Dossier: 
Conflict tussen India en Pakistan gaat over noordelijke staat Jammu en Kasjmir

Kasjmir is het kadaver in de Zuid-Aziatische bron

(c) Brecht Goris

Een Indiase soldaat in Srinagar, Kasjmir

In Srinagar, de zomerhoofdstad van de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir, vertelde de religieuze leider Maulvi Shaukat Ahmad Shah me dit verhaal:

‘Op een dag verscheen er een hond in het dorp en niemand wist waar die vandaan kwam. De jongens jaagden het dier op tot het zo dol was dat het in de waterput sukkelde en verdronk. De dorpelingen waren radeloos, want de dode hond had hun drinkwater onrein gemaakt. Ze wendden zich tot de pir die een eindje verder woonde. De wijze man streek over zijn baard en zei: “Schep vier emmers water uit de bron en giet die uit over de rotsen. Daarna zal het water opnieuw drinkbaar zijn.”

De dorpelingen deden wat hen opgedragen was, maar de smaak van de dood en de geur van de hond verdween niet. Toen ze opnieuw naar de pir gingen, gaf hij hen dezelfde remedie. Weer werkte die niet. Toen het scenario zich een vijftal keren herhaald had, krabte de pir zich onder zijn tulband. Na een lange stilte vroeg hij de dorpelingen waar ze het kadaver van de hond begraven hadden.’

Maulvi Shaukat Ahmad Shah vertelde dit verhaaltje in 2011 om uit te leggen waarom de conflicten in Zuid-Azië maar niet opgelost geraken. ‘Het probleem’, zei de maulvi,  ‘is dat de machten en overheden van de hele wereld bereid zijn tot allerlei bezweringen en rituelen om het lijden en het sterven in de regio te stoppen, alleen is er niemand die eraan denkt het kadaver uit de bron te halen.’

Het permanente probleem

Jammu en Kasjmir is het kadaver dat het water tussen landen en volkeren in Zuid-Azië blijft vergiftigen. India en Pakistan trokken driemaal ten oorlog tegen elkaar, waarvan tweemaal uitdrukkelijk over Kasjmir (in 1948 en 1965), maar ook bij de derde oorlog werd het slagveld verlegd van Oost-Pakistan naar Kasjmir (1971). De korte grensoorlog over Kargil (1999) en de grootscheepse troepenmobilisaties langs de gemeenschappelijke grens (1986-1987 en 2002) toonden al aan dat een nieuwe oorlog mogelijk blijft zolang men het probleem Jammu en Kasjmir verder laat rotten.

De aanslag op de Indiase legerkolonne in Pulwama half februari 2019 zette een serie reacties in gang die aantonen dat de kans op oorlog nog steeds zeer reëel is, al zijn beide lansen sinds 1998 officieel atoommachten.

‘In hogere legerkringen draagt iedereen dezelfde bril’, zei generaal op ruste Talat Masood in Islamabad. ‘En door die bril zie je alleen de vijand in het oosten, India. Alle andere, reële bedreigingen voor Pakistan worden onzichtbaar of, erger, gaan eruit zien als diensten aan het vaderland. Dat verklaart waarom de Pakistaanse overheid zo lang steun gegeven heeft aan extremistische groepen die in Kasjmir wilden gaan vechten en waarom er opnieuw samengewerkt is met Afghaanse opstandelingen zoals de taliban na 2001. We graven ons eigen graf, maar we denken dat het een burcht is waarin we onkwetsbaar zullen zijn.’

India staat onwrikbaar op het standpunt dat Jammu en Kasjmir een dispuut is tussen twee landen –waarbij gemakshalve abstractie gemaakt wordt van de betrokkenheid van China– en dat een oplossing dus gezocht moet worden door bilateraal overleg. Een derde, bemiddelende partij is voor Delhi uit den boze.

Pakistan staat meer open voor bemiddeling, al was het maar omdat onderhandelingen tussen India en Pakistan altijd gesprekken zullen zijn tussen heel ongelijke gesprekspartners: een economische en militaire groeigigant met 1,2 miljard inwoners en een grondgebied van 3,3 miljoen vierkante kilometer weegt zwaarder dan een imploderend land van 180 miljoen inwoners en 790.000 vierkante kilometer. Waar beide landen het wel over eens lijken te zijn, is dat Jammu en Kasjmir in de toekomst bij een van de twee erfgenamen van Brits Indië moet horen. De Kasjmiri’s zijn daar niet zo zeker van.

Luisteren naar de Kasjmiri’s, en de anderen

Toen ik in 1996 mijn eerste reportage in Jammu & Kasjmir maakte, werd het debat grotendeels gedomineerd door de vraag waarom de inwoners van de vroegere prinselijke staat de kans niet kregen om zich in een referendum uit te spreken over aansluiting bij India of Pakistan. Dat referendum was hun toch beloofd door Jawaharlal Nehru, door alle opeenvolgende Pakistaanse presidenten en door de Verenigde Naties?

Bij elk bezoek nadien voelde ik het discours verschuiven. Het wantrouwen tegenover India werd stilaan geëvenaard door een afkeer van de Pakistaanse politiek, die er wel in slaagt dood en geweld te importeren maar machteloos of zelfs bewust onmachtig blijft om een waardige oplossing te forceren. Toen ik in het voorjaar van 2011 opnieuw in Srinagar was, klonk het bijna overal: ja, we willen een referendum, maar laat dat dan een kans zijn om de echte stem van het volk van vandaag te horen. 2011 was immers 1948 niet en de Kasjmiri’s wilden niet alleen kunnen kiezen tussen India en Pakistan, ze wilden ook kunnen kiezen voor een onafhankelijk land. Dat moment is door de politici in India verspeeld. De voorbije jaren is de frustratie met de onwil in Delhi en het gesjoemel in Srinagar zo hoog opgelopen, dat steeds stenengooiers  weer ondergrondse militanten en gewapende strijders werden.

De voorbije jaren is de frustratie met de onwil in Delhi en het gesjoemel in Srinagar zo hoog opgelopen, dat steeds stenengooiers  weer ondergrondse militanten en gewapende strijders werden.

Luister naar ons en geef ons de kans onze eigen toekomst te bepalen, dat is wat de meeste mensen in Jammu en Kasjmir vragen. Alleen is dat een stuk ingewikkelder dan ze beseffen. De diversiteit van de oorspronkelijke staat Jammu en Kasjmir was zo groot, dat er nauwelijks een duurzame staat mee te bouwen viel, en de bestandslijn is nu al decennia een effectieve grens tussen gebieden, mensen en economieën. Binnen elke regio van Jammu en Kasjmir bestaan grote interne tegenstellingen die bij een volksraadpleging ongetwijfeld gepolitiseerd en gepolariseerd zullen worden.

De nationale en internationale focus op Kasjmir heeft de inwoners van de vallei ervan overtuigd dat het conflict om hen draait en dat zij dan ook de beslissende stem moeten hebben, waarbij ze vergeten dat Ladakhi’s, Dogra’s in Jammu of Kohistanen en Pasjtoenen in Gilgit-Baltistan niet per se het Kasjmirse nationalisme delen –om het zeer voorzichtig uit te drukken. ‘Bovendien’, zei de Indiase ex-kolonel Ajai Shukla, ‘staart iedereen zich blind op de mening van Srinagar, terwijl ruraal Kasjmir de meerderheid vormt van de bevolking.’ Volgens Shukla wegen de preken van de dorpsmollah of de rondtrekkende tablighi –missionarissen die een puristische islam en persoonlijke bekering voorstaan– zwaarder bij de boeren in de bergen dan de programma’s van politieke partijen of bewegingen.

De uitkomst van een volksraadpleging is door die vele lagen van diversiteit en complexiteit moeilijk te voorspellen. Wat de inwoners van Jammu en Kasjmir vragen is dat de overheden in Delhi en Islamabad ophouden met rekenen, en ruimte maken voor gesprek met de betrokken bevolking. Hoe een politieke oplossing er moet uitzien, weet voorlopig niemand met zekerheid. Het is trouwens opvallend hoe de leiders van de buitenparlementaire oppositie in Kasjmir, de All Party Hurriyat Conference, de lippen op elkaar houden als je hen vraagt naar hun toekomstproject.

Wat iedereen wel weet, is dat een oplossing alleen mogelijk is als ze gebaseerd is op zelfbeschikking, waardigheid en vertrouwen. Dat zijn grote woorden maar in Kasjmir staan ze voor heel concrete uitdagingen. De nationale overheden van zowel India als Pakistan hebben Jammu en Kasjmir al decennia lang gebruikt in hun onderlinge rivaliteit en ze hebben daardoor het vertrouwen van de bevolkingen keer op keer geschaad. Dat herstellen is een moeilijke, maar prioritaire opdracht.

Waardigheid

‘Kasjmir is een kolonie van India’, zei Abdul Rashid Hanjura, directeur van Islamic Relief in Srinagar en een erg gematigde en sociaal bewogen man. ‘Ons land wordt bezet door zevenhonderdduizend Indiase soldaten, die nooit zullen toestaan dat wij van Lal Chowk [het hart van Srinagar] een Tahrir plein zullen maken.’ In de notities van het gesprek dat ik met hem had staat bijna om de andere regel het woord vertrouwen. Hanjura is ervan overtuigd dat het geweld zal luwen en een rationeel gesprek over de toekomst van Jammu en Kasjmir mogelijk wordt zodra zijn “nooit” omgevormd kan worden in een betrouwbaar “ooit”. In dat gesprek, zei hij, willen de Kasjmiri’s geen toehoorders zijn, maar woordvoerders van hun eigen belang.

‘Door te gokken op geweld en gewelddadige respons wordt aan beide zijden van de pijnlijke grens de positie van de extremisten versterkt.’

De Pakistaanse auteur Mohsin Hamid vergeleek de jonge naties India en Pakistan met een Siamese tweeling die op onhandige wijze gescheiden werd, behalve ter hoogte van de schouders. ‘Die onafgewerkte scheiding zorgt nu al decennia voor bloedvergieten’, zei Hamid tijdens een interview in zijn huis in Lahore. ‘Door te gokken op geweld en gewelddadige respons wordt aan beide zijden van de pijnlijke grens de positie van de extremisten versterkt. Het wordt de hoogste tijd om daar wat aan te doen.’

India en Pakistan hebben de vraag naar zelfbeschikking van Jammu en Kasjmir na 1947 elk op een andere manier behandeld, maar ze hebben dat allebei gedaan met veel onhandigheid en dubbelzinnigheid. Op internationaal vlak deed geen van beide landen een ernstige poging om de inwoners van Jammu en Kasjmir als een volwaardige, derde gesprekspartner in het dispuut te betrekken. De oorlogen, conflicten en spanningen tussen India en Pakistan versterken aan weerszijden van de grens het gevoel dat Kasjmir een zaak van het hoogste nationale belang is. Die muur van retoriek werd zo hoog opgetrokken dat er van de voorstellen of protesten van de Kasjmiri’s niets meer te zien is.

30 jaar gewapende strijd

Over het ontstaan van de gewapende strijd in de vallei bestaan dan ook veel verschillende versies. Arif Jamal leverde in Shadow War. The Untold Story of Jihad in Kashmir wellicht de meest gedetailleerde beschrijving van de beginjaren van de gewapende strijd in Kasjmir. Volgens het relaas van Jamal begon de Pakistaanse dictator Zia-ul-Haq begin jaren 1980 zelfs aan de jihad tegen de Sovjetbezetting van Afghanistan om een goede dekmantel én onuitputtelijke financiering te hebben voor zijn eigenlijke plan: een jihad in Kasjmir.

Zia zou de voorkeur gegeven hebben aan een diepgaande samenwerking met de Jamaat-i-Islami als politiek front voor de gewapende strijd tegen India, omdat de politiek-religieuze overtuiging van die partij het dichtst aansloot bij zijn eigen conservatieve standpunten. De JI aarzelde van bij de eerste contactnames in 1980 en vertraagde het lanceren van de strijd een heel decennium.

Uiteindelijk kwam de Pakistaanse geheime dienst Pakistaanse inlichtingendienst ISI daarom terecht bij het Jammu and Kashmir Liberation Front (JKLF), weliswaar een seculiere organisatie die een onafhankelijk Kasjmir voor ogen had, maar wel de enige organisatie die in staat en bereid was om in het hele Indiase Jammu & Kasjmir cellen uit te bouwen en aanslagen uit te voeren. Omwille van de twijfels bij de uiteindelijke doestellingen van het JKLF bewapende en trainde de ISI echter ook kleine, radicale groepen met een meer uitgesproken islamistische ideologie.

Begin jaren negentig waren er misschien wel 180 gewapende organisaties actief in Kasjmir, waarvan er wel honderd door de Pakistaanse geheime dienst gefinancierd zouden zijn

Begin jaren negentig, schat Jamal, waren er misschien wel 180 gewapende organisaties actief in de vallei, waarvan er wel honderd door de ISI gefinancierd zouden zijn. De militaire training vond plaats in kampen in Afghanistan, Pakistan en Pakistaans Kasjmir. In de maanden na het lanceren van de gewapende strijd –officieel op 31 juli 1989, maar ook in het jaar daarvoor werden al heel wat aanslagen gepleegd– werd op alle mogelijke manieren geprobeerd die versplinterde milities samen te voegen tot één informele strijdkracht onder het politieke gezag van de Jamaat-i-Islami.

De Hizbul Mujahedeen zou uiteindelijk de grootste gewapende groep worden. Begin 1991 zou een HM delegatie naar Afghanistan gegaan zijn om verdere trainingsmogelijkheden te bespreken met de Hizb-e-Islami van Gulbuddin Hekhmatyar, op dat moment nog altijd de uitverkoren moedjahedien van de

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Pakistaanse inlichtingendiensten. Volgens aanwezige HM-commandanten adviseerde Hekmatyar de Hizbul Mujahedeen om hun rivalen te elimineren. Jamal: ‘Hekmatyar was op dat moment verwikkeld in een burgeroorlog met de moedjahedien met wie hij samen tegen de Russen gevochten had. Achteraf bezien wenste hij dat hij zijn rivalen tijdens het conflict al uitgeschakeld had.’ De HM namen die raad duidelijk ter harte en begonnen aan een nietsontziende campagne om de belangrijkste Kasjmirse gewapende groep te worden. Volgens een bron binnen HM zouden meer dan zevenduizend politieke concurrenten zijn uitgeschakeld, een andere bron beweerde ‘dat het werkelijke aantal slachtoffers vele malen hoger lag’.

Yasin Malik, de leider van het JKLF, kan over de gewelddadige zuivering van de Kasjmirse jihad meespreken. Nadat hij zijn kalasjnikov aan de wilgen hing, werden er volgens hem nog zeshonderd JKLF-militanten gedood door de veiligheidstroepen. En hijzelf werd intussen meer dan driehonderd keer gearresteerd. Hij vertelt dat niet in de toonaard van de politicus die een redevoering houdt, maar met het droeve adagio dat past bij iemand die zijn eigen jeugd en zoveel vrienden heeft verloren. Malik spreekt altijd zacht tijdens een interview, zelfs als het over over azaadi gaat, de slogan die voor hem zonder meer onafhankelijkheid voor Kasjmir betekent, maar voor de Pakistanen en hun Kasjmirse medestanders “zelfbeschikking” inhoudt: de mogelijkheid voor de inwoners van Jammu & Kasjmir om uit vrije wil te kiezen voor aansluiting bij Pakistan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur