De aanslag op Lahore en de bom onder Pakistan

De aanslag op Paasdag in de Pakistaanse stad Lahore is een dieptepunt, maar geen uitzondering. Geweld tegen christenen en andere religieuze minderheden neemt toe in Pakistan en de overheid lijkt machteloos. Nochtans begon de geschiedenis in Pakistan veelbelovend.  

  • © Gie Goris De Badshahi moskee in Lahore, een overblijfsel uit de tijd van de Moghuls. De Sikh-tempel vlakbij is gesloten voor bezoek. © Gie Goris

Aan de vooravond van de stichting van de nieuwe, onafhankelijke staat Paksitan, zei de vader des vaderlands, Mohammed Ali Jinnah, op 11 augustus 1947 tegenover de Grondwetgevende vergadering van Pakistan: ‘U bent vrij. U bent vrij om uw tempels te bezoeken, u bent vrij om naar uw moskeeën te gaan of naar eender welke plaats van eredienst in deze staat Pakistan. U kunt behoren tot gelijk welke religie of kaste of overtuiging, dat zijn niet de zaken van de staat.’

Het zijn woorden die vaak geciteerd worden in Pakistan. In de beginjaren van de republiek werden ze herhaald om duidelijk te maken Pakistan stond voor een moderne staat waarin de moslimmeerderheid garant zou staan voor de rechten en vrijheden van alle minderheden. Als Jinnah’s woorden de voorbije decennia nog werden aangehaald, dan was dat vooral om te weeklagen over het verloren gaan van de scheiding tussen religie en staat, waardoor ook de positie van religieuze minderheden zoals christenen, sikhs, sjiieten en kleinere sekten.

De dictator wijst de weg achteruit

De overgang van een staat met een seculiere grondwet naar een land waar de sharia de toetssteen is van alle wetten en besluiten, ook al is grondwet nog niet formeel vervangen door de islamitische wet, is een lang en geleidelijk proces geweest. Maar de dictatuur van Zia-ul-Haq (1977-1988) is in elk geval het definitieve keerpunt. Meteen na zijn machtsgreep op 5 juli 1977 zei Zia tijdens zijn eerste tv-toespraak: ‘Pakistan, dat gecreëerd werd in de naam van de islam, zal alleen overleven als het zich aan de islam houdt. Daarom zie ik de invoering van een islamitisch systeem als een noodzakelijke voorwaarde voor het land.’

In 1979 voerde Zia de Hudood-wetten in, waarin koranische straffen voor buitenechtelijke seks, diefstal en alcoholverbruik opgelegd werden.

In 1979, toen de Sovjetunie begon met haar interventie in buurland Afghanistan, kantelde de Pakistaanse geschiedenis definitief in het voordeel van de politiek-islamitische utopie

Later dat jaar kantelde de Pakistaanse geschiedenis definitief in het voordeel van de politiek-islamitische utopie kantelen, toen de Sovjetunie begon met haar interventie in buurland Afghanistan. De islamistische dictator kom meteen rekenen op ongelimiteerde steun vanuit het Westen en, nog belangrijker, vanuit Saoedi-Arabië. De Saoedi’s, die met alle geweld de expansie van het revolutionare sjiisme van Khomeini wilden tegengaan, zouden de opstand cofinancieren door elk Amerikaans miljoen te verdubbelen met Arabische oliedollars. De Saoedi’s betaalden een eerste bestelling van veertig F-16 gevechtsvliegtuigen voor de Pakistaanse luchtmacht en stortten het startgeld van het Pakistaanse zakatfonds, dat bedoeld was om de armen te helpen maar dat in de jaren tachtig vooral gebruikt werd om er madrassa’s mee te financieren. Vanaf 1985 zouden de Saoedi’s veel geld uitgeven voor het transporteren van internationale vrijwilligers naar het Afghaanse strijdtoneel. De verschuiving van een nationalistische opstand tegen een buitenlandse bezetting naar een internationalistische, islamistische strijd voor wereldwijd herstel van de moslimtrots werd daardoor volledig, en zou in de jaren na 2001 als een moorddadige boemerang terugkeren en de Pakistaanse staat bedreigen.

Godslastering

Twee jaar voordat Zia-ul-Haq omkwam bij een verdacht vliegtuigongeval in 1988, voerde hij ook nog de wetten op godslastering in, die intussen uitgegroeid zijn tot de perfecte manier om de schapen van de bokken te scheiden. Wie de minste clementie bepleit voor wie onder deze “goddelijke wet” vervolgd of veroordeeld wordt, bevindt zich meteen in het kamp van de ongelovigen of -erger nog- de afvalligen. Wie de wet wil aanpassen zodat die minder makkelijk misbruikt kan worden om burenruzies mee te beslechten of om politieke afrekeningen te maken, die wordt zelf een godslasteraar. De idee resoluut terug te keren tot het burgerlijke recht en de democratische rechtsstaat die Jinnah voorstond, is zo ondenkbaar geworden dat haast niemand het nog durft voor te stellen.

Zelfs de christelijke gemeenschap in Pakistan, die duidelijk geviseerd wordt in heel wat aanklachten van godslastering, roept bij gewelddadige botsingen of religieus gemotiveerde moorden wel eens op tot stilzwijgen ‘omdat hardop protesteren de gemoederen nog meer zou ophitsen’, zoals dat begin 2011 verwoord werd.

‘Sinds 11 september worden christenen in toenemende mate gezien als een vijfde kolonne van het Westen, waardoor de onveiligheid voor ons heel erg toegenomen is’

Tijdens een interview dat ik had met de bisschop van Faisalabad, Joseph Coutts, zei die enkele jaren geleden: ‘In de jaren tachtig werden gewone madrassa’s met Saoedisch geld omgebouwd tot jihadi-scholen, waardoor het pluralisme in de islam onder druk kwam te staan. Sinds 11 september worden christenen in toenemende mate gezien als een vijfde kolonne van het Westen, waardoor de onveiligheid voor ons heel erg toegenomen is. Wij begrijpen dat de figuur van de profeet heel gevoelig ligt bij de moslims, maar we kunnen niet stilzwijgend toezien hoe de emoties van de massa gemanipuleerd worden door straatpolitici.’

Op 4 januari 2011, om kwart na vier in de namiddag, haalde speciaal beveiligingsagent Malik Mumtaz Hussain Qadri zijn wapen boven om de man die hij moest beschermen te vermoorden. 27 kogels werden uiteindelijk gevonden in het levenloze lichaam van Salman Taseer, gouverneur van Pakistans Punjabprovincie, schatrijk zakenman, boegbeeld van de toen regerende Pakistan People’s Party en uitgesproken tegenstander van de greep van militairen en religieuzen op de politiek van het land.

‘Ik ben verpletterd’, schreef de Pakistaanse journalist en auteur Ahmed Rashid in een e-mail drie dagen later. Niet alleen verloor Rashid een van zijn beste vrienden, hij verloor –ten minste tijdelijk– ook de hoop dat het nog wel goed zou komen met zijn land. ‘Salman Taseer was geen engel en dat wist hij zelf. Hij was een zakenman die miljoenen roepies verdiend en weer verloren had, en dat verschillende keren. Hij kreeg het in de jaren negentig aan de stok met Benazir Bhutto omdat hij te ambitieus was naar haar smaak. Hij was een harde en handige politieke onderhandelaar en een overtuigde vijand met een snelkokend temperament voor zijn politieke rivalen en tegenstanders’, noteerde Rashid in zijn afscheid dat verscheen in de krant die eigendom was van Taseer, de Daily Times.

Uit liefde voor de Profeet

De aanleiding voor de moord was, in de woorden van de dader, het verzet van Salman Taseer tegen de strenge wet op godslastering die in 1986 door toenmalig dictator Zia-ul-Haq ingevoerd werd in het kader van een weloverwogen beleid om van Pakistan onomkeerbaar een islamitische staat te maken. Volgens sectie 295 van de strafwet is het beschadigen of onteren van plaatsen van eredienst of van heilige voorwerpen strafbaar, net als het krenken van de religieuze gevoeligheden, het onteren van de koran en het beledigen van de profeet Mohammed. Dat laatste vergrijp is strafbaar met de doodstraf. Tussen 1986 en 2010 werden 1274 mensen voor het gerecht gedaagd onder de bepalingen van deze wet, maar niemand werd effectief terechtgesteld. Al voegt The Express Tribune daar in een artikel van 19 december 2010 aan toe dat een aantal beschuldigden achteraf wel vermoord werd.

De wet op godslastering kwam in 2010 hoog op de politieke agenda naar aanleiding van de controverse rond Aasiya Bibi, een christelijke vrouw uit Punjab. Zij werd aangeklaagd door buren omdat ze beledigende uitspraken over de profeet Mohammed gedaan zou hebben in juni 2009. Na een jaar in de gevangenis, veroordeelde een rechter haar in november 2010 tot de doodstraf. Dat lokte zowel internationale verontwaardiging als interne polemiek uit. Een van de parlementsleden van de PPP, Sherry Rehman, diende in november nog een wetsvoorstel in om de wet op godslastering aan te passen. Taseer steunde haar daarin en ging zelfs zo ver dat hij Aasiya Bibi in de gevangenis ging bezoeken en op een persconferentie bekendmaakte dat hij bij president en partijgenoot Zardari zou aandringen op een genademaatregel, om zo alsnog de eerste terechtstelling onder de wet op godslastering te voorkomen.

‘Wees onbevreesd en wandel. Sta voor je zaak, zelfs als je ervoor als martelaar moet sterven.’

De religieuze partijen en organisaties hadden het weekend voor de politieke moord nog massademonstraties georganiseerd om elke wijziging van de wet tegen te houden. Als reactie daarop twitterde Taseer op 31 december: ‘I was under huge pressure sure 2 cow down b4 rightest pressure on blasphemy. Refused. Even if I’m the last man standing.’ Die tweet was een 21ste eeuwse echo van een versregel van de grote Pakistaanse dichter waarvan net in 2011 het eeuwfeest met veel luister gevierd wordt: Faiz Ahmed Faiz, toevallig ook de oom van Salman Taseer: ‘Zelfs als je kluisters aan je voeten hebt, ga. Wees onbevreesd en wandel. Sta voor je zaak, zelfs als je ervoor als martelaar moet sterven.’ Shehrbano Taseer, dochter van de vermoorde gouverneur, schreef in een opiniestuk dat verscheen op 10 januari in de New York Times dat haar vader dat vers vaak citeerde. Sikander Amani maakte in de Daily Times van 9 januari een andere literaire bedenking bij de moord: ‘Het is een misdaad die door Dante in de negende cirkel van het inferno -de diepst mogelijke misdaad- gesitueerd werd, want niet alleen is er de moord, er is ook het verraad, het breken van het vertrouwen dat in je gesteld is.’

Volgens de Pakistaanse zender Dunya TV zei Malik Mumtaz Hussain Qadri bij zijn arrestatie: ‘Ik ben een slaaf van de Profeet en de straf voor wie aan godlastering doet, is de dood.’

Die visie –dat het verzachten van de wet op godslastering gelijk staat aan godslastering zelf– werd na de moord bevestigd door vijfhonderd religieuze geleerden die verenigd zijn in de Jamaat-i-Ahl-i-Sunnat, een koepel die zich in het verleden heel uitdrukkelijk verzet heeft tegen het geweld en het extremisme van de Pakistaanse taliban. De Jamaat-i-Ahl-i-Sunnat behoort tot de barelvi-sekte, een soefistische strekking waartoe een meerderheid van de Pakistaanse soennimoslims behoort. ‘Er hoort geen uitdrukking gegeven te worden aan verdriet of sympathie bij de dood van de gouverneur, want wie godslastering steunt, gaat zichzelf ook te buiten aan godslastering’, stelde het communiqué van de bijeenkomst.

Straat versus staat

De religieuze leiders vertolkten op dat moment blijkbaar de gevoelens van heel wat Pakistanen –of ze hadden de emoties en de debatten de voorgaande maanden zo effectief bespeeld, dat de publieke opinie op dit cruciale moment helemaal leek door te slaan in de richting van de religieuze passie, tegen elk pleidooi voor een seculiere rechtsorde in. Kort na de moord op Salman Taseer verscheen er op Facebook een fanpagina voor Malik Mumtaz Hussain Qadri. Op korte tijd had die 2000 fans, voordat ze door Facebook verwijderd werd. Waarna nieuwe steunpagina’s verschenen en weer verwijderd werden, vier dagen na de moord zouden dat er al zeventig geweest zijn, schrijft Ahmed Rashid.

Meer dan vijfhonderd –volgens sommige bronnen wel duizend– advocaten wilden de moordenaar verdedigen, terwijl niemand de zaak van het slachtoffer voor de rechtbank wuo pleiten.

Volgens de Pakistaanse krant Dawn bevatten de geposte commentaren zowel lof voor de moordenaar als kritiek op de vermoorde gouverneur. De grootste Urdutalige krant Jang kopte de dag na de moord: ‘Er moet geen begrafenis gehouden worden voor Salman Taseer en geen veroordelingen van zijn dood’. Meer dan vijfhonderd –volgens sommige bronnen wel duizend– advocaten hadden te kennen gegeven dat ze de moordenaar wilden verdedigen, terwijl de vrouw van Taseer niemand vond om haar zaak voor de rechtbank te pleiten. Er was in heel Lahore trouwens geen enkele mollah te vinden die de begrafenisgebeden voor Taseer wou leiden.

Toen Qadri voor het eerst voor de rechtbank geleid werd, werd hij getrakteerd op een heldenwelkom, inclusief rozenblaadjes. En op Youtube vind je beelden van Qadri die na zijn arrestatie –klaarblijkelijk geboeid en gezeten op een bankje– lofdichten op de profeet Mohammed, Naat-e-Rasool, reciteert. Zo’n filmpje kan natuurlijk alleen opgenomen worden met medeweten en goedkeuren van de politie. Het weekend na de moord kwamen tienduizenden Pakistanen op de been in Karachi en Rawalpindi –om luidkeels hulde te brengen aan Qadri. 

Twee dagen na de moord verscheen kernfysicus en liberaal boegbeeld Pervez Hoodbhoy in een praatprogramma op Samaa TV. In overeenstemming met de gangbare normen in Pakistaans televisieland, zat hij tegenover twee religieuze hardliners: Farid Paracha, woordvoerder van de oudste religieus-politieke partij Jamaat-i-Islami, en maulana Sialvi, van de Sunni Tehreek, een koepel van barelvi-organisaties die over het algemeen verondersteld worden gematigd te zijn. In het publiek zat een honderdtal studenten. Hoodbhoy vertelde de episode een maand later alsof het de avond ervoor gebeurd was, zo diep geschokt was hij door de schelle standpunten van zijn “gesprekspartners”en door de eenzijdige steun van de studenten voor de moordenaar en zijn pleitbezorgers.

‘Tegen het einde van het programma zei ik tegen de maulana dat mensen zoals hij, die de goegemeente ophitsen tegen al wie een rationeel politiek debat wil, de echte moordenaars zijn. “U hebt het bloed van Salman Taseer aan uw handen”, wierp ik hem voor de voeten. Hij keek naar zijn beide handen en reageerde rustig: “Ik wou dat ik hem eigenhandig vermoord had.” Donderend applaus op de banken.’

Op woensdag 2 februari maakte eerste minister Yousuf Raza Gilani in het parlement duidelijk waar zijn regering en dus ook zijn partij ­–de PPP, waartoe ook Taseerde behoorde- stond: er zou op geen enkele manier geraakt worden aan de wet op godslastering. Dat standpunt was ook de officiële begrafenis van het wetsvoorstel van Sherry Rehman, die vanuit haar onderduikadres bevestigde dat ze zich bij de beslissing van regering en parlement zou neerleggen. Daarmee werd bewezen dat religieus rechts in Pakistan geen verkiezingsoverwinningen nodig heeft om zijn wil op te leggen.

Die veralgemeende steun voor de moordenaar én het nog meer algemene stilzwijgen van al wie de standpunten van Salman Taseer deelde, dreef de hele progressieve middenklasse tot wanhoop. Ik sprak hierover zowel met topjournalist Ahmed Rashid als met zijn radicaal-linkse tegenpool Tariq Ali, en beiden zagen in januari alleen maar duisternis. ‘Het kan uiteraard nog erger worden’, zei Tariq Ali, auteur van onder andere The Clash of Fundamentalisms en The Duel. Pakistan on the Flight Path of American Power. ‘Niemand twijfelt er nog aan dat de escalatie van de strijd in Afghanistan de toestand in Pakistan verder gedestabiliseerd heeft. De stroom rekruten voor zelfmoordmissies blijft aanzwellen.’ Ali had gelijk. Op 2 maart werd Shahbaz Bhatti, minister voor Minderheden en zelf een christen, vermoord en op 31 mei was het de beurt aan de vooraanstaande journalist Syed Saleem Shahzad, die de diepgaande banden tussen gewelddadige militanten en de militaire inlichtingendienst blootlegde.

[deze tekst is samengesteld uit fragmenten die in 2011 verschenen in Opstandland. De strijd om Afghanistan, Pakistan en Kasjmir, een boek geschreven door door Gie Goris]

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur