Dossier: 

Grootbanken spelen sleutelrol in het verbergen van rijkdom

Uit de PanamaPapers-documenten blijkt dat honderden banken en hun filialen alles bij elkaar bijna 15.600 offshores oprichtten. UBS, HSBC en Societé Generale spelen de hoofdrol.

  • Daniel Hohert (CC BY-SA 2.0) Daniel Hohert (CC BY-SA 2.0)
  • Michael Flesmann (CC BY-SA 2.0) Michael Flesmann (CC BY-SA 2.0)
  • Lee Cofa (CC BY-NC 2.0) Lee Cofa (CC BY-NC 2.0)

Al jarenlang hebben de Zwitserse bank UBS en heet Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca  een wederzijds winstgevende relatie. UBS had klanten die offshores wilden om hun financiën verborgen te houden. En Mossack Fonseca, één van de grootste scheppers van offshore bedrijven ter wereld, was blij ze aan hen te kunnen verkopen.

Maar in 2010, terwijl de bank in Amerika strafrechtelijk vervolgd werd wegens belastingontduiking en het witwassen van geld, deed UBS er alles aan om de schade te beperken. De raad van bestuur van de bank wilde uit de offshore business treden.

Patrik Küng zei dat Mossack Fonseca handelde in strijd tegen de “Zwitserse witwascode”

Tijdens een vergadering in Zürich op 28 september liep te spanning op toen UBS beweerde dat Mossack Fonseca, en niet UBS, verantwoordelijk was voor het bekendmaken van verschillende eigenaars van offshores met geheimen rekeningen. Dieter Buchholz, van Mossack Fonseca, stelde dat zijn bedrijf geen idee had van wie nu echt in het bezit was van enkele bedrijven gecreëerd voor de klanten van UBS, omdat de bank die informatie had achtergehouden. Afgevaardigde van UBS, Patrik Küng, maakte hier bezwaar tegen en zei dat Mossack Fonseca handelde in strijd tegen de “Zwitserse witwascode” en hij heel sterk overweegt om het advocatenkantoor te melden bij de autoriteiten, volgens e-mails die de ontmoeting beschrijven.

Die e-mails bevinden zich tussen de meer dan 11 miljoen interne documenten van Mossack Fonseca die het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), de Süddeutsche Zeitung en andere mediapartners bemachtigd hebben.  Uit die documenten blijkt dat meer dan 500 banken, hun dochterondernemingen en filialen samen bijna 15.600 offshores opgericht hebben met Mossack Fonseca. De meerderheid van die bedrijven werd opgericht in de jaren 1990.

De Britse bankgigant HSBC en haar dochterondernemingen alleen al zijn goed voor meer dan 2300 van de ondernemingen en UBS voor meer dan 1100. Andere grote banken die zaken doen met Mossack Fonseca zijn Société Générale (979 bedrijven), de Royal Bank of Canada (378), de Commerzbank (92) en Credit Suisse (1105).

Lee Cofa (CC BY-NC 2.0)

 

De Verenigde Staten treden streng op

Het Amerikaanse onderzoek naar de rol van banken in offshore-belastingontduiking ging al snel verder dan enkel UBS. Credit Suisse pleitte in 2014 schuldig aan criminele samenzwering, waaronder ‘het bijstaan van cliënten in het gebruiken van schijnentiteiten om niet gedeclareerde rekeningen te verbergen’ en betaalde 2,8 miljoen dollar als schikking.

De Zwitserse bank Julius Bear betaalde begin 2016 een schikking van 547 miljoen dollar. De oudste bank van Zwitserland, Wegelin, sloot in 2013 nadat ze de VS 58 miljoen dollar betaalde vanwege het helpen van belastingontduikers. In totaal hebben minstens 80 Zwitserse banken een schikking getroffen met de VS sinds het onderzoek naar UBS begon.

In totaal hebben minstens 80 Zwitserse banken een schikking getroffen met de VS sinds het onderzoek naar UBS begon

‘In alle gevallen kent UBS de identiteit van de uiteindelijke gerechtigden van de bedrijven waarvan zijn klanten vragen om mee samen te werken. We passen dezelfde strenge anti-witwasregels toe voor al onze banken en zakenrelaties,’ zei een woordvoerster van UBS in een verklaring. ‘UBS heeft besloten om proactief het opzetten van bedrijven voor klanten te stoppen in 2010. Dat door veranderingen in de regelgeving in sommige rechtsgebieden waar offshorebedrijven opgezet waren en als gevolg van een verdere aanscherping van het interne beleid van UBS.’

Een woordvoerder van Mossack Fonseca verklaarde: ‘Wij doen een grondige zorgvuldigheidsonderzoek naar nieuwe en potentiële klanten en we doen dat strikter dan de bestaande regels en standaarden waaraan anderen gebonden zijn. Veel van onze klanten komen bij ons terecht via gevestigde en gerenommeerde advocatenkantoren en financiële instellingen van over heel de wereld.’

Een beetje zorgvuldigheidseisen

Door de eerder agressieve houding van UBS in 2010, voelde Mossack Fonseca zich initieel bedreigd door zijn oude partner.

‘UBS is totaal veranderd en door de problemen die ze gehad hebben, reageren ze nu op een schandalige manier’, schreef de vertegenwoordiger van Mossack Fonseca in Genève, Adrian Simon, als antwoord op een mail van Buchholz over een gespannen vergadering.

‘Het lijkt erop dat ze hun verantwoordelijkheid van zich af willen schuiven!’, voegde Christopher Zollinger, één van de drie senior partners van Mossack Fonseca, toe.

UBS en Mossack Fonseca werkten in 2010 uiteindelijk een overeenkomst uit die voor beide voordelig was. Het advocatenkantoor zou de administratie van de offshores van UBS overnemen en de klanten van de bank, die hun UBS bankrekeningen zouden behouden, een “bijzondere behandeling” garanderen.

Michael Flesmann (CC BY-SA 2.0)

 

Normaal vereiste Mossack Fonseca van de banken dat ze zich houden aan de zorgvuldigheidseisen en dat ze de identiteit van de rekeninghouders analyseren en verifiëren en dat ze bevestigen dat die niet betrokken waren bij openlijke criminele activiteiten vooraleer ze bedrijven opzetten of beheren voor de klanten van de bank.

Maar volgens een e-mail in december van dat jaar , zou Mossack Fonseca van UBS “light due diligence” verwachten: een beetje zorgvuldigheid. Dat betekent veel minder documentatie over de ware eigenaars en waarom ze offshores gebruiken. Als gevolg daarvan zou het advocatenkantoor nu rechtstreeks met de klanten werken en niet via de bank, en UBS zou enige afstand bewaren ten aanzien van de wereld van de offshores.

De bestanden tonen ook aan dat Mossack Fonseca met andere grote banken gelijkaardig afspraken maakte, zodat ook zij zichzelf konden isoleren van de offshore bedrijven van hun klanten. De partners van het advocatenkantoor besloten dat ‘het ideaal zou zijn als de “bijzondere behandeling” van klanten van UBS zou worden uitgebreid naar alle banken in Genève.’ In 2010 en 2011 kwam Mossack Fonseca ook met Credit Suisse en HSBC overeen dat de offshores van hun klanten een deze bijzondere behandeling zouden krijgen.

Met de Franse slag

Voor de Franse multinational Société Générale, ging de VIP service al in 2008 van start. Bedrijven voor klanten van de bank werden opgezet door zogenaamde aandelen aan toonder te gebruiken. Bedrijven die werken met aandelen aan toonder registreren de naam van de eigenaar niet. Wie ze in bezit heeft, is ook eigenaar. Deze aandelen aan toonder zijn lang beschouwd als een uitstekend instrument voor witwaspraktijken en andere onfrisse transacties. Op steeds meer plaatsen wordt de regulering van deze instrumenten dan ook aangescherpt om de stroom “vuil geld” droog te leggen. 

Toen Société Générale weigerde om aan Mossack Fonseca te vertellen wie de eigenaars van de bedrijven met aandelen aan toonder waren, die ze op de Britse Maagdeneilanden hadden aangekocht voor hun klanten, ging Mossack Fonseca daarin mee. Zo gingen ze ermee akkoord dat de bank geen documenten met zorgvuldigheidseisen moest voorleggen.

Mossack Fonseca zette ook twee stichtingen op om op te treden als aandeelhouders van de bedrijven van Société Générale en verduisterde zo de ware eigenaars verder voor de autoriteiten. Het advocatenkantoor rekende een hoger honorarium aan omdat ‘de flexibele dienst die we voorzien (zonder veel zorgvuldigheidseisen) een hoger risico met zich meebrengt.’

Mossack Fonseca rekende een hoger honorarium aan omdat ‘de flexibele dienst die we voorzien een hoger risico met zich meebrengt.’

Een woordvoerder van Société Générale reageerde dat ‘de aandelen aan toonder, in de rechtsgebieden waar ze bestaan, gebruikt kunnen worden voor legitieme (niet fiscale) vertrouwelijke redenen, bijvoorbeeld voor het beschermen van een bekende familie in een land waar een reëel veiligheidsrisico is voor die familie. Société Générale heeft zelf geen zorgvuldigheidseisen overgeslagen en heeft dat ook niet gevraagd aan Mossack Fonseca… SG identificeert en kent alle begunstigde eigenaars van elk bedrijf.’

Een woordvoerster van Credit Suisse zei dat de bank sinds 2013 “belastingsregularisatieprogramma’s” hanteert, die vereisen dat particuliere klanten kunnen bewijzen dat ze de belastingwetgeving naleven. ‘Het is voor Credit Suisse essentieel dat zijn klanten de structuren enkel voor legitieme doeleinden gebruiken. Bijvoorbeeld voor het organiseren van de rijkdom van families die een breed scala van financiële activa bezitten in verschillende landen’, stelde de woordvoerster als reactie op onze vragen. Mossack Fonseca zei dat ‘de procedures voor de zorgvuldigheidseisen uitgevoerd werden in overeenstemming met de wetten die van kracht waren op het moment dat de bedrijven en voorvallen naar welke u refereert opgenomen werden in het bedrijf.’

Een woordvoerster van RBC zei dat de bank de zorgvuldigheidseisen uitgebreid naleeft ‘om ervoor te zorgen dat we begrijpen wie de cliënt is en wat zijn of haar intenties zijn, en we zullen niet overgaan tot een transactie vooraleer we daar zeker van zijn.’ Commerzbank weigerde commentaar te geven.

Legaal tot gewetenloos

Veel van de bedrijven die opgezet werden voor de klanten van de bank werden voor legale doeleinden gebruikt. Maar sommigen zijn ook gebruikt om malafide of criminele activiteiten te maskeren en als façades voor dictators, fraudeurs en drugsdealers.

De structuren die UBS opzette via Mossack Fonseca varieerden van offshore bedrijven gecontroleerd door Muhammad bin Nayef bin Abdulaziz Al Saud, de kroonprins van Saoedi-Arabië, tot bedrijven in handen van Roberto Videira Brandão, veroordeeld voor fraude die leidde tot het instorten van een Braziliaanse bank, en Marco Tulio Henriquez, een Venezolaanse bankier en voortvluchtige die door het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigd wordt van het witwassen van geld voor drugskartels.

Offshore bedrijven gecontroleerd door de kroonprins van Saoedi-Arabië, een Braziliaan veroordeeld voor fraude en een Venezolaanse bankier beschuldigd wordt van het witwassen van geld voor drugskartels.

In februari 2011, toen de Syrische burgeroorlog op uitbarsten stond, besprak Mossack Fonseca of ze nog zaken zouden doen met Rami Makhlouf, miljardair en handelsreiziger van de Syrische president Bashar Assad. Al in 1996 richtte Mossack Fonseca offshore bedrijven op die Makhlouf gebruikte om bankrekeningen bij HSBC te openen. Toen een oorlog dreigde, contacteerde het advocatenkantoor HSBC om de bank te waarschuwen. HSBC voorzag geen problemen, ook al had het Amerikaanse ministerie van Financiën in 2008 bevolen de activa van Makhlouf te bevriezen.

De partners van Mossack Fonseca besloten dat als Makhlouf aan de eisen van HSBC voldeed, dat dat ook genoeg was voor hen. ‘Wat mij betreft, als het HSBC hoofdkwartier in Engeland geen probleem heeft met de cliënt, dan denk ik dat wij hem ook kunnen accepteren’, schreef Zollinger, partner van Mossack Fonseca. ‘Voor zover ik kan zien, zijn er beschuldigingen (geruchten), maar geen feiten of lopende onderzoeken of aanklachten tegen deze personen.’

Het bedrijf noteerde dat concurrenten het bedrijf zouden binnenhalen als het door Mossack Fonseca geweigerd zou worden. Later kwam het advocatenkantoor daarop terug en beëindigde de relatie met Makhlouf. Politiek prominente personen ‘hoeven niet afgewezen te worden gewoon omdat ze dat zijn, het is gewoon een kwestie van een goede risicoanalyse en administratie’, verklaarde Mossack Fonseca.

Offshores en het bankgeheim creëren samen wegversperringen voor overheden en voor particulieren en bedrijven die proberen uit te vissen wie de echte eigenaar van een bedrijf is. ‘In de meeste gevallen loopt het spoor dood of verandert het in een doodlopende straat door het onvermogen om de laatste details te achterhalen: de naam, het adres en de locatie van de begunstigde eigenaar,’ zegt Steve Lee, een voormalig financieel privédetective in Los Angeles die vaak zaken in de offshore wereld onderzocht. ‘Het bankgeheim en territoria waar geheimhouding toegelaten wordt, creëren mogelijkheden voor slechteriken om weg te komen met fraude.’

HSBC stelde in een verklaring: ‘De beschuldigingen zijn historisch, en gaan in sommige gevallen tot twintig jaar terug. Ze dateren voor onze significante, ruim bekend gemaakte hervormingen van de voorbije jaren. We werken nauw samen met de autoriteiten om de financiële criminaliteit te bestrijden en sancties uit te voeren.’

Daniel Hohert (CC BY-SA 2.0)

 

De overheid heeft impact als ze dat wil

De gelekte documenten tonen aan dat de betrokkenheid van de banken bij het opzetten van de offshore bedrijven voor klanten beïnvloed werd – ten goede of ten kwade – door inspanningen van de overheid om geheime rekeningen uit te roeien en belastingontduikers te vangen.

In 2005 bijvoorbeeld, implementeerde de Europese Unie de Europese Spaarrichtlijn, die de banken verplicht om rekeningen van klanten uit Europese landen te belasten.

Maar de Spaarrichtlijn had enkel betrekking op individuen en niet op bedrijven. De documenten tonen dat deze achterdeur in de wet werd aangegrepen door de banken, die begonnen met de marketing van producten die activa van particulieren overdroegen aan offshore bedrijven met het oog op de belastingaangiften.

In 2005 hielpen banken, samen met Mossack Fonseca en zijn lokale kantoren, 1814 offshores op te richten: een opmerkelijke stijging tegenover de 543 bedrijven van twee jaar voordien.

In 2005 hielpen banken, samen met Mossack Fonseca en zijn lokale kantoren, 1814 offshores op te richten: een opmerkelijke stijging tegenover de 543 bedrijven van twee jaar voordien.

Het aantal door banken gecreëerde offshores bleef hoog in de jaren die daarop volgde. Bijna één op de drie bedrijven opgezet door Mossack Fonseca, ontstond tussen 2005 en 2008.

De gelekte documenten suggereren dat de strafrechtelijke onderzoeken naar UBS en andere banken door de Verenigde Staten, sinds 2009, het gebruik van offshore bedrijven door banken heeft doen afnemen, maar niet heeft gestopt.

Het aantal aanvragen van banken voor nieuwe offshore bedrijven nam af. En veel van de bedrijven die opgezet waren in de voorgaande jaren, werden stilgelegd.

Maar dat betekent niet dat de banken uit de offshore business gestapt zijn. Ze hebben gewoon hun focus veranderd. Sommige banken hebben bijvoorbeeld hun bedrijven overgeplaatst naar offshore tussenpersonen maar blijven wel bankdiensten aanbieden aan klanten via offshore bedrijven.

In 2013 legde een private bankier van Credit Suisse uit dat ‘de huidige trend is dat advocaten de structuur voorbereiden, en dat de banken focussen op het beheer van de bankrekeningen (en niet op de structuur)’, volgens de notities over een meeting met de bank van een medewerker van Mossack Fonseca.

Wij zijn flexibel in die dingen

De documenten tonen dat de banken sinds 2010 begonnen zijn met het overzetten van een aantal bedrijven van de naam van de banken naar namen van individuele medewerkers van de banken. Uit de documenten wordt niet duidelijk waarom dit gebeurde.

Uit een e-mail uit 2010 van Mossack Fonseca aan HSBC blijkt dat de firma bedrijven op de persoonlijke naam van zeven bankiers van HSBC gezet had, waaronder Judah en Nessim el-Maleh. Nessim el-Maleh werd later veroordeeld samen met een andere el-Maleh in een cannabis-voor-cash oplichterij in Parijs, waar zakken met geld van drugsdeals werden witgewassen via HSBC bankrekeningen. Judah el-Maleh, die ontslagen werd door HSBC in 2012, werd er door de Zwitserse openbare aanklagers uitgepikt in een schikking die bereikt werd door de bank in een onderzoek naar het witwassen van geld. De ambtenaren stelden dat hij niet mee onder de schikking viel.

Een lijntje leggen

In een ander geval in 2010 droeg HSBC de administratie van een offshore genaamd Hynamer SA over aan bankbediende Axel Stern. Hynamer was in 2008 in Panama gecreëerd door Mossack Fonseca voor de Zwitserse privébank van HSBC. Het was één van de vele offshores en genummerde Zwitserse bankrekeningen die in het bezit waren van een Spaanse zakenman genaamd Arturo del Tiempo Marques.

In 2009 namen de autoriteiten in de Dominicaanse haven van Caucedo een vrachtschip in beslag waarvan gezegd werd dat het graniet naar één van de bedrijven van del Tiempo in Spanje zou brengen. Aan boord was een ton cocaïne verborgen. Een Spaanse rechtbank veroordeelde del Tiempo in 2013 tot zeven en een half jaar gevangenisstraf. HSBC deed nog zaken met Hynamer tot maart 2013.

In 2012 gaf HSBC toe dat ze op de hoogte was van het witwassen van het geld

De documenten onthullen ook een zekere behoedzaamheid. In maart 2010 vertelde een bankier van HSBC in Hongkong aan Mossack Fonseca: ‘Bel niet naar het kantoornummer van een bankier voor gevoelige onderwerpen, want alle telefoongesprekken worden opgenomen,’ volgens de notities van een vergadering van Mossack Fonseca.

In 2012 ging HSBC er mee akkoord om 1,9 miljard dollar te betalen aan de VS en gaf de grootbank toe dat ze op de hoogte was van het witwassen van het geld en dat ze sancties had overtreden en “opzettelijk” gefaald had in het nakomen van de zorgvuldigheidseisen.

Het einde wordt te snel aangekondigd

De gelekte documenten suggereren dat de berichten die het einde van de geheimhoudingsindustrie in de financiële sector aankondigen, de veerkracht van de sector onderschatten.

Al in 1991 rapporteerde Businessweek dat ‘de dagen van de geheime rekeningen geteld’ waren. Een decennium later verklaarde Forbes, Private Banking: R.I.P. Nog in 2011 stelde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat ‘het tijdperk van het bankgeheim voorbij is.’

Het systeem past zich ingenieus aan en het geld wordt verplaatst naar plaatsen waar het financieel systeem het zwakst is

De wereldwijde strijd tegen de offshore belastingontduiking en het witwassen van geld is weliswaar aangescherpt de voorbije jaren, maar het systeem past zich ingenieus aan en het geld wordt verplaatst naar plaatsen waar het financieel systeem het zwakst is. Op die manier blijven banken en vermogende cliënten verstoppertje spelen met de autoriteiten, en blijven ze die opduiken op nieuwe locaties, ook in de landen die de strijd tegen het offshore misbruik leiden.

In april 2013 bijvoorbeeld, ontmoette een medewerker van Mossack Fonseca een bankier van Credit Suisse, Philippe Dudler. Volgens de notities van de meeting gemaakt door Mossack Fonseca, vertelde Dudler aan het bedrijf dat ‘Duitse cliënten hun activa naar Miami aan het verplaatsen zijn omdat het bankgeheim daar solide is, bedrijven uit Delaware vragen niet naar de [ware eigenaar], en de Amerikaanse overheid heeft nooit gereageerd … betreffende de bankrekeningen die mogelijk gebruikt worden voor fiscale fraude.’

Credit Suisse zei dat het zijn vereisten de voorbije drie jaar al strenger heeft gemaakt. De bank zei dat ze ‘een einde maakt aan de samenwerking’ als cliënten er niet in slagen om te bewijzen dat ze de belastingwetgeving naleven.

De postbode belt meermaals

In februari 2013 tonen de documenten dat UBS Private Banking Deutschland AG, Venilson Corp opricht in Panama met een Braziliaan genaamd Milton de Oliveira Lyra Filho als eigenaar.

Lyra, een lobbyist met veel connecties, die dicht bij de Braziliaanse Senaatsvoorzitter, Renan Calheiros, staat, wordt onderzocht in het Amerikaanse Congres op verdenking van het doorsluizen van tientallen miljoenen dollars aan smeergeld via offshores, in een schandaal in 2015 dat vorig jaar uitbarstte met betrekking tot het Postalis pensioenfonds voor Braziliaanse postbodes. UBS en Mossack Fonseca deden zaken met Lyra ondanks het feit dat zijn naam in 2011 opdook in een omkoopschandaal rond  het Braziliaanse ministerie van Toerisme. Lyra, die niet reageerde op de verzoeken om commentaar, werd niet formeel aangeklaagd.

UBS zegt dat het stopte met het opzetten van offshore bedrijven voor haar klanten in 2010. De Mossack Fonseca bestanden tonen dat de bank tussen 2011 en 2013 toch nog 25 offshore bedrijven voor zijn klanten heeft opgericht.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift