Investeringsverdragen: een aanval op de democratie?

Begin augustus geraakten de EU en Canada het eens over een vrijhandelsakkoord. De onderhandelingen met de VS over een gelijkaardig akkoord gaan intussen verder. De akkoorden zijn er onder andere op gericht de rechten van buitenlandse investeerders uit te breiden. Een diepere analyse legt echter bloot dat deze uitgebreide bescherming een hoge democratische kost heeft.

Op 5 augustus werd de definitieve tekst goedgekeurd van een uitgebreid vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie. Het 1.500 pagina’s tellende document is het resultaat van een half decennium onderhandelen.

Het document kan worden aanzien als een blauwdruk voor het vrijhandel- en investeringsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, argumenteert BBC. Over dat akkoord wordt momenteel nog druk onderhandeld.

Stephen Harper's Office (CC BY-NC-ND 2.0)

Stephen Harper (Eerste Minister van Canada) and Manuel Barroso (aftredend voorzitter van de Europese Commissie) stellen het handelsverdrag voor

Multinationals tegen de staat

Het leeuwendeel van het akkoord is erop gericht vrijhandel tussen Canada en de Europese Unie te vrijwaren. Er worden echter ook belangrijke afspraken gemaakt die betrekking hebben op de rechten van investeerders. Wanneer deze afspraken van naderbij worden bekeken, tekenen zich enkele duidelijke gevaren af.

De tribunalen bestaan uit experts die niet aan democratische controle onderhevig zijn, en die hun eigen procedurele regels volgen.

Op dit moment worden Europese investeerders in Canada beschermd door de Canadese rechtsstaat (en vice versa). De investeerders kunnen zich beroepen op het lokale recht, en bescherming vragen aan lokale rechtbanken. Als een land in die bescherming tekort schiet, bijvoorbeeld door buitenlandse investeerders te discrimineren, dan kan die investeerder vandaag enkel aan zijn land van herkomst vragen via diplomatieke weg in te grijpen.

Afgaand op het huidige akkoord, dat recentelijk uitlekte in de media, zal dit ingrijpend veranderen. Investeerders krijgen volgens dit akkoord de mogelijkheid rechtstreeks te procederen tegen de staat waar ze actief zijn. Deze procedure wordt niet uitgevochten in traditionele rechtbanken, maar wel voor internationale arbitragetribunalen. Deze tribunalen bestaan uit experts die niet aan democratische controle onderhevig zijn, en die hun eigen procedurele regels volgen.

Uitholling van de democratie?

De essentie van deze “investeerder-staat arbitrage” is dat buitenlandse investeerders een compensatie kunnen claimen voor overheidsinterventies die hun winst (of winstpotentieel) verminderen. Het gaat dan traditioneel over nieuwe sociale of milieuwetgeving. Critici claimen dat dit een serieuze rem zet op de reglementerende capaciteit van overheden, zelfs al zou de nieuwe reglementering stroken met een democratisch verlangen en conform de lokale wetgeving zijn.

Investeerders kunnen een compensatie claimen voor overheidsinterventies die hun winst verminderen.

De gevaren van deze procedure kwamen voor het eerst aan de oppervlakte als gevolg van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA), die investeerders gelijkaardige rechten verschaft. Als gevolg van dit akkoord besliste het internationaal investeringstribunaal in Washington D.C., bijvoorbeeld, dat Mexico 16,7 miljoen dollar schadevergoeding moest betalen aan een afvalverwerkingsbedrijf van de Verenigde Staten, als gevolg van lokale milieureglementering. Nochtans voldeed de reglementering aan de verwachtingen van de lokale bevolking en was ze conform de Mexicaanse wetgeving.

Het tij kan nog keren

Het akkoord van begin augustus is echter niet definitief. Zowel vanuit het Europese parlement als vanuit de verschillende lidstaten kan het nog bekritiseerd, aangepast of tegengehouden worden. Het akkoord kan pas in werking treden nadat alle Europese lidstaten (en alle Canadese provincies) afzonderlijk hun goedkeuring verlenen.

Het akkoord kan pas in werking treden nadat alle Europese lidstaten hun goedkeuring verlenen.

Jean-Claude Juncker, de nieuwe president van de Europese Commissie, liet alvast optekenen niet helemaal gewonnen te zijn voor het idee van de investeerder–staatarbitrage. ‘Ik ben niet echt voorstander van wat men “private rechtbanken” zou kunnen noemen, of van arbitragehoven die soms tot goede beslissingen komen, maar die beslissingen niet steeds dienen te motiveren.’

Ook vanuit Duitsland werd ernstige kritiek gegeven op de verregaande voorrechten voor buitenlandse investeerders. Sigmar Gabriel, Duits minister van Economie, wees er eerder dit jaar al op dat de mogelijkheid voor bedrijven om staten voor een arbitragetribunaal te slepen, een rem zet op gezond beleid en door veel Duisters bekritiseerd wordt.

In september 2014, bij de officiële voorstelling van het akkoord, zal Duitsland kenbaar maken of het al dan niet mee in de boot stapt, klinkt het vanuit Berlijn.

Markt en democratie in de wereld van morgen

Als alle Europese lidstaten de komende weken en maanden hun handtekening zetten onder het akkoord dat nu op tafel ligt, dan is het heel erg waarschijnlijk dat de cruciale bepalingen ook in het trans-Atlantische verdrag worden herhaald.

Dit zou ertoe leiden dat alle Amerikaanse bedrijven in de toekomst compensatie kunnen eisen voor elke sociale of ecologische maatregel die hun winst beperkt. Vraag is of Europa bereid is die democratische prijs te betalen voor meer economische integratie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3100   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift