‘Discriminatie en sociale uitsluiting van Roma zijn onaanvaardbaar voor de EU’

In Europa hebben Roma een enorme achterstand als het gaat om scholingsniveau en arbeidsparticipatie. ‘40 procent van Roma in Bulgarije en Roemenië gaat met honger naar bed.’ De EU wil die sociale kloof dichten. Maar goede EU-plannen stranden op apathie van nationale bestuurders. Roma nemen zelf het initiatief.

  • © 2015 Roma Education Fund / Jetmir Idrizi © 2015 Roma Education Fund / Jetmir Idrizi
  • © John Stoker Minder dan zes procent van de Roma heeft een diploma op tenminste ASO niveau; het EU gemiddelde is 67 procent. © John Stoker
  • © John Stoker © John Stoker
  • © Reuters / Bernadett Szabo Vaak zijn Roma niet formeel in dienst waardoor ze geen zekerheden kennen, geen pensioen opbouwen, geen salaris bij ziekte ontvangen. © Reuters / Bernadett Szabo

‘Roma-ouders willen precies hetzelfde als alle ouders. Ze hopen dat hun kinderen slagen in de maatschappij. Dat hun dochters en zonen het beter zullen hebben dan zij het hebben gehad. Een goede opleiding legt daarvoor de basis. Maar juist daar ligt een probleem. Veel Roma zijn te arm om hun kinderen te laten studeren.’

Aan het woord is emeritus hoogleraar Forray R. Katalin (71), oprichtster van de faculteit Romologie in de Zuidhongaarse universiteitsstad Pécs. Ze heeft zoeven een examen afgenomen en toont nu met zekere trots haar afdeling. Onder een abstract schilderwerk van een van haar Roma-studenten, werkt een onderzoeker in opleiding met Roma-achtergrond aan haar proefschrift. Deze dochter uit een gezin van ongeletterde houtsnijwerkers schopte het, volgens Katalin, zover door haar intelligentie en inzet. Maar ze zit hier ook omdat een goede kennis haar studie bekostigde. Het gros van de Roma-studenten kan hier studeren dankzij een gift van een persoon of organisatie.

Niet iedereen vindt zo’n gulle gever. In zowel Hongarije als de EU heeft minder dan één procent van de volwassen Roma-bevolking hoger onderwijs gevolgd. Terwijl het EU-gemiddelde voor alle burgers de twintig procent overstijgt. Daarmee houden de sociale verschillen niet op. Het opleidingsniveau van Roma ligt over de gehele linie lager. Minder dan zes procent heeft een diploma op tenminste ASO niveau; het EU gemiddelde is 67 procent.

© John Stoker

Minder dan zes procent van de Roma heeft een diploma op tenminste ASO niveau; het EU gemiddelde is 67 procent.

Daarnaast heeft de helft van alle Roma geen baan tegen negen procent van alle EU-burgers. Uit alle cijfers blijkt dat er geen andere bevolkingsgroep met een lange historie in Europa is die een zo grote achterstandspositie heeft als de Roma. Waarom is de kloof zo diep en hoe die te overbruggen?

Arbeidskampen voor werklozen

In Boedapest op het hoofdkwartier van de Roma Education Fund (REF) ontmoet ik twee Roma die wel een plaats aan de comfortabele kant van de kloof wisten te bemachtigen. De een Niki Olah (34) studeerde rechten in Boedapest en werkte een aantal jaren in het bedrijfsleven voordat ze REF’s coördinator voor Hongarije werd. De ander Dan Pavel Doghi (45), studeerde in Roemeniës tweede stad Cluj Napoca sociale wetenschappen, deed een post-master Internationale Diplomatie, werkte vele jaren voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), coördineert nu REF’s hoger onderwijs programma en leidt het Roemeense kantoor.

Volgens Niki Olah is in Hongarije de kloof op de arbeidsmarkt deels terug te voeren op het aanwervingsbeleid van werkgevers, die door vooroordelen zelden Roma aannemen. Voor de grote groep laag-opgeleide Roma rest er daarom slechts werkkampen waarin werklozen sinds 2011 verplicht zijn arbeid te verrichten. Een maatregel van de huidige Orban- regering. Olah ziet weinig in die aanpak. ‘Arbeidslozen werken er voor een absurd laag loon, ver onder het minimumloon voor ongeveer drie maanden, moeten dan uit dienst treden en wachten vervolgens een paar maanden voor een volgende ronde. Ze hebben geen andere keuze.’

Keerpunt ’89

Volgens Dan Pavel Doghi participeren in Roemenië verhoudingsgewijs niet veel meer Roma op de arbeidsmarkt dan in Hongarije en hij constateert daarnaast dat na de revolutie van ’89 de omstandigheden voor Roma zijn verslechterd. ‘Onder het communisme werkte nog een grote meerderheid van de Roma, veelal in staatsindustrieën. Na de revolutie werden die industrieën echter en masse ontmanteld. Roma werden bij reorganisaties als eersten ontslagen. Mannen en vrouwen die decennia in die fabrieken werkten, verloren op een dag hun belangrijkste bron van inkomen.’

‘Een deel verdient nu hun brood in de bouw. Maar vaak zijn ze niet formeel in dienst waardoor ze geen zekerheden kennen, geen pensioen opbouwen, geen salaris bij ziekte ontvangen. Hun loon is sowieso laag. Een ander deel, de Roma op het platteland, doet seizoensarbeid in de landbouw. Opnieuw, een laag en onregelmatig inkomen. Overleven is wat ze doen.’

© Reuters / Bernadett Szabo

Roma zijn vaak niet formeel in dienst waardoor ze geen zekerheden kennen, geen pensioen opbouwen, geen salaris bij ziekte ontvangen.

‘Roma die diploma’s op zak hebben, maken wel een grotere kans op een vaste baan. Toch blijft het lastig. Want vergeet niet dat het voor alle hoger-opgeleide Roemenen, ook die niet geconfronteerd worden met vooroordelen, het nu moeilijk is goed werk te vinden. Je ziet afgestudeerden werken in McDonald’s of vertrekken naar West-Europa.’

Voor ’89, zegt Doghi, beklaagden Roma zich ook over het communistische regime. Zo verafschuwden Roma de gedwongen assimilatie politiek. ‘Dus toen de communisten het veld ruimden dachten Roma, net als alle Roemenen, dat hen een mooie toekomst te wachten stond. Het tegenovergestelde gebeurde. Wat was het geval? Voor ’89 hadden dus veel Roma een vaste betrekking. Je kreeg daarmee een appartement toegewezen. Je had stabiliteit en wat geld op de bank. Je had op een bepaalde manier het gevoel dat niets jouw toekomst bedreigde. Na de revolutie verdampten echter alle zekerheden. Veel Roma-dorpen zijn nu volledig verarmd. Huizen staan er vervallen bij. Voor de inwoners lijkt alles onbetaalbaar te zijn geworden.’ Hoe onbetaalbaar? Het zegt veel dat veertig procent van Roma in Bulgarije en Roemenië met honger naar bed gaat. Menig Roma kijkt volgens Doghi nostalgisch terug op de communistische tijd.

Segregatie

Willen Roma een kans maken op een fatsoenlijke baan, dan moeten ze diploma’s behalen. Maar voor de meeste Roma ligt de weg daar naar toe vol met valkuilen die doorsnee Hongaren niet zullen aantreffen. Veel Roma, zegt Olah, lopen in de eerste jaren van hun ontwikkeling al een onoverbrugbare achterstand op door het lage niveau van basisonderwijs die juist zij ontvangen. Dat komt omdat ongeveer 45% van de Hongaarse scholen etnisch gescheiden zijn.Docenten op

Docenten op Roma-scholen ontberen vaak kwaliteit of komen niet opdagen.

Docenten op Roma-scholen ontberen vaak kwaliteit of komen niet opdagen. ‘Ouders kunnen in Hongarije wel kiezen naar welke school zij hun kind sturen. In grote steden bestaat die mogelijkheid ook werkelijk. Maar daar accepteert de schoolleiding regelmatig geen Roma-kinderen met de smoes dat er geen plaats meer is.’

Onderwijssegregatie wordt in Roemenië juist veroorzaakt door de gesegregeerde woonvormen die het land zo kenmerkt. Doghi: ‘Het feit dat Roma grotendeels bij elkaar leven aan de uiterste stadsranden of in kleinere dorpen, plus het feit dat Roemeense ouders hun kind moeten aanmelden bij de dichtstbijzijnde school, maakt dat op bepaalde scholen Roma-kinderen zwaar oververtegenwoordigd zijn.’

Zowel Olah als Doghi gingen naar gemengde scholen en genoten kwalitatief goed onderwijs. Olah prijst zich bovendien gelukkig met twee personen in haar leven: haar onderwijzeres van de basisschool en haar mentor op het gymnasium. Die namen haar onder hun hoede, gaven haar bijlessen, betaalden zelfs een deel van haar studie en hielpen Olah met het vinden van haar eerste baan.

Europees initiatief

De Europese Commissie ziet ook de positie waarin zoveel burgers uit Europa’s grootste minderheid verkeren. ‘Veel Roma worden in hun dagelijks leven geconfronteerd met vooroordelen, intolerantie, discriminatie en sociale uitsluiting. Ze worden gemarginaliseerd en leven in zeer slechte sociaal-economische omstandigheden. Dit is onaanvaardbaar in de Europese Unie aan het begin van de 21e eeuw.’

Onder aansporing van de Commissie zijn op nationaal niveau allerlei proefprojecten opgestart: van onderwijsverbeteringsplannen tot initiatieven die de kansen van Roma op de arbeidsmarkt moeten vergroten. Doghi deed in een eerder stadium onderzoek naar de effectiviteit van die projecten. Wat bleek: ze waren niet bepaald succesvol. Meerdere oorzaken liggen daar volgens Doghi aan ten grondslag.

‘Grote overheidsprojecten die op papier gericht zijn op Roma, blijken in de praktijk vaak niet-Roma als belangrijkste begunstigden te hebben.’

‘Ook de dominante gemeenschappen worden dus geconfronteerd met een deel van dezelfde problemen, zoals een hoge werkloosheid. Tel daarbij op vooroordelen en je kunt je voortellen hoe moeilijk het is om van bijvoorbeeld die arbeidsmarktinitiatieven voor Roma een succes te maken.’

Daarnaast ontbreekt volgens Doghi bij beleidsmakers daadkracht. ‘Ze praten wel maar handelen niet. Ze bedachten in de laatste tien jaar wel strategieën, sommigen zijn zelfs goed, maar ze implementeren en financieren die niet. Ook zijn er grote overheidsprojecten die op papier gericht zijn op Roma, maar in de praktijk blijken niet-Roma vaak de belangrijkste begunstigden ervan te zijn.’

Discours tegen Roma

Op de vraag waarom hij denkt dat politici zo passief zijn, antwoordt Doghi kalm: ‘Het hele discours is openlijk tegen Roma. Zo winnen nationale politici hun kiesdistrict met anti-Roma retoriek. Een van de wrange vruchten van die demagogie van rechtse- en rechtsradicale partijen, en van een zeer agressieve massamedia is de desinteresse –zacht uitgedrukt — van grote delen van de samenleving voor de leefomstandigheden van Roma. Na duizend jaar worden Roma nog steeds beschouwd als buitenstaanders. Nog steeds wordt ons toegeroepen terug te gaan naar India. Alsof we hier niet thuis horen. Zolang dit bestaat, maakt het niet uit hoe mooi of goed jouw strategieën zijn.’

‘Nationale politici handelen slechts onder internationale druk. Maar ze roepen dan: we willen wel Roma integreren, maar we hebben geen geld. Het impliceert dat de EU de leefomstandigheden van Roma moet verbeteren, niet de overheid van het land waar Roma burgers zijn. Dat is problematisch. Zonder betrokkenheid is er geen duurzaamheid in beleid.’

András Ujlaky, uitvoerend hoofd van het European Roma Rights Centre, ziet ook dat in Hongarije de politieke wil ontbreekt. ‘Elke regering beloofde de kloof tussen Roma en niet-Roma kleiner te maken, maar geen enkele slaagde daarin. Politici durven niet werkelijk desegregatie te forceren. Grote kans dat dit het einde van hun politieke carrière betekend. Ze zullen niet herkozen worden. Het zijn geen slechte mensen, maar heel pragmatische- en misleide individuen.’

Sommige regeringen voerden volgens hem een iets beter beleid, anderen een wat zwakker, maar nog nooit zag hij ‘zo’n problematische regering met een zo’n dubieus beleid als de huidige.’ Zo verlaagde die de leerplicht van 18 naar 16 en verhoogden het maximaal aantal leerlingen in een klas. De leerlingen met de grootste achterstand zullen hierdoor als eersten afvallen: ofwel de Roma-kinderen.

Doghi ziet één land met een grote Roma-populatie die het relatief gezien op sommige aspecten iets beter doet: Spanje. Dat land pompte flink wat geld in diverse projecten die de kloof verkleinde. Een beter imago van Roma zou die positievere benadering van Spanje kunnen verklaren, zegt Doghi. Dankzij de flamenco, de Roma-dans die is in ingebed in de Spaanse cultuur. ‘Spanjaarden zijn trots op de flamenco en ze erkennen dat die afkomstig is van Roma.

Een beurs met toekomst

Een aanpak die sowieso wel werkt is die van het Roma Education Fund. REF ondersteunt in veertien Europese landen beleid en programma’s die kwalitatief goed onderwijs bevorderen voor Roma. Eén zo’n programma is het REF-studiebeurs programma, het grootste hogeronderwijsbeurzenplan voor Roma-studenten: 1433 studenten in de veertien landen – 118 in Hongarije — ontvangen dit studiejaar een beurs. Toch ondersteunt REF hiermee maar relatief een kleine groep. Doghi: ‘Het is de goede weg. Maar regeringen moeten dit programma reproduceren en budgetteren.’

© 2015 Roma Education Fund / Jetmir Idrizi

Voor de studenten die een beurs ontvangen, organiseert REF in het najaar een gala-evenement.

Voor de studenten die een beurs ontvangen, organiseert REF in het najaar een gala-evenement. Doghi: ‘We willen daarmee hun prestaties prijzen. We geven hen media-exposure en ontkrachten tegelijk publiekelijk het vooroordeel dat Roma niet graag leren en niet in staat zijn om een opleiding op universiteitsniveau te volgen. In een tweede, niet-publiek, deel bespreken we met hen issues waar Roma tegen aanlopen, de vooruitzichten op de arbeidsmarkt, discriminatie, Roma-identiteit, het voorkomen van drop-out, uitbannen van segregatie. Ze leren bovendien andere Roma-studenten kennen en kunnen hun ideeën en meningen uitwisselen.’

‘We hopen dat die afgestudeerden in de toekomst een soort van nieuwe Roma-elite gaan vormen. Een intellectuele groep die een lichtend voorbeeld zijn voor Roma-jongeren van later. Een groep die ook aan Europese samenlevingen laat zien wat Roma kunnen zijn.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift