Politici en media polariseren, jongeren lijden

‘Ik schaam me om een Marokkaan te zijn’

public domain (CC0)

Dag awel,

Sinds dat er de afgelopen maanden aanslagen zijn gebeurd, schaam ik me en voel ik me vooral schuldig voor al die ellende waarop we momenteel leven… Hierdoor ben ik GEEN moslim gebleven. Ook schaam ik mij heel hard om een marokkaan te zijn, (…) van binnen voel ik mij heel verdrietig als ik zie hoe mensen mij ankijken (alsof k de dader ben die de terreur maakt), (…) Toch ben ik iemand die er van droomt dat er ooit VREDE op aarde zal ontstaan (…). Bovendien zou ik graag in een ander land willen leven (…), want hier zijn we helemal niet goed gezien en we zijn niet vooral zwaar GESTIGMATISEERD door die media en al die shit. Ik ben het kotsbeu. Ik ben niet racistisch of zo tegen mijn eigen landgenoten, integendeel maar mensen zien mij als die typische ‘marokkaanse deliquenten’ en dat terwijl dat dat helemaal niet het geval is.Dus ja… bye marokkanen, belgen en vooral bye Islam (ik word bovendien atheïst). Nog het laatste van allemaal: sorry Europa voor die aanslagen, ik word er elf erg droevig van, echt waar een dikke sorry. Ik hoop dat die aanslagen ooit op een dag zullen stoppen…

Bedankt voor het lezen”

(Geslacht en leeftijd onbekend, januari 2017)

Dit is de getuigenis waarmee Awel, de hulp- en informatielijn voor kinderen en jongeren, haar onderzoeksrapport over de impact van de aanslagen in Parijs, Brussel en Manchester op de jongeren die hen contacteerden, opent. Identiteit in de Aanslag! is de titel van het rapport dat evengoed Aanslag op Identiteit had kunnen heten.

Want naast de verwachte conclusie die betrekking heeft tot de toename van angstgevoelens en de bijhorende stress bij jongeren, is de tweede grote, en deze keer volgens de onderzoekers onverwachte bevinding het verwoestende effect van de verscherpte polarisatie in de samenleving op het zelfbeeld en de identiteitsontwikkeling van jongeren van etnisch-culturele minderheden en vluchtelingen.

Angst

‘Zowel vlak na de aanslagen als maanden later voelden jongeren zich bang dat dierbaren of zijzelf een aanslag zouden meemaken, bang voor oorlog en overheersing, bang dat ze voor altijd in angst zouden moeten leven. Er was opluchting omdat een dierbare aan een aanslag was ontsnapt’, schrijft Awel in het persbericht dat op 5 juni naar journalisten en redacties werd gestuurd.

‘Soms expliciet, soms tussen de regels, zagen we dat de terreuraanslagen de polarisatie in onze samenleving hebben verscherpt’

‘Angst heeft bij deze jongeren tot stress geleid. Ze vermeldden in hun gesprekken met Awel slaapproblemen, enge dromen, concentratieproblemen, hyperwaakzaamheid, vermijdingsgedrag, agressieve gevoelens en gedachten, overspoelende beelden en emoties, en shock’.

Angst kwam al meerdere keren aan bod in de media, vlak na de aanslagen in Brussel en Zaventem, maar ook later. Ook MO* heeft daar een lang artikel aan gewijd, één jaar na de aanslagen in België. Toen al verwezen we naar een nieuw fenomeen dat de medewerkers van Awel trof: voor het eerst werden ze gebeld door moslimjongeren die bang waren om gepest te worden, zei Sibille Declerq, coördinator van Awel, toen aan MO*.

Maar er is meer. Naast angstige jongeren, kreeg Awel ook vele vragen, verhalen en uitspraken die wezen op polarisatie. ‘Soms expliciet, soms tussen de regels, zagen we dat de terreuraanslagen de polarisatie in onze samenleving hebben verscherpt’, zegt het rapport. Sommige jongeren schieten in paniek bij het zien van een man met een andere herkomst in het straatbeeld. Moslimjongeren hebben van hun kant te maken met racistische commentaren.

Want ook bij jongeren, constateren de onderzoekers de aanwezigheid van een heel spectrum van (radicaal) rechtse tot linkse standpunten en alle tinten daartussen. ‘Hierbij stellen diverse partijen identiteiten tegenover elkaar: wij, het vrije westen, tegenover zij, de radicale moslims’, staat er te lezen in het rapport.

Depolariseren

Het rapport heeft aanbevelingen voor ouders, leerkrachten en andere opvoeders om bij toekomstige schokkende gebeurtenissen het anders te doen en geeft handvaten om kinderen en jongeren beter te helpen om met deze gebeurtenissen om te gaan. Informeren is nodig maar overdrijvingen zijn uit den boze.

Het is dan ook hallucinant om vast te stellen dat beide kranten alleen over de eerste bevindingen hebben gerapporteerd.

Awel lanceert ook een oproep om te depolariseren. Ze smeken de media bijna om het polariseringsgehalte te doen verminderen.

Maar de kans dat het bij een roep in de woestijn blijft, is meer dan reëel. De media, die nochtans op elke tweet springen als het over minderheden, migranten en of moslims gaat, en die uitgebreid analyseren, laten het rapport links liggen. Slechts twee kranten, Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws hebben elk een artikel aan de bevindingen van het rapport gewijd.

Het is dan ook hallucinant om vast te stellen dat beide kranten alleen over de eerste bevindingen hebben gerapporteerd. Over angst bij kinderen en jongeren en hoe best ermee omgaan in de toekomst. Ze hebben met geen woord gerept over het grote maatschappelijke verhaal dat achter veel van de verhalen schuil gaat, over de polarisatie onder jongeren en de dramatische gevolgen daarvan op het zelfbeeld en de identiteitsontwikkeling bij jongeren van etnisch-culturele minderheden. Nochtans krijgt dat deel van de bevindingen een prominente plaats in het onderzoeksrapport van Awel.

Taboe

Aanbevelingen over hoe ouders met angst bij hun kinderen moeten omgaan zijn er wel. Maar hoe ouders met schuldgevoelens van hun kinderen, hun lage zelfbeeld en hun ervaringen met discriminatie en racisme zouden moeten omgaan, geeft Awel niet.

Handvaten aan ouders om met verhalen van discriminatie en racisme om te gaan zijn er over het algemeen niet. Er is te weinig over nagedacht. Dat bevestigt transitiepedagoog Fanny Matheusen die meegewerkt heeft aan de publicatie van de Kinderrechtencoalitie van 2015 ‘Het zal wel aan mij liggen …’ over omgaan met effecten van discriminatie en racisme op kinderen. ‘Het is een nood die we voelen’, zegt ze.

‘Discriminatie wordt vaak gezien als een vorm van pesterij. En dus is luisteren het eerste wat men zou moeten doen wanneer een kind of een jongere met een dergelijk verhaal komt. Toch is er een verschil tussen ervaringen van discriminatie en pesten’, zegt Fanny Matheusen.

‘Er rust nog een groot taboe op het thema discriminatie en racisme bij de witte groep’

‘We stellen vast dat ouders niet weten hoe ze met verhalen of klachten over discriminatie moeten omgaan. En dat komt omdat de ouders door het verhaal van het kind terug in hun eigen trauma, in hun eigen ervaring met discriminatie worden gezet. Ze voelen zich heel machteloos. Bij pesten is er afstand tussen de ouders en het gebeuren, tussen de ouders en het verhaal dat het kind vertelt. Bij discriminatie is er geen afstand’, zegt Fanny Matheusen.

‘Er zijn twee reacties die vaak terugkomen. Sommige ouders ontkennen dat wat hun kind vertelt te maken heeft met racisme of discriminatie of relativeren het sterk. Ze reageren met: “Het zal niet waar zijn” of “je overdrijft” en dat helpt kinderen geen millimeter verder. Of ze reageren met: “wees maar stil” of “hou je mond en wees blij dat we hier zijn”. Deze reactie komt meer en meer voor en wordt ingegeven door een groeiende angst binnen deze groep’.

De groeiende angst verklaart het feit dat er zo weinig meldingen van racisme en discriminatie zijn. Er is ook te weinig expertise rond het thema bij hulpverleners, stelt de transitiepedagoge vast. Er is ook te weinig kennis over.

‘De desinteresse van de media voor het rapport van Awel, en het feit dat ze wanneer ze erover berichten, ze het uitsluitend hebben over angstgevoelens en niet ingaan op het effect van polarisatie op moslimjongeren, komt door het feit dat er nog een groot taboe rust op het thema discriminatie en racisme bij de witte groep. En dus bij de media. De media willen dat niet onder ogen zien’, zegt Fanny Matheusen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur