Rwandese doodseskaders vormen op Belgische bodem een permanente bedreiging

‘Het echte gevaar is dat Belgische politici Rwandese geheime diensten onderschatten’

BKL ART (CC BY-NC 2.0)

Rwandese doodseskaders kunnen ook in België actief zijn

Twee Bruggelingen laten in Zuid-Afrika in verdachte omstandigheden het leven. De familie van het eerste slachtoffer, Thomas Ngeze, wijst met een beschuldigende vinger naar Rwanda. De familie van Pieter-Jan Staelens, het tweede slachtoffer, trekt Rwanda’s rol in beide overlijdens in twijfel. Bij wie zelf ooit in aanraking kwam met de Rwandese geheime diensten brengt deze dubbele tragedie nare herinneringen naar boven.

In juni 2018 werd Thomas Ngeze dood in een hotelkamer in Johannesburg aangetroffen. Hij was de zoon van Hassan Ngeze, een Rwandese journalist veroordeeld voor medeplichtigheid aan de Rwandese genocide. Vader Ngeze zit momenteel zijn straf uit in een VN-gevangenis in Mali. Hij diende recent een aanvraag in tot vervroegde vrijlating. Volgens de familie van Ngeze is de dood van Thomas een duidelijke boodschap van de Rwandese overheid aan het adres van zijn vader.

Op vraag van de familie Ngeze volgde Pieter-Jan Staelens het onderzoek naar de dood van Thomas op. Eind juli overlijdt Pieter-Jan zelf in een wagenbrand. Volgens de familie Ngeze is er een verband tussen beide overlijdens en is het niet uit te sluiten dat Rwandese doodseskaders de twee mannen om het leven brachten.

Zuid-Afrika is in elk geval één van die landen waar Rwandese spionnen actief vijanden belagen. Ook in België moesten de geheime diensten individuen beschermen tegen ‘een ernstige bedreiging vanuit de Rwandese ambassade’. Staatsveiligheid kan niet officieel bevestigen dat Rwandese doodseskaders reeds op Belgische bodem actief waren. Maar getuigen en experten vermoeden van wel. 

Zuid-Afrika is bekend terrein voor Rwandese doodseskaders

De familie van Thomas Ngeze verklaart in de Krant van West-Vlaanderen dat Thomas voor zijn dood een afspraak had met mensen van de Rwandese ambassade. Camerabeelden van het hotel registreerden hoe hij van de lobby vergezeld werd naar de hotelkamer waar hij later dood wordt aangetroffen. 

De dood van Thomas doet denken aan de moord op Patrick Karegeya. Op oudejaarsavond 2013 wordt ook hij in een hotelkamer in Johannesburg levenloos teruggevonden. Ook zijn laatste ontmoeting werd op camera vastgelegd. De voormalige chef van de Rwandese geheime dienst genoot al enkele jaren politieke bescherming in Zuid-Afrika. Hij overleefde er al twee aanslagen op zijn leven. Maar die avond liep de afspraak in het hotel dramatisch af.

Het onderzoek naar zijn dood levert nooit een officieel resultaat op. Maar twee maanden later mislukt een aanslag op een andere Rwandese dissident, generaal Faustin Nyamwasa, eveneens op Zuid-Afrikaanse bodem. Zuid-Afrika zet drie Rwandese diplomaten het land uit. De diplomatieke relaties tussen de twee landen zakken naar een dieptepunt. 

Enkele maanden later nemen twee Canadese journalisten, Geoffrey York en Judi Rever, alle twijfel weg. In een diepgravend stuk in The Globe and Mail delen ze de geheime opnames van een man die de opdracht kreeg Patrick Karegeya en Faustin Nyamwase om te brengen. Robert Higiro, voormalig majoor bij het Rwandese leger, werd in ruil voor het succesvol uitvoeren van de missie een verloning van één miljoen dollar en aandelen in een telecombedrijf beloofd.

Uit schrik voor zijn eigen veiligheid durft Higiro niet onmiddellijk te weigeren. Hij besluit het spel mee te spelen, maar neemt de gesprekken op. Wanneer de onderhandelingen vertraging oplopen door onduidelijkheid over voorschotten neemt Higiro zelf de benen. Hij vraagt asiel aan in België. Na de moord op Karegeya en de mislukte aanslag op Nyamwasa deelt Higiro zijn verhaal met York en Rever.

Ook in België zijn Rwandese geheime diensten thuis

De audio-opnames van Higiro en het onderzoekswerk van York en Rever bevestigen de vermoedens dat Rwanda doodseskaders inzet om ’s lands vijanden het zwijgen op te leggen. Niet enkel in Zuid-Afrika, maar ook in Oeganda en Kenia werden verdachte overlijdens gemeld die aan de activiteiten van deze doodseskaders worden toegeschreven. Ook in Europa zouden al enkele pogingen verijdeld zijn. 

In het Verenigd Koninkrijk boden geheime diensten meerdere Rwandese critici bescherming nadat ze een ernstige bedreiging vanuit de Rwandese ambassade hadden vastgesteld. Dit jaar nog zouden de Britse veiligheidsdiensten Noble Marara, ex-lijfwacht van president Kagame en auteur van het boek Behind the Presidential Curtains, onder bescherming hebben geplaatst. 

Guy Rapaille, uittredend voorzitter van Comité I, het comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, stelt in een interview met Knack eerder dit jaar dat de aanwezigheid van Rwandese doodseskaders in Europa niet uitgesloten is. Over België kon hij echter niets met zekerheid zeggen. 

Judi Rever twijfelt er niet aan dat Rwandese doodseskaders ook op Belgische bodem kunnen toeslaan. De Canadese journaliste bleek bij een werkbezoek aan België in 2014 een potentieel doelwit van de Rwandese veiligheidsdiensten. Rever werkte aan de voorbereidingen van haar boek In Praise of Blood, dat in oktober in het Nederlands verschijnt bij Amsterdam University Press. Het boek beschrijft de misdaden van president Kagame’s toenmalige rebellenleger voor, tijdens en na de Rwandese genocide op de Tutsi’s in het voorjaar van 1994. 

‘De bedreiging kwam vanuit de Rwandese ambassade’

Toen Rever in juli 2014 in het hotel in Brussel aankwam werd ze opgewacht door de Belgische staatsveiligheid. ‘Er was betrouwbare informatie die aangaf dat mijn veiligheid in gevaar was. De bedreiging kwam uit de Rwandese ambassade, werd me duidelijk gemaakt.’ Rever werd tijdens haar verblijf in België de klok rond beveiligd.

Dat Judi Rever als buitenlandse journaliste een dergelijke bescherming kreeg van staatsveiligheid is in ons land ongewoon. ‘Mijn beveiliging moet de Belgische staat heel wat gekost hebben. Ik had voordien al heel wat bedreigende berichten ontvangen, maar ik dacht dat ze me vooral schrik wilden aanjagen. Die dag besefte ik dat ik echt gevaar liep.’

‘Ik heb vertrouwen in de Belgische staatsveilheid, maar minder in de Belgische politici’

Hoewel de ervaring een diepe indruk heeft nagelaten op Judi Rever is het boek er toch gekomen. ‘Wie iets schrijft over Rwanda wordt snel deel van het verhaal. Ik moest deze missie tot een einde brengen. Maar ik beken dat ik sindsdien, voor ik een nieuw stuk schrijf over Rwanda, twee keer nadenk en me de vraag stel of het echt de moeite waard is me opnieuw zo kwetsbaar op te stellen.’

‘België en Zuid-Afrika zullen gezien hun ervaring de Rwandese piste serieus nemen’

‘Ik heb persoonlijk te weinig informatie om me uit te spreken spreken over de dood van de twee Belgen in Zuid-Afrika. Maar ik volg de zaak wel’, bevestigt Rever. ‘België en Zuid-Afrika zijn twee landen met ervaring met de Rwandese geheime diensten. Ik ga er vanuit dat ze oog hebben voor mogelijke sporen die naar Rwanda kunnen leiden.’

Rever gelooft dat de twee landen met hun ervaring de Rwandese piste minstens serieus zullen nemen. Zelf is ze ook positief over de professionele aanpak van de Belgische veiligheidsdiensten.

Jean Marie Micombero, een Rwandese dissident wiens veiligheid in België ook gevaar liep, deelt dit vertrouwen. Ooit was hij secretaris-generaal van het Rwandese ministerie van Defensie en zetelde hij in de krijgsraad. Sinds 2011 krijgt hij in België bescherming als politiek vluchteling. 

‘Belgische politici lijken zich niet bewust van Rwanda’s activiteiten in België. Rwanda profiteert daar van’

‘Ik denk niet dat de Belgische veiligheidsdiensten Rwanda onderschatten. Het echte gevaar is dat Belgische politici Rwanda onderschatten. Ze lijken zich niet goed bewust van de clandestiene activiteiten van Rwanda op Belgische bodem. Rwanda profiteert daar zeker van.’

Zelf voelt hij zich veilig in België, ‘Omdat er in België kennis en ervaring is over Rwanda die je in andere landen niet makkelijk vindt. Maar er moet ook een politieke wil zijn om bepaalde activiteiten aan banden te leggen en sancties op te leggen indien grenzen overschreden worden.’ Op dat vlak heeft Micombero minder vertrouwen in zijn nieuw thuisland.

Angst en twijfel zaaien is een wapen

Rwanda’s geheime diensten, en misschien ook zijn doodseskaders, mogen dan wel actief zijn in Zuid-Afrika en België. Of Rwanda echt zo ver gaan zou om op Zuid-Afrikaanse bodem twee Belgische mannen om te brengen, om een reeds veroordeelde man een boodschap te sturen, is een andere vraag.

‘Een vermoeden alleen al boezemt heel wat mensen schrik ik’

Judi Rever denkt dat Rwanda het gevaarlijkst is wanneer bezwarende informatie naar buiten dreigt te komen. ‘Maar je kan niets uitsluiten. Een vermoeden alleen al, boezemt heel wat mensen schrik in.’ 

Het psychologische effect van deze twee zaken op Rwanda’s kritische stemmen en dissidenten is in elk geval nu al een realiteit.  Vermoedens van spionage zetten ook het onderlinge vertrouwen binnen de Rwandese diaspora in België onder druk. 

Jean Marie Micombero bevestigt dat angst verspreiden een belangrijk wapen is van de Rwandese geheime diensten. ‘Iemand die Rwanda niet goed kent zal misschien zeggen dat we allemaal wat paranoïde zijn. Maar ik ken het systeem maar al te goed. Je moet met alles rekening houden.’

‘Rwanda rekruteert in België dagelijks mensen om binnen de diaspora te spioneren’. Om die reden bouwde Micombero in zijn dagelijkse routine enkele veiligheidsmechanismen in. Maar toch blijft hij binnen de Rwandese gemeenschap zijn contacten onderhouden. ‘Ik wil op de hoogte blijven van wat gebeurt in mijn land. Ik zonder me, in tegenstelling tot anderen, niet af, maar ik ben steeds op mijn hoede.’

Belgische jongeren uit diaspora worden tegen elkaar opgezet

Rwanda Government (CC BY-ND 2.0)

‘Rwanda rekruteert tijdens jongerenkampen jonge Belgen uit de Rwandese diaspora’

Micombero is strategisch en voorzichtig in zijn contacten met de Rwandese diaspora in België. Belgische jongeren van Rwandese afkomst die de banden willen aanhalen met het land van herkomst raadt hij aan voorzichtiger te zijn. Volgens hem wordt vooral in deze groep duchtig gerekruteerd. ‘Rwanda organiseert bijvoorbeeld kampen voor Rwandese jongeren van de diaspora. Dit zijn campagnes die dienen om patriottistische gevoelens aan te wakkeren en vervolgens goedgelovige jongeren voor hun eigen buitenlandse agenda in te schakelen’, waarschuwt Micombero.

Natacha Abingeneye, één van de drijvende krachten achter Jambo vzw, een vereniging voor mensenrechten die jongeren uit de diaspora van de regio van de Grote Meren wil verenigen, herkent het verhaal. ‘Ik zie heel wat Belgische jongeren vertrekken naar Rwanda. Soms om een dergelijk kamp te volgen. Soms gaat het een stap verder en wordt een jongere een mooie carrière in het land van herkomst beloofd.’ 

Maar volgens Natacha komt zo’n professioneel aanbod zelden zonder voorwaarden, al wordt dat vaak pas later duidelijk. ‘Een jonge Belg kreeg een mooie job bij een Rwandees ministerie aangeboden. Maar na een veelbelovende start volgden al snel bedreigingen en intimidaties. Nadien bleek hij bepaalde verwachtingen niet te hebben ingelost. Ze dachten dat hij goed bevriend was met een persoon in België waar de Rwandese geheime diensten veel belangstelling voor hadden. Toen die band helemaal niet zo sterk bleek en hij geen nuttige pion bleek te zijn, kwam hij snel zelf in de problemen. En zo kan ik je nog wel wat voorbeelden geven.’

‘Dat Belgische jongeren gebruikt worden weegt op de relaties binnen de gemeenschap’

‘Het feit dat Belgische jongeren gebruikt worden in de buitenlandstrategie van Rwanda weegt op de relaties binnen de gemeenschap’, vindt Natacha. ‘We groeien in België samen op en weten aanvankelijk zelfs niet wie Hutu is, en wie Tutsi. We gaan naar dezelfde scholen en komen elkaar tegen op dezelfde feestjes.’ Maar wanneer Natacha en haar vrienden pogingen ondernemen om Jambo, waar de leden vooral een Hutu-achtergrond hebben, meer divers te maken, valt de eenheid snel uiteen. 

‘Jongeren met een Tutsi-achtergrond worden plots gewaarschuwd over het feit dat wij kinderen van genocidairs en dus gevaarlijk zouden zijn.’ Volgens Natacha gaat het zo ver dat vrienden preventief contact met haar verbreken alvorens naar Rwanda af te reizen. Vriendschappen op Facebook worden steeds vaker verbroken na intimidaties en verdachtmakingen. 

‘Veel jongeren zijn aanvankelijk misschien wat naïef over de activiteiten van Rwanda op Belgische bodem, maar die naïviteit verdwijnt snel wanneer je de impact ziet op de vriendengroepen’, stelt Natacha. 

Een moeilijke zoektocht naar de waarheid begint

Via sociale media ontvangt Natacha vaak bedreigende boodschappen die ze toeschrijft aan haar activiteiten bij Jambo. ‘Ik was op een bepaald moment zo bang dat het mijn gezondheid ondermijnd heeft. Ik begon me op te sluiten, keek telkens over mijn schouder. Mijn werk en privéleven begonnen er ernstig onder te lijden. Een verhuis heeft mij wat rust gebracht.’

De bezorgdheden van de familie van Thomas Ngeze liggen Natacha persoonlijk nauw aan het hart. Ook haar vader werd verdacht van medeplichtigheid aan de Rwandese genocide. Hij werkte in 2005 mee aan een onderzoek van het Rwandatribunaal. Hij verscheen echter nooit voor het tribunaal want zijn lichaam werd datzelfde jaar uit het Brussels kanaal gevist.

‘Zijn verdwijning en dood werden aanvankelijk als verdacht beschouwd. Voor zijn overlijden had hij bij verschillende mensen een brief in bewaring gegeven. Indien er hem iets zou overkomen moest de brief worden vrijgegeven.’ De vader van Natacha verklaarde in zijn schrijven dat hij onder druk werd gezet om bezwarende verklaringen af te leggen tegen bepaalde individuen. Volgens hem werd hem gevraagd valse verklaringen af te leggen. Hij wilde echter wel nog een officiële verklaring afleggen voor het tribunaal, maar wenste de samenwerking met de onderzoekers stop te zetten.

‘We kregen nooit de antwoorden die we hoopten te krijgen’

Uiteindelijk luidde de officiële doodsoorzaak ‘zelfmoord’. ‘Ongeloofwaardig’, volgens zijn dochter. ‘ Misschien was het de Rwandese overheid, misschien Hutu-extremisten, misschien is er nog een andere verklaring voor zijn dood. Maar zelfmoord was het niet. We kregen nooit de antwoorden die we hoopten te krijgen,’ zegt Natacha aangedaan, ‘Ik leef mee met de familie van Thomas Ngeze en Pieter-Jan Staelens en hoop dat zij die antwoorden wel krijgen.’

Ondertussen volgt het Belgische parket het Zuid-Afrikaanse onderzoek naar het overlijden van de twee Bruggelingen. Zowel in België als in Zuid-Afrika worden de twee overlijdens momenteel als twee aparte dossiers beschouwd. Het parket bereidt ook een aanvraag voor om in Zuid-Afrika een eigen gerechtelijk onderzoek te kunnen voeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift