‘Verrijk de democratie en eis je plaats op’

Gebruikt de politiek subsidies aan het middenveld als chantage?

© Frederiek Vande Velde

Een betoging in Gent voor een humaner asielbeleid, 2 februari 2019.

De bom die Bart Somers op het Minderhedenforum dropte, zou wel eens de regel in plaats van de uitzondering kunnen worden. Middenveldorganisaties die zorgen voor natuurbescherming, taallessen voor nieuwkomers of mantelzorg voor zieken, krijgen subsidies van de overheid. Maar kunnen ze dan nog kritiek geven op diezelfde overheid? En mogen ze het beleid beïnvloeden, of is dat het exclusieve terrein van verkozen meerderheden? Dat erg on-Vlaamse debat wordt vooral scherp gevoerd als het over migratie, asiel en diversiteit gaat.

‘Je kwaad maken lost meestal niets op, integendeel. Dat heb ik geleerd in de politiek.’ De burgemeester van Lubbeek klonk bijna als een staatsman op jaren toen hij halverwege een lange gemeenteraadszitting op 29 september het woord nam. Het punt dat de oppositie op de agenda geplaatst had, handelde over een aanvraag voor gemeentelijke subsidie voor vrijwilligers die deelnamen aan de Refugee Walk, een sponsorinitiatief van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Woordvoerders van Groen en Open Vld onderstreepten dat de aanvraag volkomen conform het reglement ingediend werd, en dat het dus vreemd was dat het schepencollege zijn weigering samenvatte in de stelling dat ‘het zich niet kon vinden in de finaliteit van de besteding van de gelden’. Is dat een nieuwe, verdoken voorwaarde?, vroeg Pascale Allaerts van Open Vld zich af.

Na de bijna zalvende inleiding verantwoordde de burgemeester, Theo Francken (N-VA), zijn verzet tegen de subsidie. Onder andere met het argument dat Vluchtelingenwerk Vlaanderen een deel van zijn middelen inzet om ‘in België, Europa en internationaal’ juridische procedures op te starten ‘om hun uiteindelijke doel te verwezenlijken, namelijk: alle grenzen tot op de grond af te breken’. Niet echt feitelijk correct, om het zacht uit te drukken, maar wel rustig verwoord.

Dik tien minuten later was de burgemeester de lessen die hij in de politiek geleerd had blijkbaar al vergeten. Na een laatste, nogal wollige oproep van raadslid Werner Boullart (Groen) om bij de stemming over de subsidieaanvraag vooral als mens te stemmen, ontbrandde Francken in een woedende aanval tegen de ‘morele superioriteit van links’. Eind van het verhaal: de aanvraag voor een subsidie werd verworpen, meerderheid (N-VA en CD&V) tegen oppositie. Burgemeester Francken kondigde alvast aan dat er ook de komende jaren niet op gemeentelijke middelen gerekend moet worden.

Het primaat van de politiek

Het is een zeer lokaal voorbeeld, al is de burgemeester niet toevallig ook de nationale politicus die als staatssecretaris Asiel & Migratie een allesbehalve goede werkrelatie onderhield met Vluchtelingenwerk. Het nationaal belang zit in de tendens die hier heel duidelijk is, maar op alle niveaus terugkomt.

In Lubbeek werd de beslissingsmacht over lokale subsidies nog meer verschoven van de gemeentelijke adviesraad naar de verkozen meerderheid, en bovendien werden de ambtelijke voorwaarden vrij aangevuld met politieke voorwaarden. Een initiatief moet niet alleen formeel voldoen aan de gestelde voorwaarden, zo blijkt uit de verantwoording door het schepencollege, het moet ook stroken met de politieke visie van de meerderheid. Dat is in wezen heel on-Vlaams en on-Belgisch.

Volgens steeds meer politici mag en moet de verkozen meerderheid overheidssteun aan het middenveld koppelen aan haar eigen politieke visie.

De geschiedenis heeft ons een uniek model van verhouding tussen overheid en middenveld opgeleverd. De overheid erkende en subsidieerde daarbij de expertise van het middenveld, en het middenveld vertaalde zijn visie en ervaring vaak in beleidsvoorstellen en politieke invloed. ‘Al moet je altijd voorzichtig zijn met een containerbegrip als “het middenveld”’, waarschuwt Stijn Oosterlynck, hoofddocent stadssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Oosterlynck is een van de initiatiefnemers van het interuniversitaire Civil Society Innovation Flanders-onderzoek, waarvan onlangs het boek Middenveld tussen aanval en verdediging verscheen. Elke veralgemening riskeert ook een vertekening te zijn, waarschuwt Oosterlynck, want ‘zowel sociale economiebedrijven, welzijnsinstellingen en -organisaties als sociaal-culturele verenigingen vallen onder de term.’

Toch openen zijn collega’s en hij hun boek met de duidelijke stelling dat de legitimiteit van middenveldorganisaties in Vlaanderen ‘van verschillende kanten in vraag wordt gesteld, en dan vooral door de opeenvolgende Vlaamse regeringen en sommige lokale bestuurders.’

De concrete praktijk in Lubbeek blijkt in zeker zin representatief te zijn voor het verwerpen van een model van verwevenheid ten voordele van “het primaat van de politiek”. Dat komt er, volgens steeds meer politici, op neer dat de verkozen meerderheid overheidssteun aan het middenveld mag en moet koppelen aan haar eigen politieke visie. De overheid laat taken uitvoeren volgens de inzichten van de actuele meerderheid. Door de grote afhankelijkheid van subsidies in veel organisaties komt dat niet zelden neer op rechtstreekse invloed op de missie of de vrijheid van spreken van organisaties uit het middenveld.

Aan de kant blijven staan is geen optie

Zo botste de vormingsorganisatie Motief vzw begin vorig jaar met toenmalig Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Liesbeth Homans (N-VA). Die zette een subsidie stop, onder andere omdat het resultaat – het handboek Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren: Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers – afweek van de visie van de Vlaamse regering op deradicalisering.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In het Vlaams Parlement lichtte Homans de beslissing toe. Ze legde daar de nadruk op het feit dat een aantal hoofdstukken in het handboek ‘heel theoretisch en zelfs filosofisch en opiniërend’ waren. ‘Ik vind het heel jammer dat dat in een handboek zou komen. Met “opiniërend” bedoel ik bijvoorbeeld dat er letterlijk wordt gesproken over de witte privileges en het koloniaal denken. Dat zijn niet de zaken die wij willen meegeven in dit discours.’

Uiteindelijk oordeelde de Raad van State dat er geen grond was om een deel van de subsidie terug te eisen. Er was tenslotte een projectovereenkomst waarin duidelijke afspraken en criteria ter evaluatie stonden, en daar hoorde een gedeelde politieke visie niet bij.

Die ene uitspraak lost het actuele conflict tussen Vlaamse regering en het Vlaamse middenveld niet op. De fundamentele vraag blijft: geeft de overheid ruimte en steun aan organisaties die autonoom en kritisch optreden, en zijn die organisaties sterk genoeg om die noodzakelijke ruimte op te eisen?

‘Gewoon aan de kant blijven staan en verontwaardigd zijn over de nefaste impact van het overheidsbeleid rond radicalisering brengt geen zoden aan de dijk’, reageerde Elke Vandeperre van Motief vorig jaar. ‘Ik zie er geen probleem in om gemeenschapsgeld te aanvaarden om daarmee een kritische analyse van het beleid én een andere pedagogisch verantwoorde aanpak ingang te doen vinden. Activisten die vinden dat middenveldorganisaties enkel autonoom kunnen handelen als ze geen subsidies aanvaarden, die pleiten onbewust voor de complete privatisering van de social-profitsector. In Nederland kan je zien welke sociaal-culturele woestijn je dan krijgt.’

Verrijk de democratie, eis je plaats op

Middenveldorganisaties moeten zich bezighouden met politiek werk in de brede betekenis: burgers bewustmaken van bepaalde problemen, politieke voorstellen formuleren én invloed proberen te krijgen op overheden of economische machthebbers, zodat de voorgestelde aanpak ook terug te vinden is in het gevoerde beleid. ‘Dat is het primaat van het politieke’, zegt Chris Truyens. ‘Dat gaat in tegen een eenzijdige interpretatie van “het primaat van de politiek”, waarbij de toevallige meerderheid alle macht naar zich toetrekt.’ Chris Truyens was tot voor kort directeur van Steunpunt Mens en Samenleving (SAM). Ze verliet de organisatie begin dit jaar, nadat de Vlaamse regering de middelen van SAM met dertig procent verminderde.

‘Die ingreep van de Vlaamse regering was een ondubbelzinnig voorbeeld van de krimpende ruimte voor een kritisch, bovenlokaal middenveld’, zegt Stijn Oosterlynck. Truyens wil er zelf niet veel over kwijt, uit loyauteit aan de organisatie, maar in het werkveld klinkt het duidelijk dat SAM moest boeten omdat het tegen de wensen van de overheid in bleef roeien en soms ongemakkelijke waarheden blijft vaststellen.

‘Verrijk de democratie en eis je plaats op. Een kritisch middenveld is een rijkdom. Angst voor subsidieverlies is in dezen een slechte raadgever.’

In het boek Politieke ruimte, in 2013 uitgegeven door Samenlevingsopbouw Vlaanderen, nam Chris Truyens, toen directeur van die organisatie, al een duidelijk standpunt in: ‘We doen ook een oproep aan het middenveld: durf weer meer te politiseren. Werk dicht bij de mensen, organiseer het debat, ook in je eigen vereniging, organiseer de tegenspraak en geef voeding aan het besluitvormingsproces. Verrijk de democratie en eis je plaats op. Een kritisch middenveld is een rijkdom. Angst voor subsidieverlies is in dezen een slechte raadgever.’

Lang niet alle organisaties uit het Vlaamse middenveld vinden dat politieke terrein prioritair. Uit de bevraging van Civil Society Innovation Flanders blijkt dat zij meer belang hechten aan gemeenschapsvorming en dienstverlening, al blijft een meerderheid van de organisaties zichzelf ook een politieke rol toedichten. Dat betekent: ze streven op een of andere manier maatschappelijke of politieke verandering na. In tegenstelling tot de veelgehoorde klacht dat organisaties bereid zijn te depolitiseren in ruil voor blijvende overheidssteun, ziet meer dan de helft van de organisaties zichzelf nu meer aan politiek werk doen dan tien jaar geleden.

Er zijn overigens heel verschillende manieren om dat ‘politieke’ in te vullen, zegt Stijn Oosterlynck. ‘Er is het politieke strijdmodel, waarin middenveldorganisaties iets aanklagen en protesteren. Dat is makkelijk herkenbaar als politiserend werken. Maar zeker de oudere middenveldorganisaties zoals vakbonden, de Boerenbond of mutualiteiten zitten voortdurend mee aan tafel. Zij zien hun kritische functie niet per se als aanvallend, en ze hameren minder op hun autonomie. Toch zijn ze heel politiek bezig. En dan heb je de organisaties die de klemtoon leggen op het uitbouwen van alternatieven, zowel in instellingen als in levensstijl. Ook hun uiteindelijke doel is het beleid te beïnvloeden.’

Migratie, asiel en diversiteit in het vizier

Wie zeker wel het politieke als prioriteit ziet, is Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. En dat politieke werk is niet te scheiden van verzorgende of verbindende opdrachten, zegt ze. ‘De opvang van asielzoekers, die Vluchtelingenwerk zeventien jaar lang realiseerde in opdracht van overheidsagentschap Fedasil, gaf ons een unieke kans om de ervaringen van asielzoekers op te pikken, te bundelen en mee te nemen in de voortdurende dialoog met beleidsinstanties.’

Vandycke denkt dan ook dat het kabinet-Francken hen net daarom uit de opvang verwijderd heeft. Daarom is Vandycke blij dat huidig staatssecretaris voor Asiel & Migratie, Sammy Mahdi (CD&V), meteen de dialoog met Vluchtelingenwerk hersteld heeft. ‘De relatie tussen middenveld en beleid mag immers niet beperkt worden tot het debat over subsidies, maar moet in wezen gaan over de beste manier om een betere samenleving op te bouwen.’

Friends of Europe (CC BY-NC-ND 2.0)

Huidig staatssecretaris voor Asiel & Migratie Sammy Mahdi (CD&V), maart 2018.

De bom van Bart

SAM was een duidelijk slachtoffer, Vluchtelingenwerk ligt voortdurend in het vizier, maar als er één organisatie onder vuur lag het voorbije jaar, dan was dat het Minderhedenforum. De organisatie wist al minstens sinds de publicatie van het Vlaams regeerakkoord hoe laat het was. Terwijl de organisatie zelf zegt te werken aan ‘een inclusieve samenleving, vrij van racisme en discriminatie’, kreeg het forum vanuit de rechterzijde het verwijt organisaties samen te brengen die zich terugplooien op de eigen etnische identiteit en daardoor separatisme zouden organiseren.

De saga rond erkenning en subsidiëring van een organisatie die de participatie van etnisch-culturele minderheden nastreeft, toont in elk geval aan hoe kwetsbaar het middenveld is.

Minister voor Samenleven, Bart Somers (Open Vld), heeft bij herhaling bevestigd dat zelforganisaties volgens hem inderdaad dreigen te leiden tot afscheiding in plaats van integratie. Voor hem is emancipatie ‘in eerste instantie toch iets wat je als individu doet, niet door minderheden die zich organiseren en aan belangbehartiging gaan doen’, merkt een insider op. In een gesprek met MO* verwoordt minister Somers het zo: ‘De aanpak van de superdiverse samenleving voor de toekomst moet minder gebouwd zijn op gemeenschappen en meer op individuen in die superdiversiteit zelf, op hun gelaagde en unieke identiteit. We hebben een andere aanpak nodig, die minder uitgaat van adviezen en meer van actie. We kunnen ons geen vijf jaar trage verandering permitteren, het moet nu gebeuren.’

Die urgentie lijkt op het eerste gezicht moeilijk te combineren met de keuze die hij op 9 november maakte voor Join.Vlaanderen, een organisatie die nauwelijks bestaat en dus wel belooft dat ze een netwerkorganisatie is, maar dat nog moet worden. Vreest de minister niet dat er daardoor net veel kostbare tijd verloren gaat, of kiest hij eigenlijk vooral voor een nieuwkomer omdat hij daarmee makkelijker zijn eigen politieke visie en prioriteiten kan doordrukken? Somers benadrukt daarop nog eens dat hij niet twijfelt aan de waarde van het Minderhedenforum, ‘alleen laat het decreet maar ruimte voor één erkende participatie-organisatie.’

Twee dagen en een storm van kritiek later klinkt het heel anders, want dan roept Somers de twee organisaties op om samen te zitten en een gezamenlijk voorstel uit te werken. Of dat decretaal mogelijk is in deze fase, is allesbehalve duidelijk. En de verzoenende taal – ‘Mensen die elkaars bondgenoten zijn moeten niet tegenover elkaar staan, maar samenwerken’, zoals het klonk in De Ochtend op 12 november – klinkt alvast wrang bij het Minderhedenforum, nadat ze opzijgeschoven werden als een club uit het verleden. Somers zei op 9 november het volgende: ‘Ik geloof dat het Minderhedenforum bezig was met een interne hervorming en vernieuwing, maar dat is een tanker die gekeerd moet worden. Dan stap ik liever aan boord van een nieuwe en wendbare speler die niet meer moet afrekenen met het oude gemeenschapsdenken en meteen inzet op een nieuwe taal en nieuwe instrumenten.’

De saga rond erkenning en subsidiëring van een organisatie die de participatie van etnisch-culturele minderheden nastreeft, toont in elk geval aan hoe kwetsbaar het middenveld is, zeker als het zich beweegt op het politiek meest gepolariseerde terrein van de actualiteit: asiel, migratie, diversiteit.

De overheid doet het zelf

‘Vanuit politieke hoek wordt op dit moment niet zozeer op een repressieve manier opgetreden tegen het middenveld, maar wel intimiderend’, zegt onderzoeker Pascal Debruyne. ‘Zaak is dat de organisaties zich staande moeten houden, vanuit de eigen overtuiging en eigen missie. Ze mogen de intimidatie niet interioriseren en zich laten inperken.’

Debruyne wijst daarmee op een belangrijk punt: ‘Er is niet alleen politieke intimidatie en inperking van het middenveld, er bestaat ook een praktijk van depolitisering in het middenveld zelf.’ Nina Henkens, coördinator van het interculturele platform Kifkif, zit op dezelfde lijn. ‘De intimidatie speelt zich meer af op sociale en andere media dan in de rechtstreekse verhouding met de bevoegde overheid. Dat raakt de werking niet meteen, maar het is wel uitputtend. De tijd en energie die gaan naar verdediging en verantwoording op die fora, zouden we veel vruchtbaarder kunnen gebruiken voor opbouwende werking.’

‘Er is niet alleen politieke intimidatie en inperking van het middenveld, er bestaat ook een praktijk van depolitisering in het middenveld zelf.’

Henkens ziet daarnaast ook een sluipende beïnvloeding door voorgestelde aanpassingen in erkennings- of subsidiedecreten. Die verminderen onder andere het gewicht van onafhankelijke beoordelingscommissies, ten voordele van de beslissingsbevoegdheid van de verkozen meerderheid.

‘Politici gaan er weer meer van uit dat zij mogen beslissen omdat zij verkozen zijn. En zij mogen ook de voorwaarden bepalen waaronder organisaties gesubsidieerd worden. Dat heeft tot een instrumentalisering van het middenveld geleid’, stelde Herman Lauwers, ex-politicus van de Volksunie en voorzitter van onder andere de Federatie voor sociaal-cultureel werk FOV, in 2013 al vast.

In Politieke ruimte waarschuwde hij er al voor dat de autonomie van het middenveld krimpt als enkel ‘migratie opvangen, natuurdomeinen beheren, mantelzorg organiseren en buitenschoolse kinderopvang voorzien of kansarmoede verkleinen’ nog tot de subsidieerbare activiteiten gerekend worden. ‘Langzaam neemt de politiek de sturing van het middenveld over’, stelde hij vast. En: ‘De laatste evolutie daarin is de overname van vele middenveldactiviteiten,’ zegt Lauwers, ‘door intern of extern verzelfstandigde agentschappen die door de Vlaamse regering aangestuurd worden. De integratiesector is daar het bekendste voorbeeld van.’

De sociale woonsector biedt een recenter voorbeeld van een vergelijkbare aanpak. ‘De verplichte samensmelting van sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren wordt gebruikt om de greep van verkozen politici te versterken in nieuwe raden van bestuur’, zegt Stijn Oosterlynck.

De verstaatsing waar Lauwers naar verwees, was de oprichting van het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering in 2013. Daarin verdwenen tal van organisaties die ontstonden als lokale vrijwilligersinitiatieven, vervolgens professionaliseerden en gesubsidieerd werden. Het argument voor die “inkanteling” was efficiëntie en effectiviteit, maar het is wellicht niet toevallig dat het net opnieuw de sector van migratie en diversiteit waar de Vlaamse regering meer greep op wilde krijgen.

De controversiële beslissing van minister Somers, om de expertise die van onderaf opgebouwd werd in het Minderhedenforum te bestempelen als voorbijgestreefd en die te vervangen door onbewezen grootspraak van een pas opgerichte organisatie, zit in dezelfde lijn. De overheid neemt de teugels strak in de hand, en vindt daarvoor “in de markt” altijd wel spelers die de gewenste politieke lijn vertalen in voorstellen en aanbieden als vernieuwing. De overheid koopt op die manier haar eigen middenveld in.

BeterNaCorona?

Bij de start van de huidige Vlaamse regering in 2019 leek de ploeg-Jambon eerder te kiezen voor rechtstreekse confrontatie, vooral met de culturele sector. Maar die soep werd blijkbaar heter opgediend dan gegeten. ‘Er is een pre- en een postcoronabenadering’, ziet Stijn Oosterlynck. ‘Op het moment dat de samenleving in crisis ging, keerde meteen de typisch Belgische en Vlaamse aanpak terug: het neocorporatisme waarbij overheid en middenveld via onderhandelingen tot een overeenkomst komen. De overheid ziet dat ze de pandemie niet aankan zonder de inzet van een georganiseerd middenveld.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Wellicht bood de gezondheidscrisis dus de kans om het roer om te gooien, nadat het middenveld duidelijk gemaakt had dat het zijn autonomie niet zonder strijd zou opgeven. Of de bijsturing fundamenteel en blijvend is, durft Oosterlynck niet te voorspellen. De controverse rond de participatie-organisatie voedt de twijfels, zeker als je rekening houdt met de talrijke experts, middenveldverantwoordelijken én politici die over die zaak niet publiek willen spreken ‘omdat er nog een reeks andere dossiers aankomt waarvoor alle krachten gebundeld moeten worden’, zoals iemand het off the record verwoordde.

Pascal Debruyne preciseert: ‘Tijdens de coronaperiode zien we vooral nieuwsoortige netwerken uit het middenveld die zich op de kaart zetten. Zoals de netwerken die solidariteitsfondsen, voor armen of voor vluchtelingen, opzetten: in Gent, in Antwerpen, in de Netestreek rond Boechout en in West-Vlaanderen rond het CAW Noordwest-Vlaanderen en kust. Het is een vorm van basiswerk dat zichzelf opnieuw op de kaart zet, terwijl ze daarvoor vaak als hiërarchisch lagere schakel werden bekeken. Dat is hoopgevend.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur