Globale vleesindex onthult ongemakkelijke waarheid

Een Belg moet ongeveer twee en een half uur werken om een kilo vlees te kunnen kopen, voor een Indonesiër loopt dit op tot bijna een heel etmaal. Uit de 2017 Meat Price Index blijkt dat vlees nog steeds niet voor iedereen even toegankelijk is. MO* brengt de prijs van een kilo vlees in kaart. 

Meditations (cc: 0)

In landen als Indonesië, India en de Verenigde Arabische Emiraten moeten mensen tegen een minimumloon vaak meer dan 20 uur werken om een kilogram rundsvlees te kunnen kopen.

Wie vandaag op restaurant een steak bestelt, is zich er waarschijnlijk niet van bewust dat vlees in een ver verleden nog een zeer gegeerd luxegoed was.

Volgens historicus Michael Scott was het in het oude Griekenland zelfs enorm zeldzaam. Mensen aten soms jarenlang enkel fruit, granen en groenten. Het ging zelfs zo ver dat wie zich geen vlees kon veroorloven, jaloers was op de meer gegoede medemens die dit wel kon.

Met vis was het volgens Scott in die tijd niet anders, het was een luxeproduct weggelegd voor de rijken. Mensen die heel hebzuchtig waren, kregen vaak zelfs verwijten als ‘visliefhebber’ naar hun hoofd geslingerd.

Uit de 2017 Meat Price Index blijkt dat ook vandaag de dag vlees niet voor iedereen even toegankelijk is. De oorzaken zijn veelvuldig. Wat voor de Britse Startup Caterwings startte als een eenvoudige kostprijsindex voor een marktonderzoek, onthulde enkele ernstige ongelijkheden.

De 2017 Meat Price Index toont dan ook meer aan dan enkel een stijging van de vleesprijzen. ‘Het is duidelijk dat er sprake is van internationale ongelijkheid’, aldus directrice Susannah Belcher.

Vlees op de tafel

Of mensen vlees kunnen of willen consumeren is niet altijd louter terug te brengen op inkomen. Ook culturele overtuigingen, religie, geslacht, socio-economische status en etnische verschillen spelen een rol.

Onderzoekers aan de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven) namen de globale vleesconsumptie onder de loep en kwamen daarbij tot enkele verrassende vaststellingen.

Hun onderzoeksrapport bevestigt de wijdverspreide stelling dat wanneer het Bruto Binnenlands Product (BBP) van een land stijgt, de vleesconsumptie eveneens toeneemt, omdat mensen zich financieel gewoon meer vleesproducten kunnen veroorloven.

De vleesconsumptie neemt toe tot een bepaald punt, maar begint daarna terug af te nemen.

Wanneer het BBP echter blijft stijgen, neemt het verhaal plots een andere wending. De vleesconsumptie neemt toe tot een bepaald punt, maar begint daarna terug af te nemen. Mensen beginnen zich dan meer bewust te worden van hoe vlees eten hun gezondheid en het milieu negatief beïnvloedt.

Naast inkomen spelen er ook nog andere zaken een rol, zoals de plaats waar mensen wonen. Op eilanden verkiezen bewoners bijvoorbeeld veel minder vlees, maar eerder vis als hoofdbron van proteïnen.

Ook hoe het land handel drijft, bepaalt mee welk vlees in het land ter beschikking is van de bevolking. Handelsbarrières zoals geografisch isolement, conflicten of bepaalde keuzes in handelsbeleid kunnen ervoor zorgen dat er minder vlees in de lokale of nationale markt van een land terecht komt. De bevolking kan dan slechts uit een kleiner aanbod kiezen.

Cultuurgebonden

Ook cultuur en religie spelen een onmiskenbare rol. Uit het rapport van de KU Leuven blijkt dat ‘zelfs wanneer inkomensverschillen tussen landen verdwijnen, het consumentengedrag nog steeds verschillend zal blijven door cultuur.’

‘Zelfs wanneer inkomensverschillen tussen landen verdwijnen, zal het consumentengedrag verschillen door cultuur’

Dat zegt ook Tessa Avermaete, onderzoekster van de KU Leuven en medewerkster aan het rapport.

‘In India is de vleesconsumptie enorm laag. Dit is zeker niet altijd omdat mensen zich geen vlees kunnen veroorloven, maar ook omdat het niet altijd standaard in hun dieet zit. Het is eerder cultureel bepaald.’

Ook voor religie is een belangrijke rol weggelegd. Het christendom is dan ook de enige godsdienst waarin geen specifieke regels gelden rond welk vlees gelovigen wel of niet mogen eten. Het jodendom en de islam verbieden varkensvlees en het hindoeïsme en boeddhisme laten daar bovenop ook nog eens geen rundsvlees toe. Deze laatste twee godsdiensten promoten zelfs eerder een vegetarische levensstijl.

‘Hindoeïstische Indiërs eten meestal niet elke dag vlees,’ vertelt Karthik Kumar, die in 2014 het Indische Panjim verruilde voor België. ‘Hoewel het kon variëren naargelang de situatie, at ik in India drie keer per week vlees. Hindoes eten schapenvlees en kip. Moslims en christenen eten ook rundsvlees. Ik at zelf ook minstens één keer per week vis.’

Wereldwijde prijsverschillen

Uit de 2017 Meat Price Index blijkt ook dat de prijzen van vlees wereldwijd enorm verschillen. In Zwitserland is vlees maar liefst 142 procent duurder dan het wereldgemiddelde, terwijl het in Oekraïne 52 procent goedkoper is. ‘Vlees is zonder twijfel een pak goedkoper in India dan in Europa,’ merkt Kumar op. ‘Ik eet hier veel kip omdat het gezonder is dan lamsvlees of geitenvlees, maar deze laatsten zijn ook gewoon heel duur in België.’

Volgens de OESO sturen vooral het handelsbeleid en de uitbraak van ziektes de evolutie en dynamiek van de wereldwijde vleesmarkt.

Volgens Avermaete kunnen hier verschillende zaken spelen. ‘De prijs van vlees in Denemarken is bijvoorbeeld hoger dan in Indonesië. Hierbij speelt de loonkost een belangrijke rol. Iedereen die actief is in de voedselketen -in dit geval de vleesketen- in West-Europa, verdient veel meer dan de gemiddelde Indonesië.’

Verder geeft Avermaete aan dat het Westen veel strengere controles uitvoert op het vlees. ‘De kwaliteitsnormen zijn veel strenger in Europa dan in Indonesië. Dat geeft meer zekerheid aan de consument, maar die zekerheid komt wel met een prijskaartje. Ook door de infrastructuur en voeders stijgt de prijs van vlees.’

Nationaal spelen er dus verschillende factoren, maar ook de internationale vleesmarkt is onderhevig aan schommelingen. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) sturen vooral het handelsbeleid en de uitbraak van ziektes de evolutie en dynamiek van de wereldwijde vleesmarkt.

Sluimerende ongelijkheid

Het onderzoek bracht ook een ongemakkelijke waarheid aan het licht. In landen als Indonesië, India en de Verenigde Arabische Emiraten moeten mensen tegen een minimumloon vaak meer dan 20 uur werken om een kilogram rundsvlees te kunnen kopen. In Zweden of Australië is dat aan hun plaatselijk minimumloon minder dan twee uur.

In landen als Indonesië, India en de Verenigde Arabische Emiraten moeten mensen tegen een minimumloon vaak meer dan 20 uur werken om een kilogram rundsvlees te kunnen kopen.

Is deze ongelijkheid toe te schrijven aan de prijs van het vlees? Uit de data blijkt van niet. In India ligt de lokale prijs van het vlees bijvoorbeeld 42 procent onder het wereldwijde gemiddelde.

In Zweden ligt die prijs dan weer 47 procent boven dat gemiddelde. Ook in het land waar de vleesprijs het hoogst is ten opzichte van het wereldwijde gemiddelde, Zwitserland, moet een persoon er tegen zijn minimumloon slechts een drietal uur werken om een kilogram rundsvlees te kunnen kopen.

Avermaete verklaart de kloof aan de hand van het inkomen van de lokale bevolking. ‘Natuurlijk moeten Indonesiërs langer werken om in hun eten te voorzien, er gaat daar ook een veel groter deel van hun inkomensbudget naartoe.

In ontwikkelingslanden gaat het merendeel van het inkomen bijvoorbeeld naar de basisbehoeften en vooral naar eten. Dat betekent dus dat je zowel voor vlees als voor andere voedingsstoffen langer moet werken.’

Toch kunnen bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten verre van een ontwikkelingsland genoemd te worden. Waarom mensen in sommige landen langer moeten werken voor vlees, blijkt dus niet eenduidig aan te geven zijn.

Eén ding is zeker, de 2017 Meat Price Index heeft onverwacht een pijnpunt in de wereldwijde vleesconsumptie blootgelegd.

‘De kostprijsindex plaatst belangrijke vraagtekens die verder gaan dan de globale vleesconsumptie’, zegt ook Belcher van Caterwings. Het is duidelijk dat verder onderzoek nodig is om hierop een antwoord te kunnen bieden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift