Kerken onder vuur in de Filipijnen

De Sterke Leider als rechterhand van de wrekende God

King Rodriguez/ PPD (CC0)

Het minste wat je van president Duterte kan zeggen, is dat hij geen zoete broodjes bakt met de Katholieke Kerk. Hij is niet uit op de zegen van de kerkelijke hiërarchie, hij intimideert haar en legt haar het zwijgen op.

Religieuze leiders die zich met hemelse passie het terrein van de aardse politiek toe-ëigenen, zijn er zat. Iraanse ayatollahs, soennitische salafisten, boeddhistische nationalisten, zionistische joden, hindoe-kaakslagnationalisten, ultrarechtse christenen van allerlei denominaties: de lijst gelovigen van de harde ideologische lijn is zorgwekkende lang.

Zelden zie je in die lijstjes voorbeelden vanuit de Filipijnen. Nochtans heeft die Zuidoost-Aziatische eilandnatie een lange traditie van vermenging tussen religie en politiek. Alleen: meestal was dat verbond gericht op het behoud van de status quo. En bovendien zijn de Filipijnen, als gevolg van drie eeuwen Spaanse kolonisatie, een traditioneel katholieke natie. Dan verontrust een beetje religieuze politiek het Westen blijkbaar minder.

De politieke macht in de Filipijnen is sinds drie jaar stevig in handen van Rodrigo Duterte. Dat zet de relatie tussen politiek en religie op haar kop. Want het minste wat je van president Duterte kan zeggen, is dat hij geen zoete broodjes bakt met de Katholieke Kerk. Hij noemde de paus een hoerenzoon en laat geen kans voorbij gaan om de clerus op haar schandelijke seksuele misbruik van minderjarigen te wijzen. Hij is niet uit op de zegen van de kerkelijke hiërarchie, hij intimideert haar en legt haar het zwijgen op. Dat betekent echter niet dat hij meteen alle kerkelijke en christelijke steun kwijt is, integendeel.

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Mgr. Antonio Ablon

Vijftig tinten rood

Antonio Nercua Ablon is bisschop, maar geen Rooms Katholieke prelaat. Hij behoort tot de Onafhankelijke Kerk van de Filipijnen (Iglesia Filipina Independiente, IFI). Ik ken priesterhemden in zwarte en grijze tinten, merk ik op als we elkaar begroet hebben, maar niet het flamboyant roze die hij draagt. ‘Technisch gesproken is het geen roze, maar magenta’, merkt de bisschop fijntjes op.

Monseigneur Ablon is minder bezorgd over het onderscheid tussen roze en het magenta van zijn bisschoppelijke outfit. Wat voor hem telt, is dat er geen verwarring is met het vermiljoen op de affiches en pamfletten van de communistische partij, en de gewapende opstand die zij sinds vijftig jaar voert in de bergen van de Filipijnen. Dat onderscheid is van levensbelang voor de bisschop, voor alle priesters en vrijwilligers in de kerk én voor zijn gelovigen.

Op 7 juli werd duidelijk waarom. Op het Filipijnse eiland Negros verliet Salvador Romano de kerk na de zondagsviering. Romano had er vele jaren opzitten als verdediger van het recht op land in een regio waar grootgrondbezit al sinds de Spaanse kolonisatie voor ellende zorgt. Zijn werk voor de Filipijnse Onafhankelijke Kerk en de linkse mensenrechtenorganisatie Karapatan maakten hem al langer tot doelwit van lastercampagnes, maar op zondag 7 juli werd er met scherp geschoten. Hij overleefde de aanslag niet.

Diezelfde dag worden elders in de Filipijnen ook provincieraadslid Wenefredo Olofernes en zakenman Arnel Agustin vermoord. De drie moorden zijn niet meteen terug te voeren op één oorzaak of organisatie, maar ze worden wel telkens uitgevoerd op dezelfde manier. Riding in tandem, heet dat in de Filipijnen vandaag: twee gemaskerde mannen op een brommer rijden tot vlakbij hun slachtoffer en de bijzitter schiet het slachtoffer neer met een .45-revolver.

Iedereen die verdacht kàn worden van ideeën links van de harde law & order positie wordt niet alleen van communistische sympathieën beschuldigd, maar ook van terrorisme.

In de weken na ons gesprek blijft bisschop Ablon mij beelden sturen uit zijn bisdom in Pagadian, maar ook van elders op het zuidelijke eiland Mindanao. De beelden tonen kerken, muren en aanplakborden waarop de slogan IFI = NPA gespoten werd, in allerlei variaties. De gelijkschakeling van de kerk met de gewapende communistische opstand van het New People’s Army is, in het Filipijnen van president Duterte, geen onschuldige kritiek of vrije meningsuiting.

De president begon zijn regeerperiode in 2016 weliswaar met een ruimhartig aanbod aan CPP/NDF/NPA (de driehoek van communistische partij, platform van sympathiserende organisaties en opstandelingenleger). Hij startte nieuwe onderhandelingen op en plaatste enkele uitgesproken progressieve mensen op ministerposten . Dat bracht een aantal linkse organisaties ertoe Duterte minstens het voordeel van de twijfel te geven.

Dat voordeel en die twijfel verdwenen al snel. Alle linkse ministers verdwenen van het toneel en de onderhandelingsdeur werd dichtgegooid. Gevolg: de terugkeer van een hard en gemilitariseerd anticommunisme. Daarbij wordt iedereen die verdacht kàn worden van ideeën links van de harde law & order positie niet alleen van communistische sympathieën beschuldigd, maar ook van terrorisme. En dat betekent dat ze geïntimideerd, lastiggevallen en effectief bedreigd worden.

Linkse en zelfs communistische overtuigingen zijn niet tegen de wet in de Filipijnen, daarom doet de overheid er nu alles aan om communisme en terrorisme voortdurend met elkaar te verbinden, zegt Amy Padilla, directeur van mensenrechtenorganisatie Ibon International. ‘Op die manier kan de antiterrorismewet gebruikt worden tegen een breed spectrum dissidenten en critici.’

De kerk van mgr. Ablon begon in maart 2016 met een bijzonder pastoraal project bij de Lumad, zoals de inheemse bevolking van Mindanao gezamenlijk genoemd wordt. Uitgerekend die aanwezigheid bij de inheemsen wordt de IFI, maar ook andere kerken, zwaar aangerekend vandaag. Het leger gaat er immers van uit dat er een grote identificatie is tussen opstand en inheemsen.

De ene keer claimt een commandant dat zeven op tien Lumad tot het NPA behoren, de andere keer stelt een powerpoint van het leger dat 74 procent van de NPA-strijders inheemsen zijn en dat 90 procent van de basissen van de guerrillero’s op voorouderlijk inheems gebied liggen. ‘Wij voelen de Lumad , wij spreken hun taal en versterken die, wij ruiken zoals hen en worden zoals hen’, zegt Ablon. ‘En daarom word ik en met mij andere kerkmensen ervan verdacht een NPA te zijn of minstens tot hun legale frontorganisaties te behoren. Dat is waarom ze ons bedreigd, lastiggevallen en geïntimideerd hebben, opdat wij zouden ophouden en zwijgen. Maar wij kunnen en willen niet zwijgen. Ik ben misschien bang, maar kan mijn dienst aan de armen, gemarginaliseerden en verdrukten niet stopzetten.’

Heilige woede over Duterte’s oorlog tegen armen

De Onafhankelijke Kerk van de Filipijnen is een kleine speler in vergelijking met de Katholieke Kerk, die eeuwenlang een monopolie claimde op de zielen van de Filipino’s, maar die religieuze macht in toenemende mate moet delen met protestantse kerken. In het verleden was de katholieke macht meestal nauw verbonden met de macht van grootgrondbezitters en politieke elites, al wijst iedereen in de Filipijnen er graag op dat de Kerk ook een beslissende factor was in de volksopstand van 1986, die toenmalig dictator Ferdinand Marcos van de macht verjoeg.

Overigens is de Rooms Katholieke Kerk een huis met vele kamers, zoals ze overal ter wereld graag benadrukt. Naast de praalzalen van de macht en de moeizaam onderhouden verzamelplaatsen van de lokale parochie, zijn er de schuilhutten van sociale actie. Een opvallend bijgebouw in de Filipijnse katholieke kerk is de Task Force Detainees Philippines (TFDP).

Opgericht in volle Marcos-dictatuur (1974) door de religieuze congregaties, zet TFDP zich intussen al 45 jaar in voor politieke gevangenen. ‘Op dit moment volgen we vierhonderd gevallen op’, zegt karmeliet Christian “Toots” Buenafe, voorzitter van de organisatie. Het gaat vooral over mensen die opgepakt werden na demonstraties, grondconflicten of vakbondsacties, en die vastgehouden worden zonder proces.

‘Het aantal mensen dat vermoord wordt door de overheid ligt vandaag hoger dan tijdens de jaren van krijgswet onder Marcos’, zegt Buenafe

Father Toots wijst op de spagaat tussen wettelijk voorziene en beschermde ruimte voor protest en vrije meningsuiting enerzijds en het presidentiële discours van Duterte anderzijds. De president laat geen kans voorbij gaan om de mensenrechten en de rechtsstaat bij het vuilnis te zetten. TFDP kan nog steeds werken en krijgt toegang tot plaatsen van conflict, ook in Mindanao, waar Duterte nu al drie jaar lang een regime van krijgswet aanhoudt.

Maar de organisatie ontvangt tegelijk wel ernstige bedreigingen. ‘Het aantal mensen dat vermoord wordt door de overheid ligt vandaag hoger dan tijdens de jaren van krijgswet onder Marcos’, zegt Buenafe. ‘Marcos mikte vooral op de leiders van oppositie- en verzetsbewegingen, terwijl Duterte de armsten in het vizier neemt.’

Mensenrechtenpriester Buenafe wordt in die kritiek gesteund door de uitgesproken aartsbisschop Socrates Villegas, die begin dit jaar zei dat priesters ‘zich met heilige woede moesten keren tegen de meer dan dertigduizend zinloze moorden op armen in de naam van een valse drugsvrije samenleving.’

Die profetische stem klonk ook, zachtjes, door in de pastorale brief die de Filipijnse katholieke bisschoppenconferentie in 2018 aan de gelovigen schreven: ‘De Kerk respecteert het politiek gezag, met name van democratisch verkozen overheidsbeambten, voor zoverre zij niet ingaan tegen de fundamentele spirituele en morele principes die ons dierbaar zijn – zoals het respect voor de heiligheid van het leven, de integriteit van de schepping en de inherente waardigheid van de menselijke persoon.’

 Fechi Fajardo (CC BY 2.0)

 

Het slachtoffer is een zondaar

‘Of de hoogste hiërarchie zich nu voor of tegen Duterte uitspreekt, of er het zwijgen toe doet, is uiteindelijk minder relevant dan wat de lokale clerus zegt of doet’, zegt Jayeel Cornelio

Maar wat in de Filipijnen zelf het luidst klinkt, is de stilte van kardinaal Tagle. Zijn naam verscheen in 2013 op de lijstjes van papabile, kardinalen die kans maakten om tot paus gekozen te worden. Misschien vermijdt hij de confrontatie met Duterte om zijn kerkelijke carrièrekansen niet te compromitteren, misschien werkt het intimiderende effect van Duterte’s nietsontziende aanpak. Mgr. Tagle was niet beschikbaar voor een interview en reageerde ook na herinneringen niet op onze schriftelijke vragen. Bij een deel van de gelovigen valt zijn diplomatieke stilzwijgen niet in goede aarde, maar die reactie is zeker niet eenduidig.

‘Of de hoogste hiërarchie zich nu voor of tegen Duterte uitspreekt, of er het zwijgen toe doet, is uiteindelijk minder relevant dan wat de lokale clerus zegt of doet’, reageert socioloog Jayeel Cornelio, hoofd van Development Studies aan de Ateneo de Manila universiteit, een Jezuïeteninstituut, tijdens een lezing aan UCSIA in Antwerpen.

Cornelio onderzocht de houding van priesters en pastors tegenover Duterte’s strijd tegen drugs, en concludeerde dat lokale ervaringen met drugsgebruikers doorslaggevender zijn dan episcopale brieven. Die lokale ervaringen zijn divers en vaak tegengesteld. De ene pastor vertelt over diefstal van muziekinstrumenten uit de kerk, en is zeker dat de daders drugsgebruikers zijn. De andere vertelt hoe het begraven van een parochiaan die gedood werd in de War on Drugs zijn perspectief veranderde.

Cornelio geeft het voorbeeld niet zelf, maar zijn stelling kan geïllustreerd worden met het initiatief van de People’s Choice Movement (PCM), een nationaal platform van vooraanstaande katholieke leken. Zij spraken in de aanloop naar de senaatverkiezingen dit voorjaar hun uitdrukkelijke steun uit voor kandidaten op de progressieve lijst Otso Diretso. Kardinaal Tagle sprak vervolgens zijn steun uit voor het PCM-initiatief. Maar geen enkele van de gesteunde kandidaten haalde het, terwijl de kandidaten die de zegen hadden van Duterte wél verkozen werden. De kerkelijke hiërarchie weegt niet meer op de politieke keuzes van de nochtans heel overtuigd christelijke Filipino’s.

De wrekende God, die al eeuwen gepredikt wordt van op de kansel, heeft meer gelovigen dan de helende, rechtvaardige God

Grosso modo ziet Jayeel Cornelio twee manieren waarop lokale kerkleiders reageren op Duterte’s War on Drugs en de duizenden doden die daarbij vallen. ‘Veel pastors zien drugsgebruik als een vorm van moreel verval en drugsgebruikers zijn voor hen op de eerste plaats zondaars, die niet alleen hun eigen gezondheid maar ook de integriteit van de hele gemeenschap en de schepping zelf in gevaar brengen. Deze geestelijke leiders prediken bekering en spirituele herbronning als antwoord op het morele kwaad, maar staan tegelijk achter de harde aanpak, ook als die slachtoffers maakt.’ De achterliggende theologie, stelt Cornelio, is die van de straffende en wrekende God.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Aan de andere kant van het christelijke spectrum heb je de voorgangers die drugsgebruik zien als uiting van wanhoop of als symptoom van een falend systeem dat armoede en uitsluiting produceert. Zij beschrijven drugsgebruikers dan ook eerder als slachtoffers dan als daders. Geconfronteerd met het grote aantal standrechtelijke executies reageren ze met politieke eisen of acties. Ze zijn uitermate kritisch voor de president en zijn beleid.’

Het veldwerk dat Cornelio uitvoerde in de wijk Payatas van Metro Manilla en dat hij ten gronde beschrijft in zijn paper Christianity and Duterte’s War on Drugs in the Philippines suggereert dat de strenge, wrekende God, die al eeuwen gepredikt wordt van op de kansel, meer gelovigen heeft dan de helende, rechtvaardige God. Dat helpt verklaren waarom Duterte voortdurend populariteitsscores haalt boven de zeventig procent, ongeacht het aantal doden in de strijd tegen drugs, ongeacht zijn misprijzen voor de heiligheid van elk mensenleven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness