Het proces Zafzafi, testcase voor de vrije meningsuiting in Marokko

De inwoners van het Rifgebied demonstreren al maanden voor betere zorg en onderwijs, voor betere infrastructuur en tegen corruptie. Nasser Zafzafi, het boegbeeld van de protestbeweging Hirak, werd gearresteerd. Zijn proces ging op 10 juli van start en wordt een testcase voor de vrije meningsuiting.

© Med El Asrihi

Maandag 10 juli is in Casablanca het proces gestart tegen Nasser Zafzafi, de leider van de Hirak, het vreedzame volksprotest dat al maandenlang het publieke leven in de Noord-Marokkaanse Rifregio in zijn greep houdt en tot grote solidariteitsdemonstraties in Rabat en Casablanca leidde.

De inwoners van het Rifgebied demonstreren voor betere zorg en onderwijs, voor betere wegen, meer ziekenhuizen en een universiteit, maar ook tegen de corruptie. Niet toevallig sloeg het vuur in de pan toen de visverkoper Mohsine Fikri in de haven van Al Hoceima 500 kg zwaardvis kocht om die op straat door te verkopen en geen steekpenningen wilde betalen aan de politie. Hij had de vis namelijk gekocht in een periode dat vangst van zwaardvissen verboden was.

De politie liet de vis in een vuilniswagen kieperen. De wanhopige Fikri sprong zijn waar achterna om te beletten dat de vis zou worden vernietigd, maar werd vermorzeld. Filmpjes van het gebeuren verschenen op de sociale media.

De zaak Fikri staat symbool voor de corruptie, het machtsmisbruik van de politie en de decennialange achterstelling van het Rifgebied

De zaak Fikri staat symbool voor de corruptie, het machtsmisbruik van de politie en de decennialange achterstelling van het Rifgebied.

De spreekbuis van het protest was de werkloze Nasser Zafzafi, die via Facebook en Youtube de eisen van de Riffijnen verwoordde. Zafzafi’s eisen waren niet buitensporig.

Hij eist dat Al Hoceima en omgeving niet langer een militaire zone is, omdat het investeerders afschrikt. Hij eist werk, een ziekenhuis en een universiteit voor de regio. Bovendien wil hij dat er paal en perk gesteld wordt aan de illegale vissmokkel in de haven en de praktijken van de vastgoedmaffia.

Als ultieme drukkingsmiddel riep hij op tot een miljoenenbetoging op 20 juli en nodigde ook de honderdduizenden Riffijnen in Europa uit deel te nemen.

Op 29 mei werd Zafzafi echter gearresteerd nadat hij in een moskee de preek van een imam onderbrak, die de Hirak veroordeelde. Sindsdien escaleerde het straatprotest tot dat een hoogtepunt bereikte op het einde van Ramadan eind juni, op 25 juni jongstleden.

De politie werd op bevel van koning Mohammed VI teruggetrokken uit Al Hoceima en Imzouren, wat de gemoederen deed bedaren. In de nasleep van Zafzafi’s arrestatie werden 176 leiders van de Hirak opgepakt en in voorlopige hechtenis geplaatst, waardoor de agitatie op het internet ook verminderde.

De belangrijkste eis van de Hirak is nu de vrijlating van Zafzafi en de 176 gevangen leiders. Een rapport van de Nationale Raad voor de rechten van de Mens, dat werd gelekt naar de pers, zou gewag maken van mishandeling in de gevangenis, maar dat wordt door de politie ontkend.

De Rif, van oudsher opstandig en stiefmoederlijk behandeld

Zafzafi wordt beschuldigd van de ondermijning van de nationale veiligheid, belemmering van de uitoefening van godsdienst en van separatisme. De beschuldiging van separatisme, zo verzekerde Zafzafi, die het protest vooral vreedzaam wil houden, raakt kant noch wal. Hij wordt daarin nu gevolgd door premier Saad El Othmani van de regerende islamistische partij PJD en de leider van de onafhankelijkheidspartij Istiqlal, Hamid Chabat.

De beschuldiging kwam er omdat vele activisten in de steden en dorpen met de Riffijnse vlag zwaaiden evenals met de vlag van de voormalige Rif-republiek die tussen 1921 en 1926 standhield na de succesrijke vrijheidsstrijd onder leiding vanAbdelkrim El Khatabbi tegen de Spaanse kolonisator.

Toen de Rif in 1957 in opstand kwam, sloeg kroonprins Hassan, toen al opperbevelhebber van het leger onder zijn vader Mohammed V, de rebellie bloedig neer.

Met de hulp van de Fransen en mosterdgas kon Spanje in 1926 het protectoraat herstellen. Andere gebieden van Marokko vormden toen een Frans protectoraat, maar de toenmalige Marokkaanse sultan Moulay Youssef behield als afstammeling van de Alaouitische dynastie die al sinds de 17de eeuw over Marokko heerste, een deel van de macht en koos de zijde van de Fransen.

Omdat de Alaouiten beweerden af te stammen van Fatima, dochter van de profeet Mohammed en haar echtgenoot Ali Ibn Abu Talib, waren de Marokkaanse sultans -onder het bewind van Mohammed V werden ze koningen- ook de religieuze leiders van het land.

Met de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 verbeterden de vooruitzichten voor de Rif niet, het koningshuis was beducht voor elke opstand. Gamal Abdel Nasser had in Egypte in 1952 immers het koningshuis omvergeworpen en de lekenstaat geïnstalleerd en in Irak en Tunesië volgden Qasim en Bourguiba zijn voorbeeld.

Toen de Rif in 1957 in opstand kwam, sloeg kroonprins Hassan, toen al opperbevelhebber van het leger onder zijn vader Mohammed V, de rebellie bloedig neer.

Loden jaren

Hassan II volgde in 1961 zijn vader op. Officieel lag de uitvoerende macht bij de koning en de wetgevende bij een parlement, maar in de praktijk regeerde Hassan samen met de Makhzen, een elitair apparaat van volgzame raadgevers. Het parlement en de oppositie zette hij buitenspel en elke vorm van kritiek aan zijn persoon werd beschouwd als godslasterlijk.

Ben Barka, de leider van de socialistische oppositie, werd het land uitgezet en verdween in 1965 in Parijs in onopgehelderde omstandigheden. Door zijn dictatoriale aanpak creërde Hassan onvrede tot in de hoogste legerkringen. Dat culmineerde in twee mislukte couppogingen. Bij de aanslag van enkele luchtmachtjets op het koninklijke vliegtuig in 1972 was zijn rechterhand generaal Mohammed Oufkir betrokken.

Koning Hassan sloot de medeplichtigen aan de coup en andere politieke gevangenen op in de beruchte gevangenis van Tazmamart, waar folteringen gangbare praktijken waren en de meeste gevangenen in onmenselijke omstandigheden probeerden te overleven.

In 1984 zette koning Hassan II bij stakingen van lyceumstudenten het leger in, dit leidde tot bloedbaden in de noordelijke steden Tetouan en Nador.

In de jaren tachtig wakkerde Hassan II het nationalisme aan in zijn strijd tegen het Polisario en Algerije om de Westelijke Sahara, een voormalig Spaans protectoraat met rijke fosfaatvoorraden. Straatprotest of stakingen, ook al waren die gericht tegen forse prijsverhogingen van basisvoedingsproducten, werden nauwelijks getolereerd.

In 1984 zette koning Hassan II bij stakingen van lyceumstudenten het leger in, dit leidde tot bloedbaden in de noordelijke steden Tetouan en Nador. Steeds weer werd volgens Hassan II de agitatie vanuit het buitenland aangestuurd, zij het Algerije, Iran of Israël. Op de repressie volgden dan massale politieke processen en opsluitingen.

De klachten van mensenrechtenorganisaties werden steeds talrijker. De drijvende kracht achter dit repressieve bewind was minister van Binnenlandse Zaken Driss Bassri. Deze periode ging de geschiedenis in als ‘les années de plomb’ oftewel 'loden jaren' en hield aan tot aan zijn dood in 1999.

Al die tijd bleef koning Hassan II het Rifgebied beschouwen als vijandig territorium en de bewoners ervan als onbetrouwbaar. Hij zette er nooit een voet. De inheemse taal van de regio, het Tamazight, werd gebannen uit het onderwijs en vervangen door het Arabisch, terwijl het Spaans als tweede taal moest wijken voor het Frans.

De regio werd aan zijn lot overgelaten, er werd nauwelijks geïnvesteerd in infrastructuur, gezondheidszorg of onderwijs, maar het gebied werd wel tot een militaire zone uitgeroepen, waar het leger als een soort bezettingsmacht het reilen en zeilen controleerde. Het is niet verwonderlijk dat de emigratie naar Europa, legaal en illegaal, hier veel massaler op gang kwam dan in andere delen van het land.

Een nieuwe wind met Mohammed VI

De nieuwe koning Mohammed VI brak met het hyperautoritaire bewind van zijn vader. Hij stuurde Driss Basri, de verpersoonlijking van diens repressieve bewind, meteen de laan uit.

Hij richtte een Commissie voor Rechtvaardigheid en Verzoening op die 16.000 dossiers van repressieslachtoffers en verdwijningen uit de loden jaren onderzocht en liet schadevergoedingen uitkeren aan getroffen families. Ook de rol van de vrouw werd opgewaardeerd.

Hij trouwde met een IT-specialiste uit Fez, Salma Bennani, die niet uit de hogere Makhzen-elite afstamde en liet het islamitisch familierecht, de Moedawana, aanpassen om vrouwen meer rechten te geven.

De oude vertrouwelingen van Hassan II in de Makhzen verving hij op de sleutelposten door jeugdvrienden zoals Fouad Ali El Himna, die Binnenlandse Zaken onder zijn hoede kreeg.

Mounier Majidi werd zijn privé-secretaris die onder andere de koninklijke holding beheert. De miljardair Aziz Akhanouche, een zakenpartner, werd eerst minister van Financiën en later minister van landbouw en visserij.

Mohammed VI deed de opkomende 20 februari Beweging verstommen met de belofte van een ingrijpende democratisering en grondwetshervorming.

De belangrijkste hervormingen kwamen echter in 2011, toen Mohammed VI een Arabische Lente in eigen land wilde vermijden. De koning deed het straatprotest van de 20-februari-Beweging verstommen met de belofte van een ingrijpende democratisering en grondwetshervorming.

Hij stond een deel van zijn uitvoerende macht af aan de regering, en de eerste minister zou hij voortaan kiezen uit de partij die de verkiezingen won, al bleef die keuze zeer persoonlijk.

Van dat recht maakte hij dit jaar gebruik toen hij de charismatische leider van de gematigde islamistische Rechtvaardigheidspartij, Abdelilah Benkirane, opzij schoof en de volgzamere Saad El Othmani een regering liet vormen.

Tegen het opkomende islamisme blijft de monarch intussen een dam opwerpen en dat waarderen de Europese bondgenoten ten stelligste. Zo liet Mohammed VI zijn rechterhand Fouad Ali Al-Himna een seculiere partij oprichten met een tractor als symbool, de Parti de l’authenticité et modernité (PAM), die ijverig recruteerde in de rangen van de de islamitsche PJD.

Verder blijft Mohammed VI de bevelhebber van het leger, staat hij aan het hoofd van het gerechtelijke apparaat en neemt hij de belangrijkste beslissingen in Buitenlandse Zaken. En in de praktijk blijft zijn entourage van de Makhzen als schaduwregering de feitelijke macht behouden.

Onaantastbaarheid van de koning

In de grondwetsherziening kregen Marokkaanse burgers ook een aantal vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en van artistieke expressie, de inheemse talen werden aanvaard als officiële talen. De koning behoudt het statuut van bevelhebber van de gelovigen.

De koning wordt in de nieuwe grondwet weliswaar niet langer als heilig beschouwd, maar de integriteit van zijn persoon kan niet in vraag gesteld worden. Kritiek leveren op of oppositie voeren tegen de koning blijft bijgevolg strafbaar. Dat ervaart de historicus en professor aan de Universiteit Mohammed V van Rabat, Maati Monjib, vandaag de dag nog steeds.

Al jaren ijvert Monjib voor de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in Marokko en richtte met dat doel de Freedom Now-vereniging op. Volgens de historicus worden personen die kritiek leveren op de koning en zijn entourage, het leger of de geheime dienst gedwarsboomd door de veiligheidsdiensten.

Monjib overschrijdt daarbij een lijn, hij deinst er namelijk niet voor terug om de zelfverrijking van het koningshuis en zijn entourage aan de kaak te stellen. Hij noemt het zonder omwegen een plutocratie, een bestuursvorm waarin de rijksten van het land vooral hun eigen belangen dienen.

Mohammed VI, hoe gerespecteerd hij ook wordt door een grote meerderheid van de Marokkanen, is ook veruit de rijkste man in Marokko. Volgens Forbes bedroeg zijn vermogen in 2015 5,7 miljard dollar.

Mohammed VI, hoe gerespecteerd hij ook wordt door een grote meerderheid van de Marokkanen, is ook veruit de rijkste man in Marokko. Volgens Forbes bedroeg zijn vermogen in 2015 5,7 miljard dollar.

De Marokkaanse koning heeft 40 procent participatie in de Société Nationale d’Investissement, een holding die de grootste Marokkaanse bank Attijariwafa en het mijnbedrijf Managem Group controleert. Daarnaast heeft hij ook belangen in vastgoed, toerisme, supermarktketens, de grootste Marokkaanse brouwerij, de telecommunicatie en de distributie van automerken.

Zijn andere holding Siger controleert de aanzienlijke oppervlakte koninklijke landbouwgronden en bijhorende export van citrusvruchten. Wikileaks kon de hand leggen op Amerikaanse diplomatiek telegramverkeer uit 2010 dat de koninklijke holding ONA (nu SNI) ervan beschuldigt systematisch steekpenningen te eisen, onder meer bij vastgoedtransacties.

Een ander bericht maakt gewag van corrupte praktijken die nog meer geïnstitutionaliseerd werden onder het bewind van koning Mohammed VI. In de Corruption Perceptions Index 2016 van Transparency International krijgt Marokko een magere score.

Testcase voor de vrije meningsuiting

Zafzafi verweet de koning zich afzijdig te houden terwijl de Rif in vuur en vlam stond. De huidige woordvoerders van de Hirak willen rechtstreeks met de koning praten. Alle ministers die naar het Rifgebied werden gezonden, kwamen van een kale reis terug. De leden van de beweging wilden niet met hen onderhandelen.

Volgens Monjib beschouwt de Hirak de regering als een pseudo-democratische façade van het regime. Mohammed VI toonde al dat hij bereid is naar de eisen van de Hirak te luisteren.

Op 25 juni veegde hij zijn regering publiek de mantel uit, omdat er nog niets was uitgevoerd van het ontwikkelingsprogramma voor de stad Al Hoceima, dat gepland was tussen 2015 en 2019. Daarvoor was een budget voorzien van 600 miljoen euro. Hij verbood zijn ministers met vakantie te gaan en droeg hen op onmiddellijk aan de slag te gaan om het programma op te starten.

Luisteren naar het volk kan, maar onderhandelen met de leiders van het verzet is wellicht een te grote toegeving voor de bevelhebber van de gelovigen.

Arme Riffijnen kunnen immers meer dan elders in Marokko een beroep doen op geldtransfers van familieleden uit Europa.

Mohammed VI is zich bewust van de invloed die een volksbeweging met een massale achterban op Facebook en Youtube in Marokko en Europa heeft. Hij weet dat de situatie snel kan escaleren zoals in Tunesië en Egypte in 2011 en dat de eisen voor ziekenhuizen, infrastructuur en onderwijs van Zafzafi en de zijnen redelijk zijn.

De koning weet eveneens dat de schrijnende toestanden van het Rifgebied misschien nog schrijnender zijn in de armere gebieden in de Atlas en het diepe zuiden of voor de bidonvilles van Casablanca.

Arme Riffijnen kunnen immers meer dan elders in Marokko een beroep doen op geldtransfers van familieleden uit Europa, overigens een bijzonder welgekomen bron van buitenlandse deviezen voor de betalingsbalans van het land.

De Marokkaanse diaspora is goed voor 10 procent van de Marokkaanse bevolking en daarvan zijn een groot deel Riffijnen. Ze investeren in bouwprojecten en lokale handelszaken en leveren zo een belangrijke bijdrage aan de relatieve welstand in sommige steden. Ook met hen moet de koning rekening houden.

De belangrijkste eis van de Hirak blijft echter de vrijlating van Zafzafi en de 176 andere activisten van de beweging. Het proces Zafzafi is daarom een testcase voor de vrije meningsuiting in een land dat met vallen en opstaan zijn weg naar de democratie zoekt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift