Dossier: 

De Tour de Force van Parijs

Vandaag, maandag 30 november, wordt in Parijs de aftrap gegeven voor de COP21, de VN-klimaatconferentie die over twee weken een nieuw klimaatakkoord moet bezegelen. Maar hoe liggen de kaarten en welke hindernissen zijn er nog te overwinnen? Wat kunnen we verwachten van Parijs?

  • © Reuters © Reuters

Na de mislukking van Kopenhagen, 5 jaar geleden, is een tweede keer falen geen optie. Het Franse voorzitterschap en met name minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius die de coördinatie van COP21 in handen heeft, heeft niets aan het toeval overgelaten.

De Fabius-strategie

Vandaag, de eerste conferentiedag, is hier meteen de grote dag. Zo’n 150 staatshoofden en regeringsleiders worden hier verwacht om hun statement te komen maken. Ook onze premier Charles Michel zal van de partij zijn. De normale procedure op vorige klimaatconferenties was dat presidenten en premiers pas de laatste dagen hun delegatie vervoegen om knopen door te hakken of veto’s te stellen. Fabius heeft deze standaardprocedure aan de kant geschoven en de chronologie omgekeerd. Bedoeling is om zo meer gewicht te geven van bij de start en het onderhandelingsproces op het einde niet meer in de war te laten sturen.

Opmerkelijk en hartversterkend is ook dat geen van de staatshoofden heeft afgemeld onder druk van de terreuraanslagen en de uitzonderingstoestand in Frankrijk.

De intentieverklaringen

Het belangrijkste element bij de start van deze COP21 zijn de intentieplannen voor een nationaal klimaatbeleid. Bijna 180 landen hebben zo’n plan ingediend,goed voor 95 procent van de emissies. ‘Zonder VN-onderhandelingsproces hadden we nooit gestaan waar we vandaag staan,’ stelt UNFCCCvoorzitster Christiana Figueres dan ook met enige trots. Zelfs landen als Rusland, Saoedi-Arabië en Australië, die er helemaal niet van kunnen verdacht worden uit te kijken naar een “ambitieus” akkoord, hebben een klimaatplan ingediend en hiermee op zijn minst het proces onderschreven.

Akkoord, dit is too little, too late, maar dit is waar de wereldgemeenschap vandaag staat. Dat is het vertrekpunt. De tour de force die hier moet worden uitgehaald, is om al de landen zo ver te krijgen dat ze die ingediende voorstellen optrekken naar een hoger niveau voor 2020, wanneer het nieuwe akkoord van kracht moet worden. Om de opwarming binnen de 2°C te houden. Met de voorstellen die nu op tafel liggen, stevenen we af op een opwarming van 2,7°C. Jaarlijks stoten we nog 12 gigaton teveel uit, of 20 procent van de emissies.

Die 2,7°C is absoluut onaanvaardbaar, zelfs 2°C is een drempelwaarde waarover gediscussieerd wordt of dat nog wel een veilige grens is. Daarom hebben landen zoals de kleine eilandstaten (verenigd in de onderhandelingsgroep OASIS), er op aangedrongen om ook het streefdoel van 1,5°C op de onderhandelingstafel te houden.

Een “ambitieus” akkoord zou ons op een pad moeten brengen van 1,5°C tot max 2°C opwarming.

Wettelijk bindend akkoord

Een ander kluwen in de discussies is het statuut van dat nieuwe akkoord. Is dat een “overeenkomst”, een “verdrag”, een protocol? En wat houdt het bindende karakter in? Die hele discussie is vooral ingegeven door de bezorgdheid om een resultaat te hebben dat zeker niet langs het Amerikaanse Congres moet passeren om geratificeerd kan worden, maar dat zonder het Congres operationeel kan worden. Wat bijvoorbeeld wel bindend kan zijn, is de afspraak dat iedereen zijn inspanningen tussen nu en bijvoorbeeld 5 jaar, moet optrekken, naar die 2°C-doelstelling.

In het jargon heet dat een “flexibel” akkoord: de inspanningen die nu op tafel liggen, mogen niet “statisch” zijn, maar progressief. Voor landen als Rusland of Saoedi-Arabië zijn er echter weinig aanwijzingen dat ze hun –zo al minimalistische - voorstellen willen optrekken.

Angels onder het gras

De grote contouren die zich op de vooravond van de COP aftekenen, komen erop neer dat Parijs sowieso een akkoord zal opleveren, dat niet ambitieus maar wel zinvol is, en waarvan het bindend karakter gelegen is in de bereidheid om de ambities op regelmatige basis bij te stellen, en om die metingen op een transparante manier te doen en hierover jaarlijks te rapporteren.

Dat klinkt allemaal pragmatisch en de algemene teneur is er een van grote behoedzaamheid en realiteitszin want een nieuwe mislukking zou de doodsteek zijn voor het hele proces.

Toch behoort ook dat tot de mogelijkheden. Vorig jaar in Lima hield de onderhandelingsgroep van de zogenaamde Like Minded Developping Countries (LMDCs) hardnekkig vast aan de opdeling tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen, de zogenaamde Annex I en non-Annex I landen.

Het is de bedoeling dat in het nieuwe akkoord precies die tweedeling, die wel werd gehanteerd bij het Kyotoprotocol, wordt opgeheven. De wereld is sindsdien veranderd en bijvoorbeeld “ontwikkelingsland” China, de grootste uitstoter intussen, wordt verondersteld ook bijdragen voor emissiereducties te leveren. Wat ze overigens ook expliciet en ambitieus doen. Maar een aantal landen in deze groep stellen zich graag onwrikbaar op om ideologische redenen. Dat haalde in Lima het proces naar beneden en er zijn weinig indicaties dat de positie van die groep het afgelopen jaar is opgeschoven.

India neemt een wat dubbelzinnige positie in. Het land zet hoog in op hernieuwbare energie, maar wil zich er niet toe verbinden fossiele brandstoffen te bannen. Het is zelf nog heel sterk afhankelijk van steenkool en beschouwt het uitbannen van fossiele brandstoffen als een rem op hun ontwikkeling. Toch lanceren ze vandaag samen met de VS een grootschalig plan voor zonne-energie, met VS-engagementen voor technologie-overdracht.

Nieuwe bondgenoten voor een Parijs-Pact

Canada, dat na de conferentie van Kopenhagen uit het Kyotoprotocol is gestapt omwille van hun zwaar vervuilende olieontginning uit de teerzanden, behoort sindsdien tot de slechte leerlingen van de klas. Maar dat zal veranderen.

“Canada is back”, zo klonk de boodschap van de Canadese minister van Klimaat en Milieu Catherine McKenna op een persconferentie in het Centre Culturel Canadien. De nieuwe regering onder leiding van Justin Trudeau is nog maar drie weken geleden aangetreden, en komt naar de klimaattop met de klimaatplannen van de regering Stephen Harper. ‘Maar die ingediende plannen zijn voor ons een bodem, geen plafond,’ beklemtoont McKenna. ’90 dagen na COP21 gaan wij een nieuw klimaatplan kenbaar maken. We zijn daarover volop in onderhandeling met de verschillende provincies en ook Alberta, de provincie van de teerzanden, is bereid om zich ten volle te engageren.’

Een andere positieve dynamiek is dat er heel wat bilaterale afspraken gemaakt zijn, tussen de VS en China maar ook met India en Brazilië. Of ook tussen Brazilië en Duitsland. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld ook sterk gewerkt aan samenwerking met de minst ontwikkelde landen.

Daarnaast is er, zoals steeds, een hele waaier aan initiatieven vanuit regio’s, steden en gemeenten, en vanuit de bedrijfswereld. Die dynamiek speelt zich af buiten de conferentieruimtes, maar is wel niet te negeren.

Daarom wordt hier ook al voorop gesteld, om het niet zozeer te hebben over “het akkoord van Parijs”, maar over “het Pact van Parijs”, vrucht van die talloze initiatieven die over heel de stad zullen plaats vinden de komende twee weken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.