Is er nog een toekomst voor de Spaanse socialisten?

Op 26 juni trekken de Spanjaarden opnieuw naar de stembus. De formatiegesprekken na de presidentsverkiezingen van december leidden tot een impasse nu de nieuwe spelers Podemos en Ciudadanos hun eisen mee op tafel leggen. De tijd van het “bipartidisme” lijkt definitief voorbij, het politieke forum ziet er anno 2016 helemaal anders uit.

  • La Moncloa Gobierno de España Pedro Sánchez (PSOE) en Mariano Rajoy (PP) tijdens een bijeenkomst na de algemene verkiezingen van 2015. De tijd van het “bipartidisme” lijkt definitief voorbij. La Moncloa Gobierno de España
  • Adolfo Lujan (CC by-nc-nd 2.0) Volgens Iglesias is de overname van PSOE door Podemos een essentiële voorwaarde voor politieke verandering in Spanje. Adolfo Lujan (CC by-nc-nd 2.0)

Op maandag 9 mei verscheen op facebook een filmpje waarin Pablo Iglesias, secretaris – generaal van Podemos, sprak van een historische dag.

Vanop het Puerta del Sol plein, uitgerekend de plek waar in 2011 een grote volksmassa — de zogenaamde 15M-beweging — gedurende weken manifesteerde tegen de gevolgen van het besparingsbebeleid en een echte democratie eiste, wandelde Iglesias naar zijn nieuwe coalitiepartner voor de nationale verkiezingen op 26 juni: Alberto Garzón.

De innige omhelzing die volgde, bezegelde het huwelijk tussen Izquierda Unida (opgericht in 1986 als een coalitie tussen communisten, republikeinen en groenen) en Podemos. Het doel van dit partnerschap is het land terugwinnen voor de gewone burger en om de Partido Popular van huidig premier Rajoy te verslaan.

De nieuwe verkiezingen in Spanje werden op 3 mei aangekondigd door koning Felipe VI nadat de onderhandelingen voor een regering op niets waren uitgedraaid. Podemos eiste in deze onderhandelingen een hoofdrol op en ook in de aanloop van de verkiezingen in juni trekt de partij alle aandacht naar zich toe. Het falen van de onderhandelingen is echter enkel te begrjipen wanneer de werkelijke inzet van de stembusgang wordt blootgelegd: de sociaal-democratische partij PSOE.

Kroniek van een aangekondigd falen

De verkiezingsuitslag van december 2015 had al snel duidelijk gemaakt dat de formatiegesprekken tussen de vier protagonisten – PP, PSOE, Podemos en Ciudadanos – een zeer moeilijke bevalling zouden worden (tabel 1). Hoewel de PP van premier Rajoy de grootste partij was gebleven, werd ze al zeer snel door de andere partijen buitenspel gezet. PSOE – voorzitter Sánchez liet zich al heel snel ontvallen dat de Spaanse burger had gekozen voor verandering, waardoor een zogenaamde “grote coaltie” tussen de twee grootste partijen bij voorbaat werd uitgesloten.

In januari gaf Podemos te kennen bereid te zijn om deel te nemen aan een linkse coalitie met Izquierda Unida en PSOE. Die laatste wees dit voorstel echter af, omdat er dan nog een aantal andere (regionalistische) partijen aan boord moesten worden gehesen.

Unidada Popular (een coalitie rond Izquierda Unida) behaalde 2 zetels. De Esquerra Republicana de Catalunya (een links Catalaans nationalistische partij) behaalde negen zetels en het Catalaanse Democràcia i Llibertat behaalde acht zetels. De Baskische Nationalistische Partij (PNV: Partido Naticionalista Vasco) behaalde zes zetels en het Baskische EH Bildu behaalde er 2

De sociaaldemocraten van Sánchez zagen meer heil in een coalitie met Podemos en het centrumrechtse Ciudadanos en op 24 februari werd een deal gesloten met die laatste. Voor Iglesias was een samenwerking met de partij van Albert Rivera echter ondenkbaar. Dit leidde tot een totale patstelling binnen de formatiegesprekken, gezien PSOE dezelfde houding aannam tegenover de PP. Begin maart werd tot tweemaal toe een investituurstemming gehouden waarbij Sánchez er niet in slaagde een meerderheid achter zich te krijgen.

Op 23 maart legden Iglesias en Sánchez telefonisch een nieuwe afspraak vast om de impasse te doorbreken. Vanuit Ciudadanos werd deze bilaterale toenadering met argusogen bekeken. Sinds het akkoord met PSOE ging de partij er van uit dat voortaan beiden onderhandelingen met mogelijke coalitiepartners zouden voeren.

Bij de ontmoeting tussen Iglesias en Sánchez op 30 maart zette Iglesias meteen de toon. De secretaris-generaal van Podemos gaf aan Sánchez te kennen te streven naar een zogenaamde progressieve regering “op zijn Valenciaans” met als coalitiepartners PSOE, Izquierda Unida en Compromís. (Hiermee verwijst Iglesias naar de regering in de regio Valencia die bestaat uit een coalitie tussen PSOE, Podemos, Izquierda Unida en Compromís. Bij de nationale verkiezingen gingen Podemos en Compromís gezamenlijk naar de stembus.)

Albert Rivera (Ciudadanos) zette zijn aversie voor Podemos in de verf door te verkondigen dat hij nieuwe verkiezingen verkiest boven een regering waarin Podemos de plak zou zwaaien.

Hiermee waren de vereiste 176 stemmen voor een meerderheid echter niet bereikt (163). Een mogelijke optie was steun te zoeken bij regionalistische partijen zoals het Baskische PNV en/of het Catalaanse ERC, maar dat was een doodlopend pad gezien PSOE doorheen de formatiegesprekken nooit haar stugge houding t.o.v. de autonomiekwestie zou opgeven.

Een andere mogelijkheid was Ciudadanos overtuigen om zich bij een nieuwe investituurstemming te onthouden, maar ook dat was onwaarschijnlijk in het licht van Rivera’s aversie van Podemos. Dit zette hij in de verf door te verkondigen dat hij nog liever nieuwe verkiezingen verkiest boven een regering waarin Podemos de plak zou zwaaien. Rivera zou niet alleen vasthouden aan het akkoord met PSOE, maar probeerde tezelfdertijd de PP opnieuw binnen te loodsen. Het wees hierbij op het belang van die partij voor de bestuurbaarheid van het land.

De PP had nog steeds een absolute meerderheid in de senaat en bevond zich bijgevolg in de positie om iedere potentiële grondwetswijziging te blokkeren. Bovendien kon de PP als grootste partij in het congres heel wat druk zetten op eender welke minderheidsregering. Rivera bleef scherp uithalen naar Iglesias en trok zijn bereidheid tot onderhandelen en toegevingen in vraag. De verwijten werden echter (deels) door de realiteit ingehaald wanneer Iglesias verklaarde te verzaken aan het vice-premierschap in eender welk kabinet.

Sánchez daarentegen bleef echter vasthouden aan het pact met Ciudadanos en toonde zich niet bereid om enkel met Podemos een regering te vormen, eventueel geruggesteund door regionalistische partijen. De autonomiekwestie ligt bijzonder gevoelig bij PSOE en toen Podemos op 25 maart aankondigde dat het een referendum voor een onafhankelijk Baskenland zou ondersteunen, werd PSOE de facto voor een voldongen feit gesteld. Een coalitie met Podemos (voorstander van referenda in zowel Catalonië als Baskenland) en Ciudadanos (afkerig tegenover iedere stap die de Spaanse nationale eenheid uitholt) was in zekere zin voorgoed uitgesloten.

Net op dat moment kwam de aankondiging dat vertegenwoordigers van PSOE, Ciudadanos en Podemos op 7 april voor de eerste maal samen aan de onderhandelingstafel zouden plaatsnemen om alsnog nieuwe verkiezingen te vermijden.

Compromís (een regionale progressieve partij in Valencia) leek een laatste reddingsboei naar Sanchez te werpen

Een laatste overleg tussen PSOE, Ciudadanos en Podemos op 7 april, om alsnog nieuwe verkiezingen te vermijden, werd gedwarsboomd toen het nieuws kwam dat de begroting was ontspoord met meer dan één percent. Dit betekende dat de volgende regering onder het alomvattende oog van de Europese instellingen verder zou moeten besparen. Podemos legde meteen een voorstel op tafel dat de uitgaven drastisch zou verhogen en dat betekende meteen het einde van het trilaterale overleg.

Niemand leek nog iets te verwachten van de laatste gespreksronde tussen partijleiders en de koning op 26 april. Voor het verstrijken van de deadline leek Compromís (een regionale progressieve partij in Valencia) een laatste reddingsboei aan Sanchez toe te werpen: het legde een 30 punten voorstel op tafel op basis waarvan een coalitie van linkse en onafhankelijke partijen gevormd zou worden met Sánchez als premier. Terwijl PSOE 27 van de 30 punten aanvaardde, waren zowel Podemos als Ciudadanos het voor het eerst met elkaar eens: het voorstel van de laatste kans werd getorpedeerd en 26 juni werd in de agenda’s aangekruist.

Een meesterzet of een blunder?

Polls wijzen er echter op dat nieuwe verkiezingen een gelijkaardig resultaat zullen opleveren, waardoor partijen met dezelfde impasse zullen worden geconfronteerd.

Terwijl academici en opiniemakers wijzen op het gebrek aan ervaring en bereidheid om op nationaal niveau coalities te vormen, geven de partijen elkaar de schuld voor de politieke impasse.

De sleutel om het falen van de onderhandelingen te begrijpen is echter het dilemma waarmee PSOE wordt geconfronteerd.

De coalitievorming tussen Podemos en Izquierda Unida kan wel degelijk een significante impact hebben op het politieke landschap indien de huidige polls zich doorzetten. Hoewel Podemos een verlies optekent van bijna 4 procent in vergelijking met het verkiezingsresultaat in december, zou een combinatie met IU en de regionale coalitiepartners van Podemos in Catalonië (Comú Podem), Valencia (Compromís) en Galicië (En Marea Convergència) Podemos de tweede grootste partij maken met 23,1 % en zo PSOE (21,6%) veroordelen tot het spelen van de tweede viool in de linkse familia.

Het sluiten van een partnerschap met Izquierda Unida moet geïnterpreteerd worden in het licht van het initiële streefdoel dat Iglesias naar voren schoof voor de nationale verkiezingen in december: ‘We moeten naar een verkiezingssituatie streven die de politieke opties herleidt tot de keuze tussen de conservatieve PP of Podemos.’

Adolfo Lujan (CC by-nc-nd 2.0)

Volgens Iglesias is de overname van PSOE door Podemos een essentiële voorwaarde voor politieke verandering in Spanje

Dit streefdoel is de concrete vertaling van de zogenaamde Podemos hypothese die Iglesias belichtte in een artikel voor New Left Review in juni 2015.
Volgens Iglesias is de overname van PSOE door Podemos een essentiële voorwaarde voor politieke verandering in Spanje, zelfs als men er niet in slaagt om de PP electoraal op de knieën te krijgen.

De veronderstelling dat de sociaal-democraten een U-bocht nemen en het besparingsbeleid afzweren is enkel mogelijk wanneer ze (electoraal) in een ondergeschikte rol worden geduwd. De PSOE wordt op die manier gedwongen een keuze te maken tussen enerzijds een sociaal-solidair model geponeerd door Podemos en haar nationale en regionale coalitiepartners en de neoliberale praktijken van PP – Ciudadanos.

Als de PSOE Podemos steunt, geeft het impliciet haar falen in het verleden (en heden) als vaandeldrager van de sociaaldemocratie toe

Sanchéz blijft echter hameren op het autonome project van PSOE, maar het is voor iedereen wel duidelijk dat PSOE zich tussen hamer en aambeeld bevindt. Ofwel wordt Sanchéz de doodgraver van PSOE door een “gran coalición” aan te gaan met PP (eventueel aangevuld met Ciudadanos). Ofwel steunt het Podemos en geeft daarbij impliciet haar falen in het verleden (en heden) als vaandeldrager van de sociaaldemocratie toe.

Hoewel tegenstanders nieuw-linkse partijen als Podemos en Syriza graag verketteren als zijnde de 21ste eeuwse varianten van het bolsjewisme, is het programma van Podemos in wezen een sociaaldemocratisch programma. In een interview stelde Iglesias dat: ‘We verzetten ons niet tegen een strategie voor een transitie naar een socialisme; maar we zijn bescheidener in ons opzet. We hanteren een neo-Keynesiaanse benadering, zoals Europees links, en vragen meer investeringen, herverdeling en garantiesvoor de sociale rechten.’

Nieuwe linkse partijen als Podemos trachten eerder het sociaal – democratische gedachtegoed te redden van die partijen die te ver zijn afgedwaald op de derde weg. Tezelfdertijd is Iglesias zich er terdege van bewust dat het winnen van een verkiezing niet hetzelfde is als de macht verwerven. Velen wijzen naar het lot van Syriza als de lakmoesproef voor de levensvatbaarheid van links, maar een linkse progressieve regering in de vierde economie van de Eurozone zou Brussel en Frankfurt wel degelijk op haar grondvesten doen daveren. Maar een belangrijke volwaarde om tot dergelijke regering te komen is dat PSOE electoraal (nog verder) afkalft: dit was niet het geval bij de stembusuitslag in december en heeft een significante impact gehad op de onderhandelingen.

De Partido Popular is druk bezig de burger schrik aan te jagen door de coalitie als linkse extremisten en radicalen te brandwerken

Je kunt je echter afvragen of Iglesias geen blunder heeft gemaakt door net met Izquierda Unida een coalitie aan te gaan. De Partido Popular is druk bezig de burger schrik aan te jagen door de coalitie als linkse extremisten en radicalen te brandmerken en te wijzen op de potentiële negatieve gevolgen voor de Spaanse economie. Iglesias is zich altijd bewust geweest van dit gevaar: “Wanneer onze vijanden ons bestempelen als radicaal links en ons identificeren met diens symbolen, duwen ze ons op een terrein waar hun overwinning makkelijker te behalen is”.

Daarom heeft Podemos altijd getracht net deze links – rechts tegenstelling te overstijgen en een nieuwe “common sense” te genereren mede mogelijk gemaakt door de polarisering op sociaal – economisch vlak en de uitholling van de middenklasse. Dit streefdoel heeft zich niet voltrokken met de opkomst van Ciudadanos, maar Podemos dreigt zich nu onmogelijk te maken bij verschillende lagen van de bevolking die zich absoluut niet vereenzelven met extreemlinks (en diens politieke uitdrukking Izquierda Unida).

Hoewel Podemos bij monde van Iñigo Errejón haar uiterste best doet om de deal tussen haar en IU niet te framen als een project van links maar van de gewone burger tegen ‘la casta’ (of the 99% zoals je wil) lijken ze het gevecht voor ‘the terms of the conversation’ te zullen verliezen. En Pablo Iglesias weet maar al te goed dat ‘wie in de politiek de regels van het spel bepaalt, bepaalt ook in grote mate de uitslag.’

Pieter Rondelez studeerde politieke wetenschappen (EU-studies en Conflict & Development) aan de Universiteit van Gent).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift