De Pasjtoense Lente

Een opstand tegen geweld en ongelijkheid in Pakistan

© Reuters / Akhtar Soomro

 

Het was warm en zonnig, en zoals altijd stoffig in de oostelijke buitenwijken van de Pakistaanse miljoenenstad Karachi toen een speciale politie-eenheid vier mannen neerschoot tijdens een antiterreuroperatie. Een van de slachtoffers was Naqeebullah Mehsud, een 27-jarige winkelier en beginnend model. Het was de druppel die de emmer van het Pasjtoense ongenoegen deed overlopen.

Naqeebullah had lang, ravenzwart haar en een uiterst precies gemillimeterde baard. Hij was erg modegevoelig en had in de verste verte niets te maken met terreurgroepen als IS, die de politie in haar mededeling vermeldde. Zijn dood was als de knop die werd omgedraaid waarna het gehuil van opgekropte frustraties en woede een jarenlange stilte konden verscheuren. Het was met name de Pasjtoense bevolking van Pakistan die de moord op Naqeebullah Mehsud aangreep om in opstand te komen tegen leger, politie en inlichtingendiensten.

Op 26 januari vertrok de eerste Pashtun Long March in de Tribale Gebieden, de grensregio met Afghanistan die bijna uitsluitend door Pasjtoenen bewoond en nog altijd geregeerd wordt met de koloniale wetten die de Britten bedachten voor die bufferzone tussen het ontembare Afghanistan en het uitgestrekte Brits-Indië. Die Lange Mars is intussen uitgegroeid tot een Pasjtoense Beschermingsbeweging (PTM, Pashtun Tahafuz Movement), die op 8 april zeker 60.000 mensen op de been bracht in Peshawar, de hoofdstad van de door Pasjtoenen gedomineerde provincie Khyber Pakthunkwa.

De Pasjtoenen hadden al de naam krijgshaftig te zijn ten tijde van de Britse kolonisatie in de negentiende eeuw, en die mythe werd tijdens de Afghaanse opstand tegen de Sovjetbezetting in de jaren 1980 nieuw leven ingeblazen. Wat toen bewondering wekte – zwijgzame moedjahedien in onherbergzaam hooggebergte die met antieke geweren de strijd aangingen tegen het gevreesde en moderne Sovjetleger – werd na 2001 bron van weerzin: dezelfde zwijgzame moedjahedien, maar nu waren hun woede en verzet tegen het Westen gericht.

Er zijn ongeveer 50 miljoen Pasjtoenen, waarvan er 30 miljoen in Pakistan en 15 miljoen in Afghanistan wonen. En blijkbaar zijn steeds meer Pasjtoenen het beu om opgevoerd te worden als Ghayourqabail, onkreukbare en onbuigzame krijgers. Tijdens de massademonstraties dit voorjaar verwierpen de in Pakistan wonende Pasjtoenen de oorlogen waarin ze ingezet worden en waarvan ze het eerste slachtoffer zijn. Intusse heeft hun voorbeeld ook in Afghanistan navolging gekregen in Lange Vredesmarsen, die overigens niet alleen door Pasjtoenen bevolkt worden.

‘Onze huizen en velden worden vernield, terwijl de leiders van de Taliban en andere groepen gewoon vrij rondlopen in Pakistaanse steden’

Leider en inspirator van de PTM is Manzoor Pashteen, een 26-jarige mensenrechtenactivist uit Zuid-Waziristan, een van de tribale gebieden. Pashteen en andere leiders van de PTM winden er geen doekjes om: ze houden het Pakistaanse leger verantwoordelijk voor zowel het bestaan en de blijvende activiteiten van Taliban, het Haqqani-netwerk en Al Qaeda, als voor de verwoesting van dorpen en cultuur door de militaire acties tegen die opstandelingen. ‘Onze huizen en velden worden vernield, terwijl de leiders van de Taliban en andere groepen gewoon vrij rondlopen in Pakistaanse steden’, zeggen ze.

De PTM vraagt de vrijlating of teruggave van verdwenen Pasjtoenen – ze schatten het aantal vermisten tijdens het voorbije decennium op wel 32.000 –, een einde aan de vernederende controles, de verwijdering van landmijnen die het leger legde en de afschaffing van de koloniale wetten, zodat voor de Pasjtoense gebieden en hun inwoners dezelfde rechten gelden als voor de rest van Pakistan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het Pakistaanse leger probeert de beweging intussen te discrediteren als huurlingen van “buitenlandse belangen” of zelfs als handlangers van de Taliban, ook al beroept de PTM zich uitdrukkelijk op de geweldloze filosofie van Bacha Khan, de “Gandhi van de grensstreek”, die zich in 1947 verzette tegen de splitsing van India en dus ook tegen de stichting van Pakistan als staat voor Zuid-Aziatische moslims. De steun die de PTM krijgt vanuit Afghanistan, ook van president Ashraf Ghani, lijkt het argument van het leger te versterken. Al heeft Ashraf Ghani dat blijkbaar zelf ook begrepen, en zwijgt hij sindsdien over wat er in Pakistan groeit.

Nogal wat sympathiserende analyses die online verschijnen, maken gewag van de “opgelegde grens” tussen Afghanistan en Pakistan, die dwars door Pasjtoens gebied loopt en inderdaad door de Britten op het einde van de negentiende eeuw getrokken werd. Geen enkele Afghaanse regering heeft sinds de oprichting van Pakistan die grens erkend. Die verwijzingen roepen het schrikbeeld op van een Groot-Pasjtoenistan, dat een goed deel van het huidige Pakistaanse grondgebied zou opeisen. Toch blijkt deze visie op de Pasjtoense zaak vandaag in Pakistan marginaal te zijn.

Op 25 juli vinden er algemene verkiezingen plaats in Pakistan. Het is uitkijken hoe deze Pasjtoense Lente politiek gestalte krijgt in de Pakistaanse zomer.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur