Trump: ‘Ze nemen onze landbouwproducten amper en toch kunnen ze ons Mercedessen Benz verkopen’

Wil Europa de regels voor hormoonverstorende pesticiden opnieuw afschaffen?

USDA Natural Resources Conservation Service (CC0)

 

‘They barely take our agricultural products, and yet they can sell Mercedes Benz and they can sell anything they want in our country including their farm products, and it’s not fair’, zo klaagde Donald Trump een drietal weken geleden op een bijeenkomst in de staat Minnesota. De Amerikaanse president reageerde daarmee op de beslissing van de Raad van Ministers om de Europese Commissie groen licht te geven voor nieuwe handelsgesprekken met de VS.

Toch is Trump niet tevreden. Landbouw moet mee op de onderhandelingstafel, zo niet zal hij ‘the hell out of our cars’ tariferen. De Europese automobiele sector, die in Amerika haar grootste afzetmarkt heeft, is daarmee gewaarschuwd. Met die uitspraak maakt Trump meteen ook zijn intenties kenbaar, want hoewel we de nieuwe onderhandelingen geen TTIP 2.0 mogen noemen en landbouw voorlopig nog niet op de onderhandelingstafel ligt, is het de Amerikaanse president duidelijk te doen om het invoeren van Amerikaanse landbouwproducten op de Europese markt.

Divergerende standaarden

Tot op vandaag ligt die invoer moeilijk omdat de Europese normen op vele vlakken anders en vaak ook strenger zijn dan de Amerikaanse. In Europa geldt in het algemeen het principe dat een product pas op de markt komt, wanneer voldoende bewezen is dat het veilig is. In Amerika zien ze dat omgekeerd: alles mag op de markt, zolang het niet bewezen is dat een product onveilig is. Petra De Sutter, professor in de Gynaecologie (UGent) en tevens lid van de Raad van Europa voor de partij Groen, geeft het voorbeeld van de cosmetica: ‘Als we kijken naar het aantal stoffen die verboden zijn in cosmetica, dan zijn dat er in de Verenigde Staten ondertussen een dertigtal. Vijf jaar geleden waren dat er acht, dus er zijn er de laatste jaren wel 22 bijgekomen. In Europa daarentegen zijn het er meer dan 1600. We zien dus dat er daar toch wel een verschillende opvatting heerst.’

Voor cosmetica zijn er in de VS zo’n dertigtal stoffen verboden, voor de EU zijn dat er meer dan 1600. Daaruit blijkt wel een verschil in opvatting.

Die moeilijke invoer heeft ook te maken met de regelgeving rond pesticiden. Europa hanteert namelijk normen die tot de strengste normen ter wereld behoren als het gaat om milieu en voedselveiligheid. De “gouden standaard” die in de Europese Unie gehanteerd wordt, betreft het schild van de hazards approach, ook wel bekend als het voorzorgsprincipe. Dat principe houdt in dat eender welke pesticide die hormoonverstorend, kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch blijkt, zelfs bij lage dosissen verboden wordt op de Europese markt. Die norm heeft geleid tot het weigeren van de invoer van bepaalde voedingsproducten, waardoor dikwijls handelsfricties ontstonden met regio’s die een zwakkere regelgeving hanteren.

Schadelijke effecten zijn legio

De strenge bescherming die de Europese burger geniet als het gaat om hormoonverstorende stoffen in pesticiden is er echter niet voor niets gekomen. Doordat de schadelijke stoffen een effect hebben op onze gehele hormoonhuishouding, worden ze steeds vaker gelinkt aan een hele resem aandoeningen. Volgens De Sutter gaat het hier in de eerste plaats om negatieve effecten op de vruchtbaarheid, zoals niet indalende teelballen en verminderde zaadkwaliteit, maar ook om obesitas en overgewicht.
Ook zouden hormoonverstorende stoffen het risico op kanker vergroten en de ontwikkeling van foetussen beïnvloeden. Zo zien we de laatste twee decennia een toename van het aantal gedragsstoornissen, cognitieve stoornissen en volgens sommigen zelfs een daling in het IQ. Mogelijk is dit ook te wijten aan een verstoorde werking van de schildklier bij de ontwikkeling van de foetus.

Dat we deze hormoonverstorende stoffen juist zo vaak terugvinden in pesticiden hoeft volgens De Sutter dan ook niet te verbazen, aangezien ze daar perfect doen waarvoor ze gemaakt zijn: de vruchtbaarheid van de bepaalde insecten aantasten. ‘Het is niet verwonderlijk dat er ook spill over effecten bij andere diersoorten plaatsvinden. Je ziet bijvoorbeeld dat er nogal wat polluenten in het oppervlaktewater zitten die hele populaties amfibieën en vissen verstoren. Dergelijke effecten zijn al bekend van in de jaren zestig en zeventig, toen men vaststelde dat afvalwater in de Verenigde Staten hele vissenpopulaties uitgeroeid heeft, niet door van hun zuiver toxisch effect, maar door hun effecten op de voortplanting, waardoor de diersoorten uiteindelijk uitsterven.’

Toxische drempels te grillig

Bij hormoonverstorende stoffen zijn er niet zomaar toxische drempels vast te stellen, zoals dat bij klassieke chemische stoffen wel het geval is.

Het voorzorgsprincipe dat de EU vooropstelt, houdt daarom dus een nultolerantie aan. Dat is nodig volgens De Sutter, want bij hormoonverstorende stoffen zijn er niet zomaar toxische drempels vast te stellen, zoals dat bij klassieke chemische stoffen wel het geval is. ‘Doordat ze hormonen imiteren, kunnen hormoonverstorende stoffen een heel stofwisselingsprocédé in gang zetten of blokkeren en dat al bij een zeer lage concentratie. Soms heb je zelfs met hele lage concentraties grotere effecten dan met grotere concentraties. Dat maakt het een hele moeilijke klasse van producten. Bovendien kunnen hormoonverstoorders versterkende effecten op elkaar hebben. Dat betekent dat twee hormoonverstoorders samen een effect hebben dat niet zomaar de som is van de twee effecten samen, maar een veelvoud daarvan. Dat noemen we synergie of het cocktaileffect. De cocktaileffecten enerzijds en de moeilijke inschatting over welke dosis welke effecten teweeg zal brengen anderzijds, maakt het omgaan met die stoffen vrij moeilijk.’

Een historisch moeizame strijd

De nultolerantie is er echter niet zonder slag of stoot tot stand gekomen, ze was het product van een moeizame strijd voor de bescherming van de Europese consument. Lange tijd werd er immers geopperd om toch met toxische drempels te werken. Na een zogenaamde risk assessment zouden dan de dosissen onder bepaalde “veilige concentraties” toegelaten worden.

De strijd is bovendien nog niet helemaal gestreden. Recent nog, op 18 april, diende het Europese parlement een resolutie in, waarin ze de Europese Commissie aanmaant om de regelgeving die hormoonverstorende pesticiden wil bannen nog verder aan te scherpen. De huidige regelgeving die het voorzorgsprincipe vooropstelt, laat namelijk een achterpoortje op een kier. Lidstaten kunnen, mits argumentering, uitzonderingen aanvragen op het gebruik van bepaalde hormoonverstorende pesticiden. Het parlement vraagt in haar resolutie nu dat de Commissie tegen juni 2020 met een sluitend wetsvoorstel op de proppen komt, dat dergelijke achterpoorten voorgoed sluit.

Bart Staes, Europarlementslid voor de groene fractie, die een sleutelrol speelde bij het aannemen van de resolutie, licht het document toe: ‘Het probleem met de mogelijkheid tot uitzonderingen is het risico dat er misbruik wordt gemaakt van die regel. Men vraagt een uitzondering aan voor een bepaald product en een beperkte tijd, maar binnen de kortste keren wordt zoiets regel. Daarom vragen we de nieuwe commissie, die aantreedt op 1 november 2019, om binnen een termijn van zeven maanden na hun aantreden met een sluitend wetsvoorstel te komen. Die termijn lijkt ons redelijk’.

Zet “TTIP-light” het voorzorgsprincipe opnieuw onder druk?

Vraag is nu of, naast de nieuw aantredende commissie, ook de hernieuwde onderhandelingen met de VS de felbevochten Europese standaarden opnieuw onder druk zetten. Line De Witte, gemeenteraadslid in de stad Leuven (pvda) en auteur van het boek “TTIP en CETA voor beginners” ziet in de nieuwe onderhandelingen een potentieel risico. ‘De nieuwe vormen van vrijhandelverdragen gaan niet meer zomaar over import- of exporttarieven, maar gaan eigenlijk over regelgeving. Regelgeving, of zoals zij het noemen, regels die de winsten belemmeren. Voor de Europese Unie mag het dan wel gaan om het verlagen van de tarieven op industriële goederen, maar de VS zullen hier zeker iets tegenover in de plaats stellen. Pesticiden vormen hierbij voor de VS een heel belangrijk punt. Dat stond bij TTIP ook al hoog op de agenda.’

De nieuwe vormen van vrijhandelsverdragen gaan niet meer zomaar over import- of exporttarieven, maar over regelgeving die de winst belemmert.

Maar zelfs wanneer Trump zijn eis voor de inclusie van landbouw in de onderhandelingen niet kan doorduwen, kan de heropstart van de handelsgesprekken stevig druk zetten op de Europese regelgeving. Eén potentiële manier is het onderhandelingsmandaat dat de Raad van Ministers gaf aan de commissie voor een conformity assessment. ‘Het idee van zo’n conformity assessment is dat beide landen elkaars standaarden erkennen. De Europese normen blijven dan wel behouden, maar terzelfde tijd worden de Amerikaanse normen evengoed erkend. Wat krijg je dan? Dat een Amerikaanse chloorkip (in de VS worden kippen na de slacht gewassen in een chloorbad om het risico op Salmonella- en Campylobacterbacterie te beperken, nvdr) naast een andere kip in de winkel komt te liggen. Het problematische daarbij is dat de VS ook niet willen dat er labels op deze producten komen. Zo weet de consument eigenlijk niet wat hij koopt en koopt hij potentieel dingen die minder veilig zijn’, zegt De Witte.

Dergelijke gelijkschakeling van normen geeft de Amerikaanse producenten een concurrentieel voordeel ten opzicht van de Europese producenten, stelt De Witte, en die laatsten zullen dat ook ongetwijfeld gebruiken om druk op te voeren en de Europese normen te verlagen. ‘Nergens in die verdragen staat letterlijk dat er lagere normen zullen zijn. Er wordt alleen gesproken over het wederzijds aanvaarden van elkaars normen. Maar wetende dat wij met Europa ook deel uitmaken van de markt, zal het wel in die richting evolueren. Ook de Europese producenten zullen onder invloed van de oneerlijke concurrentie druk zetten op de Europese normen. Zo gaan effectief de standaarden naar beneden’, aldus De Witte.

Een tweede risico schuilt in het principe van de regelgevende samenwerking, een element dat in de nieuwe onderhandelingen ook expliciet naar voren komt. Een dergelijke samenwerking bestaat erin dat wanneer er een bepaald wetsontwerp wordt bediscussieerd, er verschillende experts op voorhand worden geraadpleegd om het ontwerp met de overzeese regelgeving af te toetsen. Volgens De Witte focust deze toetsing zich echter in de eerste plaats op de industrie en de grote lobbygroepen. ‘Zo kan een wet eigenlijk op voorhand al tegengehouden worden, alvorens die in het parlement komt en geef je ongelofelijk veel macht aan grote bedrijven. Als het dan gaat om regulering van pesticiden dan kan men op voorhand eigenlijk al een wet gaan afschrijven omdat het zogezegd toch niet overeenkomt met de VS’.

Professor in de internationale economie, Jan Van Hove (KU Leuven) ziet zo’n regelgevende samenwerking minder somber in. Meer nog, het zou zelfs een positieve invloed kunnen afstralen op andere economieën, meent hij: ‘Als we in Europa en Amerika samen standaarden kunnen opstellen voor veiligheidsnormen in het algemeen, dan zou dat heel bepalend kunnen zijn om die norm wereldwijd te laten hanteren. Dat is de grote kracht van samenwerking tussen Amerika en Europa, dat we transatlantische standaarden kunnen zetten die opkomende en dus zwakkere economieën zullen volgen. Dat vind ik persoonlijk nog altijd iets waar we naar moeten streven, al is het eerder een lange termijnproces.’

Onrust zaaien

Dat de industrie weegt op de Europese normen is op zich geen nieuwigheid. Tijdens de moeizame totstandkoming van het reguleringsproces voor hormoonverstorende stoffen in pesticiden probeerde de industrie het voorzorgsprincipe meer dan eens van tafel te vegen. Vooral de Europese Commissie leek vatbaar voor de greep van de lobby. Die pijnlijke geschiedenis kwam onder andere aan het licht door het werk van de NGO Pesticide Action Network Europe (PAN), die in 2016 inzage eiste in de documenten van de Europese Commissie via de openbaarheid van bestuur en daarvoor een rechtszaak aanspande bij het Europese Hof van Justitie.

Uit de documenten die verkregen werden na een twee jaar aanslepende juridische strijd, bleek dat de Commissie allesbehalve ongevoelig was gebleven voor de enorme lobbyinspanningen van de industrie en de Amerikaanse Kamer van Koophandel die de implementatie van nieuwe regels wilden tegenhouden ten tijde van de TTIP-onderhandelingen met de VS.

Hun meest doeltreffende wapens? Ongerustheid zaaien over economische verliezen en het illegitiem maken van wetenschappelijk onderzoek.

Hun meest doeltreffende wapens? Ongerustheid zaaien over economische verliezen en het illegitiem maken van wetenschappelijk onderzoek. Dat eerste leek vooral aardig te kiemen bij het Secretariaat-Generaal, dat bij monde van Secretaris-Generaal Catherine Day opdracht gaf voor een impactstudie van de criteria voor het bepalen van wat nu juist een hormoonverstorende stof is, een beleidsdocument dat de Commissie tegen 2013 op tafel diende te leggen.

Wat volgde was de eenzame strijd van het Directoraat-Generaal (DG) milieu en DG research om zich te verzetten tegen de pogingen van DG Landbouw, DG Enterprise, DG Industrie en zelfs DG Sante (gezondheid) om de criteria voor hormoonverstorende stoffen af te zwakken door het introduceren van niet wetenschappelijke elementen. De resultaten van deze impactstudie, die het bepalen van criteria voor hormoonverstorende stoffen trouwens met vijf jaar vertraagde, minimaliseerden de gezondheidsimpact en lieten de economische effecten steevast zwaarder doorwegen. De bevreemdende conclusie volgde zo telkens de logica ‘hoe minder hormoonverstorende stoffen er geïdentificeerd worden, hoe beter’.

Ook toen werd er gesproken over een regelgevende samenwerking. Volgens documenten van de NGO Corporate Europe Observatory (CEO) bleek zelfs dat het DG Trade zelf was die de lobbyorganisaties aanmaande om mee te gaan in de regelgevende samenwerking, en niet andersom. DG Trade vroeg de brancheorganisatie voor bestrijdingsmiddelen ECPA om met de financiële steun van hun Amerikaanse partner te wegen op het beleid. ‘As the European pesticide industry is one of the key sectors we would be looking at in terms of improving the framework for business, your contribution, ideally sponsored by your US partner, would be most welcome’, zo e-mailde DG Trade ECPA. Uiteraard reageerden ECPA en hun partner Croplife America positief op deze regelgevende samenwerking.

De “sound science” van de lobby

Een andere gekende lobbytactiek was de herhaaldelijke oproep voor “sound science”, meteen ook een impliciete suggestie dat de Europese regelgeving niet op wetenschap gebaseerd zou zijn. Steevast wordt er gevraagd naar de inclusie van wetenschappelijke studies die een risk assessment approach naar voor dragen. Dergelijke wetenschappelijke studies zijn echter niet oncontroversieel. Uit een onderzoek van PAN Europe bleek bijvoorbeeld al dat van de twaalf Europese risk assessment methoden er acht geschreven en gepromoot werden door the International Life Sciences Institute (ILSI). Dat is een federatie van non-profits die expertise verleent over allerlei regelgeving. ILSI wordt daarbij gefinancierd door verschillende industrieën, waaronder ook de pesticide industrie. Bij ILSI Europe zijn er bijvoorbeeld zo’n 52 bedrijven lid. Volgens PAN Europe betreft het evenwel elke Europese pesticidemultinational.

Onafhankelijke wetenschappers bestaan niet. De verwevenheid tussen het onderzoek en de industrie is bijzonder groot en niemand ontkent dat.

Waarom komt er vanuit de Europese Unie dan niet meer controle op de onafhankelijkheid van wetenschappers? Het antwoord van Petra De Sutter is even simpel als ontluisterend: ‘Omdat onafhankelijke wetenschappers niet bestaan. De verwevenheid tussen het onderzoek en de industrie is bijzonder groot en niemand ontkent dat. Enerzijds besteedt de industrie veel van haar basisonderzoek uit aan de academische instellingen, anderzijds heb je heel veel professoren die consultant zijn of in allerlei projecten met de industrie zitten.’

Toch wil De Sutter benadrukken dat die link met de industrie niet per se problematisch hoeft te zijn. ‘Maar het is wel iets dat in de gaten moet gehouden worden. De vraag is altijd kan je die verbanden zo transparant en publiek mogelijk maken? Ik zeg niet dat die mensen altijd corrupt zijn of verkeerde beslissingen nemen, maar het feit dat die banden er zijn, moet op zijn minst publiek gemaakt worden zodat men een oordeel kan vellen over hoe betrouwbaar de adviezen zijn. Idealiter heb je honderd procent onafhankelijke experten, maar dan moet je daar ook in investeren. Die moet je dan betalen en in dienst nemen.’

De Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA), dat als onderdeel van DG Sante tot op heden bevoegd is voor de regulering van de hormoonverstorende stoffen in pesticiden, wijst via hun woordvoerder Flavio Fergnani op de “declaration of interests” van alle externe experts die hebben bijgedragen aan het wetenschappelijke onderzoek. ‘Die verklaringen zijn bovendien voor iedereen toegankelijk. Elk persoon kan dus de manier waarop EFSA de onafhankelijkheid van haar beleid toepast, controleren.’ Bovendien wijst Fergnani er ook op dat geen enkel onderzoek slechts door één persoon wordt uitgevoerd. Het gaat steevast om een groep van experten en hun werk wordt daarna nog eens onder de loep genomen door het Europese Parlement, de ombudsman en het middenveld.

Wat vooral duidelijk wordt uit bovenstaand relaas is de strijd die zich al enkele jaren afspeelt tussen de Europese Commissie enerzijds en het Parlement anderzijds. Waar de Commissie veelal de economische positie van de Unie probeert te verdedigen, gaat het parlement vaker een strijd voor het behoud van de Europese normen inzake gezondheid en milieu aan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Volgens De Witte is het dan ook een kwestie van tijd voor de handelsgesprekken weer hun oude TTIP-proporties zullen aannemen. ‘Het oude TTIP zal zeker nog oplaaien. De VS gaan zoeken naar een gunstig moment om de draad op te pikken, want de belangen van die grote bedrijven zijn niet veranderd. Nu beseffen ze evenwel dat de tijd nog niet rijp is voor een TTIP 2.0, dus beetje bij beetje proberen ze onderhandelingen te starten en daarbij de handelsoorlog als excuus gebruiken. Trump heeft het dan over tarieven voor de automobielsector en de Duitse lobbyisten hebben daar oren naar en denken dat er onderhandeld moet worden. Zo kan iedereen zeggen dat dit niet hetzelfde is als TTIP, omdat het hier niet gaat over een allesoverheersende akkoord, maar slechts over één domein. Het doel is volgens mij echter nog steeds hetzelfde en dit is slechts een instap om daar naartoe te gaan’, aldus De Witte.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift