Het brandt in Congo en Oeganda, maar niemand ziet nog door de rook

De laatste jaren laait conflict en geweld in het Congolese-Oegandese grensgebied weer hoog op. Terwijl Congo in de ban blijft van mysterieuze moordpartijen rond Beni, is het Oegandese leger in gevecht met een traditioneel koninkrijk. In het tumult kijken Congolezen en Oegandezen, en hun regeringen, steeds meer naar de overkant. De grens lijkt meer en meer op een spiegel, maar wie ze ons voorhoudt blijft vooralsnog onduidelijk.

  • © Arne Gillis Man wacht op identificatie van familielid in het mortuarium, na het geweld afgelopen weekend. © Arne Gillis
  • © Arne Gillis Administratief kantoor Rwenzori koninkrijk na de aanval afgelopen weekend. © Arne Gillis
  • © Arne Gillis Ordediensten in Kasese. © Arne Gillis
  • © Arne Gillis Ordediensten in Kasese. © Arne Gillis

‘Ben ik van de brandende pan in het vuur gelopen?’, vroeg ze. Het meisje was enkele dagen voordien Congo ontvlucht toen een aanval van gewapende onbekenden ’s nachts haar dorp had opgeschrikt, en verbleef nu bij de familie van een Oegandese vriend van me in Kasese, een stad niet ver van de Congolese grens. Voor mensen uit de streek als haar was de grens altijd een soort toevluchtsoord geweest. Vaak hebben ze familie of kennissen aan de overzijde en de meerderheid van de bevolking—de Nande in Congo, de Bakonzo in Oeganda—spreekt ook dezelfde taal. De grens verbond als het ware twee communicerende vaten, die mensen langs beide kanten over konden steken als de politieke of economische druk elders te groot werd.

De woorden van het meisje doen vermoeden dat aan die zekerheid nu weer een einde lijkt te zijn gekomen. De grensregio in Oost-Congo wordt al sinds oktober 2014 geteisterd door talrijke mysterieuze en brutale moordpartijen die honderden slachtoffers heeft gemaakt en duizenden ontheemd. De cyclus van geweld was van start gegaan elf maanden nadat de VN-vredesmacht (MONUSCO) met het Congolese leger (FARDC) een militaire operatie had opgezet tegen de Allied Democratic Forces (ADF) — een oorspronkelijke Oegandese rebellengroep die zich al vijftien jaar op Congolees grondgebied bevindt. De tientallen moordaanslagen op dorpen ten noorden en oosten van Beni worden telkens weer aan diezelfde ‘terroristische’ rebellengroep, waar het voor 2014 al jaren relatief stil rond was, toegewezen. De bevolking zelf gelooft dit al lang niet meer: het geweld dat hen wordt aangedaan is in niets te vergelijken met de houding van ADF in Congo voor 2014. Toen vonden ontvoeringen nog wel plaats, maar bleef het geweld alleszins beperkt.

© Arne Gillis

Ordediensten in Kasese.

Framing

Onderzoekers, mensenrechten- en middenveldorganisaties hebben inderdaad al gewezen op de betrokkenheid van lokale en regionale politieke leiders en personages uit het Congolese leger in sommige aanvallen. De ‘framing’ van ADF lijkt althans een aantal belangrijke politieke en economische verschuivingen in het grensgebied te maskeren, en staat zo symbool voor een donker laken dat een schaduw trekt over de Congolese regio. Het is dan al even belangrijk te weten wie het laken vasthoudt dan wat er in diens duisternis gebeurt. Vele Nande in Congo verbinden de schaduw van ADF aan bredere sociale spanningen. ADF zou, met politieke hulp, een dekmantel zijn voor een gewelddadige landinname door Hutu-migranten in de regio rond Beni.  Volgens de Kyaghanda Yira, de overkoepelende culturele organisatie van de Yira—een culturele groep die de Nande in Congo en de Bakonzo in Oeganda verbindt—houden drie handen het laken hier boven vast: de politieke leiders van Congo, Rwanda en Oeganda. Het doel? ‘Een genocide tegen de Yira.’

De leider van de Kyaghanda Yira, Vincent Machozi, werd in maart 2016 in onduidelijke omstandigheden vermoord nabij zijn geboortedorp, in de streek rond Isale.

De leider van de Kyaghanda Yira, Vincent Machozi, werd in maart 2016 in onduidelijke omstandigheden vermoord nabij zijn geboortedorp, in de streek rond Isale. Afgelopen weekend werd ook Charles Wesley Mumbere, de Koning van het Rwenzururu Koninkrijk in Oeganda—dat ook cultureel leiderschap over de Yira claimt—gearresteerd, nadat Oegandese politie en soldaten zondag het Buhukira koninklijk paleis binnenvielen en een ware slachtpartij onder diens koninklijke lijfwachten aanrichtte. President Museveni en diens ordediensten wezen al langer op het bestaan van gewapende bendes in de Oegandese grensstreek die, met materiële en spirituele hulp van Congolese milities en het Koninkrijk een aparte staat voor de Yira zouden willen oprichten.

De gewelddadige gebeurtenissen van afgelopen weekend, die meer dan honderd slachtoffers maakten en waarin politie en soldaten zich mogelijk aan ernstige mensenrechtenschendingen heeft bezondigd, worden door de Oegandese regering dan ook gekaderd in militaire operaties tegen criminele separatisten die zich onder de vleugels van Koning Mumbere bevonden.

Wordt de nachtmerrie van de Yira een realiteit? En is een onafhankelijke Yira staat hun droom?

© Arne Gillis

Man wacht op identificatie van familielid in het mortuarium, na het geweld afgelopen weekend.

Kinderen van de grens

Yira verwijst naar een etnische groep die door de markering van de koloniale grens in twee verschillende groepen, de Bakonzo in Oeganda en Nande in DR Congo, werd verdeeld. Hoewel ze de politieke en demografisch dominante groep zijn in het Congolese-Oegandese grensgebied, zijn er altijd nog verscheidene andere etnische groepen in de regio aanwezig geweest. Ondanks de taalkundige uniformiteit bestaat er nogal wat discussie over de pre-koloniale oorsprong van de Yira. Voor de opdeling onder Brits en Belgisch koloniaal bewind waren ze alleszins niet in een gecentraliseerd politiek bestuur (zoals een koninkrijk), georganiseerd.

Het grensgebergte is een aantrekkelijke locatie voor gewapende strijd, enerzijds door zijn ruige natuurlijke terrein, anderzijds door de poreuze grens: men kon rebel zijn aan de ene kant, en politiek vluchteling aan de andere.

Yira zou historisch gezien eerder verwijzen naar een gemeenschappelijke identiteit als landbouwer en een verzet tegen inlijving in agro-pastorale sociale structuren die kenmerkend waren voor omliggende koninkrijken als Bunyoro en Toro.

Het idee van verzet heeft de identiteit van Nande en Bakonzo ook doorheen de koloniale en postkoloniale periode sterk bepaald, en was verweven met de dynamiek van de grens. Enerzijds staat de grens symbool voor de periferie, aan het uiteinde van hun politieke centra, waarin beide gemeenschappen leven. Het is altijd een plek geweest waar talloze politieke verzetsbewegingen en gewapende rebellengroepen een thuis vonden: de Simba van Pierre Mulele in de jaren zestig, Museveni’s NRM in de jaren tachtig, later ook Laurent Kabila’s Kasindiens (de voorloper van de nationale bevrijdingsbeweging AFDL); ze hebben allemaal op een gegeven moment toevlucht gezocht tot het grensgebied. Het grensgebergte is een aantrekkelijke locatie voor gewapende strijd, enerzijds door zijn ruige natuurlijke terrein, anderzijds door de poreuze grens: men kon rebel zijn aan de ene kant, en politiek vluchteling aan de andere.

Ook de Bakonzo, die onder Brits bewind gemarginaliseerd werden door het naburige Toro-Koninkrijk, startten in de jaren zestig in het grensgebergte een politieke rebellie, dat leidde tot de creatie van het Rwenzururu Koninkrijk en het behoud van een relatieve autonomie ten opzichte van de regering. De rebellie eindigde officieel in 1982, maar creëerde een voedingsbodem voor meer recente rebellenbewegingen zoals de NALU rebellengroepen, dat later samenkwam met de ADF, die zich in de jaren negentig ook in het gebergte hadden gevestigd.

Diezelfde grens liet ook de Nande in Congo toe om een relatieve autonomie en welvaart te houden in een context van staatsverval. De geleidelijke verzwakking van staatsstructuren, en diens implosie tijdens de Congo-oorlogen van de jaren negentig, zorgde voor een informalisering van de Congolese economie. Dit bood opportuniteiten voor de ontwikkeling van een Nande-elite geënt op grensoverschrijdende handelsnetwerken. De rijkdom die voortkwam uit de grotendeels ongecontroleerde handel—in goud, koffie, papaïne, basisgoederen, etc.—werd deels geherinvesteerd in de sociale netwerken van de Nande gemeenschap zelf, en in publieke voorzieningen als onderwijs, medische zorg en infrastructuur, die de Congolese staat niet meer voorzag.

De Congolees-Oegandese grens nam daardoor twee betekenissen op zich. Enerzijds stond het symbool voor de marge van twee (post-)koloniale staten, gekenmerkt door verzet, wetteloosheid en rebellie. Anderzijds plaatste de opportuniteiten die, via grenshandel en grensoverschrijdende interactie, daarmee gepaard gingen, de grens ook in het middelpunt van sociaal-politieke en economische ontwikkeling in de regio, en speelde zo een belangrijke rol in de vorming van Yira als grensoverschrijdende culturele identiteit.

Een koninkrijk in de schaduw van ADF, of andersom?

Het Rwenzururu Koninkrijk is altijd sterk verweven geweest met die drang tot autonomie aan de Congolees-Oegandese grens. De veteranen van de onafhankelijkheidsbeweging spreken nog met trots over hun guerrillastrijd in het gebergte tegen de regering. Die beweging creëerde enerzijds ruimte voor andere gewapende groepen die, zoals de NALU—aanvankelijk een splinterbeweging van de Rwenzururu rebellie—die later opgingen in ADF, het gebergte als een uitvals- en rekruteringsbasis gebruikten voor hun politieke strijd.

Anderzijds werden gewapende milities en rebellengroepen in het gebied ook gebruikt door de politieke en economische elite van de Nande/Bakonzo bevolking om hun autonome positie aan de grens te behouden. Zo werden onder leiding van Mbusa Nyamwisi, een vooraanstaande politicus uit de regio (leider van de RCD-KML oppositiepartij en voormalige Minister van Buitenlandse Zaken) verschillende allianties met lokale milities en rebellenbewegingen onderhouden om zowel een sterke positie ten opzichte van het politieke centrum te behouden als controle over de grens te consolideren.

© Arne Gillis

Administratief kantoor Rwenzori koninkrijk na de aanval afgelopen weekend.

Vanuit een zelfde logica bestaan er historische banden tussen het Rwenzururu Koninkrijk en ADF. Koning Mumbere zou in de jaren negentig het symbolische leiderschap van diens voorloper NALU hebben aanvaard, en diens vermeende banden met ADF hebben de politieke erkenning van het Koninkrijk altijd verbonden met de regionale veiligheidsdynamiek. De geruchten dat Mumbere, met behulp van Mbusa Nyamwisi en ADF, een onafhankelijke secessiebeweging op gang wil zetten, komen alleszins voort uit deze geschiedenis van wisselende allianties die kaderden in een bredere politieke strijd voor autonomie.

Al enkele jaren vinden confrontaties plaats tussen Bakonzo jeugd en de Oegandese veiligheidsdiensten. Volgens die laatste zijn die jongeren in gewapende milities, genaamd Esyomango of Kirumira Muthima, die met steun van Congolese milities en van het koninkrijk een onafhankelijke Yira staat willen oprichten. Opereren gewapende milities onder de vleugels van het Koninkrijk, of wordt de schaduw van ADF nu ook over het West-Oegandese grensgebied getrokken?

Verdeel-en-heers

Pas in 2009 werd het Rwenzururu Koninkrijk door President Museveni officieel erkend, in de hoop dat dit hem eindelijk het electoraat over het grensgebied zou opleveren.  De mogelijkheid tot olie-exploitatie in het grensgebied, en Museveni’s project van een door hem geleide regionale economische integratie, maakt controle over de regio extra belangrijk. Dat de Bakonzo op eigen houtje werk begonnen te maken van zulke regionale integratie, en het koninkrijk gebruikten om de banden onder de Yira te versterken, was niet naar de zin van de President. Erger nog, ook in de verkiezingen van 2011 en 2016 won de FDC oppositiepartij van Kizza Besigye het district waar het koninkrijk is gevestigd.    

Het groeiende wantrouwen tussen Museveni en koning Mumbere startte een politiek proces in West-Oeganda dat veel weg heeft van een verdeel-en-heers strategie. De culturele erkenning van andere etnische minderheden, die zelf verlangen naar culturele en politieke representatie als tegenwicht tegen de dominantie van Bakonzo, en de verdere opdeling van de regio in nieuwe districten, lijkt er op gericht om de macht van Mumbere en het koninkrijk gaandeweg in te perken.

Het Oegandese regime heeft een gevaarlijk proces in gang gezet. Door diens verdeel-en-heers politiek in het grensgebied worden conflicten rond landtoegang, werkgelegenheid en politieke representatie in toenemende mate geformuleerd in etnische termen.

Deze patronage-politiek lokte felle reacties uit van de Bakonzo en hun koninkrijk, en creëerde de voedingsbodem voor de huidige cyclus van geweld in West-Oeganda. Toen het Bamba koninkrijk in juni 2014 in Bundibugyo district werd erkend, en koning Mumbere verboden werd zijn ‘onderdanen’ daar te bezoeken, braken in juli 2014 gewelddadige clashes uit tussen voornamelijk Bakonzo jeugd en de Oegandese veiligheidsdiensten. Ook de postelectorale crisis de lente van 2016 leidde tot confrontaties tussen etnische groepen en tussen burgers en de ordediensten.

Het Oegandese regime heeft een gevaarlijk proces in gang gezet. Door diens verdeel-en-heers politiek in het grensgebied worden conflicten rond landtoegang, werkgelegenheid en politieke representatie in toenemende mate geformuleerd in etnische termen, wat de rol van culturele instituten als spreekbuis en platform voor collectieve actie en representatie doet toenemen.

Maar door zulke conflicten als ‘tribalisme’ weg te zetten, minimaliseert de regering haar eigen politieke verantwoordelijkheid en wakkert ze het vuur verder aan. Ze lijkt dan ook het tegenovergestelde te creëren van wat ze wil bereiken.

De populariteit van het Rwenzori Koninkrijk is fel gegroeid: de koninklijke lijfwacht breidt uit en jongeren sluiten zich massaal aan in diens jeugdorganisaties. Toen ik een maand terug op de vijftigjarige viering van het koninkrijk aanwezig was, kwamen tienduizenden Bakonzo (ook uit Congo) uit het gebergte naar Kasese. De opkomst was sinds 2009 niet zo groot geweest.

© Arne Gillis

Ordediensten in Kasese.

Secessie of repressie?

Om de macht van het Rwenzori koninkrijk in te dijken, hanteert de Oegandese regering een dubbele strategie: politieke frustraties worden als tribaal conflict weggezet, en dit etnisch protest wordt dan ook nog eens gekaderd als een vermeende gewapende strijd voor secessie. Ze creëert dus enerzijds de context waarin sociale en politieke  frustraties gekanaliseerd worden via het koninkrijk, anderzijds de-legitimeert ze dit protest compleet door het koninkrijk systematisch in verband te brengen met allerhande gewapende groepen en milities uit de regio. Dat, gezien de historische context van de grens, ontevredenheid met de regering zich vertaalt in een verlangen naar meer autonomie, is aannemelijk.

Het is een patstelling die de ganse regio in een spiraal van geweld mee sleurt en leidt tot een wederzijdse militarisering die nu al het ergste doet vermoeden.

Er is echter nog geen openbaar bewijs voor een vermeende politieke onafhankelijkheidsstrijd en de gewapende connecties die dat teweeg zouden moeten brengen. Politieke en culturele leiders van de Yira hebben die geruchten ook meermaals publiek ontkend. De geruchten laten het Oegandese regime echter ook toe om met ongeziene repressie uit te halen naar het koninkrijk, diens leden en jongeren die op straat komen uit economische en politieke ontevredenheid. Het biedt President Museveni alleszins een strategisch instrument om het koninkrijk in diskrediet te brengen en nu met harde hand politieke controle te nemen over het grensgebied.

Voor de Yira bevestigt die repressie wat ze al een tijd vrezen: hun politieke leiders zijn hen liever kwijt dan rijk. De grens lijkt hen deze keer niet te kunnen redden. De grens-autonomie van de Yira is zowel een vloek als een zege. Hoe meer men toenadering tot elkaar zoekt, hoe meer dit de vermoedens van de Congolese en Oegandese regering bevestigt: de Nande en Bakonzo willen een eigen staat oprichten.

Het is een patstelling die de ganse regio in een spiraal van geweld mee sleurt en leidt tot een wederzijdse militarisering die nu al het ergste doet vermoeden. Een pan staat in brand, maar niemand kan nog door de rook zien. Of komt de rook voor de brand? We zouden het wel eens over een paar weken kunnen weten.

Bram Verelst is een doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Conflict-en Ontwikkelingsstudies en Conflict Research Group (UGent)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift