Dossier: 

Geen weg terug. Waar belanden mensen zonder land?

Ze kunnen niet gerepatrieerd worden en toch lopen ze het risico opgesloten te worden. Ze worden erkend als staatloos en toch worden ze op straat gegooid en aan hun lot overgelaten. Een groep mensen die in stilte lijdt en naar wie geen haan kraait, ondanks de afspraken in het regeerakkoord.

  • © Dieter Telemans © Dieter Telemans
  • © Dieter Telemans © Dieter Telemans
  • © Dieter Telemans © Dieter Telemans

‘Wat moet ik u vertellen? Waar moet ik beginnen? Ik woon hier al zeventien jaar’, zegt Hagop. Ik zit daar, aan de overkant van de tafel in een Armeens café ergens in Brussel, met mijn mond vol tanden. Hagop haalt een document uit de binnenzak van zijn jas. ‘Ik ben nu als staatloos erkend. Ik zou normaal gezien heel blij moeten zijn. Ik zou van blijdschap een gat in de lucht moeten springen. Maar ik ben niet blij. Ik kan mijn pasgeboren kind niet zien.’

En hij laat op zijn gsm de beelden van zijn huwelijk zijn. Er was een vrouw, een ring en een feestje in een kleine familiekring, maar er was geen huwelijksakte. Hagop is ervan overtuigd dat zijn ex-vriendin hem gebruikt heeft om een baby te krijgen. ‘Want sinds ze zwanger is, wil ze niets meer met mij te maken hebben’, zegt hij. ‘En als ik nu naar haar toe zou gaan om de baby te zien, zou ze de politie bellen en me ervan beschuldigen dat ik haar wil aanvallen. Dat heeft ze al eens gedaan.’

Hagop is een Armeen uit Turkije. Hij was dertien toen hij in 1998 samen met zijn moeder en zijn zus naar België kwam. Zijn vader werd in Turkije vermoord. De asielaanvraag van het gezin werd in 2001 verworpen. Zijn situatie werd nooit geregulariseerd en de twee asielaanvragen die hij later indiende werden beide geweigerd. Hij is minstens drie keer opgepakt en in een gesloten centrum ondergebracht met de bedoeling hem naar Turkije te repatriëren. Maar Turkije weigert hem toe te laten, want Hagop staat nergens geregistreerd.

Nu, na zeventien jaar verblijf in België, is hij erkend als staatloos. Hij heeft dus geen nationaliteit. De staat België kan hem bijgevolg nergens naar terugsturen. Dit is de eerste echte overwinning in een juridische strijd die jaren geleden begonnen is.

Hoe hij heel die periode heeft overleefd? Hagop haalt zijn schouders op. ‘Ik heb geen gemakkelijke jeugd gehad’, zegt hij. ‘Ik ben naar school gegaan, maar het was geen succes. En mijn leven is pas echt slecht geworden na de dood van mijn moeder. Dat was in 2008. Ik kon nergens naartoe.’

kapot

‘Iedereen kent mij hier’, zegt Hagop even later zonder enige trots. ‘Ik kan overal eten en drinken. En ja, ik heb wat uitgevreten. Geen zware criminaliteit hoor, maar ik heb al in de gevangenis gezeten’, geeft hij toe. De eerste keer dat hij in een gesloten centrum werd gestopt, was meteen nadat hij zijn celstraf had uitgezeten. ‘In plaats van mij vrij te laten, hebben ze me naar een gesloten centrum gebracht en daar werd ik zes maanden lang opgesloten. Zes extra maanden boven op mijn celstraf, stel je dat eens voor.’

‘Als ze toch al van plan waren om mijn situatie niet te regulariseren, waarom hebben ze me dan teruggenomen? Ik begrijp dat niet.’

Hagop werd vrijgelaten, wegens niet repatrieerbaar, en kreeg het bevel om het land te verlaten. Maar waarheen? Hij reisde naar Zweden en probeerde daar een leven op te bouwen. ‘Ik heb er zelfs een meisje leren kennen’, zegt hij. Twee jaar later werd hij daar opgepakt, een tijdlang opgesloten en teruggestuurd naar … België. ‘Als ze toch al van plan waren om mijn situatie niet te regulariseren, waarom hebben ze me dan teruggenomen? Ik begrijp dat niet.’

En omdat hij weer niet repatrieerbaar was, werd hij ten slotte, nadat hij een maand in een gesloten centrum had vastgezeten, vrijgelaten. Hij kreeg nogmaals een bevel om het land te verlaten. Hagop kon overleven, op straat. Maar soms was de straat te hard. Op een bepaald moment vroeg hij zelf om opgesloten te worden. Op die manier zou hij tenminste een dak boven het hoofd, een bed en eten hebben. Maar opgesloten word je niet op verzoek.

© Dieter Telemans

Voor Hagop is dit allemaal achter de rug. Het liefst zou hij het hier niet over willen hebben. Hij heeft nu andere problemen. Zijn baby die hij niet mag zien. En hij maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat het parket in beroep gaat tegen zijn erkenning als staatloze. Dat hij met me praat is alleen omdat zijn advocaat Ivo Flachet dat gevraagd heeft. En als ik iets over hem zou schrijven, wil hij vooral dat ik het belang van zijn advocaat in zijn leven benadruk. ‘Mijn leven is veranderd zodra ik Ivo heb leren kennen. Ik heb nog nooit een mens zoals hij ontmoet. Ik was kapot. Hij heeft me weer zin in het leven gegeven.’ Hij toont zijn beide armen. Overal sneetjes. ‘Het leven was hard en ik had geen zin om te leven.’

‘Dat Hagop als staatloze is erkend is zeker een overwinning’, zegt zijn advocaat Ivo Flachet van Progressive Laywers Network. ‘Maar het betekent in geen geval het einde van de ellende. Het is slechts een begin van, hopelijk, het einde.’

Erkend worden als staatloze geeft nog geen recht op een verblijfsvergunning. Als het parket niet tegen het arrest in beroep gaat, kan een aanvraag tot regularisatie ingediend worden. ‘En het kan tot twee jaar en vier maanden duren voor hij zijn papieren krijgt. Dat is gemiddeld de tijd die een regularisatieaanvraag in beslag neemt’, zegt Flachet. Dan pas kan Hagop op een normaal leven hopen.

De eerste stap richting een oplossing voor zijn situatie werd gezet toen zijn zus breid was hem onderdak te geven. Zijn zus is getrouwd en omdat zij werkt en een minimumloon krijgt kon Hagop geen volledig leefloon trekken. Het OCMW van Zaventem, waar zijn zus woont, ging erin mee hem vijftig euro per week te geven. ‘De beslissing van het OCMW was belangrijk voor het dossier van Hagop en vormde het eerste lichtpunt in zijn situatie’, zegt zijn advocaat.

Leugen

Jaarlijks worden er zes- tot zevenduizend mensen uit België naar hun land van herkomst teruggestuurd. Maar hoeveel mensen niet repatrieerbaar zijn, is niet bekend. ‘Er zijn twee categorieën’, zegt Ivo Flachet. ‘Er zijn mensen die niet kunnen worden uitgewezen om administratieve redenen. En er zijn mensen die nergens naar teruggestuurd kunnen worden omdat ze staatloos zijn. Hoeveel staatlozen er in België zijn is ook niet bekend. De bekendste groep zijn de Palestijnen. ‘De Palestijnen worden gemakkelijker als staatloos erkend doordat hun situatie bij ons bekend is en er toch wat sympathie voor hen bestaat’, aldus Flachet.

De erkenning van staatlozen is de bevoegdheid van het arrondissement en gaat niet overal op dezelfde manier. ‘Het arrondissement Brussel erkent veel moeilijker dan het arrondissement Nijvel bijvoorbeeld’, zegt de advocaat. ‘Maar er zijn er heel veel die geen verblijfsvergunning krijgen en toch niet gerepatrieerd kunnen worden, ook al zouden ze het willen. En dat is weinig bekend bij de publieke opinie’, stelt Ivo Flachet vast.

Er zijn landen die gerepatrieerden gemakkelijk toelaten of waarmee België bilaterale akkoorden heeft. ‘De Afrikaanse landen nemen gemakkelijk mensen terug’, zegt Ivo Flachet. ‘Het zijn ook slecht georganiseerde landen. Een Rwandees kan gemakkelijk in Congo afgezet worden bijvoorbeeld. Khaddafi deed dat veel en Marokko neemt vrij gemakkelijk mensen terug.’ Ook Nepalezen kunnen heel gemakkelijk teruggestuurd worden. ‘Er zijn Nepalezen die hun nationaliteit kwijt zijn geraakt en die toch met een eenvoudige laissez passer door België naar Nepal teruggestuurd worden. Maar Algerije of Iran accepteert niet zomaar mensen die teruggestuurd worden’, zegt Ivo Flachet.

Bovendien is iemand terugsturen naar Iran, ook al zou hij daar niet politiek actief zijn geweest, levensgevaarlijk. En dat is een verhaal dat je vaak hoort, stelt de advocaat vast. Ali (niet zijn echte naam) is tot twee keer toe en onder begeleiding van de politie tot op de luchthaven van Teheran gebracht. Maar hij werd niet tot het grondgebied toegelaten. Iran neemt geen mensen tegen hun zin terug. Het probleem van Ali is niet dat hij niet wilde terugkeren, maar dat hij vreest voor zijn leven zodra hij echt terugkeert. ‘Iedereen die in het buitenland asiel heeft aangevraagd moet in Iran voor zijn leven vrezen’, zegt Ali.

Het toeval wilde dat Ali Iran verliet net toen de Groene opstand uitbrak. Dat was in 2009. Het was voor hem uitgesloten terug te keren. ‘Ik ben het slachtoffer van mijn land van herkomst en ik ben het slachtoffer van België’, zegt hij. ‘Ik had een spel kunnen spelen, me tot het christendom bekeren of een andere leugen bedenken, dan was ik misschien als politieke vluchteling erkent. Maar dat er om politieke redenen gevaar is voor mijn leven als ik naar Iran terug zou gaan, dat willen ze hier niet geloven.’

‘Ook mijn familie lijdt onder deze situatie’, gaat Ali verder. ‘Mijn ouders zijn ziek geworden omdat ze zich zorgen maken over mij en ik zie mijn beste levensjaren voorbijgaan terwijl ik hier wacht. Ik wacht op een signaal om een normaal leven te kunnen leiden’, zegt hij.

In de shit

‘Het probleem met ons systeem is dat men weigert de mens achter het dossier te zien.’

‘Het probleem met ons systeem’, zegt Ivo Flachet, ‘is dat men weigert de mens achter het dossier te zien. De Belgische staat acht het je eigen schuld dat je niet gerepatrieerd wordt en dus moet je de gevolgen daarvan dragen. Men wil liever enorm veel geld uitgeven aan repatriëring, ondanks het feit dat het moeilijk is en de betrokkene onmetelijke psychologische schade berokkent, dan het bestaan van mensen die sowieso een heel leven hier zijn te “normaliseren”, hen de kans te geven om een normaal leven te leiden. Dat is het dramatische aan ons systeem.’ Voorts vindt de advocaat het onverantwoord om mensen als staatloos te erkennen om ze daarna ‘in de shit te laten leven’.

Point of no return, het rapport dat Vluchtelingenwerk Vlaanderen samen met partnerorganisaties uit andere EU-landen begin 2014 publiceerde, is een aanklacht tegen de opsluiting van niet repatrieerbare vluchtelingen en migranten. Negenendertig mensen uit België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Hongarije die allemaal detentie hebben meegemaakt worden erin geportretteerd. Het rapport maakt deel uit van een bewustmakingscampagne en is bedoeld om druk uit te oefenen op overheden, zowel nationaal als Europees, om een oplossing te vinden voor een groep mensen die onder de radar blijft.

© Dieter Telemans

Is er uitzicht op verandering? In het regeerakkoord staat namelijk dat er ‘een oplossing gezocht (wordt) voor de zeer beperkte groep mensen die buiten hun wil om en ook niet vrijwillig kunnen terugkeren naar hun land van herkomst’. Ook de kwestie van de staatloosheid wordt erin vermeld. De dossiers zullen binnen een redelijke termijn afgehandeld worden. Mensen die als staatloos worden erkend krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning. De nieuwe procedure zal een jaar nadat ze in werking is getreden geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd worden, zegt het regeerakkoord.

Wat is er van dit alles terechtgekomen? We hebben de vraag aan het kabinet van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) voorgelegd. Enige dagen later kregen we het antwoord dat er op dit gebied eigenlijk niets zat aan te komen.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur