Historisch akkoord over Iraans nucleair programma

14 juli 2015 is de dag dat Iran opnieuw lid werd van de internationale gemeenschap. Luc Barbé schetst kort de inzet van de onderhandelingen en de inhoud van het akkoord en staat stil bij de gevolgen voor Israël en de Belgische politiek.

  • Nanking2012 (CC by-sa 3.0) De IR40 kernreactor in Arak, Iran. Nanking2012 (CC by-sa 3.0)
  • Antônio Milena (CC by 3.0) Een Indische Agni II ballistische raket tijdens een parade in New Dehli, in 2004. Antônio Milena (CC by 3.0)
  • The ministers of foreign affairs of France, Germany, the European Union, Iran, the United Kingdom and the United States as well as Chinese and Russian diplomats announcing the framework of a Comprehensive agreement on the Iranian nuclear programme (Lausanne, 2 April 2015)
  • Het terrein van het nucleair onderzoekscentrum in Bagdad, voor Israël het bombardeerde in 1981

Jarenlang dacht ik dat Israël Iraanse nucleaire installaties zou bombarderen. Dat risico bestond ook effectief en we zullen hopelijk ooit weten als de archieven open zijn, hoe dicht we bij dat scenario stonden. Dat scenario zou het Midden-Oosten helemaal in vuur en vlam gezet hebben en de al dramatische situatie van vandaag nog verergerd hebben. Die dreiging is wel nog niet volledig verdwenen, maar het risico is vandaag wel heel klein geworden.

Het akkoord over het Iraanse nucleaire programma tussen de vijf vaste leden van de Veiligheidsraad, Duitsland en Iran is ronduit historisch. Ik weet wel dat “historisch” ondertussen een beladen woord is, maar in dit geval lijkt me het op zijn plaats. Het akkoord maakt een einde aan 12 jaar onderhandelen en verlost de internationale gemeenschap van een verschrikkelijk moeilijk dossier.

Bovendien bewijst dit akkoord het nut van internationale diplomatie. Terwijl de militaire aanpak in Irak en Syrië niets oploste, maar integendeel de zaken nog verergerde, boekt de diplomatieke aanpak hier een reusachtig succes. In dit artikel schets ik kort de inzet van de onderhandelingen en de inhoud van het akkoord. Ik sta ook stil bij de gevolgen voor Israël en de Belgische politiek.

De ontdekking

Even terug in de tijd. In 2002 wordt het geheim Iraanse nucleaire programma ontdekt. Alles wijst op een militair programma, een programma met als finaliteit een eigen atoombom. Iran wordt ervan verdacht achter een civiel nucleair programma, dat het groen licht van het Internationaal Atoomenergieagentschap had, een militair programma te verbergen.

Net zoals andere landen vroeger al gedaan hadden: India, Pakistan, Noord-Korea, Israël, Irak en Libië bv. Al die landen bedrogen jarenlang de internationale gemeenschap door hun nucleair programma voor te stellen als een programma met alleen maar civiele doeleinden. In werkelijkheid was de belangrijkste finaliteit telkens militair.

Antônio Milena (CC by 3.0)
Een Indische Agni II ballistische raket tijdens een parade in New Dehli, in 2004.
Antônio Milena (CC by 3.0)

Nucleaire technologie zoals verrijking van uranium is per definite ambigu.

Nucleaire technologie zoals verrijking van uranium is per definite ambigu. Je kan de technologie zowel gebruiken voor civiele als militaire doeleinden. In het Iraanse dossier bleek in 2002 dat het nucleair programma ook een militaire finaliteit had. Teheran ontkende natuurlijk de beschuldigingen. Iran benadrukte dat het net als alle ondertekenaars van het Non Proflieratieverdrag perfect het recht had om uranium te verrijken.

Maar het IAEA en tal van landen geloofden de toelichting van Teheran niet. Voor een civiel nucleair programma hoef je niet zelf uranium te verrijken. Je kan verrijkt uranium kopen op de wereldmarkt. Die weg is sneller en makkelijker. Iran had en heeft trouwens niet voldoende kernreactoren om het verrrijkt uranium dat het gaat produceren te gebruiken.

Het terrein van het nucleair onderzoekscentrum in Bagdad, voor Israël het bombardeerde in 1981

Er waren tal van andere aanwijzingen in het nucleair programma dat er een militaire finaliteit was. Israël sprak al snel dreigende taal. Desnoods zou het militair ingrijpen. Zoals het deed in Irak in 1981, toen het de Osirakreactor van Saddam Hoessein bombardeerde. Zoals toen het in 2007 een nucleaire installatie in Syrië bombardeerde.

Maar de Iraanse nucleaire installaties platgooien was volgens vele militaire experts technisch heel moeilijk. Bovendien zou een dergelijke operatie het nucleair programma van Iran wel vertragen, maar niet stoppen. Het zou de Iraanse hardliners versterken in hun opinie: ‘Hadden we zoals Pakistan, India en Noord-Korea de bom gehad, dan zou Israël dit niet gedurfd hebben.’

Israëlische bombardementen op Iran zouden tot een steekvlam in het al zo instabiele Midden-Oosten geleid hebben.

Israëlische bombardementen op Iran zouden tot een steekvlam in het al zo instabiele Midden-Oosten geleid hebben. Israël bombardeerde niet. Onder druk van de Verenigde Staten? Omdat Israël inzag dat er meer nadelen dan voordelen waren? Dat is onduidelijk. Het is wachten op de toegang tot archieven of de biografie van belangrijke politicus om daar antwoord op te kunnen geven.

Israël bleef echter niet stil zitten. Het oefende zeer grote druk uit op de Verenigde Staten om geen akkoord te sluiten met Iran. Maar zonder resultaat. Het akkoord kwam er. Israëlisch politici spraken onmiddellijk van een historische vergissing. De internationale pers bleef daar weinig bij stilstaan, wat het voor Israël nog pijnlijker maakte. 

Onderhandelingen

De onderhandelingen tussen de vijf vaste leden van de Veiligheidsraad, de EU, Duitsland en Iran zijn al jaren aan de gang. De zes wilden absolute garanties dat het Iraans nucleair programma niet zou kunnen leiden tot een kernwapen. Maar dat is bijzonder moeilijk te garanderen. Iran heeft volgens het internationaal recht nu eenmaal het recht om uranium te verrijken. Landen zoals Zuid-Afrika en Brazilië doen het ook, met een civiele finaliteit (al hadden ze jaren terug allebei een militair nucleair programma).

De ministers van buitenlandse zaken van Frankrijk, Duitsland, de Europese Unie, Iran, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en Chinese en Russische diplomaten tijdens de aankondiging in april 2015 van het framework dat tot de overeenkomst van vandaag heeft geleid.

Hoe garandeer je dat Iran op een bepaald moment zijn verrijkingscapaciteit niet inzet voor militaire doeleinden? Hoe garandeer je dat hun nucleair onderzoek een puur civiele dimensie heeft? De onderhandelingen daarover sleepten heel lang aan en waren heel complex. Ze hebben uiteindelijk geleid tot een lijvig en bijzonder technisch document. Dat bevat ook belangrijke passages over de controle van het akkoord door het IAEA. De “waakhond van de nucleaire proliferatie” krijgt meer toegang tot nucleaire installaties dan ooit, iets wat altijd heel gevoelig lag in Iran.

Het akkoord voorziet dat in geval van niet naleven van het akkoord sancties heel snel kunnen heringevoerd worden.

Maar daar heeft Iran dus grote toegevingen moeten doen. Het akkoord geeft dus interessante perspectieven voor alle partners rond de tafel. Iran kan als ondertekenaar van het non-proliferatieverdrag een civiel nucleair programma ontwikkelen, kan reserves van tientallen miljarden dollars deblokkeren en heeft eindelijk uitzicht op het verdwijnen van de wurgende economische sancties. De andere onderhandelaars krijgen garanties dat er geen militare finaliteit is en dat een groot risicodossier van de agenda verdwijnt.

Biedt dit akkoord absolute garanties? Zal Iran toch niet proberen te bedriegen? Ik denk dat Iran dat niet zal proberen. Want het akkoord voorziet dat in geval van niet naleven van het akkoord sancties heel snel kunnen heringevoerd worden. Bovendien beseft Iran heel goed dat tal van veiligheidsdiensten hun activiteiten zeer goed volgen. Via mensen ter plekke, spionagesoftware etc. Iran heeft niet de technologische expertise om daaraan te ontsnappen. Als Iran toch weer de militaire nucleaire toer zou opgaan, zouden de Verenigde Staten en Israël dat zeer snel weten en dat zou voor Iran verschriikkelijke gevolgen hebben. Er zouden zware economische sancties volgen en Iran zou opnieuw een internationale paria worden.

Een nieuwe regionale macht

Ik denk dat Iran dit akkoord zal gebruiken om haar echte droom te realiseren. Iran wil al jaren een volwaardig lid worden van de internationale gemeenschap en een regionale macht. Iran is een land van 80 miljoen inwoners met een gigantische frustratie dat het zijn plek in de wereld niet krijgt.

Iran wil wegen in de regio. Dat is maar mogelijk mits het oplossen van het nucleaire dossier. Daar is nu de belangrijkste stap voor gezet. Iran kan een positieve rol spelen in andere moeilijke dossiers in de regio, van Syrië over Irak tot in Afghanisten. Gaat het dat doen? Dat zou volgens mij best kunnen. Het kan ook deel uitmaken van een soort impliciete deal met de Verenigde Staten: Iran als bondgenoot van de Verenigde Staten in die dossiers in ruil voor een volwaardige plek op internationaal vlak.

Als straks economische sancties vervallen, krijgt Iran zicht op een stevige economische ontwikkeling, op handel en investeringen, op contacten met andere landen. Iran bulkt van aardolie en aardgas en als de opbrengsten ervan slim worden aangewend, kan dat op korte termijn de economie herlanceren. Moeten we daar bang van zijn? Ik denk van niet, integendeel.

Het decennialang isoleren van Iran heeft niets opgeleverd.

Het decennialang isoleren van Iran heeft niets opgeleverd. De mensenrechten zijn er niet door verbeterd en het regime van de ayatollah’s is er niet door verzwakt. Laten we Iran opnemen in de wereldgemeenschap en tegelijkertijd heel kritisch blijven over mensensrechten.

Gaan Westerse investeringen in Iran de democratie in Iran versterken? Misschien wel, misschien niet. Dat lijkt me onmogelijk te voorspellen. Maar het beleid van de laatste 30 jaar heeft dus niets opgeleverd. Laat het ons dus over een volledig andere boeg gooien. Gooi deuren en ramen open, sluit samenwerkingsakkoorden met Iran af en later zullen we zien hoe de zaken evolueren.

Iran zal zelf zijn toekomst bepalen. Niet wij, noch de Amerikanen of Russen of wie dan ook. Als straks de eerste handelsmissie van de Vlaamse regering in Teheran opduikt, zal ik dus applaudiseren. En hopen dat onze ministers de mensenrechten ter sprake brengen en er voorstellen om een uitwisselingsprogramma tussen universiteten op te starten. Dat zullen heel moeilijke onderhandelingen zijn die maanden en misschien jaren duren. Maar het lijkt me meer dan de moeite.

Via internationale contacten en diplomatie geraken we op het vlak van democratie en mensenrechten verder dan via militaire confrontatie. Dat hebben we vandaag nog maar eens vastgesteld.

De Verenigde Staten en Israël

President Obama heeft hier een fantastische zaak gedaan. Hij heeft een akkoord bereikt in een van de moeilijkste dossiers van de laatste tien jaar, en dat zonder belangrijke toegevingen te doen. In theorie kan het Congres het akkoord nog blokkeren, maar de kans daartoe lijkt heel klein.

Diplomatie heeft tijd nodig, maar in dit dossier werd alvast bewezen dat het resultaten aflevert. 

Obama heeft ook een belangrijk signaal gegeven aan Israël: ‘We zijn en blijven bondgenoten, we zijn en blijven jullie beschermers. Maar jullie bepalen ons beleid niet. Jullie hebben de verkeerde strategie gevolgd in dit dossier. Hier kiezen we voor diplomatie, niet voor de militaire aanpak. Punt uit.’

Als de volgende maanden en jaren nu echt blijkt dat deze aanpak werkt, kan dit ook perspectieven geven in andere dossiers in het Midden-Oosten. Diplomatie heeft tijd nodig, maar in dit dossier werd alvast bewezen dat het resultaten aflevert. Wat niet kan gezegd worden van de militaire aanpak in Irak, Syrië of Gaza.

De Israëlische kernwapens

In mijn omgeving stellen nu sommigen dat Israël onder zware druk zal komen en er ook daar iets zal bewegen. Het is het enige land in het Midden-Oosten met een militair kernwapenprogramma en kernwapens. Ik denk dat dit nog heel lang het geval zal zijn. Over de Israëlische kernwapens is er al decennia een deal met de bondgenoten (de Verenigde Staten, maar ook bv. België).

Het bestaan van de kernwapens wordt noch bevestigd noch ontkend, maar iedereen weet dat Israël een kernwapenmacht is en geen enkele bondgenoot contesteert dat. De kernwapens worden als een soort absolute levensverzekering van het land gezien. Ik zie geen enkele bondgenoot van Israël van die lijn afwijken.

Wat niet wil zeggen dat we niet verder moeten blijven ijveren voor een Midden-Oosten zonder kernwapens. Dat spreekt voor zich. Laten we maar mikken op een eerste belangrijke stap die maar niet gezet wordt, namelijk het organiseren van een grote internationale conferentie over een Midden-Oosten zonder massavernietigingswapens. 

De Golfstaten

Saoedi-Arabië en de Golfstaten zitten nu met heel gemengde gevoelens. Enerzijds is een risico op een Iraans kernwapen heel veel kleiner geworden en is voor hen dus een grote bedreiging afgewend. Maar anderzijds kan Iran nu stap voor stap opnieuw volwaardig lid worden van de internationale gemeenschap en een regionale macht worden, wat voor hen ook bedreigend is.

Alle betrokken landen zien tot wat oorlog in Irak en Syrië leidt en zien tot welke resultaten diplomatie en overleg kan leiden.

Dat kan tot nieuwe spanningen leiden. Hoe intens die zullen zijn en hoe daar mee omgegaan zal worden, lijkt me heel moeilijk te voorspellen. Alle betrokken landen zien tot wat oorlog in Irak en Syrië leidt en zien tot welke resultaten diplomatie en overleg kan leiden.

Maar de relaties tussen deze landen zijn zeer slecht en de politieke en economische inzet heel hoog. Dus misschien moeten de vijf vaste leden van de Veiligheidsraad en Duitsland nu maar op hun dynamiek doorgaan en de volgende stap zetten: Iran, Saoedi-Arabië en de Golfstaten uitnodigen om een regionaal akkoord te onderhandelen.

Naïef? Tien jaar geleden leek een breed gedragen internationaal akkoord over het Iraanse nucleaire programma ook ver af. Vandaag is het er. Laten we niet wachten tot de spanning in de regio stijgt en dus anticiperen. 

Kleine Brogel

De jarenlange onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma hebben natuurlijk iets cynisch. Vijf van de zes landen aan de onderhandelingstafel – de vijf vaste leden van de Veiligheidsraad – hebben zelf kernwapens. Ze hebben ooit beloofd hun nucleair arsenaal af te bouwen tot nul, maar doen dat niet. Integendeel, alle vijf moderniseren hun arsenaal.

De Verenigde Staten hebben zelfs kernwapens op het grondgebied van vijf andere landen geplaatst, onder ander bij ons hier in België. Tegelijkertijd kijken de vijf grootmachten er op toe dat niemand anders in de werld kernwapens ontwikkelt, want dat zou een bedreiging van de bestaande evenwichten zijn.

De volgende stap na het Iraans akkoord is dus het herlanceren van een mondiaal debat over kernwapens. Dat zijn net als chemische en biologische wapens massavernietingswapens die door een internationaal verdrag zouden verboden moeten worden.

Zoals de Braziliaanse diplomaat Sergio Duarte ooit zei: ‘One cannot worship at the altar of nuclear weapons and raise heresy charges against those who want to join the sect.’

Is zo een internationaal verdrag utopisch? Neen. Er wordt hard aan gewerkt. In december 2014 was er een internationale conferentie in Wenen met afgevaardigden van 158 landen. Tientallen landen steunden er het afsluiten van een internationaal verdrag om kernwapens te verbieden.

De dynamiek is er dus en lijkt me niet te stoppen. Ik denk dat nog dit decennium zo een verdrag zal afgesloten worden. Het zal snel getekend worden door vele tientallen landen. Dat zal zware druk zetten op de vijf vaste leden van de Veiligheidsraad om hun kernarsenaal af te bouwen.

Enerzijds willen België en Vlaanderen zich profileren als land respectievelijk regio van vrede & voorspoed. Anderzijds blijft de federale regering volop gaan voor kernwapens. 

Voor ons land wordt het dan heel boeiend. België steunt de nucleaire doctrine van de Navo volop. Ook de huidige federale regering maakt geen probleem van de kernwapens op Kleine Brogel. Gaat ons land zich scharen achter de vele tientallen landen die een internationaal verbod op kernwapens willen en dus beslissen dat de kernwapens op Kleine Brogel weg moeten of niet? Zeker nu we volop in de herdenking van de Eerste Wereldoorlog zitten, krijgt het debat een hypocriet kantje.

Enerzijds willen België en Vlaanderen zich profileren als land respectievelijk regio van vrede & voorspoed. Anderzijds blijft de federale regering volop gaan voor kernwapens. Enerzijds herdenken we met sereniteit en emotie de duizenden slachtoffers van de massavernietingswapens in de Eerste Wereldoorlog – de chemische wapens -, anderzijds hebben we op eigen bodem hoogtechnologische massavernietigingswapens.

Die tweespalt zal de volgende jaren alleen maar groter worden en de druk op ons land en haar politieke klasse verhogen om zich eindelijk te scharen aan de kant van de diplomaten in plaats van langs de kant van de militairen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2824   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Energie-expert, consultant & trainer

    Luc Barbé is zelfstandig consultant & trainer. Hij is energie-expert en schreef een boek over de betrokkenheid van ons land bij de ontwikkeling van kernwapens (“België en de bom”).