Hongarije wurgt eigen middenveld

De Hongaarse regering wil het middenveld kortwieken, zeggen de voorzitters van twee Hongaarse ngo’s. Daarmee gaat Hongarije in tegen de idee dat milieu- en mensenrechtenorganisaties, anti-corruptie watchdogs en vergelijkbare verenigingen de democratie versterken. Welkom in de EU anno 2016.

  • Reuters Zou Orbán werkelijk trachten – zoals president Poetin van Rusland – om kritische ngo’s op een autocratische manier onder de duim te krijgen? Reuters
  • Bron Youtube Tijdens de inval nemen de agenten vooral documenten in beslag met betrekking tot de aanvragen van 13 ngo’s die op een zwarte lijst van Orbáns ministerie staan. Bron Youtube
  • Bron Youtube Het lijkt wel een fantastisch Vikingsaga waarin de Noren een “democratische coup” beramen met het Hongaarse middenveld als hun stromannen. Bron Youtube

In 2014 gaf de Hongaarse premier een speech waarin hij een aantal controversiële uitspraken deed die in het Westen én Hongarije heel wat wenkbrauwen deed fronsen. Zo verkondigde Victor Orbán onder meer dat hij bouwt aan een “illiberale” staat. Hoe die staat er precies zou uitzien, werd niet duidelijk, wel verklaarde hij dat hij Rusland, China en Singapore zag als succesvolle voorbeelden voor Hongarije.

In diezelfde toespraak benadrukte Orbán overigens dat maatschappelijke organisaties zijn inspanningen belemmeren. De leden van deze organisaties omschreef hij als politieke activisten die buitenlandse belangen behartigen. Maatregelen tegen die ngo’s waren gepast, zei de Hongaarse premier.

Bijten blaffende honden toch?

Blijft het bij woorden? Of zou Orbán werkelijk trachten – zoals president Poetin van Rusland – om kritische ngo’s op een autocratische manier onder de duim te krijgen? In elk geval kreeg één ngo in het bijzonder de wind van voren: Ökotárs, een milieu-organisatie en het aanspreekpunt van een consortium van vier ngo’s die 11,5 miljoen euro verdelen onder circa vierhonderd maatschappelijke organisaties.

De Noorse overheid stelde dit bedrag ter beschikking om het middenveld in het voormalige Oostblokland te versterken. Ze wilde er ook de democratie, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling mee bevorderen. Het fonds heet in Hongarije simpelweg het Noorse fonds.

Offensief, de eerste ronde

De aanval op Ökotárs begon relatief onschuldig. Twee conservatieve bladen, verbonden aan Orbáns regerende Fidesz partij, trokken in het najaar van 2013 voor het eerst Ökotárs’ neutraliteit in twijfel. De Open Society Foundations van oprichter George Soros zou volgens de bladen een hand hebben gehad in de verdeling van het Noorse fonds. Ze schreven dat een flinke portie terecht kwam bij “Soros-compatibele” organisaties. Dat wil zeggen linkse en progressieve organisaties.

Een Hongaarse regeringsfunctionaris beschuldigt de Noorse overheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden

In het voorjaar van 2014, de dag na de verkiezingsoverwinning van Fidesz, kreeg die eerste plaagstoot een vervolg. János Lázár, na premier Orbán een van Hongarije’s meest invloedrijke politici, schrijft de Noorse regering aan.

Ökotárs is volgens hem niet de aangewezen partij om het geld te verdelen, want Ökotárs zou vooringenomen zijn. De organisatie heeft volgens Lázár nauwe banden met een oppositiepartij die net als Fidesz een rechtse partij is.

Daarnaast beschuldigt een betrokken Hongaarse regeringsfunctionaris de Noorse overheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Hij noemt de ngo’s van het consortium “politiek gekleurde, bedriegende niemendallen”. De Hongaarse regering schakelt vervolgens een staatsbureau in dat toezicht houdt op overheidsgeld, de GCO. Die krijgt de opdracht onderzoek te doen naar de manier waarop Ökotárs het Noorse Fonds beheert.

Zware beschuldigingen

Een aan Fidesz verbonden krant suggereert dat Ökotárs ook al tussen 2008 en 2010 de boel heeft opgelicht. Dat zou blijken uit een controlerapport van het adviesbureau Ernst & Young, dat de organisatie doorlichtte voor die periode. Daarop krijgen 58 ngo’s die een subsidieaanvraag bij Ökotárs deden, te horen dat ze binnen een week al hun documenten moeten overhandigen die daar betrekking op hebben.

Op 3 september 2014 start de toezichthouder van de GCO een strafrechtelijke procedure. Ökotárs wordt verdacht van verduistering en het uitvoeren van financiële activiteiten zonder vergunning.

Vijf dagen later vallen 43 politieagenten het kantoor van Ökotárs en een andere organisatie van het consortium binnen. Ze nemen vooral documenten in beslag met betrekking tot de aanvragen van 13 ngo’s die op een zwarte lijst van Orbáns ministerie staan. Het gaat om anti-corruptie organisaties, holebi, vrouwen- en mensenrechtenorganisaties en ngo’s die democratie en tolerantie willen bevorderen.

Bron Youtube

Tijdens de inval nemen de agenten vooral documenten in beslag met betrekking tot de aanvragen van 13 ngo’s die op een zwarte lijst van Orbáns ministerie staan.

De GCO rapporteert dat er onregelmatigheden zijn aangetroffen en strafbare feiten zijn gepleegd. Het BTW nummer van Ökotárs wordt geblokkeerd, zodat de organisatie haar werk niet kan voortzetten.

Laster en apekool

Het Ökotárs kantoor bevindt zich in het levendige Pest, het stadsdeel op de linkeroever van Budapest. Daar ontmoet ik Veronika Móra, voorzitter van de organisatie, in een werkruimte zonder opsmuk, uitgezonderd die ene sticker op haar laptop met een Noorse vlag. Móra vertelt dat een deel van de media Ökotárs voortdurend neerzet als een organisatie van notoire criminelen en fraudeurs. Zelf houdt ze vol dat dit absurde laster is. De organisatie handelt naar eer en geweten en de gesubsidieerde ngo’s geven het geld uit aan de aangewezen projecten.

Ze weerlegt de ene beschuldiging na de andere van de regering en haar media. Zo ook Orbáns bewering dat activisten feitelijk heulen met het Westen. ‘Ngo’s behartigen geen buitenlandse belangen, ze komen op voor universele waarden, zoals voor het principe van gelijkheid van ieder individu ongeacht gender, religie of seksuele voorkeur.’ En tenslotte ontkent ze de zwaarste aanklacht, namelijk dat er strafbare feiten zouden zijn gepleegd.

Wellicht overtuigender dan de verdediging van een aangeklaagde, zijn de uitspraken van een –nog deels– onafhankelijk instituut. De rechtbank oordeelde dat de politie-inval illegaal was, er was geen verdenking van overtreding vastgesteld. Verder besloot de rechtbank dat het verslag van de toezichthouder gebaseerd is op illegaal verkregen documenten.

‘De conclusies op het stuk papier dat de toezichthouder een rapport noemt, zijn ongegrond, en dat weten ze.’

Volgens Móra had de GCO zelf tot de slotsom moeten komen dat er niets aan de hand was.
‘De conclusies op het stuk papier dat de toezichthouder een rapport noemt, zijn ongegrond, en dat weten ze. Het bevat een aantal hele zware aanteigingen, maar levert geen enkele concrete informatie of enig bewijs. Ngo’s zouden het geld misbruikt hebben, schrijven ze. Ze noemen echter geen enkele organisatie bij naam,’ aldus Móra.

Een andere rechtbank oordeelt dat Ökotárs’s BTW nummer actief moet blijven zolang de juridische procedure loopt. Een definitieve beslissing moet nog vallen.

Noors complot

Volgens Móra staat de Noorse regering ondanks alles volledig achter Ökotárs en het consortium. ‘Niet alleen financieel, ook moreel. De Noorse overheid begrijpt dat dit een politieke aanval is, bovendien op het hele middenveld. Ze doorzien de Hongaarse regering die kennelijk het beheer van het fonds wil overnemen.’

De Noren verwierpen het rapport van de toezichthouder en maakten de Hongaarse regering diets dat de GCO helemaal geen bevoegdheid heeft inzake het fonds. Deze ligt bij een organisatie in Brussel. De Noorse overheid stelde wel een onafhankelijk onderzoek in naar het beheer van het fonds, maar dat is niet ongebruikelijk. Uit het onderzoek, zo benadrukt Móra, bleek dat het consortium uitstekend werk had verricht.

Het lijkt wel een fantastisch Vikingsaga waarin de Noren een “democratische coup” beramen

De Noorse minister van Europese Zaken staat erop dat de Hongaarse regering ophoudt met het intimideren van ngo’s. Ook de politie-inval noemt ze ‘volkomen onaanvaardbaar’.

János Lázár’s reactie op de stellinginname van de Noorse minister is op zijn minst lichtjes absurd. ‘De Noren zijn teleurgesteld omdat het ze niet lukt de huidige Hongaarse regering omver te werpen’, verklaart de Hongaarse politicus.

Het lijkt wel een fantastisch Vikingsaga waarin de Noren een “democratische coup” beramen met het Hongaarse middenveld als hun stromannen.

Waar heeft hij het over? Het lijkt wel een fantastisch Vikingsaga waarin de Noren een “democratische coup” beramen met het Hongaarse middenveld als hun stromannen. De Noorse overheid heeft intussen andere geldstromen naar Hongarije stopgezet, en vraagt het Europees Parlement maatregelen te nemen tegen de uitholling van democratische waarden in een EU-lidstaat.

Doeltreffende onderwerping

De aanval op Ökotárs zorgde voor behoorlijk wat ophef. Toch heeft de Hongaarse regering nog andere doeltreffende methodes om steeds controle over de inkomsten van ngo’s te verkrijgen.

Zo sneed de regering volgens István Farkas, voorzitter van een Hongaarse ngo, flink in het budget voor de ngo-sector. Hierdoor kunnen organisaties minder ondernemen en zien ze hun invloed terugvallen. ‘Onze organisatie ontvangt op dit moment nauwelijks nog wat van onze ministeries. Buitenlandse donoren houden de organisatie op de been en voorzien ons van 95 procent van onze inkomsten’, aldus Farkas.

Na een wetswijziging in 2011 krijgen de meest progressieve- en kritische organisaties van de staat helemaal geen subsidies meer. De regering bepaalt sindsdien welke organisatie nog wat toebedeeld krijgt. Het aantal ontvangende ngo’s is gehalveerd.

Móra van Ökotárs hekelt de stuitende vooringenomenheid van de regering, ‘ngo’s die doelen nastreven waar conservatief Hongarije weinig mee op heeft, zoals Holebi-organisaties, kunnen het nu vergeten.’

Daarnaast beperkt deze regering de directe invloed van ngo’s op het overheidsbeleid. Dat ziet Farkas gebeuren bij het milieubeleid. ‘In het verleden werden we regelmatig gevraagd om een oordeel te geven over een ontwerptekst of een wetsvoorstel voordat die in het parlement werd behandeld. Dat gebeurt nog maar zelden.’

Hongaren voor democratie

Farkas denkt dat het ergste voorbij is voor de ngo-sector. ‘De Fidesz-regering zal haar stijl aanpassen. Want Orbán peilt de stemming in het land regelmatig. Hierdoor weet hij al te goed dat de Hongaarse bevolking de democratie wil behouden. Het middenveld onderwerpen, heeft in een democratie geen plaats. Hongaren wijzen autocratie af. Mocht Orbán toch doorgaan op deze agressieve manier, zal hij er tijdens de verkiezingen op afgerekend worden.’

Tussen 2005 en 2015 zakte Hongarije een niveau in vijf democratische categorieën: een “prestatie” die alleen Rusland Hongarije nadeed

Een andere ontwikkeling is echter ook denkbaar. Ngo’s die kritiek blijven leveren op de regering, staat meer van dat te wachten. Omdat het kan – net als in Rusland – en Orbán er tot nu toe mee weggekomen is.

Premier Orbán, zo zou je kunnen zeggen, houdt de Hongaarse bevolking onwetend. Hij doet dat niet alleen door ngo’s, de buffer voor burgers tegen de willekeur en hypocrisie van de machthebbers, monddood te maken. Hij legt ook de vrije pers aan banden en tast de onafhankelijkheid van de rechtspraak aan.

Volgens de ngo Freedom House zakte Hongarije, tot voor kort behorende tot de gevestigde democratieën, tussen 2005 en 2015 een niveau in vijf democratische categorieën; een “prestatie” die alleen Rusland Hongarije nadeed. Ook Verslaggevers-zonder-Grenzen zag Hongarije in de lijst van staten met de hoogste graad van persvrijheid in tien jaar tijd van plaats 10 naar plaats 65 dalen. Twee plaatsen onder de Dominicaanse Republiek.

Zonder weerwerk, zonder controle op de macht en zonder goed geïnformeerde burgers kan premier Orbán ongehinderd zijn gang gaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness