Belgische gevechtsvliegtuigen onder vuur

Zondag wordt in Brussel een betoging tegen de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen georganiseerd. In de aanloop daar naartoe organiseerden vredesbewegingen onlangs een vredesconferentie in het Belgisch parlement. Vijf stellingen over de F-35.

  • Stuart Rankin (CC BY-NC 2.0) Christophe Wasinski: ‘Na 15 jaar interventies is het tijd voor iets helemaal anders in onze geopolitiek, want ze hebben de wereld niet veiliger gemaakt.’ Stuart Rankin (CC BY-NC 2.0)

Volgens Christophe Wasinski draait de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen niet op de eerste plaats om defensie, maar om interventie. Ze moeten, volgens hem, vooral een rol in interventies buiten het eigen (Navo-)grondgebied.

Dat is niet nieuw, het is eerder een voortzetting van ‘interventionistische routine’ van de voorbije decennia, waarin zowel direct en met de inzet van een uitgebreid militair apparaat werd ingegrepen in landen als Afghanistan, Ivoorkust, Irak, Libië, Centraal-Afrikaanse Republiek, Mali, maar waarin ook in toenemende mate ‘punctueel’ ingegrepen werd, vooral met de inzet van militaire drones, in landen als Pakistan, Somalië, Jemen…

Die interventies, zegt Wasinski, zijn geen neutrale acties, ook al worden ze vaak zo voorgesteld, zoals in 2011, toen de bescherming van de bevolking ingeroepen werd als reden om militair in te grijpen. Zowel in doelstelling als in uitvoering is een interventie altijd partijdig, en bovendien, zegt Wasinski, wordt ze daardoor deel van het probleem. Ook daarvoor volstaat een verwijzing naar de interventie in Libië. Na 15 jaar interventies is het tijd voor iets helemaal anders in onze geopolitiek, zegt Wasinski, want ze hebben de wereld niet veiliger gemaakt

Stop militair opbod en nucleaire capaciteit

Hoogleraar internationale politiek Tom Sauer, UA, analyseert de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen op de eerste plaats in het kader van de Oost-West-relaties, die de voorbije jaren naar een nieuw dieptepunt gezakt zijn. Nochtans, zegt Sauer, zouden we beter onder ogen zien dat het Westen voor het aanpakken en oplossen van zijn essentiële veiligheidsproblemen nood heeft aan samenwerking met Rusland. Dat geldt voor de conflicten in Irak, Libië, Syrië, Iran en Oekraïne.

‘We zouden beter onder ogen zien dat het Westen voor het aanpakken en oplossen van zijn veiligheidsproblemen nood heeft aan samenwerking met Rusland.’

Sauer stelt dat Rusland, net als de Europese Unie of de hele NAVO, uiteraard handelt vanuit een analyse van zijn eigen veiligheidsbelang. Die veiligheid werd geschaad of ten minste bedreigd door de agressieve uitbreiding van de NAVO richting oosten, met als klap op de vuurpijl de aankondiging door president Bush in 2008 dat Oekraïne en Georgië lid zouden worden van de NAVO.

In plaats van een militair opbod rond de EU-Rusland grens zou een verstandig beleid veel beter inzetten op vernieuwde en verdiepte dialoog. De diplomatie is belangrijker dan de aankoop van gevechtsvliegtuigen, zegt Sauer.

Wat dat laatste betreft doet Sauer een oproep om er in elk geval voor te zorgen dat de keuze van het specifieke toestel om de regeringsbeslissing over de aankoop resulteert in een luchtmacht die géén nucleaire capaciteit heeft. ‘De F-35 is de keuze voor nucleaire capaciteit. Die keuze is nog niet gemaakt. Dat moeten we tegenhouden’, zegt Sauer.

Dreiging komt niet uit de lucht

Simon Wiezeman van het gerenommeerde Zweedse vredesonderzoekscentrum SIPRI stelt dat gevechtsvliegtuigen in de militaire strategie ingezet worden voor de bescherming het nationale luchtruim. De vragen die eerst gesteld moet worden, zijn: vraagt elke bedreiging om een militair antwoord, en vraagt elke militaire strategie om de inzet van een eskadron gevechtsvliegtuigen?

Wiezeman zelf is van oordeel dat de voornaamste bedreiging voor Europa vandaag niet vanuit de lucht komt, maar eerder vanwege terrorisme en het geweld in het Midden-Oosten. Maar zelfs als men er van uitgaat dat een land als België in staat moet zijn om zijn eigen luchtruim te verdedigen, is het zeer de vraag of een toestel als de F-35 aangepast is aan die opdracht of dat het wellicht veel te zwaar is. Wiezeman pleit ook voor echte en doorgedreven coördinatie op Europees niveau, zodat dure aankopen zoals deze gedeeld worden in plaats van vermenigvuldigd.

Een voorloper die achterhaald is

Christ Klepp, Nederlands militair historicus, verbonden aan Universiteit van Utrecht, wijst vooral op het probleem dat de sterk toegenomen technische complexiteit van het dossier het democratisch debat steeds moeilijker maakt. Toch is het volgens hem noodzakelijk om maximale transparantie na te streven, in plaats van genomen beslissingen slechts druppelsgewijs vanuit de regering toe te lichten of toe te geven.

‘Het Russische defensiebudget verdwijnt in het niets als je het vergelijkt met de opgetelde uitgaven van de NAVO-bondgenoten.’

Volgens Klepp zijn er in Europa trouwens al meer dan voldoende capabele gevechtsvliegtuigen om te antwoorden op de veronderstelde Russische oorlogsvloot – die Klepp een stuk minder bedreigend inschat, alleen al door het slechte onderhoud van de vloot.

Het Russische defensiebudget is groot, zegt Klepp, maar verdwijnt in het niets als je het vergelijkt met de opgetelde defensie-uitgaven van de NAVO-bondgenoten. Klepp besluit met de opmerking dat de F-35 bij het ontwerp van het gevechtsvliegtuig een technologische voorloper was – waarvan tal van functies meer dan tien jaar later overigens nog altijd niet functioneren- maar dat het toestel intussen eigenlijk al achterhaald is, met name door de snelle evolutie en inzet van onbemande langeafstandswapens.

Politieke vragen

Het politieke debat was jammer genoeg eenzijdig, door de afmelding van alle vertegenwoordigers van de meerderheidspartijen.

Sp-a parlementslid Dirk Vandermaelen noemt de F-35 een ‘vetgans’ die te zwaar en dus te duur is voor de noodzakelijke functie van het verdedigen van het Belgische luchtruim. België zou volgens hem beter investeren in het upgraden van een tiental F-16’s om de noodzakelijke rol te kunnen spelen. Daarnaast pleit Vandermaelen voor veel betere taakverdeling en afspraken in Europa, zodat met minder geld meer veiligheid en verdediging georganiseerd kan worden.

Marco Van Hees van de PVDA/PTB concentreerde zijn inbreng op het verwerpen van de interventionistische politiek van de NAVO, die volgens hem de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor de huidige geopolitieke instabiliteit. De aankoop van dure gevechtsvliegtuigen kan alleen in het kader van die interventiepolitiek begrepen worden, en moet volgens hem net daarom afgewezen worden.

Benoit Hellings van de Ecolo/Groen fractie benadrukt dat meer bombardementen op het Midden-Oosten als reactie op de aanslagen in Brussel het slechtst mogelijke antwoord zou zijn. Hellings vraagt volledige transparantie in dit dossier en wil vooral weten of er sprake is van een ‘verborgen clausule’ waarin de nucleaire capaciteit van het nieuwe toestel vereist zou worden. In dat geval is er sprake van oneerlijke concurrentie, want niet alleen mogelijke toestellen bevatten die mogelijkheid, zegt Hellings.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur