De aanslagen in Parijs en het belegerde Libië

Zouden de aanslagen in Parijs het vinden van een oplossing voor Libië in een stroomversnelling kunnen brengen? ‘Het is nu of nooit’, meent Ali Whida, een Libische correspondent in Brussel. In de oorlog om de macht die nu al meer dan vier jaar duurt, is het de burgerbevolking die een hoge tol betaalt. Maar nu de internationale gemeenschap beseft dat het uitblijven van een oplossing een gevaar is voor Europa groeit de hoop op een echte oplossing voor Libië.

  • 'De situatie wordt slechter en slechter. Het is heel moeilijk geworden door de aanhoudende onveiligheid en door het uitblijven van basisdiensten'

‘We zijn bang. We durven de straat niet op. Er zijn no go zones in de stad’, zegt Nadia Ramadan vanuit Tripoli aan de telefoon. Nadia, een ex-journaliste, werkt nu als marktonderzoekster voor de Koreaanse ambassade. Ontvoeringen, moordpartijen, gevechten tussen rivaliserende milities, tussen milities en IS, wegversperringen en onaangekondigde checkpoints zijn dagelijkse kost in Libië.

‘De situatie wordt slechter en slechter. Het is heel moeilijk geworden door de aanhoudende onveiligheid en door het uitblijven van basisdiensten’, zegt ze. ‘Er is een tekort aan alles. De lonen worden niet of te laat uitbetaald, de ziekenhuizen hebben geen medische voorraden meer en de mensen zijn bang om hun mening te uiten. Het zijn de gewapende milities die hier de lakens uitdelen’.

Nadia Ramadan volgt de situatie in haar land op de voet. Ze is heel actief op twitter maar gelooft niet dat de oorlog tegen het terrorisme een sleutelrol zou kunnen spelen in het oplossen van het probleem in Libië. ‘Daesh is slechts een deel van het probleem’, zegt ze. ‘Het grootste probleem zijn de verschillende milities. En ze werken samen met Daesh wanneer ze het nodig achten’.

Opnieuw onderhandelen

Nadia heeft een punt. De strijd tegen het terrorisme in de vorm van het achtervolgen en uitschakelen van leden van Daesh is niet genoeg. Maar er is een kentering in de houding van de internationale gemeenschap, stelt Ali Whida, een Libische correspondent in Brussel, vast.

‘Het besef dat de situatie in Libië effectief een dreiging is voor de stabiliteit van de hele regio en rechtstreekse effecten kan hebben op de veiligheid in Europa en de Europese belangen in de regio van de Sahel, is er wel degelijk’, zegt de journalist. ‘Dat besef is te laat gekomen maar beter laat dan nooit’, zegt hij.

‘De strijdende milities moeten stoppen met elkaar te bekampen en moeten focussen op de strijd tegen Daesh dat meer en meer territorium wint in Libië’

Ali Whida verwijst naar de uitspraak van de Franse minister van defensie Jean-Yves Le Drian. In een radio interview riep de Franse minister de buurlanden van Libië (Algerije, Tunesië, Egypte, Tsjaad en Niger) op om een buitengewone top te organiseren met de steun van internationale organisaties en de Verenigde Naties. ‘De strijdende milities moeten stoppen met elkaar te bekampen en moeten focussen op de strijd tegen Daesh dat meer en meer territorium wint in Libië’, zei de minister.

De nieuwe VN-gezant voor Libië, de Duitser Martin Kobler, heeft ondertussen al gesprekken gevoerd met de twee voornaamste protagonisten; de internationaal erkende regering in Tobroek in het oosten van het land en de Nationale Raad die door de milities in Tripoli in zijn functies werd hersteld.

De buurlanden van Libië beseffen al heel lang dat de burgeroorlog in Libië een gevaar voor hun eigen stabiliteit vormt. Ze zijn van mening dat alleen het herstel van de staat in Libië een oplossing kan zijn voor het terrorisme. Algerije dat onlangs haar grenzen met Libië heeft gesloten, houdt op eigen territorium begin december de eerste bijeenkomst tussen de buurlanden en de nieuwe VN-gezant.

Een veiligheidsakkoord is de prioriteit

Martin Kobler begint waar zijn voorganger Bernardino Leon is gestopt: het principieel akkoord over een eenheidsregering. ‘Maar op welke basis hij wil verder gaan, is niet helemaal duidelijk’, zegt Ali Whida. ‘Het probleem met de vorige VN-gezant is dat hij iedereen wilde tevreden stellen. Bernardino Leon is er niet in geslaagd om een antwoord op de cruciale vraag te geven, namelijk de toekomst van het Libische leger en van de gewapende milities. Het is goed om het te hebben over een eenheidsregering, maar wie beschermt deze eenheidsregering? Wat Libië nodig heeft, is geen politiek akkoord maar een veiligheidsakkoord.’

De veiligheid in Libië laat te wensen over. En dat heeft een effect op alle niveaus van het leven. Gerichte moorden en ontvoeringen zijn doordeweekse gebeurtenissen geworden. Op de autosnelweg naar Tripoli werden er deze maand meer dan vijftig mensen ontvoerd. Ze werden na onderhandelingen met de lokale autoriteiten vrijgelaten in ruil voor het vrijlaten van een aantal gevangenen.

In Benghazi is de situatie niet beter. De oorlog die woedt tussen het Libische leger onder leiding van generaal Khalifa Hafter, en de milities in het oosten van het land, hebben heel wat mensen gedwongen om hun huizen te verlaten. Hele wijken zijn leeg komen te staan. Veel gebouwen zijn zwaar beschadigd en teveel kinderen gaan niet meer naar school. Ofwel omdat de ouders bang zijn voor de veiligheid van hun kinderen, of gewoonweg omdat de school beschadigd is of een onderdak biedt aan gezinnen die het geweld ontvlucht zijn.

Heimwee naar Gaddafi

Mutaz Gadalla, een architect uit Benghazi, schrijft het volgende op zijn blog: ‘Ik zie vier zaken die we sinds de revolutie van 2011 niet meer doen: 1) Het rijbewijs meedragen: iedereen mag met een auto rijden en niemand die ernaar vraagt. 2) De auto registreren: Ik zie talloze auto’s zonder nummerplaat. Mensen kopen auto’s en verkopen ze zonder ze te laten registreren. 3) Het betalen van de elektriciteitsfactuur: de regelmatige uitval van elektriciteit moedigt mensen aan om hun factuur niet te betalen. Er is geen sterk centraal gezag. 4) We durven niet meer naar buiten te gaan na middernacht’.

Ondanks de angst komt de bevolking wel af en toe op straat. Om te protesteren. Tegen het uitblijven van de lonen. Tegen het tekort aan medische bevoorrading in de ziekenhuizen. Tegen terrorisme of om een slachtpartij van twee jaar geleden te herdenken.

‘In deze omstandigheden is het heimwee naar het tijdperk van Gaddafi begrijpelijk’, schrijft Mutaz Gadalla verder op zijn blog. Begin augustus zijn er zelfs mensen op straat gekomen met de oude groene vlag om de vrijlating van Saif Al-islam, de zoon van Gaddafi, te vragen. Ze hebben spijt dat ze in opstand zijn gekomen en zeggen dat de vier laatste jaren erger zijn dan de tweeënveertig jaar onder Gaddafi. ‘Eigenlijk is het geen heimwee naar het vorige regime’, schrijft Gadalla op zijn blog. ‘Het is eerder een snakken naar veiligheid’.

Hoe de veiligheid herstellen in een land dat te maken heeft met twee regeringen, een leger, een controversiële generaal die aan het hoofd van dat leger staat en talloze gewapende milities plus aanhangers van Daesh? Een land waarin verschillende regionale krachten de milities sponsoren om hun onderlinge geschillen uit te vechten? Het antwoord, volgens Ali Whida, is duidelijk. ‘De internationale gemeenschap zou het Libische leger moeten steunen. Het probleem met generaal Khalifa Hafter kan later opgelost worden, in het kader van een verzoeningsakkoord. De man zegt geen politieke mandaat te ambiëren. Eenmaal het leger versterkt, kan een eenheidsregering tijdelijk het land leiden tot er verkiezingen worden gehouden’.

‘Om dit te realiseren’, zegt Ali Whida, ‘ moet de internationale gemeenschap een hand uitsteken naar de mensen die de vrede willen herstellen’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur