‘Grenzen laten vervagen is realistischer dan nieuwe uit de grond stampen’

Kobe De Keere, assistent-professor aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het na bijna vierhonderd jaar hoog tijd om het Verdrag van Westfalen ter discussie te stellen. ‘Het pleidooi om landsgrenzen op een nieuwe manier te bekijken staat een stuk minder ver van de werkelijkheid dan wordt aangenomen.’

  • Quim Gil (CC BY-SA 2.0) De nieuwe werkelijkheid dwingt ons om de logica achter het Verdrag van Westfalen te herzien en het concept van grenzen of populaties grondig te herdenken. Quim Gil (CC BY-SA 2.0)
  • Konrad Lembcke (CC BY-ND 2.0) Beeld van een betoging tegen Pegida in Dresden, Duitsland, in januari 2015. Konrad Lembcke (CC BY-ND 2.0)

Onze grenzen staan te trillen. Althans, daar lijkt het toch op. Zo werden er onlangs nog aan de Franse grens kampen van transitmigranten met bulldozers ontruimd en is er nu zelfs een heuse handel in vluchtelingen en financiële steun tussen de Europese Unie en Turkije ontstaan.

De grenzen volledig sluiten lijkt niet onmiddellijk een wenselijke oplossing binnen onze anders zo geglobaliseerde wereld.

Daarenboven klinkt ook de roep om een herziening van het Schengenakkoord steeds luider. En Donald Trump, de mogelijk republikeinse presidentskandidaat, wil liefst een hele muur aan de zuidgrens van de VS laten bouwen om op die manier Latijns-Amerikaanse ‘gelukzoekers’ buiten te houden.

Grenzen, daar draait het in het hedendaagse publiek debat om en bovendien lijkt niemand echt te weten wat we er nu precies mee moeten aanvangen. Een bezorgdheid die in België enkel maar zal toenemen nu ook ons land voor het eerst het slachtoffer is geworden van grootschalige en gecoördineerde aanslagen.

De grenzen volledig sluiten, zoals de sympathisanten van Pegida voor pleiten, lijkt niet onmiddellijk een wenselijke oplossing binnen onze anders zo geglobaliseerde wereld. Maar voor het compleet opengooien van de grenzen, zoals de mensen van het No Border Netwerk (nu onder meer actief in Calais) voorstellen, hebben de meesten onder ons nog meer schrik. Toch staat het laatste voorstel misschien veel dichter bij de realiteit dan vaak wordt aangenomen.

De Vrede van Westfalen

Maar laten we, voor we beslissen de grenzen open of dicht te gooien, eerst stilstaan bij de vraag waar ons hedendaags begrip van grenzen vandaan komt. Een belangrijke mijlpaal is zonder twijfel de Vrede van Westfalen, die in 1648 een eind maakte aan zowel de Dertigjarige als de Tachtigjarige Oorlog. En, hoewel we nu een eindje terug in de geschiedenis gaan, is een verwijzing naar dit verdrag toch zo gek nog niet gezien de huidige situatie.

Hoewel politiek nu wordt gekenmerkt door samenwerking en integratie, houdt de Westfaalse soevereiniteit grotendeels stand.

De Vrede van Westfalen was meer dan het zoveelste verdrag over het vastleggen van de grenzen tussen rivaliserende koninkrijken. Het staat symbool – want onder rechtshistorici heerst nog steeds een hevige discussie over de echte invloed van het verdrag – voor het ontstaan van het principe van nationale soevereiniteit.

Om een oplossing te vinden voor de decennialange en bloedige godsdienstoorlog tussen Katholieken en Protestanten werd uiteindelijk een vrij radicale overeenkomst gesloten. Het verdrag stelde namelijk dat ieder land het recht heeft op territoriale integriteit en politieke zelfbeschikking. Dit betekende zoveel als het recht voor ieder land – of beter iedere vorst, prins of hertog – om zelf te beslissen wat hun onderdanen al dan niet moesten geloven, zonder externe inmenging van pausen of keizers.

Dit was slechts het startsein van een lang proces naar steeds meer nationale soevereiniteit, dat uiteindelijk leidde tot de komst van ons huidige systeem van natiestaten gebaseerd op de jure internationale gelijkheid, het principe van non-interventie en zelfbeschikkingsrecht. Hoewel de buitenlandse politiek sinds de tweede helft van de twintigste eeuw wordt gekenmerkt door internationale samenwerkingsakkoorden en integratie, houdt de idee van de Westfaalse soevereiniteit vandaag toch nog grotendeels stand.

Populatie

Het verdrag is niet enkel relevant om de eigentijdse buitenlandse politiek beter te vatten, het laat vooral toe het binnenlandse beleid beter te begrijpen. Het Verdrag van Westfalen luidde namelijk een tijdperk in van nieuwe vormen van interne controle en sturing.

Aangezien vorsten alleen zeggenschap kregen over hun onderdanen, zonder van buitenaf nog veel op de vingers getikt te worden door keizers en pausen, nam hun interne macht stelselmatig toe. Hun wetgevende blik kwam steeds minder te liggen op wat er zich buiten de grenzen afspeelde, maar des te meer op wat daarbinnen gebeurde. Met andere woorden, we zien hier de opkomst van een administratieve staat die zijn focus in de eerste plaatst richt op de eigen bevolking.

We zien de opkomst van een administratieve staat die zijn focus richt op de eigen bevolking.

De Franse filosoof Michel Foucault noemde dit proces ‘de ontdekking van de populatie’. Aanvankelijk, zo stelde hij, kon macht vooral vergroot worden door naburige vorstendommen aan te vallen of strategische huwelijksbanden aan te gaan. Hierbij speelde de bevolking eerder een secundaire rol.

Maar door het invoeren van het principe van nationaal zelfbeschikkingsrecht is macht zich steeds meer gaan berusten op wat er binnen de grenzen gebeurt en de eigen populatie. Geleidelijk aan werden verschillende mechanismen en instituten geïnstalleerd die de controle en vooral de sturing (soms met harde, maar veel vaker met zachte hand) van de bevolking beoogden.

De bevolking moest vanaf dan niet alleen het juiste geloof belijden maar moest ook op een ‘gezonde’ manier groeien en tot productie aangemoedigd worden. Want enkel op die manier kunnen machtshebbers zonder hun eigen grenzen te verlaten hun positie versterken.

Als we Foucault dus mogen geloven heeft westerse modernisering minder te maken met een soort cultureel Verlichtingsproces dan wel met een verandering in machtsmechanismen, met een toenemende focus op de bevolking als gevolg.

Beeld van een betoging tegen Pegida in Dresden, Duitsland, in januari 2015.

Herontdekking

Wat kan de ontstaansgeschiedenis van ons huidig staatssysteem, als zijnde populatiemanagement, ons nu leren over de huidige vluchtelingcrisis en het daaruit voortvloeiende grenzendebat?

Eerst en vooral stappen we beter af van het cultureel Verlichtingsdenken dat onze politieke constellatie voorstelt als een product van een soort humanistisch emancipatieproces, waarbij we het individu en de vrijheid steeds meer zijn gaan waarderen. Zo is het bijvoorbeeld nogal naïef te geloven dat de Franse Revolutie, die niet zelden wordt voorgesteld als de geboorte van de westerse democratie, een rechtstreeks gevolg was van de verlichte schrijfsels van Rousseau of Voltaire. De Franse Revolutie vloeide vooral voort uit een populatiecrisis die de bestaande machtsbalans tussen verschillende sociale groepen drastisch deed verschuiven.

Om diezelfde reden is het ook niet heel verstandig om de huidige situatie voor te stellen als een onvermijdelijke ‘clash van beschavingen’. Denk aan hoe de gebeurtenissen op oudejaarsnacht in Keulen onmiddellijk werden aangedragen als een bewijs dat de cultuur van de pas ingestroomde vluchtelingen te sterkt botst met ons geloof in gendergelijkheid en respect voor vrouwen.

Niet alleen bleek achteraf dat er nauwelijks vluchtelingen betrokken waren bij het hele incident, daarnaast is er voldoende bewijs dat seksuele intimidatie en genderongelijkheid ook een jammerlijk deel blijven uitmaken van de ‘eigen’ cultuur. Laten we bovendien niet vergeten dat heel wat vluchtelingen net op de vlucht zijn voor groepen die hier aanslagen plegen op onze zogenaamde ‘Verlichte waarden’. Dit betekent niet dat cultuur geen rol speelt, maar van een hoofdrol kunnen we niet spreken.

Populaties > grenzen

Een tweede les die we uit het Verdrag van Westfalen en Foucault kunnen trekken is waarschijnlijk nog belangrijker. Namelijk dat de discussie niet zozeer gaat over grenzen als wel over populaties. De vraag is dus niet wat te doen met onze grenzen, maar wat te doen met onze populatie. Wie maakt er deel van uit en wie niet?

Dit komt ook neer op de vraag wie we willen erkennen als individu en wie niet? Ik vrees dat we niet de vrijheid hebben om hierop gelijk welk antwoord te formuleren, want populaties dringen zichzelf nu eenmaal ook op. Door Turkije te betalen om vluchtelingen tegen te houden, transitkampen met bulldozers plat te gooien of bevelen tot uitwijzing rond te sturen verdwijnen mensen uiteraard niet. Wat je alleen maar doet is ze niet als individuen erkennen en ze op deze manier buiten de populatie houden.

Door Turkije te betalen om vluchtelingen tegen te houden of bevelen tot uitwijzing rond te sturen verdwijnen mensen niet.

Wat we vandaag zien is dat het tijdperk van nationale populatiemanagement op haar laatste benen begint te lopen. In feite gaat het hier zelfs niet om een crisis, maar wel om een moeilijk maar hoogstwaarschijnlijk onomkeerbaar proces.

Het is een illusie te denken dat de migratiestromen over heel de wereld kunnen ingedijkt worden. Een oplossing vinden voor het brutale conflict in Syrië zal de globale vluchtelingstroom niet droogleggen. Mensen over de hele wereld hebben ontzettend veel redenen om te emigreren, geweld is daar slechts één van. Daarbij voorspellen de meeste klimaatrapporten dat de nakende ecologische crisis bevolkingsgroepen over de hele wereld alleen maar meer in beweging zal zetten.

De opdracht waar we vandaag voor staan is een soort ‘herontdekking van de populatie’, een die zich onvermijdelijk steeds meer zal opdringen. Het voorstel om de grenzen stevig op slot te gooien en terug te keren naar een strikter systeem van nationaal bevolkingsmanagement getuigt van weinig realiteitszin. Anderzijds, het van de ene op de andere dag volledig openstellen van de grenzen zal waarschijnlijk aanvankelijk vooral leiden tot heel wat chaos. Desalniettemin staat dit pleidooi om landsgrenzen op een nieuwe manier te bekijken een stuk minder ver van de werkelijkheid dan wordt aangenomen.

Het wordt hoog tijd om dit standpunt ernstig te nemen en te gaan nadenken over hoe we in dit tijdperk post-natiestaat toch tot collectieve sturing, solidariteit en verantwoordelijkheid kunnen komen. De nieuwe werkelijkheid dwingt ons nu eenmaal om de logica achter het Verdrag van Westfalen na bijna vierhonderd jaar te herzien en het concept van grenzen of populaties grondig te herdenken. Jammer genoeg leert de geschiedenis ons dat vernieuwende en bepalende verdragen meestal pas op tafel worden gelegd na lange en vaak bloedige conflicten waarbij alle partijen eerst moeten verliezen.

Kobe De Keere (Ph.D) is assistent-professor in culturele sociologie aan het Amsterdam Institute for Social Science Research aan de Universiteit van Amsterdam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift