Afghanistan: één beeld verhult meer vrouwen dan duizend woorden

De voorbije jaren circuleerden er verschillende versies van dezelfde fotovergelijking: Kaboel in de jaren 1970 versus Kaboel in de jaren 2010. De jarenzeventigfoto toont onveranderlijk meisjes die net zo goed in het woelige Parijs van die jaren hadden kunnen rondlopen: lange haren, korte rokjes, lachende gezichten die recht in de camera blikken. De jaren 2010 worden verbeeld door vrouwen onder boerka’s. De boodschap is duidelijk: wat een achteruitgang!

  • © Brecht Goris De aanwezigheid van gesluierde vrouwen in Kaboel is dus zeker niet alleen het gevolg van een vrouwonvriendelijke Talibanideologie, maar in zekere zin ook een laat en pervers gevolg van de ondoordachte en geforceerde emancipatiepolitiek van de jaren zeventig © Brecht Goris
  • © Reuters © Reuters
  • Framing: Op de originele foto zijn hele families te zien, de “posteruitsnede” focust op het angstige jongetje en de SS’ers. De emotie die dat laatste beeld oproept is veel heftiger.
  • © Reuters Een Afghaanse man staat voor een reclamebord in Kaboel, waarop reclame gemaakt wordt voor 3G. De zakenwereld heeft behoefte aan vrouwen zonder boerka. © Reuters
  • © USAID Afghaanse vrouwen tonen in Herat hun beïnkte vinger, bewijs dat ze hun stem hebben uitgebracht (in de verkiezingen van 2014) © USAID

Op de fotografieacademie gelooft niemand nog dat een foto de werkelijkheid toont. Zelfs voor Photoshop het manipuleren van beelden democratiseerde, werd er door vindingrijke autoritaire heersers druk geëxperimenteerd met het aanpassen van foto’s aan de gewenste werkelijkheid: in ongenade gevallen leiders werden uit beeld gehaald, nieuwe leiders werden toegevoegd.

Maar zoals elke fotograaf weet, hoef je niet eens de grote trukendoos aan te spreken: elk beeld is een kader, een stukje van de werkelijkheid, en dus bepaalt de fotograaf wat getoond wordt en wat niet.

Framing: Op de originele foto zijn hele families te zien, de “posteruitsnede” focust op het angstige jongetje en de SS’ers. De emotie die dat laatste beeld oproept is veel heftiger.

Het klassieke voorbeeld van die framing-discussie is de beroemde foto van het joodse jongetje dat het getto van Warschau verlaat onder dreigende aanwezigheid van gewapende SS’ers. Op de originele foto zijn hele families te zien, de “posteruitsnede” focust op het angstige jongetje en de SS’ers. De emotie die dat laatste beeld oproept is veel heftiger. Framing dient de boodschap, niet altijd de werkelijkheid of de waarheid. Op sociale media is dat inzicht nog niet echt doorgedrongen.

Optisch bedrog

Het zou trouwens niet mogen verrassen dat een vergelijking van de sociale situatie in het vooroorlogse Afghanistan met de situatie vandaag, na veertig jaar onafgebroken geweld, burgeroorlog en buitenlandse inmenging, resulteert in de vaststelling dat het land er op achteruitgegaan is. Alleen is het beeld dat de werkelijkheid toont anders en minder zwart-wit dan wat de Facebook- en Twitter-memes beweren. Al zijn de gebruikte beelden uit de jaren 1970 en die uit de jaren 2010 echt of ten minste geloofwaardig. Maar ze zijn niet noodzakelijk representatief en ze vertellen in geen geval het hele verhaal, ondanks de tot vervelens toe herhaalde “wijsheid” dat een beeld meer vertelt dan duizend woorden.

De afbeeldingen uit het Afganistan van de jaren 1970 en 2010 zijn niet noodzakelijk representatief en ze vertellen in geen geval het hele verhaal.

Wie een foto van een stel jonge Vlaamse vrouwen op een kermis in de jaren 1950 naast drie Gothic meisjes uit de jaren 2010 zet, toont geen leugen maar creëert een bijna onvermijdelijke interpretatie – niet van de beelden, maar van de voorbije vijftig jaar. De beelden zijn echt, de betekenis is dat niet noodzakelijk. Evolueerde Vlaanderen echt van puur en onbespoten plezier naar nihilisme en doemdenken?

De fotovergelijking had de twee tegengestelde beelden kunnen halen uit The Struggle for Afghanistan, want zowel vrouwelijke studentes in kortgerokt uniform als vrouwen in boerka passeren de revue op de fotopagina’s. Het boek is uitgegeven door Cornell University Press in 1981, in de beginjaren van de Sovjetaanwezigheid en het verzet van de moedjahedien in Afghanistan. Auteurs Nancy Peabody Newell en Richard S. Newell vertellen de recente geschiedenis van Afghanistan en waarom die volgens hen eind 1979 resulteerde in de komst van Sovjetmilitairen. Die politieke geschiedenis wordt opgefleurd door foto’s van William Witt, een Amerikaanse Peace Corps-vrijwilliger die van 1973 tot 1975 in Afghanistan verbleef.

Op bladzijde 156 van The Struggle staat een foto met als onderschrift ‘East meets West in Jalalabad’. Een vrouw in boerka met een kind op de arm kijkt naar een reclamebord waarop een westerse vrouw haar in wit ondergoed toelacht. Of misschien is het een bikini, de kwaliteit van de fotoafdruk is te slecht om er zekerheid over te kunnen geven.

Belangrijk is dat het Westen voor bloot staat, het Oosten voor gesluierd. De wederzijdse clichés zijn, met andere woorden, in veertig jaar nauwelijks veranderd.

De strijd om de schoolmeisjes

Het beeld van de vrolijke studentes uit de jaren 1970 is niet vals, maar op verschillende manieren misleidend. Volgens The Economist was begin 1978 de helft van de jongens en nog geen tiende van de meisjes van lagere schoolleeftijd in Afghanistan ingeschreven als leerling. En dat was na enkele jaren van hervorming onder Mohammed Daoed Khan, die in 1973 een staatsgreep pleegde, het koningshuis afschafte en de modernisering van zijn land wilde inzetten. In feite probeerde hij opnieuw wat koning Amanoellah in de jaren 1920 al eens geprobeerd had, maar wegens verzet van het platteland, de stammen en de religieuze leiders had moeten staken.

Het beeld van de vrolijke studentes uit de jaren 1970 is niet vals, maar op verschillende manieren misleidend.

De nieuwe grondwet die Daoed in 1977 uitvaardigde, garandeerde gelijke rechten voor mannen en vrouwen, beperkte de rol van de islam in de samenleving en stimuleerde onderwijs. Die hervormingen werden hem niet in dank afgenomen en op het platteland broeide en groeide het verzet. De aanpak van Daoud werd immers ervaren als een breuk met de ongeschreven wet die de verhouding tussen heerser en bevolking in Afghanistan regelde, en die neerkwam op de afspraak dat de koning over het land mocht heersen als hij de inwoners – individuen en gemeenschappen – met rust liet.

Newell & Newell hebben het in hun boek over een “exploderend middelbaar onderwijs” als gevolg van de hervormingen, en noemen het cijfer van 20.000 leerlingen die jaarlijks afstudeerden, waarvan minder dan de helft een plek vond in tertiair onderwijs. Een snelle rekensom leert dat we, op basis van de lagere schoolcijfers, moeten veronderstellen dat zeker niet meer dan twee van de tien van die afstuderende scholieren een meisje was. Dan spreken we over 4000 afstuderende vrouwelijke scholieren per jaar.

De beelden van een swingend Kaboel met mondaine studentes hebben weinig te maken met de Afghaanse bevolking van die periode.

Rekening houdend met de voorkeursbehandeling die jongens te beurt viel, zullen er niet meer dan 1000 van die meisjes in een tertiaire opleiding terechtgekomen zijn. Op een bevolking van toen ongeveer 13 miljoen Afghanen, waarvan zo’n 4 miljoen jonger dan twintig, is dat een zeer kleine minderheid.

De beelden van een swingend Kaboel met mondaine studentes hebben dan ook weinig te maken met de Afghaanse bevolking van die periode. Het waren de dochters van de stedelijke elite die met modieuze zonnebrillen en kortgerokt gingen studeren. Het waren de zonen van de elite die Amerikaanse sigaretten rookten en dweepten met westerns, Victor Hugo en jazz. En met de ideeën van Karl Marx en Vladimir Iljitsj Lenin, of die van politieke islamisten als Mawdoedi of Qutb.

© Reuters

Vrouwen en macht

Het artikel van The Economist verscheen op 22 september 1979 en ging over de onderwijspolitiek van de opvolgers van Daoed, de communistische revolutionairen van Khalq en Parcham, twee elkaar beconcurrerende fracties die in 1978 samen een staatsgreep gepleegd hadden.

Het communistische regime trapte het hervormingspedaal nog steviger in dan Daoed. Khalq (“De massa”) hield principieel geen rekening met het religieuze conservatisme en de etnische gevoeligheden van Afghanistan, Parcham (“De banier”) wilde ook af van geloof en etnische identiteit, maar besefte dat dat een werk van lange adem zou zijn.

De vrees ontstond dat jonge vrouwen zich niet langer zouden onderwerpen aan de familiale autoriteit.’

Een van de controversiële maatregelen van de communisten was de schoolplicht voor alle kinderen. ‘Toen Khalq ouders verplichtte hun dochters in te schrijven op school, was verzet te verwachten’, schrijven Newell & Newell. ‘Gecombineerd met het opleggen van de minimale huwelijksleeftijd van achttien jaar en de marxistische vorming op school, ontstond de vrees dat jonge vrouwen zich niet langer zouden onderwerpen aan de familiale autoriteit.’

De vrees, die vooral in landelijk Afghanistan piekte maar ook in de steden voor onrust zorgde, bleek niet helemaal ongegrond. Begin 1980 waren studentes en vrouwelijke scholieren prominent aanwezig, zowel in de communistische fractiestrijd als in het prille verzet tegen de militaire Sovjetaanwezigheid. ‘De zeer actieve rol van schoolmeisjes in de anarchistische conflicten toont de latente capaciteit van Afghaanse vrouwen om heel assertief betrokken te raken bij publieke gebeurtenissen, en die zelfs te domineren.’

35 jaar later, op een bijeenkomst met Afghaanse en internationale ngo’s in Brussel begin oktober 2016, is er nog steeds sprake van het enorme potentieel van de Afghaanse vrouwen voor vrede, verandering en vooruitgang in hun land. ’53 procent van alle EU-programma’s in Afghanistan heeft gender als een van de belangrijkste doelstellingen’, zei Marjeta Jager, onderdirecteur-generaal in DG Devco van de Europese Commissie.

© USAID

Afghaanse vrouwen tonen in Herat hun beïnkte vinger, bewijs dat ze hun stem hebben uitgebracht (in de verkiezingen van 2014)

Opvallend was dat de vrouwelijke vertegenwoordigers in de zaal Europa uitdrukkelijk opriepen om de Afghaanse realiteit en dynamiek te respecteren. ‘Stop ermee projecten en programma’s voor Afghanistan uit te tekenen in hoofdkwartieren in Europa en de VS, geef in de plaats daarvan meer vertrouwen en beslissingsmacht aan de Afghaanse organisaties, die met twee voeten in de werkelijkheid ter plaatse staan en veel beter in staat zijn de concrete noden in te schatten én te beantwoorden’, zei Samira Hamidi, die aan het hoofd staat van het Afghan Women’s Network.

Palwasha Hassan van het Afghan Women’s Educational Centre maakte dat concreet in een discussie over de impact van de toenemende onveiligheid op de onderwijskansen voor meisjes. Zij pleitte zij ervoor om in die gevallen creatieve projecten op te zetten om onderwijs tot bij de meisjes thuis te brengen, ook al lijkt dat van buitenaf misschien op toegeven aan de druk van traditie en fundamentalisten om meisjes binnen te houden. ‘Zonder onderwijs is emancipatie onmogelijk’, zei Hassan. ‘En dus moeten we de eerste stap zetten, ook als de omstandigheden dat lijken te verhinderen.’

Hurkende boerka’s

Een ander boek uit de beginjaren van de oorlog in Afghanistan is Under a Sickle Moon van Peregrine Hodson. De auteur trok in 1984 een half jaar met een groep moedjahedien door een groot deel van Afghanistan. Een van de dingen die opvallen in dit indrukwekkende reisverhaal is dat er zo goed als geen vrouwen in voorkomen.

Eén keer schrijft Hodson: ‘De jongere meisjes van het huishouden brachten ons water en eten, hun oudere zusters en de vrouwen hadden geen toestemming het huis te verlaten: de aanwezigheid van een mannelijke vreemdeling zou onvoorziene gevolgen kunnen hebben. Toch ving ik op verschillende momenten een glimp op van zwaar gesluierde figuren die op me neerkeken van achter de balustrade boven de hoofdingang, en hoorde ik vrouwenstemmen en flarden van hun gelach.’

En elders noteert hij: ‘Zo nu en dan passeerden we vrouwen die van top tot teen in een lange tsjador gehuld waren en gehurkt langs de kant van de weg zaten, met hun gezichten van ons afgewend.’

In Afghanistan heeft het platteland, met zijn tribale cultuur en eeuwenoude erecodes, de stad gekoloniseerd.

De Afghaanse vrouwen in Hodsons boek lijken in niets op de studentes die gedeeld en geleukt worden, ook al zijn ze tijdgenoten. Hij trok dan ook door bergen, dorpen en velden. Hij zag het leven van de meerderheid van de Afghanen, niet de stedelijke minderheid.

Kaboel huisvestte in de jaren 1960-’70 maar 5 procent van de bevolking, of zo’n 500.000 inwoners, een aantal dat na de sterke daling door de verwoestende burgeroorlog in de jaren 1990 opnieuw gehaald werd tegen 2001. Vandaag is Kaboel met een bevolking van meer dan 4 miljoen inwoners goed voor zo’n 15 procent van de bevolking. De grote meerderheid van de Afghanen die de hoofdstad na 2001 zo deden groeien, kwam en komt uiteraard van het platteland of uit vluchtelingenkampen.

De vrouwen die Hodson 33 jaar geleden langs de kant van de weg zag hurken in hun allesverhullende sluier, verhuisden de voorbije vijftien jaar massaal naar Kaboel, op zoek naar de veiligheid die zo afwezig is op het platteland. Maar de verhuizing van een plattelandsbevolking naar de stad maakt van al die mensen nog geen stedelingen. In Afghanistan heeft het platteland, met zijn tribale cultuur en eeuwenoude erecodes, de stad gekoloniseerd.

Gendergelijkheid als geopolitiek?

De aanwezigheid van gesluierde vrouwen in Kaboel is dus zeker niet alleen het gevolg van een vrouwonvriendelijke Talibanideologie, maar in zekere zin ook een laat en pervers gevolg van de ondoordachte en geforceerde emancipatiepolitiek van de jaren zeventig. Want die droeg in niet geringe mate bij tot de opstand tegen hervormers en communisten, die in uiterste wanhoop een beroep deden op het bevriende Sovjetleger.

© Reuters

Een Afghaanse man staat voor een reclamebord in Kaboel, waarop reclame gemaakt wordt voor 3G. De zakenwereld heeft behoefte aan vrouwen zonder boerka.

De boodschap die Afghaanse vrouwenrechtenactivisten geven is zeker niet dat de strijd voor gelijke rechten gestaakt moet worden, integendeel. Zij wensen alleen geen herhaling van de fouten in het verleden. Toen gebruikte een kleine voorhoede van mannelijke politici, met de steun van een geopolitieke grootmacht, een “emancipatiebeleid” als breekijzer om de samenleving ontvankelijker te maken voor de eigen ideologie en het eigen machtsmonopolie. Wie de gevolgen daarvan kent, begrijpt de terughoudendheid tegenover de aanpak die sommigen in het Westen voorstaan.

Afghaanse activistes blijven overtuigd strijden voor gelijke vrouwenrechten – maar dan zonder de op dit gebied in het verleden gemaakte fouten te willen herhalen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur