Commerciële operatoren worden poortwachters van informatie

VS gooien uw online vrijheid overboord

(c) Backbone Campaign, CC BY 2.0

 

Op 14 december stemde de Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) met drie stemmen tegen twee voor het opheffen van de internetneutraliteit.

Internetneutraliteit zorgt ervoor dat providers terabyte-verslindende klanten (de Netflix-binge-watchers) een even snelle en betrouwbare dienst verlenen als een klant die hooguit om de paar dagen zijn of haar e-mails checkt. Enkel in uitzonderlijke omstandigheden - piraterij, kinderporno - mogen internetproviders websites of diensten uit hun aanbod weglaten. Ze mogen geen voorrang geven aan bepaalde inhoud of bijkomende kosten aanrekenen voor toegang tot specifieke websites of online diensten. Hoe klein uw internetverbruik ook is, uw internetprovider is verplicht om u onbeperkte en ongefilterde toegang te verlenen tot alle inhoud die online te vinden is.

Daar komt in de Verenigde Staten nu een einde aan.

Enkel het Congres kan het opheffen van de internetneutraliteit nog tegenhouden. Maar enkel als het de beslissing van de FCC binnen de zestig dagen teniet doet.

Internetneutraliteit zorgt ervoor dat providers terabyte-verslindende klanten een even betrouwbare dienst verlenen als een klant die om de paar dagen e-mails checkt.

Op dit ogenblik wordt er in de VS massaal opgeroepen om telefonisch of via e-mail te lobbyen en verkozenen onder druk te zetten. Ngo’s, pers, technologiereuzen, grote en kleine websitebeheerders scharen zich allemaal achter deze laatste poging om net neutrality te redden.

Als u de voorbije weken of maanden al iets gehoord heeft over net neutrality, dan is dat in de eerste plaats omdat het internet vooralsnog een neutraal netwerk is waar alle dataverkeer in principe gelijk behandeld wordt.

We zijn intussen zo hard gewend geraakt aan de mogelijkheid om op elk moment van de dag, thuis, op het werk, op café of onderweg alle mogelijke informatie op te zoeken die we nodig hebben, dat we er niet meer bij stilstaan.

We vertrouwen op FaceTime of WhatsApp voor een snelle chat met vrienden en familie, vergaderen via Skype met projectpartners in het buitenland, en maken te pas en te onpas ons ongenoegen over treinvertragingen kenbaar via Facebook en Twitter.

Het nieuws vernemen we steeds vaker via websites en apps in plaats van kranten en weekbladen, en zelfs traditionele radio- en tv-zenders bieden hun aanbod tegenwoordig (bijna) integraal via een eigen streamingdienst aan. We bestellen massaal onze aankopen via webshops en onze kinderen denken dat DVD en zelfs BluRay uitgestorven dino-soorten zijn.

Onze datahonger en de vele honderden online services waarop we van ’s morgens tot ’s avonds vertrouwen zijn enkel mogelijk door de neutraliteit van het internet. Neem die neutraliteit weg, en we keren meteen 25 jaar terug in de tijd.

Geen vanzelfsprekendheid

Vrije communicatie en dataconsumptie via een neutraal internet zijn geen vanzelfsprekendheden.

In de Volksrepubliek China is de internetinfrastructuur staatseigendom. Iedereen die er gebruik van wil maken, moet aankloppen bij en betalen aan de Chinese overheid. Die overheid aarzelt niet om het internetverkeer te filteren als ze dat nodig acht. Internetneutraliteit is onbestaande in China.

In de EU hebben we het een stuk beter. De Body of European Regulators of Electronic Communications (BEREC) dwingt enerzijds de neutraliteit van de Europese internetproviders af, en doet anderzijds zelf onderzoek naar mogelijk misbruik en gebruikerservaringen. Hoewel er ook hier wel eens iets kan foutlopen, staan we er globaal genomen veel beter voor dan onze buren aan de overkant van de Atlantische Oceaan.

Tim Carter (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Zestien jaar welles-nietes op het scherp van de snee

Hoewel het einde van de internetneutraliteit overal hevig protest uitlokt, is de beslissing van de FCC geen verrassing. De onpartijdige behandeling van dataverkeer is al anderhalf decennium het onderwerp van een bitse strijd waarbij verschillende spelers betrokken zijn. De belangen die op het spel staan, zijn dan ook niet klein.

De oorsprong van het eindeloze gekibbel over internetneutraliteit moet niet ver gezocht worden: geld.

Zonder de kabelinfrastructuur van de grote telecombedrijven was het internet nooit mogelijk geweest, niet enkel in de VS, maar ook in de EU en overal ter wereld. Die infrastructuur is vaak in handen van de staat (zoals in China) of van een beperkt aantal grote ondernemingen. Net zoals in België zijn de kabelmaatschappijen in de VS aanbieders van andere telecomdiensten.

Van zodra online diensten de concurrentie aangingen met de andere diensten van de kabelmaatschappijen zat er een kink in de kabel. Letterlijk.

Kort na de lancering van de eerste VOIP-diensten (Voice Over IP, oftewel internettelefonie) werden deze vakkundig de weg versperd door kabelmaatschappijen die zelf ook vaste of mobiele telefoondiensten verkochten. Diezelfde situatie deed zich ook in ons land voor toen Belgacom op haar eigen kabelnetwerk plots verschillende VOIP-services moest dulden als gratis concurrenten voor haar kerntaak: telefonie.

Voor de klant is dit uiteraard bijzonder voordelig, maar de internetproviders gingen meteen op de rem staan. Dit potentiële verlies van inkomsten zouden ze niet toestaan. Dit is overigens geen oude geschiedenis in internetland: FaceTime, de populaire VOIP-erfgenaam van Apple, werd tot en met 2013 geblokkeerd door AT&T, een van de grootste telecomoperatoren van de VS.

De commerciële belangen die gemoeid zijn met het afschaffen van net neutrality in de States zijn dus niet te onderschatten.

De Amerikaanse kabelmaatschappijen zijn daarnaast ook vaak eigenaar van een of meerdere televisiekanalen en andere mediadiensten. Ook op dat terrein betekent internetneutraliteit dat de beheerder van de kabel concurrentie moet dulden op het eigen netwerk.

Time Warner, dat in 2016 opgekocht werd door Charter, is eigenaar van onder meer HBO en DC Comics. Elke fan van Game of Thrones, Batman of Superman krijgt door deze productiehuizen op regelmatige tijdstippen nieuw entertainment geserveerd. Een commercieel bedrijf als Time Warner is dus allerminst opgezet met het feit dat ze via hun eigen kabelnetwerk en zonder bijkomende vergoeding de streaming diensten van bijvoorbeeld Netflix moeten dulden.

De commerciële belangen die gemoeid zijn met het afschaffen van net neutrality in de States zijn dus niet te onderschatten.

Een ander strijdpunt is dat van de digitale piraterij. Toen Comcast in 2007 BitTorrent blokkeerde, gebeurde dat in de eerste plaats om illegaal gekopieerde mediacontent in te dijken (BitTorrent laat internetgebruikers toe om rechtstreeks bestanden te delen zonder gebruik te maken van een server).

Dat mediaproducenten via hun eigen netwerk weigeren mee te werken aan de verspreiding van illegale kopieën van (onder andere) hun eigen producties, is niet geheel onbegrijpelijk. Bovendien neemt het delen van grote bestanden zoals films en afleveringen van series een groot stuk van de bandbreedte in beslag.

Niet alleen het illegale aspect van piraterij, maar ook de relatief grote belasting van het netwerk vormt een belangrijk en niet onterecht argument voor het blokkeren van die software.

Anderzijds is BitTorrent zelf niet illegaal en bovendien maken velen ook gebruik van diezelfde software om inhoud te delen die perfect legaal is of vrij van auteursrechten.

Trump schroeft Obama terug

Dat er tot vorige vrijdag effectief sprake was van internetneutraliteit is vooral te danken aan de verkiezing van Obama in 2008. Maar het zou nog tot 2015 duren vooraleer de FCC de huidige vorm van internetneutraliteit zou stemmen.

Het politieke gewicht van Obama bleek net voldoende tegenwicht te bieden aan de grote commerciële druk: met drie stemmen vóór en twee tegen werd op 26 februari 2015 de neutraliteit van het Amerikaanse internet goedgekeurd.

Obama bood tegengewicht aan de commerciële druk. Trump deed het tij keren met de benoeming van Ajit V. Pai.

President Trump deed het tij keren door Ajit V. Pai, de huidige voorzitter van de FCC, te benoemen. In een nieuwe stemming werd de internnetneutraliteit herroepen, ironisch genoeg opnieuw met drie stemmen tegen twee.

Internetneutraliteit in de VS is dus geen kwestie van een duidelijk overwicht. Het is al jaren het onderwerp van een hevige en vaak venijnige strijd tussen alle betrokken partijen.

Pittig detail: de FCC nam voorafgaand aan het opheffen van de internetneutraliteit maatregelen die het voor staten en steden in de VS onmogelijk maken om eigen internetneutraliteitwetgeving in te voeren.

Ook op politiek niveau zijn er dus verregaande gevolgen. Het spreekt voor zich dat het laatste woord daarover nog niet gezegd is.

© Free Press, CC BY-NC-SA 2.0

 

Wat staat er op het spel voor de nieuwsconsument en de media?

De gemiddelde internetabonnee in de VS zal het einde van de internetneutraliteit vooral in de portemonnee voelen. Het staat vast dat de consument binnenkort extra zal moeten betalen voor toegang tot bepaalde websites, streamingdiensten en online media.

Wat minder zichtbaar is, maar misschien wel een grotere impact zal hebben dan de extra kosten voor de internetgebruiker, is de controle van de internetproviders op het dataverkeer zelf. Comcast, Charter, IT&T, Verizon, Google en ook aanbieders van mobiel internet zoals T-mobile zullen zelf kunnen bepalen welke datastromen voorrang krijgen op andere.

Er zal dus de facto een internet met twee snelheden ontstaan. Een internetprovider kan niet enkel inhoud en diensten blokkeren, maar ook zelf bepalen welk nieuws als eerste bij de klant aankomt en welk nieuws pas later doorgelaten wordt. Een eenvoudig voorbeeld: een internetprovider kan bij verkiezingen in de VS het nieuws over één van de kandidaten vertraagd doorlaten of zelfs helemaal wegfilteren.

De VS gaan China achterna: een kleine groep krijgt de controle over wat voor de internetgebruiker toegankelijk is. In de China is dat de staat, in de VS een handvol grote bedrijven.

Nieuwsmedia die evenwichtig willen berichten, zouden een behoorlijke som geld op tafel moeten leggen. En daarmee is meteen ook een tweede cruciaal probleem aangekaart: journalistieke onafhankelijkheid.

Rijke mediaconcerns zijn weliswaar machtig genoeg om een goede deal te onderhandelen met de kabelmaatschappijen en mobile operators.

Kleinere en (tot op heden) onafhankelijke mediagroepen riskeren onzichtbaar te worden op het internet.

De gevolgen hiervan zullen bovendien verder reiken dan de Amerikaanse landsgrenzen. Internetproviders kunnen immers eenvoudig voorkomen dat webinhoud de VS verlaat of binnenkomt. Mobile operators en kabelmaatschappijen worden op die manier poortwachters van information: zij bepalen wie welk nieuws te zien krijgt en wie niet.

De belangen van de internetproviders in de VS zijn commercieel, terwijl de Chinese Communistische Partij in de eerste plaats ideologische maatstaven hanteert.

Maar in de praktijk komt het er in beide landen op neer dat één of een handvol belangenconcerns bepalen wat voor de internetgebruiker toegankelijk is en wat buiten bereik blijft. Consumenten en journalisten zullen de eerste slachtoffers zijn.

Sociale gevolgen

Een andere groep internetgebruikers die vrijwel zeker zware gevolgen zal ondervinden, zijn ngo’s, mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten. Kort samengevat: iedereen die sociale, ecologische of culturele verandering nastreeft.

In een maatschappij als de VS, waar politieke en economische belangen sterk met elkaar verstrengeld zijn, kan de volumeknop van elke dissidente stem dichtgedraaid worden. Kleine belangengroepen en individuele activisten die dankzij het internet een relatief groot doelpubliek bereiken, riskeren hun contact met dat publiek te verliezen.

Maar ook grote organisaties die hun kritiek op de VS niet schuwen, zullen mogelijkerwijze sneller de mond gesnoerd worden. Kritische stemmen zoals bijvoorbeeld die van Amnesty International, dat geen blad voor de mond neemt in de kritiek op het Amerikaanse gevangenisbeleid.

Kritiek op politieke beslissingen zal makkelijker geïsoleerd en weggefilterd kunnen worden.

Ook internationale en lokale organisaties die het milieubeleid van de Trump-administratie aan de kaak stellen, kijken geen rooskleurige (of groene) toekomst tegemoet.

Kritiek op politieke beslissingen zal makkelijker geïsoleerd en weggefilterd kunnen worden.

De regelmatige uitvallen van president Trump over fake news doen vermoeden dat hij actief zal ingrijpen om op strategische momenten als fake gelabeld nieuws uit de ether te halen.

Omgekeerd is het ook perfect mogelijk om bepaalde bronnen veel meer aan bod te laten komen dan nu het geval is. (Nieuws)media die het beleid steunen, kunnen hun voordeel halen uit een gedereguleerd internet.

Zoals het Chinese staatsapparaat in 2012 heel duidelijk heeft gedemonstreerd, kan je een heleboel “staatsgevaarlijke” informatie in één keer laten verdwijnen door simpelweg de bron uit te schakelen. Plots bleek Google niet meer aanwezig te zijn op het Chinese internet.

De kans dat het zo’n vaart zal lopen in de VS is klein. Maar met het wegvallen van de internetregulering ligt de weg voor internetproviders (en hun politieke medestanders) open om een veel grotere invloed uit te oefenen op de toegang tot en het aanbod van internet inhoud.

Wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld over klimaatsverandering, dat niet compatibel blijkt met de financiële belangen van investeerders kan nu weggefilterd worden.

Ook academische samenwerking binnen de VS, en tussen de VS en andere landen, kan nadelen ondervinden van een internet met twee (of meer) snelheden.

Wetenschappelijk onderzoek dat ongunstig blijkt voor het politieke beleid of voor de commerciële activiteiten van machtige bedrijven loopt het zelfde risico als kritische nieuwsmedia en al te nieuwsgierige onderzoeksjournalisten.

Eén lijntje code volstaat om een onderwerp uit het internetaanbod weg te filteren.

In de zomer van 2017 was Cambridge University Press het middelpunt van een censuur-rel tussen academici en de Chinese overheid. Een citaat uit de Chinese krant Global Times laat weinig aan de verbeelding over: ‘Western institutions have the freedom to choose. If they don’t like the Chinese way, they can stop engaging with us.’

Een soortgelijke zin uit de mond van Trump is niet ondenkbaar. Vervang the Chinese way gewoon door the American way.

Tim Carter (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Moeten Europeanen zich zorgen maken?

Ook al bekrachtigt het Amerikaanse Congres de opheffing van internetneutralitei, het onderwerp zal in de nabije toekomst niet van de politieke agenda verdwijnen. Er zijn immers te veel betrokken partijen die rechtstreeks of onrechtstreeks nadeel zullen ondervinden door de opheffing van de neutraliteit van het internet in de VS.

Waarom zouden wij als EU-burgers stilstaan bij wat er ginder gebeurt, als onze eigen regelgeving internetneutraliteit binnen de EU waarborgt? Het antwoord is tegelijk heel eenvoudig en bijzonder complex.

Enerzijds maken Europeanen massaal gebruik van websites en internetdiensten van Amerikaanse ondernemingen. Elke app die rechtstreeks vanuit Silicon Valley op onze smartphone of tablet belandt, maakt ons een stukje afhankelijker van het dataverkeer via de VS. Als dat verkeer niet neutraal is, zullen ook wij daar de gevolgen van dragen. Tragere verbindingen, gefilterde of gecensureerde inhoud, onbetrouwbare streaming,… zullen onze datahonger en dorst naar online inhoud danig op de proef stellen.

Als je merkt dat de buren elke dag bij jou binnen gluren maar zelf de gordijnen dicht houden, zal het niet lang duren voor je zelf de gordijnen dicht trekt.

Anderzijds kan een niet-neutraal internet het machts(on)evenwicht tussen de EU en de VS beïnvloeden. Als de Amerikaanse kant van de oceaan actief controleert welke informatie er binnen komt en buiten gaat, terwijl de Europese kant de vrije in- en uitstroom van informatie als norm hanteert, kan dat onevenwicht niet zonder (politieke) gevolgen blijven.

Als je merkt dat de buren elke dag bij jou binnen gluren maar zelf de gordijnen dicht houden, zal het niet lang duren voor je zelf ook de gordijnen dicht trekt.

Als internetneutraliteit in de VS op de helling staat, zal het beleid in de EU ongetwijfeld ook onder druk komen te staan. Angela Merkel heeft een aantal jaar geleden al laten verstaan dat ze de Europese internetneutraliteit wil laten varen. Het is met andere woorden slechts een kwestie van tijd voor de discussie hier ook losbarst.

Als je wil weten wat er dan op het spel staat, verwijs ik graag naar hierboven.

Tom De Meester is webontwikkelaar en software-ingenieur met diverse projecten op de teller, onder andere bij banken, de telecomsector en socioculturele organisaties.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift