Kiest Iran voor of tegen Assad?

Analyse

Kiest Iran voor of tegen Assad?

Kiest Iran voor of tegen Assad?
Kiest Iran voor of tegen Assad?

17 september 2014

Iran was de grote afwezige in Parijs op de bijeenkomst van de internationale coalitie tegen de Islamitische Staat. Toch heeft Iran er alle belang bij dat de Islamitische Staat gestopt wordt. Heeft Teheran een keuze in een conflict waarin een van zijn weinige bondgenoten in de regio is betrokken?

Sektarisch geweld in het Midden-Oosten verspreidt zich als strovuur. Westerse analisten beschuldigen zowel Iran als Saoedi-Arabië van gevaarlijk spel met religieuze gevoeligheden waarmee ze hun belangen proberen te verwezenlijken in een regio van Rabat tot Lahore.

De situatie in Syrië en Irak geldt dan als voorbeeld van hoe het “sektarische spel voor zowel Saoedi-Arabië als de Islamitische Republiek uit de hand gelopen is.

De weerstandseconomie sputtert

Overheidsstatistieken tonen dat de Iraanse export naar Syrië gekelderd is.

Tot nog toe is het conflict in Syrië voor Iran een economische nachtmerrie geweest. Het heeft Iran gedwongen tot grote uitgaven voor financiële en logistieke steun, terwijl het Westen gelijktijdig de sanctiekraan voor de Islamitische Republiek aandraaide.

De combinatie van een economische crisis op eigen bodem en het subsidiëren van een buitenlands regime verminderde de publiekssteun voor een Iraanse interventie in Syrië sterk. Veel Iraniërs keken met verontwaardiging toe hoe autoprijzen in Iran explodeerden, terwijl dezelfde Iraanse bedrijven voor veel lagere prijzen hun waar in Damascus verkochten.

Het conflict bedreigt ook Irans belangrijke exportmarkten. Exportmarkten niet gerelateerd aan olie zijn van topbelang voor de Islamitische Republiek. Een van haar hoofdprioriteiten is namelijk het vermindren van het relatieve belang van de olie-economie en de diversificatie naar andere industrieën.

Zo probeert Iran, in zijn eigen woorden, een ‘weerstandseconomie’ (Eqtesad-e Moqavematti) te bouwen. Zo’n weerstandseconomie zou afhankelijkheid van het Westen en van bepaalde globale markten verminderen.

Overheidsstatistieken tonen dat de Iraanse export naar Syrië gekelderd is, van een hoogtepunt van ongeveer 500 miljoen dollar per jaar vlak voor het Syrische conflict tot 100 miljoen dollar op dit moment. De laatste cijfers laten zien dat de export naar Irak, na China de grootste markt voor Iraanse producten, nu hetzelfde lot beschoren is.

Klassenstrijd

Iran ziet soennitisch extremisme en Israëlisch expansionisme als twee handen op een buik.

Irans buitenlandse relaties berusten op een pragmatische interpretatie van de revolutionaire slogan ‘Onafhankelijkheid, vrijheid en een Islamitische Republiek’ (Esteqlal, azadi, jomhuri-ye Eslami). Een eerste pilaar van het Midden-Oosten-beleid is dan ook anti-imperialisme. Iran ziet soennitisch extremisme en Israëlisch expansionisme als twee handen op een buik, met het Westen als uiteindelijke verantwoordelijke.

Een tweede pilaar is het bevorderen van populistisch islamisme, met een logische voorkeur voor politiek sjiisme. In dit populistisch islamisme staat sociale herverdeling centraal.

Een kernbegrip voor beide pilaren is de strijd van de mostazafin, de armen of onderdrukten, tegen de mostakberin, de onderdrukkers – een soort islamitische klassenstrijd dus, maar met sterke antikoloniale dimensies.

Hezbollahs bochtige parcours

In de huidige oorlogstoestand beschouwt Irans leiderschap de regering van Assad in Damascus als bondgenoot. Toch beseft men dat Assads loyaliteit in een postconflictsituatie niet gegarandeerd is.

Regionale competitie tussen Syrië en Iran gaat terug tot 1979, het jaar van de Islamitische Revolutie. Die competitie draaide vaak rond Israël en Libanon. Syrië heeft altijd hoofdzeggenschap gehad in het kleine Libanon en beschouwde het als zijn eigen grondgebied. Toen begin jaren tachtig Hezbollah werd opgericht door Iraanse islamisten, wantrouwde Syrië deze onafhankelijke, populistische pro-Iraanse groep meteen.

In de huidige oorlogstoestand beschouwt het Iraanse leiderschap de regering van Assad in Damascus als bondgenoot.

Hezbollah, in samenwerking met Iran, stak vaak een stokje voor de agressieve politiek die Syrië in Libanon voerde. In de jaren negentig, toen Irans buitenlandse politiek gematigder werd, toomde ook Hezbollah haar revolutionaire retorica van ‘export van de revolutie’ in. Sindsdien zorgde de flamboyante orator en populaire leider Hassan Nasrallah er voor dat Hezbollah een politieke partij werd.

De groep is sindsdien deel van het dagelijkse Libanese politieke toneel. De door Iran geïnspireerde anti-Israël/VS-houding en het populistische socialisme maakten Hezbollah populair onder zowel Libanese soennieten, christenen, druzen als sjiieten.

Hoewel Hezbollah met name door Syrische druk sinds eind jaren negentig steeds meer sektarisch en pro-Syrië is geworden, moet haar militaire steun aan Assad niet alleen in zulke termen gezien worden. Net zo belangrijk is dat Hezbollah Libanese soevereiniteit wil verdedigen tegen een potentieel imperialistische Syrische grootmacht.

Iran en Hezbollah zijn er van overtuigd dat een extremistische soennitische regering in Damascus een agressiever beleid zal voeren dan een verzwakte Bashar Assad.

Iran weet dat een Hezbollah-achtige oplossing in Syrië onmogelijk is. Een relatief democratisch maar zwak politiek systeem dat de macht toekent aan een sjiitisch-geleid en pro-Iraans front lukt in Libanon, maar niet over de grens. Minder dan tien procent van de Syrische bevolking volgt sjiisme. Nog belangijker is dat Syrië, net als Irak, een middelgroot land is met de mogelijkheid tot een onafhankelijk buitenlands beleid. Iran was ook al niet in staat de Iraakse premier Nouri al-Maliki en zijn openlijk sektarisme te temmen.

Alle middelen tegen IS

Iran wil absoluut niet dat Syrië in handen van extremistische soennieten valt, die mogelijk annexatie met een veroverd Noord-Irak zouden zoeken. Zo’n scenario verwoest de pilaren van Irans buitenlands beleid. De machtsbalans in Libanon en Irak wordt dan op zijn kop gezet, Hezbollah zou gekortwiekt worden en zo zou ook Irans druk op Israël worden “uitgeschakeld”.

De val van Assad zou ook leidden tot meer extremisme en geweld tegen religieuze minderheden, waar het sjiisme er een van is. Dat zou dan weer een direct gevaar voor de soevereiniteit van Iran betekenen. De geruchten gaan dat Iraanse Koerden met toestemming van de Revolutionaire Garde naar Irak en Syrië zijn vertrokken om Al-Nusra en Daësh (ISIL in het Arabisch) te bestrijden. Als die geruchten kloppen, versterken ze de stelling dat Iran alles inzet, zelfs nationalistische Koerden, om een een machtsconsolidatie onder Daësh of Al-Nusra te vermijden.

Westerse banken en oliebehoeften

Teheran is niet opgezet met de nieuwe westerse-Arabische Alliantie tegen Daësh (ISIL). De Islamitische Republiek gelooft stellig dat een oplossing niet in militaire confrontatie ligt maar in het aanpakken van de culturele en financiële centra die de extremistische radicalisering mogelijk maken. Seyyed Amir Moesavi, directeur van het Centrum voor Strategische Studies en Internationale Relaties in Teheran, wil dat het Westen de financiële transacties en olieverkoop door Islamitische Staat stopzet. Daësh verkoopt dagelijks voor drie miljoen dollar olie en stort het geld op Amerikaanse bankrekeningen. Er wordt geen druk gezet op de kopers van deze olie, noch op de banken die deze transacties toestaan.

‘Het Westen moet de financiële transacties en olieverkoop door IS stopzetten.’

Leden van Daësh kunnen ook makkelijk hun toevlucht zoeken in landen geallieerd met het Westen zoals Marokko, Saoedi-Arabië, Jordanië, Qatar of de Emiraten. Moesavi beweert dat het grootste probleem het systeem van extremistische “culturele centra” en koranscholen is. Deze salafistische madrassa’s zijn verspreid in een gebied van Turkije en Jordanië tot Saudi-Arabië en Pakistan en worden vaak gesponsord door de politieke elite daar. Vaak wordt er een soort islam aangeleerd die uitgesproken puriteins, extremistisch en geweldadig is.

Charlie Chaplin

De regering in Iran zal Assad niet blijven steunen.

Daarom vindt Iran de westers-Arabische alliantie zinloos en hypocriet. Iran is ervan overtuigd dat de alliantie veeleer de Syrische regering wil uitschakelen dan het extremisme in de regio bij de wortels aan te pakken. In een interview dat ik had met dr. Sherbaf aan de Universiteit van Teheran, vergeleek die de militaire acties van de Alliantie met een scène uit de Charlie Chaplin-film The Kid waarin een jongen glazen breekt om zijn baas, een glazenmaker, aan het werk te houden.

Het Iraanse leiderschap wil de Alliantie ontkrachten door directe onderhandelingen met Saudi-Arabië en andere Golfstaten die het soennitische extremisme steunen. Maar terwijl Teheran pleit voor bilaterale coördinatie, blijft de Saoedische bereidheid daartoe onzeker. Pas sinds kort is Riyad voorzichtig een directe relatie met Iran begonnen.

De bilaterale voordelen van een inclusief akkoord kunnen voor Teheran en Riyad alleen maar door directe onderhandelingen verkend worden. Dus alhoewel de regering in Iran Assad momenteel zal blijven steunen, is die steun niet onvoorwaardelijk. Iran staat achter een inclusieve oplossing van het Syrisch conflict, die haar economische en politieke belangen in Irak, Syrië en Libanon veilig stelt en het gevaar van soennitisch extremisme indamt.