Weg naar gendergelijkheid blijft moeilijk

Gendergelijkheid in België? Grote stappen voor België, kleine stappen voor vrouwen

Vlaams Parlement (CC0)

Een evenwichtig samengestelde Vlaamse regering in juli 2014. Op dit moment is meer dan 40 procent van de wetgevers in het parlement vrouw. Dit is echter niet vertaald op het niveau van de federale regering, waar er momenteel slechts drie vrouwelijke ministers zijn. Toch is er hoop dat dit zal veranderen bij de komende verkiezingen in mei.

In haar zwart pak, met een witte T-shirt en een kleurrijk horloge om haar linker pols, straalt Christ’l Joris een beeld uit van stevig aanpakken, standvastigheid en flexibiliteit. De Belgische zakenvrouw is in de afgelopen decennia bestuurslid geweest van verschillende organisaties — een tijd die volgens haar langzaam de weg heeft vrijgemaakt voor andere vrouwen om topposities in de Belgische zakenwereld in te nemen.

‘Omdat er niet veel vrouwen waren, was je heel gemakkelijk zichtbaar; en omdat ik geleerd had altijd vrijuit te spreken en actief te zijn, kreeg ik allerlei aanbiedingen om te zetelen in commissies en zelfs in bestuursraden. Ik denk

dat er sindsdien binnen de organisties het bewustzijn gegroeid is dat ze zich moesten open te stellen en op zoek gaan naar diversiteit’, zegt ze.

Op haar twintigste werd ze lid van het bestuur van het familiebedrijf, ETAP Lighting, en sinds ze 40 werd, is ze er voorzitter. Naast het leiden van andere bureau’s, is Joris ook actief in het maatschappelijk werk.

Joris is in 1954 geboren in Antwerpen en voelt dat er nu dingen veranderd zijn. ‘Ik ben er zeker van dat er iets veranderd is. Ik denk dat er veel meer bewustzijn is dat er vrouwen zijn en dat je naar hen moet kijken en hen de plaatsen bieden’, zegt Joris.

Wanneer zij nu een nieuwe positie aangeboden krijgt, wijst ze die af. ‘Ik heb een punt bereikt — al sinds enkele jaren — waar ik zeg dat ik het niet meer wil doen, dat er jongere vrouwen zijn, ga die maar zoeken’, zegt ze.

België vaardigde de wet op de quota (genderdiversiteit) uit in 2011. Om te voorkomen dat beursgenoteerde ondernemingen meer dan twee derde leden van hetzelfde geslacht in de Raad zouden zetelen. Het Belgische Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen noteerde dat de verhouding van vrouwen in de bestuursraden 26,8% bereikte in 2017, vergeleken met 8,2% in 2008. Toch benadrukte het dat vrouwen nog steeds moeten vechten om de hoogste positie in het bedrijf te bereiken.

Joris is een succesvol voorbeeld, doch genoot van een omgeving die haar steunde. Maar het is niet hetzelfde voor andere vrouwen, die te maken hebben met obstakels op de arbeidsmarkt gaande van een loonkloof tot een aanhoudende culturele gender vooroordeel.

De Grondwet waarborgt gelijkheid

In 2002 werd de Belgische grondwet gewijzigd: “gelijkheid tussen vrouwen en mannen is verzekerd” om gelijkheid tussen de twee geslachten te waarborgen.

In 2007 werd een wet aangenomen die “gendermainstreaming” in alle federale beleidsmaatregelen garandeert, om discriminatie te bestrijden en de integratie van het genderperspectief in de wetsontwerpen en verordeningen te waarborgen. Er is ook een “gender budgeting”-aspect, dat tot doel heeft bedragen toe te wijzen voor de bevordering van gendergelijkheid, zoals bewustmakingssessies of opleidingen.

Genderquota gericht op gekozen politieke functies werden voor het eerst toegepast bij Europese en lokale verkiezingen in 1994. In 2002 werden nieuwe maatregelen goedgekeurd die de partijen ertoe dwingen een gelijk aantal vrouwelijke en mannelijke kandidaten op hun lijsten op te nemen.

Op dit moment is meer dan 40 procent van de wetgevers in het parlement vrouw. Dit is echter niet vertaald op het niveau van de federale regering, waar er momenteel slechts drie vrouwelijke ministers zijn. Toch is er hoop dat dit zal veranderen bij de komende verkiezingen in mei.

‘Dit is de situatie op papier. In werkelijkheid zien we dat gendergelijkheid niet de kernactiviteit van de staat is. Er zijn veel informele regels die de zaken minder rooskleurig maken.’

Op de vraag of al deze wetten van België een feministische staat maken, vindt Karen Celis, hoogleraar politieke wetenschappen aan de VUB Universiteit Brussel, het geen zwart-wit situatie. ‘Formeel gezien, zeker ja, want we hebben de wetten in orde…. In die zin kunnen we het staatsapparaat dus feministisch noemen, het is ontworpen om gendergelijkheid te produceren’, zegt ze.

‘Dat gezegd zijnde, dit is de situatie op papier. In werkelijkheid zien we dat gendergelijkheid niet de kernactiviteit van de staat is. Er zijn veel informele regels die de zaken minder rooskleurig maken, minder een feministisch paradijs’, voegt Celis eraan toe.

Volgens deskundigen is de grootste uitdaging voor de gelijkheid van mannen en vrouwen — vooral op de arbeidsmarkt — de gendervooroordelen, die “gemotiveerde en capabele” vrouwen onzichtbaar maken.

‘Vrouwen, in elke machtspositie, kunnen andere vrouwen zichtbaarder maken, maar het is nog beter als mannen dat doen, want het is de verantwoordelijkheid van de top van de organisatie om gendergelijkheid vast te stellen, discriminatie, seksisme en racisme te bestrijden. Gezien het feit dat de top nog steeds overwegend mannelijk is, hebben we mannen nodig om het voor ons te doen, omdat ze ervoor betaald worden; het is geen hulp voor degenen die zich in een kwetsbare of zwakke positie bevinden’, concludeert Celis.

Feminisme is niet iets voor vrouwen

Alexander de Croo, Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking en Financiën, heeft geprobeerd die rol te spelen. ‘Er moet meer gebeuren in België’, zegt hij, hoewel het land onlangs in een rapport van de Wereldbank werd geprezen als een van de zes landen wereldwijd die vrouwen en mannen gelijke wettelijke rechten geven.

© Ministerie Ontwikkelingssamenwerking

Journaliste Nehal en Vicepremier De Croo

Toch toont de Global Attitudes Toward Gender Equality-studie een andere kant van de vergelijking aan. België doet het goed in onderzoeksvragen zoals ‘Ik zou me ongemakkelijk voelen als mijn baas een vrouw was’ en ‘een man die thuis blijft om voor zijn kinderen te zorgen, is minder een man’, minstens twee derde van de respondenten verwerpt dergelijke standpunten.

Andere gebieden hadden een minder hoopvolle conclusie. Ongeveer 56% gelooft dat het meer voordelen heeft om een man in de samenleving te zijn.

Het vaderschapsverlof en de loonkloof tussen mannen en vrouwen zijn twee onderwerpen die hoog op de agenda van vrouwenorganisaties staan.

Een van de redenen hiervoor zouden de zwangerschaps- en vaderschapsverlofregelingen kunnen zijn, die De Croo in zijn boek “The Age of Women” heeft besproken: vorig jaar publiceerde hij ‘Waarom het feminisme ook mannen bevrijdt’, waarin hij verschillende aspecten van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt onder de loep neemt.

Het vaderschapsverlof en de loonkloof tussen mannen en vrouwen zijn twee onderwerpen die hoog op de agenda van vrouwenorganisaties staan. Op dit moment krijgen vrouwen tussen de 12 en 15 weken zwangerschapsverlof, terwijl de vader tien dagen krijgt.

‘We hebben vooruitgang geboekt op het gebied van zwangerschaps- en vaderschapsverlof. Ik denk nog steeds dat het doel precies hetzelfde zou moeten zijn [voor zowel de moeder als de vader], maar we zetten stappen vooruit’, zegt De Croo, hoewel hij nog steeds vindt dat de tien dagen voor de vader ‘een grap is, zoals we in de regering zeggen dat het krijgen van kinderen de rol van de moeders is’.

Hij gelooft dat het zou kunnen worden verhoogd tot vier weken. En het ‘delen van het gehele verlof tussen de twee ouders is ook een mogelijkheid. Dit zou een invloed op de culturele kant kunnen hebben’, aldus De Croo.

Een andere suggestie van de Femma-organisatie is om het vaderschapsverlof uit te breiden tot 20 dagen en het verplicht te stellen. Zij hopen dat aldus het belang van de betrokkenheid van beide ouders bij de kinderzorg centraal zal komen te staan.

‘Mijn conclusie is dat het geen kwestie van tijd is; het is een kwestie van beleid en een kwestie van ons — mannen.’

België heeft veel internationale initiatieven gelanceerd om de gelijkheid van mannen en vrouwen in de partnerlanden te ondersteunen. Een van deze initiatieven is SheDecides, dat zich richt op gezinsplanning en miljoenen vrouwen over de hele wereld heeft geholpen.

De Croo geeft toe dat zijn werk in ontwikkelingsamenwerking zijn denken over gendergelijkheid heeft aangewakkerd en hem ertoe heeft aangezet om gelijke kansen op de arbeidsmarkt nog meer te bevorderen.

‘Mijn conclusie is dat het geen kwestie van tijd is; het is een kwestie van beleid en een kwestie van ons — mannen. We moeten ons veel meer inspannen om mannen bij deze discussie te betrekken, want tot nu toe praten alleen vrouwen over feminisme en dat betekent dat de oplossingen alleen van vrouwen komen, wat verkeerd is. De oplossingen moeten van mannen en vrouwen komen’, aldus de minister.

Mobilisatie van het maatschappelijk middenveld

In een rapport van 2017 over de doelstellingen van de Verenigde Naties op het gebied van duurzame ontwikkeling in 2030 heeft België zijn “solide juridisch en beleidskader” voor de bestrijding van genderdiscriminatie naar voren geschoven, wat volgens België tot uiting komt in de steeds kleiner wordende loonkloof tussen mannen en vrouwen in de loop der jaren.

‘Het is veel geblaat en weinig wol. Dat is mijn indruk, veel de schijn ophouden. Misschien boeken we wel een beetje vooruitgang, maar slechts een klein beetje’

De regering gaf echter ook toe dat er nog meer werk moet worden verzet tegen de voortzetting van de traditionele rolpatronen, ‘die ertoe leiden dat vrouwen 8,5 uur per week meer dan mannen besteden aan niet-betaalde klussen, zoals de zorg voor het huishouden en de kinderen’.

‘Het is veel geblaat en weinig wol. Dat is mijn indruk, veel de schijn ophouden. Misschien boeken we wel een beetje vooruitgang, maar slechts een klein beetje’, zegt Maggi Poppe, een medewerkster van de Nederlandstalige Vrouwenraad, die commentaar geeft op de prestaties van het land op het gebied van de SDG’s.

Een van de obstakels, vindt Poppe, is een sociaal aspect. ‘De structuur van onze samenleving is nog steeds patriarchaal. De last van de zorg ligt nog steeds vooral bij vrouwen en het zorgwerk wordt niet op waarde geschat, daarom hebben we een loonkloof en een pensioenkloof’, zegt ze.

Een van de organisaties die zich richt op bewustwording van de loonkloof is Zij-Kant. De groep begon in 2005 in België met de Equal Pay Day om de discussie over dit onderwerp op gang te brengen, aldus algemeen secretaris van Zij-Kant Vera Claes.

‘Dit jaar hebben we ons geconcentreerd op het feit dat veel vrouwen parttime werken. In België werkt 45% van alle vrouwen op de arbeidsmarkt deeltijds, terwijl slechts 11% van de mannen dat doet’, zegt ze.

‘Probeer als vrouw onafhankelijk te zijn. Dat is eigenlijk onze belangrijkste boodschap.’

De oplossing is om zowel het huishoudelijk als het betaalde werk te delen. ‘We laten vrouwen en mannen bijvoorbeeld liever vier dagen per week werken dan de man die voltijds werkt en zijn vrouw die halftijds werkt’, suggereert Claes.

‘We vragen vrouwen om na te denken, als je economisch niet sterk genoeg bent, als je je eigen geld niet verdient, denk dan eens na over wat er later zal gebeuren als je je pensioen hebt, dan is het ook laag. Probeer dus als vrouw onafhankelijk te zijn. Dat is eigenlijk onze belangrijkste boodschap’, voegde Claes eraan toe.

Minder werken is niet minder werk

Een kortere werkweek staat al jaren op de agenda van vrouwenorganisaties. Toch heeft Femma dit jaar besloten om het heft in eigen handen te nemen en het in de organisatie te implementeren.

‘Het betekent natuurlijk niet dat een man automatisch meer zal doen in het huishouden of de kinderzorg, maar we denken dat als je dit model implementeert, het gunstig kan zijn voor de gendergelijkheid en een meer kwalitatieve combinatie van betaalde en onbetaalde arbeid oplevert’, zegt Jeroen Lievens, beleidsmedewerker bij Femma.

Lievens zegt dat met de evolutie van het broodwinner-model — dat mannen in de opkomende middenklasse na de Tweede Wereldoorlog ertoe bracht om de enige verdieners in het gezin te worden — naar de tweede golf van het feminisme in de jaren tachtig, er inspanningen waren om vrouwen op de arbeidsmarkt te krijgen, maar dat er te weinig aandacht werd besteed aan de verdeling van het huishoudelijke werk.

Onderzoekers van de VUB Universiteit en het instituut “Kind & Samenleving” kijken naar de tijdsbesteding van Femma-medewerkers voor en tijdens het experiment en hoe de kinderen de kortere werkweek van hun ouders ervaren.

Lievens werkt vier dagen per week; sommige van zijn collega’s werken zes uur per dag, vijf dagen lang. ‘Het is niet altijd gemakkelijk, het is een overgang, maar ik zie de voordelen ervan. Je organiseert je werk op een andere, een effectievere manier’, zegt hij.

‘Op persoonlijk vlak zie ik mezelf meer ontspannen; ik neem ook meer tijd voor bepaalde hobby’s en ik heb een 7-jarige zoon’, zeg Lievens en voegt eraan toe dat de extra vrije tijd hem in staat stelt om wat huishoudelijke taken te doen en tijd te besteden aan het helpen van zijn zoon met zijn huiswerk of het spelen van spelletjes.

(c) Nehal El-Sherif

 

Uit het oog, uit het hart

Toch blijft een deel van de samenleving buiten de schijnwerpers staan.

Vrouwen met een migrantenachtergrond worden niet alleen ‘verwaarloosd of beschadigd door het huidige beleid’, maar ze worden ook gemarginaliseerd binnen de vrouwenbeweging en binnen de door mannen gedomineerde antiracismescene in België, aldus Sarah Scheepers, een coördinator van de Ella-organisatie, die zich richt op de situatie van migrantenvrouwen.

‘We hebben een arbeidsmarkt die migrantenvrouwen bijna uitspuwt. Hun agenda is dus niet de loonkloof, ze krijgen geen loon.’

‘De grootste uitdaging is dat ze geen deel uitmaken van de beroepsbevolking’, zegt Scheepers in Antwerpen.

‘We hebben een arbeidsmarkt die hen bijna uitspuwt. Hun agenda is dus niet de loonkloof, ze krijgen geen loon’, zei ze, ‘of ze doen het laagst betaalde werk, of het meest onzichtbare zorgwerk of de arbeidsomstandigheden zijn zo slecht.’

‘We merken het discours en de beeldtaal die deze vrouwen bezighoudt; hoe men beweert dat ze niet willen werken omwille van hun religieuze achtergrond en stereotiepe rolpatronen’, voegt ze eraan toe.

‘Maar als je met hen praat, hebben velen onder hun opleidingsniveau gewerkt en hebben ze dagelijks te maken met racisme, discriminatie en seksisme’, vervolledigt Scheepers.

Onder de vrouwen met een migrantenachtergrond is er een kleinere sector: migranten met en zonder papieren in de huishoudelijke en zorgsector, die soms te maken hebben met zware werkomstandigheden.

Migrerende hulpverleners kunnen naar Eva Maria Jemenez Lamas gaan, een ambtenaar bij de vakbond, als ze een klacht willen indienen als ze mishandeld worden, extra uren werken, een laag salaris krijgen of hun paspoort door hun werkgever wordt afgenomen.

‘Ik heb veel vrouwen ontmoet en voor hen was het ergste niet een laag salaris, maar het niet vrij te zijn om uit te gaan of andere mensen te ontmoeten. Zij zijn gevangenen, zij zijn de nieuwe moderne slaven’, zegt Lamas.

Ze helpt hen om een klacht in te dienen, maar de procedures duren lang, en de vakbond wil dat ze beschermd worden en dat ze tijdens de procedures hun brood kunnen verdienen. ‘We eisen dat ze beschermd worden met een verblijfsvergunning en een werkvergunning, anders zullen ze geen klacht indienen’, zei ze.

Het is ook een andere strijd voor niet-gereguleerde sectoren.

‘Er zijn geen richtlijnen’, zegt muziekindustrie-ondernemer Eline Van Audenaerde. ‘Niet alleen omdat de sector niet goed geregeld is, maar ik denk ook omdat er een mentaliteit van repressie heerst. We leren sinds we kinderen zijn dat er bepaalde genderrollen zijn en ik denk dat dit een van de redenen is waarom vrouwen minder kansen krijgen’, voegt ze eraan toe, met het argument dat het niet alleen gaat om een loonkloof, maar ook om het vertrouwen van vrouwen in hun vaardigheden en de manier waarop ze die uitstralen.

Van Audenaerde lanceerde haar coaching bedrijf, The Unicorn Mothership, waarin ze grote verschillen vindt tussen mannen en vrouwen in de muziekwereld, omdat vrouwen hun eigen ontwikkelingsproces verlengen ‘en voortdurend denken dat ze niet goed genoeg zijn’.

Ze is ook de directeur van SheSaidSo België, een netwerk voor vrouwen in de muziekindustrie. SheSaid organiseert netwerkevenementen waar professionals en studenten onderling advies en ondersteuning kunnen zoeken. Het werkt nu aan het verzamelen van gegevens over de Belgische muziekscene, onder meer over het aantal mensen dat er werkt en hoe het eruit ziet in termen van diversiteit.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het onderzoek is nog steeds aan de gang, maar ze zien nu al dat er te weinig vrouwen in de rij staan op Belgische festivals, aldus de 34-jarige. ‘Als je met de organisatoren van een festival praat, zullen veel van hen zeggen “er is niet veel aanbod”, maar dat is er wel’, zegt Van Audenaerde. ‘Als we het in België hier over hebben, halen de mensen hun schouders op, ze vinden het niet belangrijk, dat is wat ik zie.’

Het coachen en ondersteunen van andere vrouwen kwam na jarenlang met het gevoel geleefd te hebben ‘alsof mijn stem er niet toe deed, alsof mijn ideeën niet goed genoeg waren’, zegt ze, en ze hoopt dat vrouwen “stoppen met denken dat het hun schuld is”.

‘Ik hoop dat vrouwen meer kansen krijgen. Dus, ga naar buiten, verken, reis, verander je perspectief, kom dan terug en help een pijn op te lossen in de wereld’, besluit ze.

Vertaling: Francis De Beir

Het project Mondiale Baanbrekers wordt mogelijk gemaakt door een subsidie van de Europese Unie via het Frame, Voice, Report! programma.

Verplichte melding: Dit artikel is geproduceerd met financiële steun van de Europese Unie. De inhoud van dit document is de volledige verantwoordelijkheid van MO* en kan in geen geval worden beschouwd als een weerspiegeling van het standpunt van de Europese Unie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en wordt proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift