De Moslimbroeders zijn tegen geweld, behalve in één geval

Op 5 december spreekt Tariq Ramadan in Brussel over de crisis in het Midden-Oosten. Hij is de kleinzoon van de Egyptische oprichter van de Moslimbroeders en de achterdocht tegenover de politieke islam kleeft ook aan zijn naam. Maar zijn de Moslimbroeders wegbereiders voor een gewelddadige jihad, of zijn ze echte moslimdemocraten?

  • Gregg Carlstrom (CC BY-NC 2.0) Tot op heden blijft het protest tegen de opsluiting van de afgezette president Morsi bij morele verontwaardiging en demonstraties. Gregg Carlstrom (CC BY-NC 2.0)
  • Public Domain Volgens islamologe Brigitte Maréchal geniet Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslimbroeders, nog altijd veel aanzien bij jonge moslims. Public Domain
  • mbaudier (CC BY-ND 2.0) Een foto van president Nasser siert een tentje op het Tahrirplein in Caïro, augustus 2011. mbaudier (CC BY-ND 2.0)

Het is geen geheim dat de Belgische staatsveiligheid het doen en laten van moslimfundamentalisten en dus ook Moslimbroeders in de gaten houdt. Naar aanleiding van het radicaliseringsfenomeen volgt ze onder meer het werven van nieuwe leden. Hoewel er gelijkenissen zijn met de wervingsmethoden van gewelddadige extremistische groepen zoals IS, is er ook een belangrijk verschil.

Terreurgroepen lijken zoveel mogelijk leden te willen aantrekken, ongeacht hun ideologische achtergrond, opleiding of zelfs religieuze opvoeding. Moslimbroeders daarentegen lichten een potentiële kandidaat grondig door voor ze hem of haar voorstellen om toe te treden tot de Broederschap.

Schaduworganisatie

De organisatie opereert echter al geruime tijd in de schaduw, zelfs in landen waar ze niet verboden is. Door de bijzondere aandacht van veiligheidsdiensten verkiezen verenigingen die ideologisch aansluiten bij de Moslimbroederschap die affiliatie te ontkennen. In eigen land kwam enkele jaren geleden aan het licht dat Staatsveiligheid politici in de gaten houdt die banden hebben met organisaties zoals de Moslimbroeders. Ook in Nederland en Groot-Brittannië vragen parlementariërs de veiligheidsdiensten om onderzoek te doen naar de activiteiten van de Broederschap.

‘De staatsveiligheid weet precies wie tot welke strekking behoort.’

‘Deze identiteitsontkenning is een van de belangrijkste redenen waarom ik Moslimbroeder af ben’, vertelt de jonge Belgische islamoloog Michael Privot, die gedurende enkele jaren lid was van de Moslimbroeders in België. Ook al maakt hij sinds 2012 geen deel meer uit van de organisatie, hij blijft een uitgesproken expert door zijn academische achtergrond.

‘Zelf pleitte ik ervoor om helemaal openlijk te werk te gaan, zoals in andere Europese landen. Mijn pleidooi voor transparantie onthulde destijds (in 2012) een extra probleem. De organisaties die mij als broeder benaderd hadden, ontkenden zelfs onderling dat ze tot de Moslimbroederschap behoorden’, lacht Privot.

Hoewel hij de Broederschap verlaten heeft, toont Privot ook begrip voor haar angst. ‘Ik heb nooit verhuld dat ik een Moslimbroeder was. Voor die openheid betaal ik nog steeds een hoge prijs, zelfs professioneel. Ik werk namelijk voor een organisatie die op Europees niveau strijdt tegen racisme. Tegenstanders halen mijn vroegere lidmaatschap aan om het werk van de hele ploeg in diskrediet te brengen, vaak met succes. Toch is die zelfopgelegde geheimhouding lachwekkend, de staatsveiligheid weet precies wie tot welke strekking behoort. Zolang echter een organisatie of individu er niet openlijk voor uitkomt, laten de veiligheidsdiensten ze verder ongemoeid.’

Charisma

Public Domain

Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslimbroeders.

Volgens islamologe Brigitte Maréchal geniet Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslimbroeders, nog altijd veel aanzien bij jonge moslims.

Vooral zijn vermogen om een intellectueel discours te verenigen met een zeer pragmatische aanpak tegen armoede en sociale ongelijkheid spreekt hen aan.

Dat betekent echter niet dat moslimjongeren zijn oeuvre nog steeds lezen, zo stelde Maréchal vast na bevraging. Het gaat meer om een personencultus, waarmee hedendaagse Moslimbroeders overigens niet blij zijn.

Dat zelfde charisma is wat vele Belgische moslims herkennen in zijn kleinzoon, Tariq Ramadan. Deze invloedrijke islamitische denker en docent aan de Universiteit van Oxford profileert zich echter niet als Moslimbroeder. Wel betuigt hij in het publieke forum zijn steun aan de opgesloten Moslimbroeders in Egypte.

Hoofddoekfixatie

Volgens Privot speelden de Moslimbroeders in Europa een essentiële rol in de sociale emancipatie en de burgerrechtenbeweging van moslims in Europa. ‘In de jaren tachtig hebben de Broeders, vooral in Frankrijk, zwaar ingezet op de moslimidentiteit. Daarin hebben ze niet altijd een even positieve rol gespeeld’, vindt Privot.

‘De Moslimbroeders hebben een belangrijke bijdrage geleverd voor de rechten van moslims in de diaspora.’

‘Ze legden de nadruk bijna uitsluitend op het belang van de hijab, zelfs toen de leiders van de Broederschap in Egypte hiertegen adviseerden. De leiders van de Moslimbroeders waarschuwden dat deze rigide stellingname een averechts effect zou hebben en moslimvrouwen in de marge zou duwen.’

Volgens Privot heeft die halsstarrigheid de polarisatie die we vandaag ondervinden mede in de hand gewerkt. ‘Het is niet makkelijk om deze fout te onderkennen, sommige Broeders hebben daar hun carrière op gebouwd. Let wel, het was vast niet hun intentie om tweedracht te zaaien. Ik denk dat ze pas later hebben ingezien dat de strijd om de hijab indertijd wellicht niet de dringendste was.’

‘Zelf ben ik een voorstander van de hoofddoek als een grondrecht in België’, vult de ex-Moslimbroeder aan. ‘Al was hun timing niet altijd ideaal en waren hun methoden soms drammerig, de Moslimbroeders hebben een belangrijke bijdrage geleverd en geijverd voor de rechten van moslims in de diaspora.’

Vluchtige populariteit

Kort na de aanslagen van 9/11 stelden onderzoekers de vraag of Bin Laden beïnvloed was door het gedachtegoed van de Moslimbroeders, actief van Marokko tot Rusland, van Mauritanië tot Soedan en die ook in Europa en de Verenigde Staten afdelingen hebben.

Ook nu het Midden-Oosten opnieuw geteisterd wordt door religieuze of sektarische oorlogen, wijzen experts de Broeders met de vinger na. Sinds hun ontstaan zijn de Moslimbroeders voor velen een omstreden organisatie.

In verschillende landen profileren ze zich intussen als oppositiestem tegen de onderdrukking van de overheid. Zo waren ze zowel in Egypte als in Tunesië een voor de hand liggende partner tijdens de Arabische revoluties van 2011. Hun interne democratische structuur en historische omarming van de moderne samenleving maakten van hen de ideale kandidaten voor de eerste democratische verkiezingen in beide landen.

Maar hun partijen verloren er even snel hun populariteit als ze die gewonnen hadden. In Egypte is de Moslimbroederschap sinds 2013 verboden en werden haar leiders ter dood veroordeeld. In Tunesië heeft de partij van de Moslimbroeders, Ennahda, haar identiteit en prioriteiten herzien sinds de nederlaag in de verkiezingen van 2013. In plaats van het islamitische karakter van de partij te onderstrepen, zet ze nu in op de nationale identiteit. Ennahda heeft zelfs de naam van haar officiële webstek veranderd in Mhabbet Tounes: liefde voor Tunesië.

In Europa zijn de Moslimbroeders dan weer vooral actief in het verenigingsleven. De politieke kleur van de Broederschap verschilt er naar gelang van het land waar ze vertoeven, al leunen ze vaker aan tegen de oppositie dan tegen de regeringspartijen.

Islam moet Arabië redden

Het begin van de twintigste eeuw in het Midden-Oosten staat in het teken van de Europese koloniale onderneming enerzijds en het afschaffen van het kalifaat van de sultans door Mustafa Kemal in Turkije in 1924 anderzijds. De Arabische wereld is in diepe crisis.

Na de ontmanteling van het Ottomaanse Rijk ontstaan immers nieuwe natiestaten die, onder het wakend oog van westerse bezetters, door despoten worden ingepalmd.

De oprichters van de Moslimbroederschap beschikken over de financiële middelen om een verschil te maken in het leven van de Egyptenaar.

In deze woelige periode, in 1928, richt de Egyptische leraar Hassan al-Banna de Moslimbroederschap op. Net als islamitische hervormers voor hem hekelt al-Banna de koloniale onderneming. Niet alleen vanwege de militaire en administratieve overmacht, vooral de culturele invloed is hem een doorn in het oog.

Daarom roept al-Banna op om de islam op alle aspecten van het leven toe te passen, zowel in de privésfeer als in het beleid. Onder het motto ‘De islam is de oplossing!’ zet al-Banna moslims ertoe aan hun identiteit en waardigheid te heroveren.

De oprichters van de Moslimbroederschap, overwegend uit de intellectuele en literaire elite, beschikken over de nodige financiële middelen om een verschil te maken in het leven van de doorsnee Egyptenaar.

De Broeders richten scholen op om het volk te alfabetiseren, openen ziekenhuizen en organiseren voedselbedelingen. Ze zorgen dus kortom voor diegenen die de staat aan hun lot overlaat, en hun aantal sympathisanten groeit exponentieel.

Aanvankelijk staan de islamitische geestelijken zeer sceptisch tegenover de Broederschap, die eerder de scheiding van moskee en staat voorstaat. Als voorstanders van liberalisering van de religieuze kennis raden de Moslimbroeders moslims aan zelf de Koran te lezen en te interpreteren. Deze rol is echter al eeuwenlang voorbehouden aan de oelema, de islamitische clerici, die niet op prijs stellen dat hun autoriteit aangetast wordt.

Nochtans verwijten de Broeders de oelema niet zozeer hun visie op de islam als wel hun reactie op de uitdagingen van het moderne leven. In tegenstelling tot de conservatieve clerus keren de Broeders de moderne samenleving niet de rug toe.

Alleen willen ze daarvoor een islamitisch referentiekader, in plaats van het westerse model te volgen. Het eerste stuit de oelema tegen de borst, het tweede zorgt voor wrevel in het Westen.

Politieke ambities

Twintig jaar na haar oprichting is de Moslimbroederschap uitgegroeid tot een internationale organisatie met minstens een half miljoen leden in Egypte en verschillende geaffilieerde verenigingen wereldwijd. Dat hebben ze onder meer te danken aan hun welzijnswerk. Al opereren de Broeders als een middenveldorganisatie voor sociale hervorming en moedigen ze het volk aan om zich religieus te ontwikkelen, hun ambitie is van meet af aan politiek.

Daarom verzetten ze zich tegen de koloniale regimes die de moslimlanden onder de knoet houden, en tegen de lokale heersers die met hen in zee gaan. In de jaren veertig ontstaat er in Egypte een gewapende tak van de Broederschap waar al-Banna geen greep op heeft. Deze groepering deinst er niet voor terug politieke moordaanslagen te plegen.

Het duurt dan ook niet lang eer de Egyptische overheid de Moslimbroederschap tracht te ontbinden, onder meer door sleutelfiguren uit te schakelen. De wederzijdse aanvallen bereiken een hoogtepunt wanneer de Moslimbroeders in 1948 een dodelijke aanslag plegen op de eerste minister. Kort daarop wordt Hassan al-Banna, de spirituele vader van de organisatie, vermoord, vermoedelijk door de overheid.

Voor de revolutie van 1952 was Egypte een monarchie die de facto geregeerd werd door het Verenigd Koninkrijk. De Vrije Officieren, een geheime militaire beweging opgericht door Gamal Abdel-Nasser (Nasser), wilden Egypte bevrijden van de Britse bezetting en de corrupte koning Faroek. Deze Vrije Officieren genoten de steun van de Moslimbroeders door hun antikoloniale gedachtengoed.

President Nasser, die aanvankelijk een bondgenoot was, keert zich tegen de Broederschap en verklaart haar leden vogelvrij. Na een mislukte aanslag op zijn leven veroordeelt hij de leiders van de Broederschap ter dood en sluit hij een groot aantal leden op. De daaropvolgende decennia krijgen de Moslimbroeders het zwaar te verduren en worden ze in de clandestiniteit gedwongen.

mbaudier (CC BY-ND 2.0)

Een foto van president Nasser siert een tentje op het Tahrirplein in Caïro, augustus 2011.

Blauwdruk voor jihaditerreur?

Volgens Privot is de grootschalige executie en arrestatie van Moslimbroeder-leden, ook van mensen die in geen enkel opzicht geweld hebben gebruikt, een belangrijk keerpunt in het geweldloze discours van de Broeders. Onder die gevangenen bevindt zich immers een van de belangrijkste denkers van de Broederschap, de dichter Said Qutb.

‘Kort voor zijn executie schreef Qutb, voordien een uitgesproken voorstander van de geweldloze bevrijding van de moslims, een vlammend pamflet. Hij riep moslims op tot de gewapende opstand tegen de onderdrukker. Hoewel hij zijn pamflet specifiek richtte tot Nasser, hebben zijn volgelingen dit discours als uitgangspunt genomen voor onderdrukkers in het algemeen’, aldus Privot.

De islamoloog wijst erop dat de leiders van de Broederschap zich meteen distantieerden van Qutbs aanzet tot geweld en daardoor een aantal broeders verloren, die zich bij Qutb voegen. Qutb zelf was intussen niet meer welkom in de Broederschap.

‘Het is opmerkelijk dat juist de ideeën waartegen de leiders van de Moslimbroeders zich zo kordaat hadden uitgesproken, hun publieke nalatenschap geworden is’, zegt Privot.

‘Het klopt wel dat het laatste werk van Qutb het grondwerk gelegd heeft voor het jihadistisch takfirisme (een stroming die alle andersdenkenden – ook moslims – verkettert als “ongelovigen”, nb). Groepen zoals al-Qaeda baseren hun ideeën op dat laatste pamflet van Qutb. Ze verwijten de Moslimbroeders dat die het werk van de geëxecuteerde dichter verwaarlozen.’

Na Nassers militaire staatsgreep in Egypte, begin jaren vijftig, vlucht een groot aantal kaderleden van de Moslimbroeders naar de Golfstaten en in het bijzonder naar Saoedi-Arabië. Deze jonge staten zijn op dat moment in volle ontwikkeling en hebben een nijpend tekort aan hoog opgeleid personeel. De gevluchte Egyptenaren, voornamelijk academici uit de middenklasse, zijn bijgevolg zeer welkom. Al gauw bekleden ze hoge functies in de Saoedische administratie.

Belangrijker nog voor de verspreiding van hun ideeën is de aansluiting van de Moslimbroeders bij de Islamitische Wereldliga. Dit instituut is een cruciaal instrument voor het verspreiden van het wahabisme, de uiterst conservatieve Saoedische strekking binnen de islam die volgens deskundigen de basis vormt voor het hedendaagse gewelddadige moslimextremisme.

Kruisbestuiving met de wahabieten

Hoewel de Saoedische overheid de Liga financiert, drukken de Broeders hun stempel op de leer die zij uitdraagt. Het gedachtengoed van de Egyptische hervormers verschilt in wezen sterk van het wahabisme. Het belangrijkste onderscheid tussen de strekkingen is hun benadering (in het geval van de Saoedische leer : de afkeer) van het moderne leven.

In zijn boek Myth and Reality in the Comtemporary Islamist Movement stelt Fouad Zakaria vast dat de Moslimbroeders niet gekant zijn tegen de moderne samenleving. Volgens de voormalige docent filosofie aan de universiteit van Caïro wilden de Moslimbroeders van het eerste uur een islamitisch referentiekader voor de uitdagingen van de veranderende wereld. De wahabieten echter beschouwen elke vernieuwing als een bedreiging.

Sinds hun aankomst in Saoedi-Arabië zijn de Broeders echter niet immuun gebleven voor die literalistische strekking. Vooral de conservatiefste leden lieten zich bekoren door het wahabisme.

Dankzij de prominente rol die haar leden in de Islamitische Wereldliga speelden, was de Broederschap in staat om haar draagvlak te vergroten. Het is echter niet duidelijk hoezeer haar ideologie nu echt vermengd is geraakt met de strengere Saoedische leer.

(Gewapende) strijd

De leer van de Moslimbroeders mag dan tegen geweld zijn, hun geaffilieerde organisaties hebben in sommige landen ook een gewapende tak. Dat is onder andere het geval in landen waar de Broederschap buiten de wet is gesteld, bijvoorbeeld in Rusland. In sommige landen wordt de Broederschap uitgeroepen tot terreurorganisatie, in andere is ze niet verboden, maar worden prominente leden wel het land uitgezet.

Toch is het volgens Michael Privot belangrijk om onderscheid te maken tussen groepen die echt deel uitmaken van de Broederschap of er ideologisch dicht bij staan en gewapende organisaties die door de publieke opinie bestempeld worden als Moslimbroeders.

Gregg Carlstrom (CC BY-NC 2.0)

Tot op heden blijft het protest tegen de opsluiting van de afgezette president Morsi bij morele verontwaardiging en demonstraties.

Een duidelijk voorbeeld is de Algerijnse Groupe Islamique Armé (GIA). Deze extreem gewelddadige terreurgroep zaaide in de jaren negentig dood en verwoesting om de Algerijnse regering ten val te brengen. Hun bloedige aanslagen waren gericht tegen de doorsnee burger.

In de media werd de GIA bijna unaniem voorgesteld als een gewapende tak van de Moslimbroeders. Hoewel ze een islamitisch referentiekader had, heeft de GIA echter weinig gemeen met de Moslimbroeders. Het blijft onduidelijk waarom de twee organisaties in vele media aan elkaar gekoppeld werden, de Broederschap nam immers lang voor de militarisering van deze groep afstand van de politieke beweging van de GIA.

‘De Broederschap zweert geweld formeel af, behalve in een enkel geval. De grote uitzondering is Hamas, de gewapende politieke beweging in Palestina’, aldus Privot. ‘Het is opvallend dat de leiders van de Broederschap nooit afstand genomen hebben van Hamas en de organisatie zelfs financieel gesteund hebben.’

‘Maar de huidige situatie in Egypte illustreert toch hun onwil om de wapens op te nemen.’ Naar schatting dertig procent van de Egyptische bevolking steunt de Partij van de Moslimbroeders nog steeds. Ondanks de bloedige repressie van de huidige Egyptische regering tegen leden van de Broederschap, blijven haar leiders oproepen tot geweldloos verzet. Tot op heden blijft het protest tegen de opsluiting van de afgezette president Morsi bij morele verontwaardiging en demonstraties.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in het herfstnummer van MO*magazine. Abonneer je hier!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur