Is de Grote Moskee werkelijk de bron van strijdend salafisme in België?

De Brusselse Grote Moskee (ICC) is de voorbije weken veel en negatief in het nieuws geweest. Dat voedde het al sterke wantrouwen in een van de centrale islamitische instellingen in dit land. Mieke Groeninck, doctoraatsstudent antropologie aan de KU Leuven, deed ruim twee jaar etnografisch veldwerk in Brusselse moskeeën en islamitische instituten, waaronder het ICC. Zij toetst al die oordelen aan de feiten op het terrein.

Demeester (CC BY-SA 3.0)

De grote moskee van Brussel

Weinig religieuze centra in ons land zijn zo beroemd en berucht als de Grote Moskee in het Jubelpark. Sinds haar intrek in het Oosters Paviljoen in 1969 heeft ze verschillende episodes gekend. Van centrale gesprekspartner van de Belgische overheid voor de organisatie van islam in België doorheen de jaren ’70 en ’80, tot gewantrouwde doorn in het oog sinds de jaren ‘90.

In vergelijking met haar beginjaren heeft het ‘Islamitisch en Cultureel Centrum van België’ (ICC), zoals de officiële naam luidt, veel aan invloed ingeboet. De Moslimexecutieve werd ingesteld doorheen de jaren ‘90 en nam vrij snel een deel van haar taken over, zoals bijvoorbeeld de aanstelling van islamleerkrachten. Intussen groeiden andere moskeeën en religieuze instituten in sneltempo uit tot ambitieuze concurrenten. De vele personeelswissels gaven bovendien een onstabiele en logge indruk, die haar aantrek bij het islamitische publiek in eerste instantie in gevaar leken te brengen.

Is de Grote Moskee daarom verworden tot een symbooldossier waarachter slechts een zinkend schip schuilgaat? Of klopt het nog steeds dat ze actief een conservatieve, wahabitische islam verspreidt? En indien geen van beide, hoe moeten we dan wel haar huidige rol inschatten? Tijd dus voor een update.

Scheiding tussen religie en bureaucratie

Hoewel de structuren van de Grote Moskee de afgelopen decennia op het eerste zicht grotendeels dezelfde zijn gebleven, weet eenieder die nauwer betrokken is dat de centrale actoren, het publiek, de tendens en de aanpak doorheen de jaren regelmatig zijn veranderd. Dat heeft vooral te maken met de komst van nieuwe sleutelfiguren, die niet noodzakelijk deel uitmaken van de bureaucratische structuren als dusdanig, maar die wel instaan voor het reilen en zeilen van de dagelijkse werking.

Als men de invloed, rol en huidige positie van een instantie als de Grote Moskee correct wil inschatten, is het belangrijk om oog te hebben voor de dagelijkse praktijken en de kleine en grote initiatieven die van onderuit komen

Een kritische kijk op officiële, politieke, bureaucratische en financiële structuren is één deel van het verhaal. Maar als men de invloed, rol en huidige positie van een instantie als de Grote Moskee correct wil inschatten, is het eveneens belangrijk om oog te hebben voor de dagelijkse praktijken en de kleine en grote initiatieven die van onderuit komen of die op dit moment geambieerd worden.

Het is intussen alom geweten en doorgelicht waar de Grote Moskee haar geld haalt: bij de Islamitische Wereldliga, waarin een groot aantal islamitische landen zetelen, maar waarvan vooral Saudi-Arabië een belangrijke geldschieter is. De Raad van Bestuur van de Grote Moskee bestaat onder andere uit de ambassadeurs van een aantal grote islamitische minderheden in België (met name Marokko, Turkije, Pakistan en Senegal) en staat onder het voorzitterschap van de ambassadeur van Saudi-Arabië. De Algemeen Directeur die aan het hoofd staat van het centrum (en niet van Saudische origine hoeft te zijn) wordt aangesteld door de Islamitische Wereldliga.

Dat is de gang van zaken geweest sinds de informele erkenning van het ICC in 1969 als centrale gesprekspartner van de Belgische overheid voor de organisatie van islam in België. Waarom men er toen voor gekozen heeft om die rol toe te kennen aan het ICC, toen al een lokale afdeling van de Islamitische Wereldliga, heeft al veel pennen bewogen. Vast staat dat dit het Belgische islamitische landschap heeft getekend; van de oprichting van het Executief van moslims enerzijds, tot de interne debatten, ontwikkelingen en gegroeide diversiteit anderzijds.

Martin Dougiamas (CC BY 2.0)

 

Toen de vorige directeur van de Grote Moskee vertrok, heeft men er in 2012 expliciet voor gekozen om ditmaal iemand aan te stellen die niet uit religieuze kringen kwam. Dat is een weg die men sindsdien ingeslagen is en waarop men naar verluidt niet wenst terug te komen.

Ook voor buitenstaanders werd toen duidelijk dat de Belgen die werkzaam zijn in het centrum, die er de lessen geven, de telefoons beantwoorden, de permanentie bemannen en de preken voorbereiden, grotendeels vrij spel hadden om hun aanbod aan te passen aan het publiek en de context.

Met andere woorden, daar waar men vaak een eenrichtingsverkeer vreest waarbij een instantie zoals de Grote Moskee een bepaalde visie uitdraagt via de aangeduide directeur en het geld van de Wereldliga, tonen de afgelopen jaren dat er vooral een evolutie is op het ritme van de samenleving, en de kritiek en uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden van buiten- en onderuit.

Omdat de huidige directeur niet religieus geschoold is en dus geen enkele claim kan leggen op de interne geloofs- en onderwijsaangelegenheden, werd er aldus een bijkomende stap gezet richting een feitelijke scheiding tussen de politieke, bureaucratische en financiële structuren enerzijds, en het religieuze, educatieve en consultatieve karakter van de Grote Moskee anderzijds. Een tweetal jaren later waren er ook personeelswissels op andere sleutelposities, wat zoals steeds bijdroeg aan veranderingen in aanpak, visie en publiek.

Geen van de twee huidige imams, die de hoogste religieuze autoriteiten zijn in het centrum, heeft een intellectuele affiniteit met het wahabisme. Dat is duidelijk voelbaar in hun preken.

De huidige, Egyptische imam die instaat voor het Arabische lessenpakket (dat jaar na jaar minder inschrijvingen kent) is opgeleid aan de Al-Azhar universiteit in Cairo, dat traditiegetrouw een sterke positie inneemt tegen het Saudische wahabisme. De Franstalige imam van Senegalese origine, die er sinds 2014 instaat voor de Franstalige vrijdagpreken en die ook verantwoordelijk is voor het Franstalige lessenpakket, heeft eveneens een diploma theologie behaald aan Al-Azhar. Nadien behaalde hij een Master Wijsbegeerte aan de Universiteit van Luik, waar hij een masterthesis schreef over Edmund Husserl.

Geen van beide huidige imams, die de hoogste religieuze autoriteiten zijn in het centrum, heeft een intellectuele affiniteit met het wahabisme. Dat is duidelijk voelbaar in hun preken, de focus in de door hen onderwezen lessen, de gehanteerde en onderwezen dogmatiek, en het gebruikte referentiekader in contact met gelovigen.

Net als bij vorige personeelwissels, ging deze verandering gepaard met bepaalde verschuivingen in het publiek. Onder moskeegangers zelf is al lang duidelijk dat men tegenwoordig in het ICC geen dogmatiek of jurisprudentie zal horen die geïnspireerd is op het wahabisme.

In de lessen theologie wordt het hanbalisme gedoceerd als slechts één van de verschillende theologische stromingen binnen islam, naast het asharisme, maturidisme en het mutazilisme. In de lessen islamitische jurisprudentie wordt meestal vertrokken vanuit het malikisme, de rechtschool die traditioneel de meeste aanhang heeft in de Maghreb.

De lessen dogmatiek worden niet uitbesteed aan de enige leerkracht die in Saudi-Arabië gestudeerd heeft.

Van daaruit wordt dan vervolgens gekeken naar andere rechtsscholen binnen het kader van “ikhtilaf” of juridische divergentie. In geval van divergentie, is het aan toehoorders zelf om te beslissen welke rechtsschool ze volgen. Tenslotte is ook het shiïsme niet langer een te mijden onderwerp en zijn er duidelijk soefistische invloeden te herkennen binnen de lessen “spiritualiteit en ethiek”.

De leerkrachten die er als vrijwilliger werkzaam zijn, zijn opgeleid in België, Frankrijk, Tunesië of Saudi-Arabië. Omdat dat gevoelig is komen te liggen, wordt aan buitenstaanders onderstreept dat de lessen dogmatiek niet uitbesteed worden aan de enige leerkracht die in Saudi-Arabië gestudeerd heeft. In plaats daarvan geeft hij algemene modules zoals ‘de regels omtrent het gebed’, waarbij er weinig juridische divergentie is en persoonlijke achtergrond een minimaal verschil uitmaken.

Deze selectieve koppeling tussen bepaalde onderwerpen en autoriteiten geldt evenzeer voor uitgenodigde predikers voor de vrijdagpreken. Die kunnen allemaal online herbeluisterd worden en beslaan meestal algemene, spirituele en apolitieke thema’s, die een zo breed mogelijk publiek met verschillende achtergronden moeten kunnen aanspreken.

In het Arabisch en het Frans werden de aanslagen herhaaldelijk veroordeeld, hun inconsistentie met islam werd onderstreept.

Een belangrijke uitzondering op het apolitieke karakter was de vrijdagpreek die plaatshad na 22 maart 2016. In het Arabisch en het Frans werden de aanslagen herhaaldelijk veroordeeld, hun inconsistentie met islam werd onderstreept, termen als burgerschap, veiligheid en vertrouwen werden benadrukt, en toehoorders werden aangemoedigd om bloed te doneren en mee op te stappen in de mars.

De diverse samenstelling van de huidige staf, hun persoonlijke achtergrond en intellectueel parcours bevestigen de inhoudelijke diversiteit enerzijds, en onafhankelijkheid ten opzichte van de politieke bovenstructuur anderzijds. Achteraf bekeken, zijn het bovendien altijd de mensen geweest die er dagelijks als imam of educatief verantwoordelijke werkzaam waren, die een grote invloed gehad hebben op de werking, status, aantrekkingskracht en rol van de “Merkez” (of het “centrum”, zoals de Grote Moskee ook vaak genoemd wordt).

Net als in zovele andere organisaties, zijn het voornamelijk deze sleutelfiguren die uiteindelijk het echte uithangbord zijn naar mogelijk geïnteresseerde bezoekers toe.

Het leven zoals het is in de “Merkez”

Tot zover wat betreft de achtergrond van de huidige staf, maar wat moet men zich als buitenstaander voorstellen bij “de dagelijkse gang van zaken” in de Grote Moskee? Net als een groot aantal andere moskeeën in België, biedt het centrum niet alleen koranlessen aan voor kinderen, maar ook religieus onderwijs voor volwassenen, mannen en vrouwen samen.

In verschillende modules en niveaus worden lessen voorzien in ethiek, (de grondslagen van) het islamitisch recht, koraninterpretatie, de biografie van de profeet Mohamed, islamitische dogma, theologie, hadithwetenschappen, de verscheidene stromingen binnen islam en islamitische moderniteit.

Hierbij spiegelt men zich meer en meer aan een academische omgeving, waarbij leerkrachten over voldoende intellectuele, en bij voorkeur universitaire, bagage moeten beschikken om een bepaalde module te mogen geven op een manier die de steeds beter geïnformeerde studenten op intellectueel en spiritueel vlak tevreden kan stellen. Dat is een zoektocht met vallen en opstaan, die regelmatig contextgebonden updates, correcties, andere verwoordingen of aanvullingen vereist, ook vaak op vraag van de studenten zelf.

Het publieksaantal tijdens de lessen ligt in de “Merkez” niet hoger dan in andere grote islamitische centra.

Deze ontwikkelingen vergen dus een aangepaste pedagogische aanpak (wat men zelf beschrijft als “descriptief” in plaats van ‘normatief’), waar men zich volop van bewust is en stilaan naartoe tracht te werken.

Het publieksaantal tijdens de lessen ligt in de “Merkez” niet hoger dan in andere grote islamitische centra (d.w.z. een totaal van ongeveer 100 inschrijvingen voor alle Franstalige modules die het ICC organiseert), met dat verschil dat het centrum door zijn naambekendheid vaak nog de eerste halte is voor gelovigen die op zoek gaan naar islamitisch geïnspireerde antwoorden.

Michel Huhardeaux (CC BY-SA 2.0)

Het interieur van de grote moskee in Brussel na renoveringswerken in 2014

Dat weerspiegelt zich onder andere ook in de over-bevraging van de permanentie. Dat is een dienst die de Grote Moskee, in tegenstelling tot andere instellingen, sinds haar beginjaren kan aanbieden, en die mede haar status doorheen de generaties heeft herbevestigd. Elke weekdag kan men er langsgaan met persoonlijke vragen waarop men een antwoordt zoekt dat conform is aan, of niet tegenstrijdig is met, de islamitische traditie.

De wachtzaal is altijd gevuld met wachtende mannen en vrouwen, van diverse origine, met en zonder hoofddoek, jong en oud, hoog opgeleid of niet, Frans- of anderstalig. Men kan ook telefonisch contact opnemen met het centrum voor grote of kleine, maar altijd erg persoonlijke en belangrijke, kwesties. Gelovigen beslissen dan zelf of ze het advies dat ze kregen opvolgen of niet, maar in ieder geval fungeert de Grote Moskee vaak als eerstelijnshulpverlening.

Daarbij is het van groot belang dat de betreffende adviseur (in de meeste gevallen is dat de Franstalige imam) een uitgebreide kennis heeft van zowel de islamitische traditie in al haar diversiteit (wat betreft rechtsscholen en stromingen), als van de huidige (juridische, sociale en politieke) context. Alleen dan slaagt hij erin om mensen van zo’n diverse achtergrond te overtuigen en van een geloofwaardig antwoord te voorzien. Zijn autoriteit is namelijk erg kwetsbaar; als men het niet met hem eens is, zoekt men elders raad.

Het aanbod van islamitische autoriteiten in België, en bij uitbreiding wereldwijd, is immers snel gegroeid in de laatste decennia. Bovendien zorgen ook Internet en sociale media ervoor dat gelovigen altijd op meerdere plekken mogelijke antwoorden kunnen vinden. Maar net zoals “dokter Google”, heeft ook “sheikh Google” het vaak niet bij het rechte eind. Net daarin schuilt de maatschappelijke waarde van goed opgeleide autoriteiten, degelijk religieus onderwijs en een laagdrempelige, vertrouwde en betrouwbare permanentie.

Zowel het huidige lessenpakket als de permanentie zijn er tegenwoordig dan ook expliciet op gericht om bepaalde misvattingen over islam te duiden of te corrigeren.

Zowel het huidige lessenpakket als de permanentie zijn er tegenwoordig dan ook expliciet op gericht om bepaalde misvattingen over islam te duiden of te corrigeren, en om tot een stevige inbedding in de lokale context te komen. Dat is regelmatig een delicate oefening, waarbij studenten en leerkrachten van mening veranderen en op kwesties terugkomen, waarbij lesinhouden evolueren en cursussen aangepast worden, of waarbij vragen van gelovigen evolueren op het ritme van maatschappelijke bezorgdheden.

Zo wordt er nu bijvoorbeeld veel meer aandacht besteed aan de religieuze boodschap van een spirituele “jihad” ter bevordering van een persoonlijke ontwikkeling en sociale cohesie, maar ook aan de brede waaier aan diversiteit binnen islam en interne tolerantie ten opzichte van, wat men noemt, “juridische divergentie” binnen de (soennitische) islamitische traditie. Gendergelijkheid wordt regelmatig aangekaart in de lessen en de preken, waarbij zogenaamde “culturele gebruiken” gekaderd en van hun sacraliteit ontdaan worden.

In overeenstemming met de huidige tijdsgeest worden er salafistische stellingen benoemd, op de korrel genomen, gedeconstrueerd en becommentarieerd. Dat kan gaan over dogmatiek, maar ook over kledijvoorschriften, gendersegregatie of deelname aan het brede maatschappelijke leven. Daarbij wordt over het algemeen een inclusieve benadering gehanteerd (met uitzondering van jihadisme dat expliciet veroordeeld wordt), waarbij zogenaamde “rigoristische” voorkeuren gekaderd worden als zijnde slechts één visie op de zaken.

Andere opties of benaderingswijzen worden eveneens aangereikt en grondig beargumenteerd, waardoor het voor studenten eenvoudiger wordt om persoonlijk te evolueren en onderling van mening te verschillen, zonder daarom noodzakelijk als “minder of meer religieus” te worden bestempeld. In dat process wordt er voortdurend gewezen op de interne diversiteit in islam en op de rijke traditie van islamgeleerden doorheen de hele geschiedenis en wereldwijd.

Aangezien deze aanpak en de huidige tendensen niet overeen stemmen met wat men normaal gezien aan “wahabisme” of “salafisme” linkt, kan de Grote Moskee aldus aanzien worden als een voorbeeld van interne en persoonsgebonden evoluties, typisch voor een religie die geen centrale religieuze hiërarchie kent.

unknown (CC BY-SA 3.0)

Biddende moslims

Mogelijke toekomstscenario’s

Het feit dat de Grote Moskee ondanks haar kwalijke reputatie in de mainstream media, vaak zwakke externe communicatie en regelmatige personeelswissels, toch nog zoveel mensen trekt, jong en oud, man en vrouw, van een diverse achtergrond, toont dat ze nog steeds een waardevol, accuraat en geloofwaardig aanbod brengt dat functioneel is, ook na (of zeker na) 22 maart 2016. Dat aanbod staat inhoudelijk meer en meer los van de organisatiestructuren, door bepaalde personeelskeuzes, maar ook door externe en interne druk.

Ook bij de staf zelf groeit intussen de discussie of de bureaucratische en financiële structuren herzien moeten worden. Maar tegelijkertijd heerst de bekommernis om ervoor te zorgen dat dit divers en terecht veeleisend publiek daardoor niet in de kou komt te staan, dat het aanbod en de permanentie overeind kunnen blijven, en dat de huidige vernieuwende en diverse tendensen de ruimte en vrijheid blijven krijgen om ongemoeid verder te kunnen groeien en zodoende de door hun geambieerde rol als gesprekspartner in de huidige context op kunnen nemen.

Mieke Groeninck is doctoraatsstudent antropologie aan de KU Leuven.
Dit artikel is gebaseerd op ruim twee jaar etnografisch veldwerk (2013-2015) in Brusselse moskeeën en islamitische instituten, waaronder het ICC.

LEES OOK

© Bunderachiv (CC0)
In het voorbije jaar zijn de herinneringen van oostfronters weer een stuk aanvaardbaarder gemaakt voor het brede publiek.
© Communauté de la Poudrière
‘Leefgemeenschap die een alternatief probeert te bieden voor kapitalisme en individualisme waar het menselijke terug primeert’.
© Brecht Goris
Het gaat niet goed met de armoedebestrijding, zegt Ikrame Kastit.
Public domain (CC0)
Tijdens de VN-week vatte onze minister van Ontwikkelingssamenwerking nog eens duidelijk zijn visie omtrent ontwikkelingssamenwerking samen.