Leeggezogen door de politieke en financiële elite

‘In Libanon werd de staat een vehikel voor zelfverrijking’

© Reuters / Mohamed Azakir

De Libanese overheid kan de kwaliteit van olie voor haar elektriciteitscentrales niet garan- deren. Geld verdwijnt in allerlei zakken en burgers zitten vaak zonder elektriciteit.

De terugkeer van de staat zal in Libanon nog even op zich doen wachten. De vijftien jaar durende burgeroorlog verzwakte de overheid, waarop die volledig leeggezogen werd door de politieke en financiële elite. Wat rest is een geraamte, een staat in naam, die zijn burgers amper elektriciteit kan bieden.

Na publicatie van dit artikel werden wij gecontacteerd door een Brits advocatenkantoor dat ZR Energy vertegenwoordigt. Hier kan u het door hen verzochte recht van antwoord lezen dat we op 2 februari 2022 toevoegden op deze pagina:

Recht van Antwoord

ZR Energy DMCC was not contacted prior to the publication of this article. It is regrettable that the author made no attempt to discern the true facts and background to this case. We categorically deny the false allegations made against the company, which are asserted with no credible evidence, as has been substantially proven in all the legal proceedings which have taken place so far.

Notably, the article makes no reference to the fact that the Freedom Patriotic Movement (FPM) and Hezbollah have effectively controlled the Ministry of Energy for 30 years and that the petroleum import sector was controlled by a cartel of private companies, which monopolized the industry for decades. The true position is that ZR Energy DMCC is the victim of state-wielded power and corruption, not the perpetrator of any wrongdoing, prompted by a desire to prevent ZR Energy DMCC from competing on a level playing field in a market which has been traditionally dominated by a group of government favoured suppliers. ZR Energy DMCC has disrupted this market by bidding more competitive prices and delivering fully compliant products at all times.

This has been a politically-motivated campaign against the company by members of the Free Patriotic Movement (FPM), working on behalf of their Hezbollah allies, in collaboration with members of the private sector importers. Specifically, this has taken the form of a legal case launched by an FPM aligned member of the judiciary, Judge Ghada Aoun. It is deeply concerning that Mondiaal has amplified this politically motivated attack rather than properly investigating its origins and motivations.

Widespread concerns about the conduct and political motivations of Judge Ghada Aoun, the driving force behind the case against ZR Energy DMCC, were completely absent from this article. The article fails to note, despite there being widespread media coverage, the decision of the Attorney General of the Court of Cassation and the Judicial Inspection Board in April 2021 to effectively strip Judge Aoun of the majority of her powers. He also requested the judicial police and other agencies to abide by this decision and, consequently, should not pursue further investigations launched by Judge Aoun.

The article also makes false allegations regarding the ownership of ZR Energy DMCC, which is an independent energy trading company incorporated in the Dubai Multi Commodities Centre, owned entirely by Mr. Ibrahim Zaouk.

Contrary to what is alleged, there is no direct contractual relationship whatsoever between ZR Energy DMCC and the Lebanese Government with respect to the provision of the fuel oil in question. Sonatrach, the Algerian state-owned oil company signed a contract with the Lebanese Government in 2005 for the provision of fuel oil to Lebanon. ZR Energy DMCC is one of a number of Sonatrach’s counterpart traders in the Middle East and has been occasionally supplying Sonatrach in connection with its government-to-government agreement with the Lebanese Ministry of Energy and Water since 2018.

The fuel oil in question was provided by Sonatrach. ZR Energy DMCC provided that fuel oil to Sonatrach which was procured from the original seller, Galtrade Ltd. ZR Energy DMCC was not aware of any deficiency and relied on the representations of independent and 3 internationally recognised third-party inspectors such as Bureau Veritas and AmSpec who certified it as being ‘on specification’. ZR Energy DMCC has been assisting the authorities and the importer of the fuel oil (Sonatrach) into investigating the source of the deficiency and has suspended its contractual relationship with its supplier, Galtrade Ltd. ZR Energy DMCC is determined to seek and eventually reveal the truth of this matter and remains unwavering in its commitment to do so. Its London-based legal counsel has already requested copies of all relevant documents and information exchanged between Galtrade Ltd and AmSpec and Bureau Veritas (Malta) relating to the instruction given to AmSpec to perform the analysis on the fuel oil. ZR Energy DMCC has also filed a criminal charge against the manager and legal representative of Bureau Veritas in Lebanon on account of his providing grossly misleading information in his testimony to Judge Ghada Aoun in relation to the disputed cargo. This criminal claim is currently ongoing before the competent Lebanese Court.

The allegations of bribery and tampering contained in this article are wholly false and are completely denied. On 15 September 2020, as part of separate proceedings (but still related to the fuel oil dispute), the Investigative Magistrate withdrew an indictment order charging Mr. Zaouk and ZR Energy DMCC with bribery relating to the alleged payments of bribes to employees of local laboratories to tamper with the test results of the fuel oil shipments supplied to Lebanon. Therefore, the most substantial allegations against Mr. Zaouk and ZR Energy DMCC have been fully dismissed at the pre-trial preliminary stage. In terms of the on-going proceedings, the Supreme Court has now transferred all remaining outstanding matters to the Trial Chamber, which will decide how to proceed based on a full examination of the merits and relevant evidence. This hearing was originally scheduled for May 2021 but has been postponed several times (including a hearing scheduled for September 2021).

Although ZR Energy DMCC welcomes the decision of the Lebanese Court to dismiss the majority of charges against it, it awaits clarification from the Trial Chamber on the precise scope of any remaining charges and looks forward to the opportunity to present evidence to fully clear its name in due course.

 

Over dit artikel

Journalist Peter Speetjens: Ik heb zelf twintig jaar in Libanon gewoond. Corruptie is altijd onzichtbaar, ook daar. Maar heel langzaam krijg je er een beeld van. Je betaalt een kleine bijdrage voor een snelle procedure. Een vriend werd betrapt met een joint en mocht voor de som van 1000 dollar op vrije voeten blijven. Er is de ons-kent-onscultuur bij het toekennen van contracten. Maar dat zelfs de publieke elektriciteitsvoorziening slechts een vehikel bleek voor zelfverrijking, had ik nooit durven dromen. Het miljardenschandaal waar ik hier over schrijf toont hoezeer algemeen belang en welzijn werden opgeofferd voor privébelangen.

‘Het was het privédomein (…) dat de publieke sfeer binnendrong en overal het kwakkelende karkas ervan weghakte.’ Woorden van wijlen Samir Kassir, Libanees intellectueel, professor Geschiedenis en journalist.

Op 11 maart 2020 bereikte de olietanker Baltic de kust van Libanon. Aan boord: zo’n 38.000 ton stookolie voor de elektriciteitscentrales van Zouk en Jiyeh, nabij hoofdstad Beiroet. De brandstof was voor vertrek uit Sicilië getest. Volgens de vrachtpapieren was alles in orde. Na aankomst maakte geen van de betrokken Libanese instanties enige opmerking over de kwaliteit.

Maar Yahya Mawloud deed een andere vaststelling. Als operationeel directeur van Middle East Power is hij verantwoordelijk voor het bedienen en onderhouden van de machines in de elektriciteitscentrales van Zouk en Jiyeh. Hij heeft al jaren de gewoonte om stalen van alle geïmporteerde brandstof te laten testen in Dubai. Dat deed hij nu ook weer.

‘Ik ga liever naar de gevangenis voor het stilleggen van een elektriciteitscentrale dan voor het opblazen ervan.’
Yahya Mawloud, operationeel directeur Middle East Power

Wat bleek: de olie voldeed niet aan de contractuele voorwaarden. ‘Het gehalte sedimenten bedroeg 4 procent, terwijl dat maar 0,9 procent mag zijn’, zegt Mawloud. ‘Dat is prima voor oudere centrales, maar niet voor de moderne machines waar wij elektriciteit mee opwekken.’

Zoals altijd stuurde Mawloud de resultaten naar het nationale elektriciteitsbedrijf EDL en het ministerie van Energie. Normaal gezien blijft het daar dan bij. Maar dit keer, tot Mawlouds verbazing, zocht oud-minister van Energie Nada Boustani de openbaarheid. ‘Ze riep op tot vervolging, maar deed ook alsof dit de eerste keer was dat zoiets voorviel’, zegt Mawloud. ‘Toen voelde ik me geroepen om publiekelijk te zeggen dat ik al jaren brieven en testresultaten naar de verantwoordelijke instanties stuur maar nooit iets terughoor.’

Middle East Power begon in 2017 met zijn werkzaamheden. Van bij het begin had het bedrijf problemen door de meestal ondermaatse kwaliteit van de geïmporteerde olie. Een absoluut dieptepunt op dat vlak was de zomer van 2019. ‘Een cilinder raakte oververhit in de centrale van Jiyeh’, vertelt Mawloud. ‘Opnieuw leek de brandstof de schuldige, wat een Duitse expert later ook bevestigde. Ik liet EDL en het ministerie weten dat het onverantwoord was om door te gaan met elektriciteit opwekken en dat ik de centrale wilde stilleggen. Zij waren woedend. “Het is juli”, zeiden zij. “Het is ongelooflijk warm.” Ik zei: “Ik ga liever naar de gevangenis voor het stilleggen van een centrale dan voor het opblazen ervan.”’

Vervolging voor corruptie

Na Mawlouds ontboezemingen in de media raakte de zaak in een stroomversnelling. Advocaat Wadih Akl diende een klacht in bij procureur Ghada Aoun. Na een gerechtelijk vooronderzoek besloot die om 21 ambtenaren en de kopstukken van ZR Energy, het bedrijf dat de brandstof importeerde, te vervolgen op grond van corruptie.

Er wordt beweerd dat ZR Energy behoort tot een holding onder dezelfde naam en eigendom is van de Libanese broers Teddy en Raymond Rahme. Na de Amerikaanse invasie in 2003 verdienden zij een fortuin in Irak, en dat niet op de meest transparante wijze. Er lopen verschillende internationale rechtszaken tegen het tweetal.

In een e-mail laat ZR Energy DMCC weten dat bovenstaande bewering niet juist is en dat ZR Energy DMCC 100% eigendom is van Ibrahim Zaouk.

‘Wij hebben inmiddels een aanklacht ingediend tegen alle ministers van Energie sinds 2005.’

Volgens procureur Aoun betaalde ZR Energy laboratoriummedewerkers bedragen van 200 tot 2500 dollar om, op papier, de juiste brandstof te hebben. Anderen ontvingen gouden munten en designertassen. Een topambtenaar als Sarkis Hallis, directeur-generaal voor olie-installaties op het ministerie, kreeg een vijfsterrenvakantie voor het hele gezin in Italië. Diezelfde Hallis is overigens spoorloos verdwenen sinds hij in staat van beschuldiging werd gesteld. Vermoed wordt dat hij bescherming en onderdak krijgt van de Frangieh-clan in het noorden van het land.

‘Het is natuurlijk goed dat Aoun tot vervolging overging’, zegt Mawloud. ‘Maar zij zit voornamelijk achter de kleine vissen aan. Wij hebben inmiddels een aanklacht ingediend tegen alle ministers van Energie sinds 2005.’

Geheim contract

Even terug naar dat jaar 2005. Libanon tekende toen twee contracten voor het leveren van brandstof voor de landelijke stroomvoorziening. Een met de Kuwait Petroleum Corporation (KPC), een ander met het Algerijnse staatsbedrijf Sonatrech. Althans, dat dacht iedereen. Toen het contract vorig jaar openbaar werd gemaakt, bleek niet Sonatrech maar Sonatrech Petroleum Corporation (SPC) de partner.

Dat is meer dan een technisch detail. SPC is een dochteronderneming van Sonatrech en heeft een hoofdkantoor in London, maar staat geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden, een welbekend belastingparadijs in Caraïbisch gebied. Wat in Libanon jarenlang werd voorgesteld als een contract tussen twee staten, bleek in werkelijkheid een contract waar beide staten bar weinig mee van doen hadden.

‘De inkoop van brandstof voor de elektriciteitscentrales is een goed voorbeeld van zelfverrijking van de Libanese overheid.’
YNazir Saghieh, Libanees advocaat

‘Het is niet zo gek dat dit misverstand zo lang heeft kunnen bestaan’, zegt de Libanese jurist Imad Sayegh. ‘Het gaat om een publiek contract, maar de voorwaarden schrijven een geheimhoudingsplicht voor. Maar het misverstand is niet het enige vreemde aan de deal. Zo geldt het contract voor drie jaar, terwijl dit soort contracten normaal voor een jaar wordt afgesloten. Ook gaat het eigendom van de brandstof pas over na het laden, terwijl dat normaal gesproken na aankomst gebeurt.’

SPC had in 2018 een vloot van zes schepen en een omzet van zo’n twee miljard dollar. Voor het relatief kleine contract met Libanon kreeg het bedrijf slechts een commissie. Het eigenlijke werk, het leveren van zo’n twee miljoen ton stook- en gasolie per jaar, werd uitbesteed aan derden. Aanvankelijk, vanaf 2005, was dat enkel BB Energy, de handelsmaatschappij van de Libanese familie Bassatny. Ook die heeft haar hoofdkantoor in Londen maar staat geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden.

Dat ZR Energy een kwartje meer per ton betaalde, zal daarbij ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Waar dat kwartje precies naartoe ging? Sonatrech wordt al jaren achtervolgd door corruptieschandalen, iets waar Kaddour alles van afweet. In 2007 werd hij tot dertig maanden cel veroordeeld wegens spionage, en in 2019 werd hij gedwongen af te treden als hoofd van Sonatrech op verdenking van corruptie.ZR Energy, van de dubieuze broers Rahme, verscheen pas in 2017 op het toneel. Volgens de Algerijnse journalist Lyas Hallas gebeurde dat nadat bij Sonatrech een nieuwe man aan het hoofd kwam staan, Abdelmoumen Ould Kaddour. Die zette BB Energy onder druk om het Libanese contract te delen met ZR Energy. BB weigerde aanvankelijk, maar was uiteindelijk geen partij voor de Algerijnse grootmacht en kon alleen maar instemmen.

300 miljoen dollar per jaar

‘De inkoop van brandstof voor de elektriciteitscentrales is een goed voorbeeld van zelfverrijking van de Libanese overheid’, zegt de Libanese advocaat Nazir Saghieh. Hij is medeoprichter van The Legal Agenda, een Libanese organisatie die zich bezig houdt met juridisch activisme en de strijd tegen corruptie.

‘De staat had de vele religieuze minderheden in het land moeten beschermen. Maar hij is verzwakt door de burgeroorlog, en na de oorlog werd hij helemaal uitgehold. De rechten van de minderheden werden de rechten van de vertegenwoordigers van die minderheden. De staat werd een vehikel voor zelfverrijking.’

‘In 2005 werd in feite een monopolie gecreëerd voor de inkoop van brandstof’, duidt Saghieh. ‘Over het contract met de Kuwait Petroleum Corporation is weinig bekend. Maar van het Sonatrech-contract weten we inmiddels dat het werd gebruikt om kwalitatief slechte olie aan de staat te verkopen voor de prijs van hoogwaardige olie. Het verschil in prijs, zo’n dertig procent, verdween in eigen zak. Dit kostte de staat jaarlijks zo’n 300 miljoen dollar. Over een periode van vijftien jaar komt dat neer op zo’n 4,5 miljard dollar.’

Volgens Saghieh werden daar indertijd wel vragen over gesteld in de ministerraad, maar het antwoord was dat die beter aan Fouad Siniora konden worden gericht. Het was onder diens premierschap dat het Sonatrech-contract in 2005 werd getekend. Vervolgens werd het elke drie jaar zonder veel ophef verlengd. Nooit werd een aanbestedingsprocedure uitgeschreven, wat in strijd is met de Libanese wet.

De kleine vissen in de elektriciteitssector werden omgekocht met fooien, giften en vakanties, en intussen verdeelden de grote jongens de ware buit.

‘Natuurlijk profiteerde BB Energy daarvan. Maar zij niet alleen’, zegt Saghieh. ‘Dit contract werd op het hoogste politieke niveau gesloten. En zonder enige twijfel werd de opbrengst verdeeld. Onder wie, dat weten we niet. Al hebben we wel een vermoeden.’

Elke mogelijke markt, van water en internet tot cement, is door de oligarchie verdeeld, zegt Saghieh. ‘Zo gaat het met alles in Libanon.’ Het is geen geheim dat Baha Bassatny, een telg van de familie die eigenaar is van BB Energy, een zakenpartner is van druzenleider Walid Jumblatt. Oud-premier Siniora is een soenniet en stamt uit het kamp van oud-premiers Saad en Rafik Hariri. De sjiiet Nabih Berri domineert van oudsher de elektriciteitssector.

En dan is er de eveneens sjiitische Hezbollah. De energieminister in 2005 was van Hezbollah, dat het Sonatrech-contact ook altijd verdedigd heeft. Kreeg ook de “Partij van God” een percentje? Of wilde Hezbollah slechts zijn handlangers beschermen? ‘Het is in Libanon ook heel goed mogelijk dat de zonen van twee politieke vijanden achter de schermen aandeelhouder zijn in een en hetzelfde bedrijf’, zegt Saghieh.

© Reuters / Dalati Nohra / Handout

De Libanese president Michel Aoun (links) met druzenleider Walid Jumblatt, die contacten heeft met het bedrijf dat stookolie en gas leverde, BB Energy. Dat profiteerde jarenlang van een dubieus contract met de overheid.

Vrijwel zeker is dat ook ZR Energy niet alleen handelde. De kleine vissen in de elektriciteitssector werden omgekocht met fooien, giften en vakanties, en intussen verdeelden de grote jongens de ware buit. Wie dat precies zijn, is ook hier giswerk. Maar vermoedelijk bevinden zij zich vooral in het noorden van het land.

De gebroeders Rahme komen oorspronkelijk uit Bcharre, de thuishaven van de christelijke leider Samir Geagea. Zij sponsoren elke zomer het muziekfestival van diens vrouw. De broers onderhouden tevens nauwe banden met Suleiman Frangieh. Die verdedigde de twee broers vorig jaar nog publiekelijk en zei dat hij regelmatig hun privévliegtuig deelde.

Parasiet

Er is ogenschijnlijk overweldigend bewijs tegen de laboratoriummedewerkers, ambtenaren en het bedrijf ZR Energy. Maar desondanks is het zeer de vraag of het ooit tot een veroordeling komt. De staat is zwak. Alle verdachten zijn inmiddels op borg vrijgelaten. De gebroeders Rahme zitten goed verscholen achter een web van offshorebedrijven en beschikken over de middelen om de zaak jaren te rekken.

Toevoeging op vraag van ZR Energy DMCC

Op 8 december 2020 heeft de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Mount-Lebanon (optredend als hof van beroep) een arrest uitgevaardigd waarin onder meer ZR Energy DMCC en de heer Ibrahim Zaouk werden ontslagen van de beschuldiging betreffende het witwassen van geld, wegens het ontbreken van belastend bewijs. Deze uitspraak werd door de Hoge Raad herbevestigd op 22 februari 2021.

Op 15 september 2020 heeft rechter Mansour, toen hem werd gevraagd zich uit te spreken over afzonderlijke beschuldigingen van omkoping die door rechter Aoun waren ingediend, de procedure verworpen voor zover deze betrekking had op ZR Energy en de heer Zaouk. Deze beslissing is op 3 november 2020 bevestigd door de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Mount-Lebanon, die de intrekkingsbeslissing heeft bekrachtigd.

Bovendien zijn velen van mening dat procureur Ghada Aoun een blunder heeft begaan door niet ook het Algerijnse staatsbedrijf Sonatrech en dochterbedrijf SPC aan te klagen. ZR Energy heeft immers een contract met hen, niet met de Libanese staat.

Daarbij komt dat tal van partijen er veel aan gelegen zijn dat het schandaal zich niet verder uitbreidt. De ware vraag is natuurlijk: hoe kon ooit het geheime Sonatrech-contract van 2005 worden getekend? Waarom was er nooit een openbare aanbesteding? En wie, behalve BB Energy, profiteerde daar al die jaren van?

De staat Libanon bestaat nog. Na meer dan een jaar heeft Libanon sinds deze maand weer een regering, onder leiding van de rijke zakenman Najib Mikati. Maar met een torenhoge staatsschuld staat het land op instorten. De nationale munt heeft in twee jaar meer dan negentig procent van haar waarde verloren. Mensen staan uren in de rij voor benzine. En de meesten hebben maar een paar uur elektriciteit per dag.

Politicoloog Karim Makdisi vergeleek de politieke en financiële elite van Libanon met een parasiet, die een lichaam nodig heeft om te kunnen overleven. Maar volgens hem hebben die parasieten, met de hulp van het staatsapparaat, het land inmiddels zo leeggezogen dat er niets meer te halen valt.

Ondanks alles houdt de operationeel directeur van Middle East Power, Yahya Mawoud, de moed erin. Hij verwacht niet dat hij zijn rechtszaak tegen de energieministers gaat winnen. ‘Maar het is mijn plicht om de zaak onder de aandacht van het volk te brengen, zelfs al verlies ik daardoor mijn baan’, zegt hij. ‘Ik ben al bedreigd. Mijn vrouw is bang. En ik heb een zoontje. Maar ik heb geen keuze. Iets moet veranderen in dit land.’

Deze analyse werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Peter Speetjens is journalist. Na zijn studie rechten in Rotterdam trok hij de wereld in. Hij verbleef een jaar in India en woonde lang in Beiroet, voordat hij in 2016 naar São Paolo vertrok.