‘Als de zorgplichtwet sterk genoeg zou zijn, waarom moet Europa dan nog extra regelgeving opstellen?’

Kunnen wetten en handelsakkoorden echt een eerlijker, duurzamer wereld creëren?

ILO (CC BY-NC-ND 2.0)

Europees beleidsmakers proberen al jaar en dag eerlijke arbeidsomstandigheden af te dwingen via handelsakkoorden en wetten. ‘Een nuttig wapen’, vinden experts, maar ook met ‘weinig tot geen impact’.

Europa wil eerlijke handel nastreven met de nieuwe zorgplichtwet en een verbod op dwangarbeid. Ook via handelsakkoorden legt de Europese Unie sociale voorwaarden op aan handelspartners. Zo legde de EU de voorbije weken opnieuw het omstreden Mercosur-akkoord op tafel. Maar wat leveren die wetten en akkoorden in de praktijk op voor mens en milieu?

Zeven jonge mensenrechtenactivisten laten hun tanden zien. Bijten doen ze niet, gapen wel. ‘Wij zijn het moe dat er te vaak hetzelfde gezegd wordt en dat er te weinig verandert’, leest hun rapport Un-doing EU trade agreements to re-build a fairer puzzle. ‘Luister nu eens en doe er iets aan!’ Daarmee eisen ze aandacht voor de vrijhandelsakkoorden, de overeenkomsten die de toegang tot de Europese markt voor niet-Europese landen moeten vrijwaren.

Eerder dit jaar luisterden de jonge mensenrechtenactivisten, die zich de Young Fair Trade Advocates noemen, naar online gesprekken met 12 activisten en onderzoekers uit 10 landen in het Globale Zuiden, van een inheemse leider uit het noorden van Chili tot het hoofd van een bananencoöperatie in de Dominicaanse Republiek. De Young Fair Trade Advocates onderzoeken hoe effectief vrijhandelsakkoorden zijn. Ze worden daarbij ondersteund door de ngo Fairtrade Advocacy Office.

Fairtrade Belgium

Jongeren van Young Fair Trade Activists vragen aandacht voor oneerlijke vrijhandelsakkoorden: ‘Wij zijn het moe dat er te weinig verandert.’

Volgens de Dominicaanse Marike De Peña, die een bananencoöperatie oprichtte en opkomt voor de rechten van kleine boeren, sluit Europa al te vaak handelsakkoorden af die Europese bedrijven ten goede komen in plaats van producenten in het Globale Zuiden. Ze vertelt hoe boeren in de Dominicaanse Republiek gedwongen worden om onder de prijs te werken.

Luis Jimenez Caceres, woordvoerder voor de Chileense Atacama-gemeenschap, stipte tijdens het gesprek over milieu en duurzaamheid het gangbare narratief van ‘groei, groei en nog meer groei’ aan, met sociale en ecologische bijwerkingen als ‘collatoral damage’, nevenschade.

De handelsakkoorden hebben ongetwijfeld veel voordelen, zoals jobcreatie en buitenlandse investeringen, schrijven de Young Fair Trade Advocates. Maar ze hebben ook neveneffecten: overexploitatie van natuurlijke grondstoffen, milieuschade, sociaal conflict, afhankelijkheid van bepaalde sectoren en inkomensongelijkheid.

‘Landen die de akkoorden afsluiten,’ concluderen de Young Fair Trade Advocates, ‘hebben te weinig slagkracht om milieu- en mensenrechten te kunnen vrijwaren.’

Weinig tot geen impact

Europees beleidsmakers zetten nochtans al jaar en dag in op eerlijke arbeidsomstandigheden. Sinds de jaren 90 zijn die een van de voorwaarden waarop onderhandelaars hameren wanneer vrijhandelsakkoorden opgesteld worden. Aan zulke akkoorden kunnen strenge voorwaarden verbonden zijn, die vaak gaan over arbeidsrechten en andere sociale maatregelen.

In de jaren ‘90 waren zulke voorwaarden nog beperkt. Maar vanaf halverwege de jaren 2000 bevatten steeds meer vrijhandelsakkoorden hoofdstukken over ‘trade and sustainable development’, handel en duurzame ontwikkeling. Daarin werden conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) opgenomen.

Wereldwijd zijn er in totaal 293 vrijhandelsakkoorden afgesloten, zo blijkt uit cijfers van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI). In 85 daarvan is sprake van sociale voorwaarden om handel te drijven.

De Europese Unie heeft momenteel 41 vrijhandelsakkoorden lopen, met in totaal 71 landen. De meeste daarvan bevatten hoofdstukken over duurzame ontwikkeling. ‘Momenteel zijn dat de enige hoofdstukken die niet afdwingbaar zijn’, duidt Jan Orbie, professor EU-studies aan de Universiteit Gent. ‘Hoofdstukken over competitie, investeringen, eigendomsrechten en andere meer commerciële thema’s zijn dat wel.’

Al ziet de prof wel een kentering. ‘De EU heeft het voornemen om die hoofdstukken in de toekomst wél afdwingbaar te maken. Dat vermeldde ze voor het eerst in 2018, in een publicatie waarin ze stelde “assertiever” te willen zijn. Het is ook aangekondigd in hun handelsstrategie in 2021 en in een persbriefing in 2022. Die afdwingbaarheid wordt dus een stuk concreter, maar de vraag blijft hoe het zal lukken om toekomstige handelspartners daarvan te overtuigen.’

ILO (CC BY-NC-ND 2.0)

De IAO-commissie dwangarbeid keurde in 2014 een nieuw protocol tegen dwangarbeid goed. Maar, zegt onderzoeker Martin Myant: ‘Er is geen enkel bewijs dat sociale maatregelen een positief effect hebben.’

‘Nuttig wapen’

Orbie brengt me in contact met Martin Myant, professor emeritus aan de University of the West of Scotland en onderzoeker aan het ETUI. In 2015 vroeg de dienst Werknemers van de IAO, het Bureau for Workers’ Activities, een studie aan bij ETUI om te kijken of sociale maatregelen in handelsakkoorden werkelijk impact hebben.

In zijn eerste uitgebreide rapport als antwoord op die onderzoeksvraag, uit 2017, is Myant scherp: ‘De Europese Unie legt arbeidsbepalingen op, maar dwingt die niet af: enkel het toenmalige Birma in 1997 en Belarus in 2007 werden sancties opgelegd voor dwangarbeid en gebrek aan vakbondsvrijheid. Er is geen enkel bewijs dat sociale maatregelen een positief effect hebben.’

In een kortere beleidsnota uit 2022 herhaalt hij dat het ‘gebruikelijke verdict is dat ze weinig of geen impact hebben op arbeidsrechten of arbeidsomstandigheden’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Myant en Orbie zijn kritisch over de potentie van IAO-conventies. ‘De economische grootmachten beslisten eind jaren ‘90 dat ze arbeidskwesties niet aan de Wereldhandelsorganisatie wilden overlaten en schoven dat thema daarop door naar de IAO. Maar die organisatie heeft geen mandaat over handelsakkoorden’, vertelt Orbie.

Collega-onderzoeker Myant stelt dat de IAO in handelsakkoorden een ‘opportuniteit zag om van betekenis te zijn’. Maar de impact van haar betrokkenheid heeft de organisatie schromelijk overschat, vindt hij.

Vóór de studies door het ETUI liet de IAO zich een pak positiever uit over de daadkracht van sociale maatregelen. In een rapport uit 2016 analyseerde het het aantal arbeidsbepalingen in de handelsakkoorden (bijvoorbeeld verwijzingen naar werknemersrechten) en het aantal vrouwen dat aan het werk was. ‘Tussen die twee is geen oorzakelijk verband, maar toch hebben ze dat zo vermeld’, vertelt Myant. ‘In de wandelgangen ving ik op dat de onderzoekers wanhopig waren om toch één positieve noot toe te voegen.’

‘Vrijhandelsakkoorden hebben meer impact vóór ze van kracht zijn. Want landen willen hervormingen doorvoeren om toegang tot onze markt te krijgen.’

Toch noemt Myant vrijhandelsakkoorden een ‘nuttig wapen’. Omdat lokale vakbonden en daaraan gelinkte politici er beroep op kunnen doen om hun agenda door te drukken. ‘De voorwaarden in de vrijhandelsakkoorden lijken bijzonder streng’, stelt Myant. ‘Dat helpt vakbonden om hervormingen op het vlak van arbeid op het voorplan te plaatsen en ze ook effectief door te voeren.’

Tanden, zoals de Young Fair Trade Advocates op hun foto’s, hebben de meeste vrijhandelsakkoorden niet. ‘Maar in het onderhandelingsproces tonen ze wel hun waarde. Ik zou durven te stellen dat vrijhandelsakkoorden meer impact hebben vóór ze van kracht zijn dan daarna. Landen willen toegang tot onze markt en zullen hervormingen doorvoeren om die toegang te krijgen.’

‘Vietnam werd beschuldigd van dwangarbeid,’ geeft hij als voorbeeld, ‘en heeft daar maatregelen tegen genomen om toe te kunnen treden tot het vrijhandelsakkoord.’ Het ratificeerde in 2020 IAO-conventie 105 voor de afschaffing van dwangarbeid. In diezelfde periode trad het EU-Vietnam-vrijhandelsakkoord in werking.

Uit schrik voor banenverlies

In zijn rapporten herleidt Martin Myant het invoeren van arbeidsbepalingen in Europese vrijhandelsakkoorden tot Amerikaans handelsbeleid. De Verenigde Staten voegden als eerste arbeidbepalingen toe aan handelsakkoorden, in de jaren ‘90. Hoewel dat land zelf niet alle IAO-conventies geratificeerd heeft, vraagt het nu zijn handelspartners dus om dat wel te doen.

Dat doen de VS niet uit goedhartigheid. ‘De arbeidsbepalingen in vrijhandelsakkoorden zijn een uitvinding van vakbonden in de VS, uit schrik dat overzeese handel Amerikaanse banen zou doen verdwijnen’, stelt Myant. ‘Zo geïnteresseerd waren ze niet in goede arbeidsomstandigheden elders in de wereld.’

Ook duurzaamheidsconsultant Famke Schaap onderstreept hoe belangrijk eigenbelang is in handelsakkoorden, ondanks het duurzame hoofdstuk dat erin opgenomen wordt. Schaap heeft een eigen adviesbureau, Hyacint, en houdt hiervoor contact met het HIVA Onderzoekscentrum voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven.

‘Landen hebben het gehad met de manier waarop ze behandeld worden.’

‘Ontwikkelingslanden lijden onder de “resource curse” of grondstoffenvloek’, verduidelijkt Schaap.’ Ze hebben grondstoffen te over, die aan lage tarieven op de Europese markt komen. Maar voor eindproducten hanteert Europa veel hogere handelstarieven. Europa heeft er belang bij om de verwerking van grondstoffen in Europa te houden. Dat dringt door tot in de handelsakkoorden.’

Al ziet Schaap ook wel een kentering. ‘Landen hebben het gehad met de manier waarop ze behandeld worden. Het is een tendens: Indonesië beperkt bijvoorbeeld de uitvoer van nikkel en ruwe kobalt, grondstoffen die we nodig hebben voor de energietransitie.’

‘Het is tijd om te erkennen dat Europa enorm afhankelijk is van handel en van de manier waarop toeleveringsketens wereldwijd verweven zijn’, vervolgt ze. ‘Europa heeft altijd gezegd dat landen moeten hervormen voor ze de Europese markt mochten betreden. Nu lijkt dat langzaam ook andersom te gebeuren.’

De nieuwe zorgplichtwet

Intussen stelt Europa steeds hogere eisen op het vlak van duurzaamheid. Zo keurde het Europees Parlement op 1 juni de zorgplichtwet goed, die bedrijven aansprakelijk moet stellen voor misstanden in hun productieketens.

Schaap: ‘De tendens is duidelijk: bedrijven worden verantwoordelijk gesteld voor duurzaam en verantwoord ondernemen in wereldwijde ketens. Dat is nieuw. Voordien waren het vooral overheden die verplichtingen aangingen, via bijvoorbeeld het Klimaatakkoord van Parijs of handelsakkoorden.’

‘Bedrijven worden verantwoordelijk gesteld voor duurzaam en verantwoord ondernemen in wereldwijde ketens. Dat is nieuw.’

‘Bedrijven hebben jarenlang geprofiteerd van de open markten. Dat zullen ze nog steeds kunnen doen, maar ze zullen nu zelf hun toeleveranciers moeten controleren op ecologische en sociale risico’s.’

Schaap klinkt hoopvol over de directe impact van deze hervormingen. Ze noemt de zorgplicht ‘scherper dan het duurzame-ontwikkelingshoofdstuk in handelsakkoorden’. Er komt ook meer controle, verwacht ze ook. ‘Dat Europa een Chief Trade Enforcement Officer aangesteld heeft, is een teken aan de wand. Die zal van dichterbij opvolgen of bedrijven en hun toeleveranciers zich aan de regels houden.’

ILO (CC BY-NC-ND 2.0)

Achter hogere duurzaamheidsstandaarden zit vaak ook een geopolitieke agenda. Ze kunnen Europese bedrijven helpen afschermen van de Chinese concurrentie.

Maar Schaap is een pak somberder wanneer het gaat over de indirecte impact van de zorgplichtwet. ‘We lopen het risico om enkel met bevriende naties in zee te gaan, landen die er een gelijkaardige visie op de relatie tussen handel en ontwikkeling op nahouden. Dan creëren we een soort groep van landen die met elkaar zaken doen op basis van hogere duurzaamheidsstandaarden.’

‘Andere landen, vaak ontwikkelingslanden met een hoger risicoprofiel op het vlak van arbeidsrechten of milieuschendingen, dreigen uit de boot te vallen.’

Daarvoor vreest ook Boris Verbrugge, onderzoeker naar duurzame ontwikkeling bij het HIVA. ‘Machtigere actoren zijn beter in staat om te beantwoorden aan duurzaamheidseisen dan zwakkere actoren zoals kleine producenten in productielanden. Zo leidt de zorgplichtwetgeving mogelijk tot het versterken van ongelijkheden in toeleveringsketens.’

Dwangarbeid als geopolitieke troefkaart

Sinds september 2022 ligt op de Europese tafel ook een nieuw wetsvoorstel over dwangarbeid. Net als de handelsakkoorden is ook die Forced Labour Product Ban in het leven geroepen naar Amerikaans voorbeeld.

‘Het wetsvoorstel was gebaseerd op de US Tariff Act, waarbij producten vastgehouden kunnen worden aan de grens tot bewezen is dat ze niet met dwangarbeid vervaardigd zijn’, licht Europarlementslid Sara Matthieu (Groen) toe.

Europa stelt daarentegen een ban met terugwerkende kracht voor. ‘Producten kunnen daarbij van de markt gehaald worden als er een sterk vermoeden is van dwangarbeid maar worden niet proactief aan de grens tegengehouden.’ Voor Matthieu is de ban op producten van dwangarbeid ‘hard nodig boven op de zorgplichtwet’, maar had het wetvoorstel ‘niet zoveel tanden als ik zou willen’.

‘Als de Europese zorgplichtwet werkelijk sterk genoeg zou zijn, waarom zou Europa dan nog extra regelgeving moeten opstellen?’

Schaap benadrukt de politieke agenda achter deze ban door te stellen dat de US Tariff Act er is gekomen door het protest tegen dwangarbeid op de katoenvelden in China (zie ook dit artikel, red.). Ook Europa wil de afhankelijkheid van China afbouwen, zo bevestigt Flanders Investment and Trade.

Hogere duurzaamheidsstandaarden bieden mogelijk enige bescherming om Europese bedrijven af te schermen van de Chinese concurrentie. Op die manier maakt China geen deel uit van het selecte clubje van bevriende naties. Zulke keuzes kaderen in de geopolitieke spanningen tussen de VS en China, waarbij Europa steeds de kant van de VS kiest.

Professor Jan Orbie ziet in de ban ook een schuldbekentenis van Europa. ‘Als de zorgplichtwet werkelijk sterk genoeg zou zijn, zou dwangarbeid hoe dan ook uit den boze zijn,’ stelt hij. ‘Dus waarom daarover extra regelgeving opstellen? Het is alsof Europa zelf toegeeft dat hun kijk op zorgplicht niet sterk genoeg is.’

Hetzelfde kan gezegd worden over de arbeidsbepalingen in internationale handelsakkoorden. Als die sterk genoeg zouden zijn, hadden we misschien geen zorgplicht nodig.

Onverantwoorde bedrijven aanklagen

Of de zorgplichtwetgeving zelf genoeg haar op de tanden heeft, is ook nog maar de vraag. ‘Enkel grote bedrijven, minder dan één procent van alle bedrijven in Europa, zouden moeten voldoen aan de strengere bepalingen’, duidt Orbie.

‘Slachtoffers hebben bovendien moeilijk toegang tot het Europese rechtssysteem en kunnen dus geen rechtszaken opstarten tegen bedrijven.’ Ruim de helft van de Belgen (61%) blijkt nochtans voorstander van een wetgeving waarmee slachtoffers van de klimaatverandering gemakkelijker bedrijven kunnen aanklagen die grote hoeveelheden broeikasgassen uitstoten. Dat bleek uit een bevraging van ngo’s 11.11.11 en Friends of the Earth.

Orbie heeft het stilaan wat gehad met de manier waarop Europa vaak voorgesteld wordt als oplossing in plaats van als probleem. ‘Het klopt dat de EU beleid voert op veel vlakken. Maar tegelijk is Europa de grootste voorstander van vrijhandel, nog meer dan de VS zelfs.’

‘De huidige handelsmodellen werken enkel maar een neerwaartse spiraal in de hand.’

‘Het aantal vrijhandelsakkoorden is de afgelopen jaren exponentieel gestegen’, vervolgt hij. ‘Dat ene hoofdstuk over duurzame ontwikkeling is ook maar één hoofdstuk, al zal het in de toekomst wel afdwingbaar zijn. Maar het is alsof Europa schendingen van de arbeidsrechten wil oplossen met de ene hand, terwijl het met de andere hand een van de grootste katalysatoren was en is van de neoliberale mondialisering. Met alle gevolgen van dien.’

Voor de Young Fair Trade Advocates is het duidelijk. ‘De vrijhandelsakkoorden van de EU zijn oneerlijk en niet duurzaam’, beargumenteren ze in hoofdletters in hun rapport. ‘De huidige handelsmodellen werken enkel maar een neerwaartse spiraal in de hand.’

‘Ondanks pogingen om hoofdstukken over duurzaamheid in akkoorden op te nemen, slagen deze er niet of amper in om gemeenschappen in het Globale Zuiden op een waardige manier te betrekken. In plaats van een levenslijn voor arbeidsrechten worden ze gezien als een stap terug.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2886   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Eindredacteur en freelance journalist

    Sarah Vandoorne is freelance journaliste, hispanologe, Latijns-Amerika-aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalese.