Dood aan de journalistiek! Wanneer stopt straffeloosheid?

De Raad van Europa stelt vandaag (4 december) een initiatief voor dat snelle en kordate actie moet mogelijk maken bij de bedreiging van journalisten en persvrijheid in het algemeen. Een noodzakelijke, maar nog erg schuchtere stap richting de bescherming van journalisten. Die behoefte groeit met het jaar.

November stond internationaal in het teken van de straffeloosheid voor misdaden tegen journalisten. Verschillende instellingen en niet-gouvernementele organisaties lieten hun bezorgdheid blijken over de onveiligheid van het journalistieke beroep. Naast mooie woorden komen stilaan concrete maatregelen aan het oppervlak.

België aan zet

In de strijd tegen straffeloosheid voor geweld tegen journalisten, ligt mogelijk ook een taak voor ons land weggelegd. Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders brak begin vorige maand een lans voor de ‘vrijheid voor de media en journalisten die veilig hun beroep kunnen uitoefenen’. Sinds 13 november is België voor een half jaar voorzitter van de Raad van Europa, die toekijkt op mensenrechten en persvrijheid.

‘Minister Reynders, de persvrijheid is in gevaar in verschillende delen van Europa.’

Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) verwacht veel van ons land. Zij roepen België op om zijn voorzitterschap aan te wenden om de onveiligheid van journalisten aan te pakken. Zo zou het de samenwerking tussen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de Raad van Europa, de Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) inzake persvrijheid en veiligheid van journalisten moeten bevorderen.

‘Minister Reynders, de persvrijheid is in gevaar in verschillende delen van Europa. We vragen dat u uw voorzitterschap gebruikt om dit te verdedigen’, stelt Joel Simon van het CPJ.  ‘Als voorzitter van de Raad van Europa, moet België de waarden waar de Raad voor staat, waaronder persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, waarborgen. België moet de aanbevelingen aan lidstaten opvolgen, tekortkomingen bekendmaken en in het geval van overtreding, een schorsing of uitsluiting voorstellen.’

Davidlohr Bueso (CC BY 2.0)

Fotojournalist tijdens protesten in Chili, 2011.

Onbestraft geweld

Volgens het CPJ worden geweldplegingen tegen journalisten nauwelijks vervolgd. Van de meer dan 700 journalisten die afgelopen decennia om het leven werden gebracht, werd de dader maar in één op de tien gevallen berecht. Dit lage aantal veroordelingen draagt bij tot een vicieuze cirkel aan straffeloosheid, waarbij daders niet tot inkeer komen.

Van de meer dan 700 journalisten die afgelopen decennia om het leven werden gebracht, werd de dader maar in één op de tien gevallen berecht.

Het rapport dat twee weken geleden werd voorgesteld door het Unesco International Programme for the Development of Communication, erkent dezelfde problematiek. Van de 593 onderzochte moordzaken op journalisten tussen 2006 en 2013, werden er slechts 39 zaken opgelost. 171 zaken zijn nog in behandeling van het gerecht.

Voor de overige 64 procent ontving de Unesco van de betrokken lidstaten geen informatie betreffende het gerechtelijk onderzoek. Directeur-Generaal van de Unesco Irina Bokova, liet eerder in november haar ongenoegen al blijken over dit bedenkelijke engagement: ‘Dit kan zo niet doorgaan. Ik wil regeringen oproepen zich meer in te zetten voor gerechtigheid inzake vermoorde journalisten; door te antwoorden op het verzoek vrijwillig te rapporteren over wat er gebeurt met de gerechtelijke opvolging.’

Stilte doorbroken

Maar voorlopig voelen staten nauwelijks de hete adem van internationale organisaties die ijveren voor meer transparantie en een grotere inzet voor de berechting van moorden op journalisten. Volgens Elisabeth Witchel van het CPJ is de politieke desinteresse zorgwekkend: ‘Het gebrek aan inspanning om de juiste informatie te verschaffen, toont dat het aanpakken van straffeloosheid bij moorden op journalisten bij veel staten een lage prioriteit kent of te politiek uitdagend is.’

Deze politieke desinteresse schept een klimaat van straffeloosheid en geeft een vrijgeleide aan daders.

Dit terwijl rapporten als dat van de Unesco een hulpzaam middel zouden kunnen zijn voor verantwoording en intergouvernementele dialoog, waarbij staten in moeilijkheden kunnen bijleren. Daarenboven schept deze politieke desinteresse een klimaat van straffeloosheid en geeft het een vrijgeleide aan daders, aldus Witchel.

Maar deze staten blinken voorlopig dus uit in hun afwezigheid. Om deze stilte te doorbreken, organiseerde de International Freedom of Expression Exchange (Ifex) in samenwerking met zijn internationale en Europese partners een campagnemaand om de problematiek van straffeloosheid onder de aandacht te brengen. “#EndImpunity” bereikte op 23 november zijn hoogtepunt met een schreeuw om aandacht op sociale media.

Knight Foundation (CC BY-SA 2.0)

Journalisten protesteren tegen groeiend geweld, Mexico 2010.

Mooie woorden, dode letter

Dat de boodschap stilaan wordt opgepikt door beleidsmakers blijkt uit recente uitlatingen door verschillende internationale organisaties. Speciaal VN-rapporteur David Kaye riep in gelijkaardige bewoordingen als minister Reynders, overheden op om aanvallen op journalisten te voorkomen en de daders ter verantwoording te houden. Deze oproep werd verder bekrachtigd tijdens de derde UN-Inter-Agency Meeting over de veiligheid van journalisten en de straffeloosheidsproblematiek, waar onder meer de Raad van Europa en de Unesco samenzaten.

‘We kunnen vergaderingen blijven organiseren en belangrijke resoluties stemmen, maar de pijnlijke realiteit is dat aanvallen exponentieel toenemen en straffeloosheid overheerst.’

Ook Dunja Mijatović, Ovse-afgevaardigde voor Persvrijheid, droeg bij aan het rondje beloftevolle uitspraken tijdens de jaarmeeting van de Europese Federatie van Journalisten (EFJ) in Moskou. Volgens haar zijn de waarborging van de veiligheid van journalisten en het doorbreken van straffeloosheid de grootste uitdagingen om tot persvrijheid te komen.

Al was ze ook kritisch voor zichzelf. ‘We weten allemaal dat de huidige pogingen om veiligheid te garanderen voor journalisten onvoldoende zijn,’ sprak Mijatović. ‘We kunnen vergaderingen blijven organiseren en belangrijke resoluties stemmen, maar de pijnlijke realiteit is dat aanvallen exponentieel toenemen en straffeloosheid overheerst.’

Politieke actie?

Ligt hier een kans voor de Raad van Europa? Tot nu toe lieten verschillende intergouvernementele instellingen en ngo’s hun ongenoegen blijken over de problematiek, maar kwam het zelden tot concrete actie. Daarenboven werkt de veelheid aan verantwoordelijken een coherent beleid tegen. Daar komt mogelijk verandering in.

Vandaag stelt de Raad van Europa een nieuw “rapid reaction” platform voor in Parijs.

Vandaag stelt de Raad van Europa een nieuw “rapid reactionplatform voor in Parijs. Dit online meldpunt moet persvrijheidsorganisaties als de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), de EFJ en Reporters Without Borders de kans geven gevallen van geweldpleging tegen journalisten en inbreuken op de persvrijheid en –veiligheid sneller te rapporteren.

Het platform moet internationale organisaties zoals de Raad van Europa, de Ovse, de EU en de VN in staat stellen sneller te reageren op misdrijven. Tevens geeft het de Raad de mogelijkheid haar eigen beleid af te stemmen op de meldingen en zo lidstaten ter verantwoording te roepen.

Alisdare Hickson (CC BY-NC-ND 2.0)

Twee journalisten schuilen voor belagers, Egypte 2011.

Lange weg

Hiermee lijkt een eerste, zij het schuchtere, stap gezet richting een concrete aanpak door de verschillende internationale partners. Actie lijkt broodnodig.

Dit jaar alleen al werden 43 journalisten om het leven gebracht. Dit lijkt een verbetering tegenover vorig jaar, maar de algemene tendens oogt zorgwekkend. In landen als Eritrea, Syrië en Somalië lopen journalisten het meeste gevaar voor hun leven. Vorige maand nog werd een Somalische journalist vermoord. De kans dat het ooit tot een berechting komt van de daders lijkt gering.

De EFJ uitte vorige week nog zijn bezorgdheid over de blijvende onveiligheid in Oost-Europa.

Maar ook dichter bij huis blijft de problematiek prangend. In Oekraïne ondervinden journalisten grote moeilijkheden om hun werk veilig uit te voeren. Sinds de crisis in het land zijn al minstens zes van hen omgekomen zonder een gerechtelijke vervolging van de daders. De EFJ uitte recent nog zijn bezorgdheid over de blijvende onveiligheid in Oost-Europa.

Turkije heeft dan weer te maken met het grootst aantal journalisten in hechtenis. Maar liefst 40 van de 211 journalisten in detentie zit vast in een Turkse gevangenis. Op vlak van vrijheid en veiligheid voor journalisten is nog een lange weg af te leggen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift