Drie (aanslagen) op een rij, maar geen eenduidig verhaal

De aanslagen in Istanboel, Ouagadougou en Jakarta waarmee 2016 begon bevestigen een veralgemeende terreurdreiging. Maar wie de zaken van dichtbij bekijkt, ziet dat deze aanslagen geen deel uitmaken van één georganiseerde campagne.

  • © Wouter Elsen De aanslag op het hotel Le Splendid in Burkina Faso was vooral gericht tegen westerlingen. De zeven Burkinese doden wijten sommige locals meer aan een ongeluk dan aan opzet © Wouter Elsen
  • CC Adnan Alley (CC BY-NC 2.0) CC Adnan Alley (CC BY-NC 2.0)
  • cc Magalie L'Abbé (CC BY-NC 2.0) cc Magalie L'Abbé (CC BY-NC 2.0)

Er zijn de evidente gelijkenissen, natuurlijk. De doelwitten van de drie aanslagen bevonden zich in toeristische of welgestelde gedeelten van de stad. Dat er westerse slachtoffers zouden vallen en dat de nationale elite haar eigen territorium bedreigd zou weten, was dus niet toevallig maar bedoeld. De verwijzing naar kruisvaarders en de internationale strijd tegen islamistische activisten is ook de regeur -en bewijst dus niet dat er een organisatorisch verband is tussen de aanslagen.

Tijdens de redactiebespreking op MO* bleek al snel dat een meer gedetailleerde analyse van elk van de aanslagen weinig heel liet van het aanvoelen dat er een systeem achter de aanslagen zit, laat staan één aansturende organisatie die duidelijke doelstellingen nastreeft. Stefaan Anrys, pas terug uit Burkina Faso, analyseert de gebeurtenissen in Ouagadougou. Tine Danckaers probeert zicht te krijgen op wat er in Istanboel gebeurde en Gie Goris plaatst de aanslag in Jakarta in ruimer perspectief.

Burkina Faso kan na terreuraanslag twee kanten uit

Burkina Faso kan twee kanten uit, na de aanslagen van vorige week vrijdag op le Splendid, een luxehotel en dito restaurant, de Cappuccino. Ofwel breken de reeds bestaande contradicties en onderhuidse spanningen open, als pus uit een zweer. Ofwel brengt de afschuw over wat gebeurde, Burkinabé nog meer samen. De grond van de zaak is trouwens niet veiligheid, maar ongelijkheid. Of tenminste allebei.

‘Aan Frankrijk en zijn bondgenoten’

Zelf dronk ik kort voor de staatsgreep eind 2015 een koffie en lepelde een ijsje op het terras van de Cappuccino, waar jihadi-strijders afgelopen vrijdag een tiental dodelijke slachtoffers maakten. Het dessert was naar lokale normen peperduur en alleen weggelegd voor expats of gegoede Burkinabé. Ik geloof inderdaad, zoals trouwens het communiqué van Al Qaeda in de Maghreb poneert, dat deze aanslag vooral gericht was tegen westerlingen, in een poging om de landen die jihadi-terreur bevechten in de regio, vooral in Mali, te raken waar het pijn doet: de levenslijn doorknippen van onschuldige burgers.

Sommige middenveldorganisaties uit Burkina Faso eisten vlak na de aanslagen het vertrek van de Franse en Amerikaanse troepen,

Dat er ook zeven Burkinabé sneuvelden, wijten sommige locals meer aan ongeluk dan aan opzet. ‘Des balles perdues’, zegt een plaatselijke diplomaat.

Sommige middenveldorganisaties uit Burkina Faso hebben vlak erna op Facebook dan ook het vertrek geëist van de Franse en Amerikaanse troepen, die gelegerd zijn in het land en deel uitmaken van de regionale anti-terreurmacht Barkhane. Burkinabé moeten niet boeten voor wat deze “buitenlandse strijdkrachten” elders in buurlanden aanrichten, heet het. Het heeft er dus alle schijn van dat dit een aanslag was tegen blanken, uit weerwraak tegen het Franse offensief in de regio.

Vergrijp u asjeblief niet aan bebaarde mannen (minister)

De opeisingbrief die op Twitter circuleert, maakt echter gewag van drie daders, waaronder twee buitenlanders en mogelijks één jongeman uit Burkina Faso of althans van Burkinese origine.

Al snel ging dan ook het gerucht dat de wahabistische strekking van de islam, die ook in Burkina Faso, volgelingen telt, mee achter de aanslag zat. (Enkele van) de daders zouden voor de aanslag meermaals gesignaleerd zijn in en rond een vlakbij het Splendid Hotel gelegen moskee.

Nadat enkele Burkinabé zich zelfs gewroken hadden op willekeurig uitgepikte moslims, zag de regering zich genoodzaakt zijn bevolking tot kalmte aan te manen.

Strubbelingen tussen Wahabia en wat in Burkina Faso genoegzaam de musulmans ordinaires heet, zijn er altijd al geweest. Het land is weliswaar overwegend moslim, maar die leven niet zo strikt als elders, drinken bier en eten varkensvlees en zijn net als andere religies van het boek, nog steeds doordrongen van het alomtegenwoordige animisme.

Ofschoon de etnische meerderheid van de Mossi al eeuwen – en nog steeds – de politieke overhand heeft, is er dus niet echt sprake van een conflict tussen religies of etnieën. De meeste Burkinabé schijnen in de nasleep van de aanslag eerder de haat te willen overstijgen dan zich massaal te keren tegen een zichtbare minderheid in de samenleving.

Drones in de lucht & boots on the ground

Een derde optie die veel over de tongen gaat in Ouagadougou, is dat oude getrouwen van de omvergeworpen president Blaise Compaoré mee achter de aanslag zitten. Het vorige regime had immers goede contacten met de jihadi’s uit de regio en trad meermaals op tijdens onderhandelingen over losgeld. Nu sommige van hen uitgerangeerd zijn of zelfs achter tralies zitten, in afwachting van een proces, denken zij mogelijks garen te kunnen spinnen bij oproer en wanorde.

In Burkina Faso bestaat een voedingsbodem voor geïmporteerde terreur: de groeiende ongelijkheid in een straatarm land.

Dat het om een wel erg vuile truuk gaat van de vorige presidentiële kliek, is niet onmogelijk maar dergelijke these kan niet verhullen dat er in Burkina Faso een voedingsbodem bestaat voor geïmporteerde terreur. Die voedingsbodem is de groeiende ongelijkheid in en druk op een straatarm land. Ik herinner mij nog glashelder het einde van het gesprek, daar op het vermaledijde terras van Cappuccino. Een ngo-medewerkster die mij daar rendez-vous gaf, sprak met enige terughoudendheid over de groeiende kloof tussen de have’s en de have-not’s.

‘De toon waarop over dure wijken zoals Ouaga 2000 wordt gesproken, wordt harder. 4x4-chauffeurs die iemand aanrijden, moeten soms vluchten voor hun leven, op het gevaar gelyncht te worden door de omstanders die niet meer in politie of justitie geloven. Veel jongeren durven niet meer te dromen, zien weinig of geen perspectieven voor hun toekomst, en dan is de stap niet groot meer naar bootjes naar Europa.’

Of ze grijpen naar de wapens, denk ik nu. Want ja, ongelijkheid werkt ten langen leste geweld in de hand, zelfs in het land waar traditiegetrouw spanningen met een kwinkslag of de zogenaamde plaisanterie à part, worden ontmijnd. Als de nieuwe ploeg van president Marc Kaboré Roch één antwoord kan bieden aan wat vrijdag is gebeurd, is het investeren in meer gelijkheid, niet enkel in veiligheid.

Aanslag in Istanboel polariseert Turkije steeds verder

cc Magalie L'Abbé (CC BY-NC 2.0)

 

Ook bij de aanslag in Istanboel van 12 januari werden, vergelijkbaar met de andere aanslagen vorige week — in Indonesië en Burkina Faso — buitenlanders geviseerd. Bij de zelfmoordactie voor de Blauwe Moskee in het toeristische hart van Istanboel werden tien mensen gedood en vijftien gewond. De meeste slachtoffers hadden de Duitse nationaliteit. De Turkse autoriteiten, niet bekend om een snelle informatiereflex, communiceerden pas na enkele uren dat het om een terreuraanslag ging.

Vrij snel echter maakte de regering de identiteit van de dader bekend: Nabil Fadli, een Syriër met Saoedische roots. Of was het een Saoedi met Syrische roots? Meteen werd in de richting van Islamitische Staat gekeken, die ook gelinkt werd aan eerdere aanslagen in Turkije. Toch past deze aanslag niet in het rijtje, luiden commentaren van Turkse waarnemers. In de eerste plaats werden deze keer overduidelijk niet-Turken geviseerd en ten tweede was de dader zelf ook niet-Turks.

In de eerste plaats werden deze keer overduidelijk niet-Turken geviseerd en ten tweede was de dader zelf ook niet-Turks.

Lokale IS-cellen

De aanslag in Istanboel was de vierde aanslag op nauwelijks acht maanden tijd. In juni, vlak voor de parlementsverkiezingen, vielen in het Koerdische Dyarbakir vier doden en meer dan honderd gewonden bij een verkiezingsdemonstratie. In juli kwamen in Suruc 32 mensen om bij een aanslag tijdens een pro-Koerdische bijeenkomst. En in oktober kwamen in de Turkse hoofdstad Ankara maar liefst 102 mensen om toen twee bommen ontploften tijdens een — alweer pro-Koerdische — vredesdemonstratie. De aanslagen werden toegeschreven aan lokale IS-cellen in Turkije, meer bepaald aan het IS Dokumacilar Netwerk in Adiyaman in Zuidoost-Turkije.

Daarmee kunnen de aanslagen ook gezien worden als een spillover van de strijd tussen IS en de Koerden in Syrië naar Turks grondgebied. De twee daders van Ankara die zichzelf opbliezen, stonden overigens ook op een lijst van potentiële zelfmoordaanslagplegers die de inlichtingendienst van de Turkse nationale politie. Eén van de daders zou bovendien familiebanden hebben met een van de zelfmoordterroristen van Suruc. Dat meldde de Turkse krant Hürriyet. Nog volgens Hürriyet zouden de veiligheidsdiensten in Ankara drie dagen voor de aanslagen op de hoogte zijn gesteld van een mogelijke terreuraanslag tijdens de pro-Koerdische bijeenkomst. Men wist dus duidelijk wie de daders waren.

Ankara, een nieuw hoofdstuk?

Ook de recente aanslag in Istanboel wordt ‘mogelijks toegeschreven’ aan IS. Alleen is die link nog niet officieel bevestigd. Terwijl de Turkse regering wel openlijk communiceerde over de vermoedelijke naam van de dader, blijft het, een week na de aanslag, stil over de ware achtergrond van de man. Voorlopig is het ontrafelen van de aanslag giswerk, en dus ook wat de ware motieven kunnen zijn achter de aanslag.

De meest gangbare uitleg is dat de aanslag een logisch gevolg is van de beslissing van Turkije om zijn luchtmachtbasis Incirlik in het zuiden open te stellen voor Amerikaanse oorlogsvliegtuigen die IS-doelwitten bombarderen.

Vermits die IS-doelwitten bombarderen, zette Turkije zich op de lijst van de ‘afvallige regimes die de kant van de kruisvaarders kiezen’. Zo ongeveer stond het in de digitale uitgave van IS in Turkije, Konstantiniyye. In dezelfde uitgave stuurde IS een waarschuwing uit naar Istanboel: de stad zou overwonnen worden en ‘buigen voor de takbir’.

Turkse mediastop

‘Of ik alstublieft niet teveel vragen wilde stellen over de aanslag’, vroeg een Turkse kunstenares een dag na de aanslag in Istanboel aan MO*. Ze zou niet antwoorden, verzekerde ze. Deze nieuwe aanslag — op een plek die Turkije als spil tussen West en Oost, tussen geschiedenis en moderniteit symboliseerde — maakte haar immers kapot.

De Turkse regering trekt weinig lessen uit het verleden en slaagt er maar niet in op een andere manier te reageren op kritiek.

Bovendien, zei ze, de autoriteiten reageren bijzonder zenuwachtig. ‘Ik kan als Turkse kunstenares gemakkelijk zeggen wat ik wil, maar ik kan de confrontaties niet inschatten, weet niet of men zal reageren’, vertelde de kunstenares, ‘en dat is een probleem.’ Ze refereerde naar de reactie van de regering, op de dag van de aanslag, op een petitie van meer dan duizend Turkse academici van een staatsuniversiteit, die opriepen tot een einde van het gewapend conflict met de Koerdische PKK.

Door de petitie te tekenen, zouden de academici zich mogelijks schuldig maken aan terreurpropaganda voor de PKK.

De academici kregen te horen dat ze van hun job niet meer zeker waren. Een dag later werden vijftien mensen opgepakt en opgesloten. Intussen loopt wereldwijd een petitie tegen dit opteden, geen mondiale reclame voor Turkije. Het blijft verbazen hoe de Turkse regering weinig lessen trekt uit het verleden en er maar niet in slaagt om op een andere manier te reageren op kritiek. En ook nu zullen de complottheorieën elkaar opvolgen, schreef journalist en columnist Mustafa Akyol. Turkije voerde het voorbije jaar een stevige campagne in tegen IS op eigen bodem en pakte bijna 1200 mensen op, grotendeels Turken die verdacht worden banden te hebben met IS.

Maar die inspanning geraakt ondergesneeuwd onder de repressieve aanpak van de AKP-regering en het opleggen van een mediastop. Dat laatste is koren op de molen van de oppositie. Zo wordt het Turkse regime door de oppositie minstens laksheid en incompetentie verweten. En volgens de Koerdische PKK is de aanslag het gevolg het werk van de diepe staat die de agenda van president Erdogan zou dienen.

Hoe dan ook lijkt de aanslag de reeds sterk aanwezige polarisering van de Turkse samenleving te versterken.

In Jakarta willen radicale jihadi’s een comeback maken

CC Adnan Alley (CC BY-NC 2.0)

 

De aanslag op politie en een Starbucks café in een druk winkelcentrum van de Indonesische hoofdstad Jakarta was geen donderslag bij een heldere hemel. De Indonesische veiligheidsdiensten wisten dat geradicaliseerde groepen islamisten die trouw verklaren aan IS –wat in Indonesië niet strafbaar is– oproepen hadden gelanceerd om overheidsgebouwen aan te vallen. Daarom werd tussen september en begin januari een verhoogde staat van paraatheid ingevoerd.

De verwachting was immers dat de verjaardag van 9/11, de Bali Bombings van oktober 2002 of de eindejaarsfeesten aanleiding zouden zijn tot een aanslag. De jihadisten hebben uiteindelijk gewacht tot het niveau van dreiging naar beneden bijgesteld was en sloegen toe op 14 januari. De aanslag werd later opgeëist door IS.

1 per miljoen Indonesische moslims

Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, heeft de voorbije jaren relatief weinig last gehad van dodelijke aanslagen. In 2015 vielen er 8 doden door terroristisch geweld, in 2014 slechts 4. Dat heeft te maken met een streng optredende overheid, de opsluiting of uitschakeling van de leiders van radicale jihadisten na de aanslagen van 2002 en het wegvallen van het mobiliserende en gewelddadige conflict met christenen uit de beginjaren van deze eeuw. De internationale opkomst van IS zorgde echter voor een nieuwe impuls in jihadistische kringen, ook al levert Indonesië met één strijder per miljoen gelovigen veel minder strijders aan IS dan bijvoorbeeld Frankrijk (18 per miljoen) of België.

De aanslag maakte “slechts” 8 dodelijke slachtoffers, waarvan 4 terroristen, maar kreeg wél maximale zichtbaarheid via Facebook, Whatsapp en andere sociale media

Volgens The Jakarta Post mankeren de nieuwe IS-rekruten in Indonesië de capaciteit om krachtige bommen te produceren, maar compenseren ze dat door de combinatie van zelfmoordterrorisme en fedayeen aanvallen, waarbij de terroristen maximale schade toebrengen en dan doorvechten tot ze neergeschoten worden. De aanslag van 14 januari maakte uiteindelijk “slechts” 8 dodelijke slachtoffers, waarvan 4 terroristen, maar kreeg wél maximale zichtbaarheid doordat zo veel mensen die actief gebruik maken van Facebook, Whatsapp en andere sociale media beelden maakten en verspreidden van de aanslag en de slachtoffers.

Daarmee schrijft deze aanslag zich in elk geval in in een trend die MO* al beschreef in 2013, na de “mediagenieke” aanslag op het shopping center in Nairobi, waarin we de bewuste mediatisering van fedayeen-aanslagen zoals in Mumbai in 2008, in Nairobi in 2013 en daarna in Parijs en elders omschreven als ‘aanslagen als de nieuwe reality-format’. De reactie van de bevolking in Jakarta richtte zich op hetzelfde sociale-mediaplatform, met de slogan #pray forJakarta.

Sharia betekent verschillende zaken

De terugkeer van terroristische aanslagen in Indonesië betekent niet noodzakelijk dat er plots een vernieuwd draagvlak is, al is zeker wel sprake van een conservatieve politisering van een deel van de islamitische bevolking. Twee islamitische massabewegingen - Muhammadiyah met 9 miljoen aanhangers en Nahdlatul Ulama met 38 miljoen aanhangers- hebben de maatschappelijke zorgen van moslims tot nu gekanaliseerd binnen de mainstream Indonesische politiek.

‘De voorhoede-organisaties dromen van een streng moreel regime, de massa wil rechtvaardigheid. En iedereen noemt het sharia.’

Sommige waarnemers wijzen bezorgd op de grote steun die het invoeren van de sharia bij de bevolking zou hebben -een recente opiniepeiling door het Pew Institute vond dat 70 procent van de Indonesiërs voorstander is van de sharia-, maar Ahmed Suaedy, coördinator van het Abdurrahman Wahid Centre for Inter-Faith Dialogue and Peace in Jakarta, nuanceert dat:

‘Voor heel veel mensen heeft sharia een idealistische betekenis. Ze zien het als een manier om corruptie en armoede te bestrijden op een manier die eigen is aan de islam. De voorhoede-organisaties dromen van een streng moreel regime, de massa wil rechtvaardigheid. En iedereen noemt het sharia.’

De aanslag in Jakarta lijkt bedoeld om “het tweede front”, zoals Zuidoost-Azië in 2001 genoemd werd in de nasleep van de aanslagen in de VS, nieuw leven in te blazen. De Al Qaeda-gelinkte organisaties zoals Jemaah Islamiyah zijn voorbijgestoken door predikanten, militanten en organisaties die hun inspiratie bij IS halen. Maar de kans dat er straks ook een Zuidoost-Aziatisch kalifaat opgericht wordt, is nog steeds heel erg klein.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur