober 1993 barstte de hel los nadat elementen uit het door Tutsi gedomineerde leger probeerde de pas verkozen Hutu-regering uit het zadel te wippen, in de achtergrond gesteund door de bonzen van het ancien régime die met lede ogen toekeken hoe het machtsmonopolie hen uit de handen glipte.

De putschisten slaagden er niet in om de macht vast te houden, maar in enkele dagen tijd hadden ze de instellingen onthoofd: onder meer de nieuwe president Melchior Ndadaye en vele van zijn topmedewerkers werden vermoord. Weg verandering, weg optimisme. De meest geslaagde mislukte staatsgreep uit de geschiedenis, bleek achteraf. Het leidde tot een open burgeroorlog die jaren duurde, waarin het nationale leger, gedomineerd door Tutsi, belaagd werd door verschillende Hutu-milities. Honderdduizenden mensen lieten hierbij het leven.

In juli 2005 rondde Burundi een historisch vredesproces af met verkiezingen: vijf jaar eerder was er in Arusha een vredesakkoord gesloten en een jaar later ging er een transitieperiode in die tot verkiezingen moesten leiden. Ondanks het zeer complex landschap van vijfendertig politieke partijen en zeven rebellieën, waarvan het leiderschap meer blijk had gegeven van opportunisme en machiavellisme dan van politieke maturiteit of zin voor verantwoordelijkheid, waren er vier belangrijke stappen gezet:

(1) ondanks alle spanningen en vertragingsmechanismen waren de verkiezingen vrij en transparant geweest; (2) ze hadden een duidelijke uitslag opgeleverd: de ex-rebellen van het CNDD/FDD, die twee jaar na het begin van de transitie de wapens hadden neergelegd, haalden op de verschillende niveaus een onbetwistbare overwinning; (3) deze overwinning werd vrijwel onmiddellijk door iedereen erkend; en (4) de uitslag leidde ook tot een effectieve machtswissel. Op 26 augustus 2005 werd CNDD/FDD-leider Pierre Nkurunziza ingezworen als nieuwe president. Hij leidde een regering waarin het CNDD/FDD zwaar doorwoog, maar waarvoor ook verschillende andere partijen ministers leverden.

Martine Perret.

Rebellen leveren hun wapen in tijdens een officiële ontwapeningscampagne van de VN in 2005

Martine Perret (CC by-nc-nd 2.0)

De ochtend na de stembusgang werd ik wakker in een land waar de hoop bijna tastbaar in de lucht hing.

Twee belangrijke factoren hebben de doorslag gegeven bij het succesvol afronden van de verkiezingen: de internationale gemeenschap (met inbegrip van de buurlanden) hadden het proces met een zeer doelgerichte mix van steun en druk op de rails gehouden. Maar ook en vooral heeft de Burundese bevolking permanent vanuit de basis een druk aangehouden op haar leiders. Ze besefte dat er in deze oorlog alleen maar verliezers waren en dat ze alleen maar het gelag kon betalen van de machtsspelletjes binnen het versplinterde politieke landschap.

Als waarnemer bij de eerste verkiezingen die de nieuwe machtsverhoudingen hadden vastgelegd, werd ik de ochtend na de stembusgang wakker in een land waar de hoop bijna tastbaar in de lucht hing. Burundi was door het inferno gegaan maar herrees nu uit zijn as en leek klaar om de échte problemen aan te pakken, in de eerste plaats de strijd tegen de armoede waarin een groot deel van de bevolking na jaren oorlog was terecht gekomen.

Na de wittebroodsweken

Natuurlijk werden de grootse verwachtingen die Burundezen hadden gekoesterd na het succesvol afronden van de transitie niet ingelost worden. De vrede bleef zeer fragiel, het respect voor de mensenrechtensituatie en de democratische ruimte werden kleiner en de nieuwe leiders maken geen komaf met de treurige traditie dat bewindslieden de periode die hen gegund is om mee te zitten aan de vleespotten van de macht, gebruiken om zichzelf, hun familie of hun clan te verrijken.

Toch leken een aantal cruciale stappen gezet:

  1. Na twaalf jaar openlijke burgeroorlog was veiligheid de eerste verzuchting van de mensen. Toen het CNDD/FDD in november 2003 toetrad tot de transitie werd het land van de ene op de andere dag een stuk veiliger. Het voormalig regeringsleger en de strijdkrachten van het CNDD/FDD vormden vlug één structuur, de basis leek gelegd voor een veiliger toekomst.

  2. In een regio waar gebrek aan legitimiteit een belangrijke oorzaak is van de implosie van staten, was het duidelijk en algemeen aanvaard resultaat van goed georganiseerde verkiezingen niet alleen een enorme verwezenlijking, maar ook een belangrijk kapitaal voor de toekomst.

  3. Voor het eerst in decennia lijkt het etnisch geschil onder controle. Burundi is een land van vele tegenstellingen (tussen etnische groepen, clans, regio’s, stad en platteland, sociale klassen etc), maar de ramp is precies geweest dat al deze tegenstellingen in de loop der jaren volledig zijn gereduceerd tot de tegenstelling tussen Hutu en Tutsi. Op het einde van de transitie keerde het klimaat en groeide het besef dat Hutu en Tutsi niet voor eeuwig gedoemd zijn tot cyclisch geweld.

  4. Burundi is één van de minst verstedelijkte landen in de wereld. Hooguit tien  procent van de bevolking woont in steden. De armoede is het meest schrijnend, de nood het hoogst op het platteland. Met het CNDD/FDD kwam voor het eerst een Burundese bewindsploeg naar voren die haar electoraat op het platteland heeft zitten.

  5. Het CNDD-FDD werd autocratischer maar Burundi bleef een levendig meerpartijenstelsel, en ook al stond de vrijheid van meningsuiting onder toenemende druk, de civiele maatschappij en de pers bleef zich actief in het debat mengen.

WEF (CC by-sa 2.0)

De Burundese president Pierre Nkurunziza

WEF (CC by-sa 2.0)

Tijdens de verkiezingsperiode van 2010 liep het grondig mis. Gefrustreerd door hun tegenvallende resultaten bij lokale verkiezingen stapte de zo goed als voltallige oppositie uit het electoraal proces. Daardoor werd Burundi zowat gereduceerd tot eenpartijstaat.

Het maatschappelijk debat verdween niet alleen uit het parlement, ook daarbuiten werden pogingen gedaan om de vrijheid van meningsuiting sterk aan banden te leggen. De oppositieleiders gingen voor een groot deel in ballingschap terwijl de kaders van hun partijen bloot stonden aan vervolging en intimidatie, tot en met standrechtelijke executies.

Bij gebrek aan een normaal functionerende oppositie kwamen civiele maatschappij en pers zwaar in de vuurlinie te liggen als laatste bastion van dissidente stemmen. En als instrument van de repressie werden de Imbonerakure steeds belangrijker, “zij die ver zien”, de jeugdliga van de partij aan de macht.  Die ging zich eerst als knokploeg en tenslotte als heuse privémilitie van het establishment gedragen.

Nieuwe verkiezingen

De verkiezingen van 2015 kondigden zich aan als een ongelijke strijd. De oppositie was door hun vaandelvlucht van 2010 verantwoordelijk voor het feit dat de democratische instellingen een karikatuur waren geworden. Ook nadien hadden ze geen indruk gemaakt, en het platform dat ze hadden opgericht (AD-Ikibiri) leek niet onmiddellijk een instrument voor grote mobilisatie.

De enige die een beetje street credibility behield was de legendarische leider van het FNL, de oudste rebellenbeweging

De enige die een beetje street credibility behield was Agathon Rwasa, de legendarische leider van het Front National de Libération (FNL), de oudste rebellenbeweging. Het gebrek aan democratische controle had ervoor gezorgd dat de CNDD-FDD-top ongestoord de kunst van bad governance en corruptie maximaal kon ontwikkelen. De verkiezingen leken een op voorhand gewonnen zaak.

De twee enige vragen waren: (a) zullen ze erin slagen het monopolie op instellingen zonder enige democratische controle te behouden, en (b) zal het lukken om de interne meningsverschillen en conflicterende belangen onder de mat te schuiven tot na de verkiezingen?

De vraag of Nkurunziza een derde mandaat zou ingaan leek ondergeschikt. Ten eerste leverde de Burundese grondwet (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Congolese en de Rwandese) daarvoor een opening te laten, en ten tweede: wie maakt hem wat zolang de relatieve eenheid van partij zich maar rond hem kristalliseert?

Je kreeg als buitenstaander weinig zicht op het debat binnen de partij, maar dat het rommelde was wel duidelijk.

Maar daar ging het schoentje pijnlijk nijpen: eind november 2014 werden vier belangrijke generaals uit het centrum van de macht weggehaald, mensen waarvan men dacht dat ze tot de belangrijkste steunpilaren van Nkurunziza behoorden. Onder meer Alain-Guillaume Bunyoni en vooral Adolphe Nshimirimana, als chef van de inlichtingendienst bijzonder invloedrijk achter de schermen en door velen niet alleen beschouwd als de nummer twee maar ook als the bad guy van het regime. Je kreeg als buitenstaander weinig zicht op het debat binnen de partij, maar dat het rommelde was wel duidelijk.

Drie maanden later werd het nog fraaier: op 18 februari 2015 werd Generaal Godefroid Niyombare ontslagen, die Nshimirimana was opgevolgd als hoofd van de inlichtingendienst, en wel omdat hij een rapport had geschreven waarin hij stelde dat een eventuele poging van Nkurunziza om een derde mandaat in de wacht te slepen het land grondig zou destabiliseren.

Het voor iedereen zichtbare gerommel in de partijtop kreeg overigens bijna gelijktijdig een tegenhanger op straat: de bevolking bleek veel weerbaarder en in eerste instantie kristalliseerde zich dat rond de arrestatie van de populaire journalist Bob Rugurika, directeur van de vrije radio Radio Publique AFricaine (RPA). Rugurika was gearresteerd op 20 januari.

Er was herhaaldelijk tegen zijn detentie geprotesteerd, maar toen hij op 19 februari werd vrijgelaten uit een gevangenis op 50 kilometer van de hoofdstad, werd zijn terugkeer naar de hoofdstad een ware triomftocht omdat hij van aan de gevangenispoort tot aan zijn voordeur werd begeleid en toegejuicht door een nooit geziene mensenzee.

In vrije val

De polarisatie rond Nkurunziza’s derde mandaat kwam tot een climax toen het CNDD-FDD op 25 april een congres bijeen riep en Nkurunziza effectief uitriep tot hun kandidaat voor het presidentschap, wat vrijwel onmiddellijk aanleiding gaf tot demonstraties waarop bijzonder gewelddadig werd gereageerd.

Algemeen werd verwacht dat de demonstraties na een paar dagen zou afnemen, maar dat gebeurde niet. Er vielen doden, zowel aan de kant van de betogers als van de ordediensten, en de regering noemde de betogers terroristen, en vijanden van de staat. Er kwam een vluchtelingenstroom op gang naar de buurlanden. Ondertussen werden er al bijna 200.000 Burundese vluchtelingen geregistreerd. Ook een reeks belangrijke persoonlijkheden van het regime verlieten het land.

Op 13 mei probeerde een groep militairen onder leiding van de in februari ontslagen generaal Godefroid Niyombare van Nkurunziza’s afwezigheid (hij was in Dar es Salaam voor een regionale top over zijn land) om de macht te grijpen en verklaarde dat de president was afgezet.

Na zware gevechten tussen de putschisten en de Nkurunziza-getrouwen, beten de eersten in het zand

In eerste instantie leek de staatsgreep te lukken, maar na zware gevechten tussen de putschisten en de Nkurunziza-getrouwen, voor een belangrijk deel met de controle over de nationale omroep en de vrije radio’s als inzet, beten de putschisten in het zand. De staatsgreep had enerzijds aangetoond hoe kwetsbaar Nkurunziza was, maar anderzijds konden de buurlanden niet veel anders dan de poging tot staatsgreep tegen een legitiem staatshoofd te veroordelen.

De mislukte staatsgreep gaf de regering ook de kans om de geweldloze betogers af te doen als aanhangers van de putschisten en verstoorders van de openbare orde. Maar op 18 mei al werden de betogingen weer hervat. Vanuit de internationale gemeenschap vergrootte de druk op Nkurunziza om zijn kandidatuur weer in te trekken en geen derde mandaat te ambiëren.

Men vroeg ook de verkiezingen uit te stellen, omdat het in deze situatie in het land onmogelijk was om vrije en transparante verkiezingen te organiseren. Uiteindelijk werden ze toch georganiseerd: bij de parlementsverkiezingen van 29 juni haalde CNDD-FDD 60%, met de partij van Agathon Rwasa Abigenga Mizero Y’Abarundi (het FNL dat hij geleid had was de laatste jaren versplinterd) duidelijk afgescheiden tweede met iets meer dan 11%. Bij de presidentsverkiezingen van 24 juli haalde Nkurunziza 69%. Andermaal was Rwasa tweede met 19%.

© Reuters

Manifestanten zingen tijdens een protestmars tegen een derde ambtstermijn voor president Nkurunziza op 21 juli, de dag van de verkiezingen.

© Reuters

Ondertussen:

  1. werden de confrontaties tussen ordetroepen en tegenstanders van Nkurunziza in de straten van Bujumbura steeds grimmiger, minder een zaak van demonstraties maar eerder van aanslagen.

  2. gaat de oppositie zich hergroeperen: na drie dagen discussie werd begin augustus in Addis Abeba CNARED opgericht, Conseil national pour le respect de l’accord d’Arusha et la restauration d’un Etat de droit au Burundi, met als doel Nkurunziza uit het zadel te wippen, want hij was het die met zijn keuze voor een derde mandaat de akkoorden van Arusha geschonden had.

  3. wordt de kans steeds groter dat er uit de haarden van protest tegen Nkurunziza een heuse rebellie groeit.

Dit kristalliseerde zich in een donderslag bij heldere hemel: op 2 augustus 2015 werd Adolphe Nshimirimana, die een belangrijke rol had gespeeld bij het redden van het regime tijdens de staatsgreep in mei en daardoor opnieuw erg zichtbaar de nummer 2 van het regime was, met zwaar geschut in zijn auto vermoord. De volgende dag werd de Burundese mensenrechtenverdediger Pierre-Claver Mbonimpa neergeschoten. Hij wordt momenteel in België verzorgd. Op zaterdag 15 augustus wordt Kolonel Jean Bikomagu vermoord, tijdens de oorlog stafchef van het regeringsleger…

Point of no return?

Waar staan we vandaag? De UN waarschuwde enkele dagen geleden dat het geweld snel een point of no return kan bereiken als er niet snel een dialoog komt. Het land glijdt zienderogen richting afgrond.

  1. Burundi was het land dat het verst gevorderd leek in het oplossen van zijn problemen. Dat er in geslaagd was effectief een post-conflictsituatie te creëren. Het land waar oorlogen geen winnaars kenden. Dit land staat op het punt weer in een burgeroorlog verzeild te raken.

  2. De moorden op Nshimirimana en Bikomagu, en de aanslag op Mbonimpa brengen het land vervaarlijk dicht bij het klimaat van politieke moorden dat we de laatste decennia wel vaker gekend hebben. Geweld was nooit ver weg in Burundi, maar tijdens de eerste legislatuur leek het zich te reduceren tot de problematiek van armoede in een post-conflictgebied waar nooit grondig ontwapend werd. In de tweede legislatuur kwamen de politieke moorden terug, op middenkaders en lokale leiders van politieke partijen. Maar nu dreigen ze terug te komen op het hoogste niveau, met de nefaste gevolgen die we in het verleden al zagen.

  3. De meest legitieme regering die het land ooit gehad heeft is verworden tot een kleptocratie die niet moet onderdoen voor de grote voorbeelden in de geschiedenis van de regio. Na de presidentsverkiezingen van juli laatstleden is de laatste zweem van legitimiteit verdwenen.

  4. De huidige situatie kent vele oorzaken, maar de belangrijkste is de splijtzwam binnen de partij rond Nkurunziza’s derde mandaat. Elke Burundi-watcher wist dat de eenheid binnen de partij fragiel was. Er waren de traditionele spanningen tussen de verschillende provincies van het land (een constant maar door buitenstaanders onderschat gegeven in de Burundese politiek), er zijn natuurlijk ook de nodige conflictueuze zakenbelangen tussen verschillende bonzen.
    Maar binnen de partijtop was er ook een groep mensen zonder militair verleden binnen de rebellie. Mensen die door de internationale gemeenschap gekoesterd werden als wissel op de toekomst, die aanspreekbaar leken voor thema’s als good governance. Voormalig senaatsvoorzitter en tot voor kort vice-president van de republiek Gervais Rufyikiri was daar het boegbeeld van. Maar in de mate dat we het intern partijdebat hebben kunnen volgen, hadden we op geen enkel moment de indruk dat deze groep er een erg actieve rol in gespeeld hebben.
    Bij de oppositie lijkt FNL-leider Agathon Rwasa de meest solide indruk te geven, en de rest organiseert zich in CNARED, geleid door Léonard Nyangoma, de eerste leider van het CNDD, de man die de rebellie na de moord op Ndadaye uitbouwde. Het ligt voor de hand dat het land op het einde van een burgeroorlog een sterk gemilitariseerd politiek landschap heeft, je kan alleen maar hopen dat het in de loop van het decennium nadien politieker, dus minder militair wordt. Dit proces wordt in Burundi nu wel stevig teruggeschroefd.

  5. De gelukte integratie van regulier en rebellenleger nadat het CNDD-FDD eind 2003 de wapens had neergelegd was erg belangrijk geweest voor het afronden van de transitie en het lukken van de eerste verkiezingen. Die eenheid van het leger boven etnische en partijgrenzen heen was al die jaren intact gebleven en ook erg belangrijk omdat de politie op geen enkel moment neutraal was en samen met de Imbonerakure functioneerde als de gewapende arm van de partij. Maar de splijtzwam van het derde mandaat heeft dus ook een wig in dat leger gedreven.

  6. Vermoedelijk de grootste verdienste van de transitie en de eerste legislatuur was dat ze de etnische tegenstellingen als alles verklarend principe voor alle onheil in het land van de agenda heeft gehaald. Maar er zijn nu al aanwijzingen dat de machtshebbers de oude demonen wakker maken om ze voor hun populistische kar te spannen.

Burundi is langzaam afgegleden van embryonale democratie in een post-conflictcontext naar een autoritaire staat met bad governance als bindend principe, maar sinds april is het land in vrije val. Op dit ogenblik lijkt het best haalbare scenario dat er een nationale dialoog afgedwongen wordt die leidt tot een nieuwe transitie in de steigers wordt geholpen, vermoedelijk nog steeds met Nkurunziza als president. Waardoor de teller natuurlijk weer op nul wordt gezet. Zelfs als hierdoor een burgeroorlog vermeden wordt, zou dit een enorme stap terug zijn in de geloofwaardigheid van democratiseringsprocessen, niet alleen in Burundi maar ook in de hele regio.