Het middenveld wikt maar de president beschikt in de Latijns-Amerikaanse democratie

Latijns-Amerika is berucht om zijn revoluties, staatsgrepen en dictaturen. Ondertussen heeft het continent echter al drie decennia democratie. Het middenveld speelt er een essentiële rol in de democratische dynamiek.

  • Cancillería del Ecuador (CC BY-SA 2.0) De Latijns-Amerikaanse presidenten Evo Morales (Bolivië), Nicolás Maduro (Venezuela) en Rafael Correa (Ecuador) Cancillería del Ecuador (CC BY-SA 2.0)

Toen de dictatoriale regimes van Latijns-Amerika het veld moesten ruimen voor democratisch verkozen regeringen, bleef het continent in eerste instantie wel op neoliberale koers. Dat veranderde met de komst van linkse meerderheden, van zowel de radicale (in Venezuela bijvoorbeeld) als de gematigde (Brazilië) strekking. Volgens Lilián Basantes van de Ecuadoraanse organisatie Más de Ocho waren sociale organisaties cruciaal in die overgang, vooral omdat ze erin slaagden zichzelf opnieuw uit te vinden. Uit de oude structuren van vakbonden ontstonden nieuwe en dynamische organisaties rondom thema’s als water, land, vrouwenrechten en etnische identiteit.

Evo Morales en zijn politieke partij MAS (Movimiento al Socialismo, Beweging naar het socialisme) kwamen in Bolivia in 2005 aan de macht met de steun van de cocaleros, de cocaboeren. In Ecuador bracht de Revolución Ciudadana (Burgerrevolutie) van Rafael Correa, na jaren van politieke onrust en de bankencrisis, stabiliteit, gestage economische groei en gratis onderwijs en gezondheidszorg.

De export van grondstoffen, waarmee de links en nationalistisch georiënteerde regeringen hun sociale programma’s betaalden, stagneerde sinds de crisis van 2008. Daarmee ging de populariteit van links ook snel in dalende lijn.

De staat kreeg onder de linkse regimes opnieuw een belangrijke rol, maar was tegelijkertijd niet los te koppelen van de sociale bewegingen. Evo Morales zei toen hij in 2006 verkozen werd retorisch mooi: ‘Nu zijn wij aan de macht.’ Dat “wij” sloeg zowel op de inheemse bevolking als op de sociale bewegingen waaruit hij voortkwam.

De export van grondstoffen, waarmee de links en nationalistisch georiënteerde regeringen hun sociale programma’s betaalden, stagneerde sinds de crisis van 2008. Daarmee ging de populariteit van links ook snel in dalende lijn. In Argentinië werd links bij de presidentsverkiezingen weggestemd. In Venezuela behaalde de oppositie een tweederdemeerderheid in het parlement. In Brazilië werd Dilma Rousseff van de Arbeiderspartij, de partij die het land sinds 2003 bestuurde, afgezet op verdenking van corruptie. Er is de dalende populariteit van president Santos in Colombia. En in Peru kwam de dochter van dictator Alberto Fujimori bijna aan de macht.

In Bolivia verloor president Morales in februari een referendum over een voorgestelde grondwetswijziging om herkiesbaar te kunnen zijn bij de presidentsverkiezingen in 2019. Dat heeft te maken met conflicten met zijn achterban. De sociale bewegingen, die in eerste instantie achter Morales stonden, steunen zijn regering niet meer.

Retoriek over Moeder Aarde

Carmen Gimenez, politicologe bij het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA) in Amsterdam, ziet nog een andere reden voor de afnemende populariteit van onder anderen Morales en Correa: de tegenstelling tussen het discours waarmee de presidenten het middenveld achter zich kregen en de praktijk van hun beleid. ‘De regeringen van Bolivia en Ecuador spreken over buen vivir, het goede leven, en de zorg voor Moeder Aarde, maar tegelijk wordt het beleid van deze regeringen gekenmerkt door wat daar “hyperdesarrollismo” genoemd wordt, “hyperontwikkelisme”: een groei- en ontwikkelingsdenken waaraan alle andere overwegingen worden opgeofferd.’

Gimenez zegt dat heel wat projecten opgelegd en uitgevoerd worden ondanks hun negatieve effecten op het milieu en op het leven van de inheemse bevolkingen. Het argument dat de bevolking er uiteindelijk beter van wordt en dat de economie in elk geval moet groeien, weegt volgens haar niet op tegen de ellende die de projecten lokaal veroorzaken.

In Ecuador is het Yasuni-project het symbooldossier van deze contradictie. De bedoeling was dat Ecuador een olieveld in het natuurpark Yasuni níet zou exploiteren als de internationale gemeenschap het land daarvoor zou compenseren. De opbrengst voldeed niet, en dus sneuvelde het idee. In Bolivia was het de geplande snelweg door het natuurreservaat Territoria Indígena Parque Nacional Isiboro Sécure (TIPNIS), die op veel weerstand stuitte.

Leiders van, maar niet met het volk

Rafael Correa is een charismatisch figuur en zijn Burgerrevolutie was meer dan welkom na jaren van politieke instabiliteit. Maar vriend en vijand bekritiseren de president als autoritair in zijn omgang met de media en intolerant tegenover zijn tegenstanders. De criminalisering van sociaal protest baart de sociale bewegingen grote zorgen, zegt Basantes. Zo werd de Ecuadoraanse Sarayaku-stam gebrandmerkt als een terroristische beweging als gevolg van haar verzet tegen het staatsoliebedrijf PetroEcuador. Basantes verwijst ook naar het presidentieel decreet 16 dat de regering de mogelijkheid geeft onafhankelijke organisaties te controleren en op te heffen.

‘De criminalisering van sociaal protest in Ecuador baart de sociale bewegingen grote zorgen.’

Carmen Gimenez wijt de moeilijke relatie tussen overheid en middenveld aan het feit dat Latijns-Amerika sterk presidentiële systemen kent. De kiezer stemt voor een persoon. ‘Deze vorm van vertegenwoordiging is vrij gevoelig voor populisme. Je hebt een symbolische vaderfiguur die de antwoorden heeft. De bevolking ervaart op die manier minder dat besluitvorming een gevolg is van consensus van verschillende partijen.’

‘Een van de kenmerken van de Latijns-Amerikaanse democratie is een gebrek aan oppositie’, vult Fransje Molenaar aan, research fellow politics and crime van het Nederlandse Instituut Clingendael. Je ziet volgens haar vaak dezelfde neiging aan te sluiten bij de regeringscoalitie om de eigen politieke toekomst veilig te stellen. Het gevolg is volgens Molenaar dat het andere geluid vaak ondervertegenwoordigd blijft.

De linkse regeringen van het begin van dit millennium waren een reflectie van de strijdvaardigheid die leefde op het Latijns-Amerikaanse continent, volgens heel wat lokale en internationale analisten. Die hoopvolle visie was onder andere te vinden in de verzameling essays Reclaiming Latin America. Experiments in Radical Social Democracy. John Crabtree beschreef de uitdaging voor Bolivia als de overgang van kritische oppositie naar regeren, of van protesta, protest, naar propuesta, politieke voorstellen.

Volgens Gimenez ligt zowel in Bolivia als in Ecuador de kern van de weerstand in een slecht verlopen van de overgang van verzet naar beleid. ‘Er is niet goed geluisterd naar de voorstellen van de sociale bewegingen. Dat leidt onvermijdelijk tot een hernieuwd protest. In Bolivia en Ecuador leidt dit niet tot de overwinning van rechts. Daar is de oppositie in Bolivia te verdeeld voor. Maar het zet de deur wel open voor politieke instabiliteit’, aldus Gimenez.

De kiezer stemt niet zozeer voor een programma als wel voor een persoon. ‘Deze vorm van vertegenwoordiging is vrij gevoelig voor populisme.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift