De humanitaire impact van klimaatverandering

Klimaatcrisis vraagt andere humanitaire aanpak: ‘Wij hebben niet jullie medelijden nodig, maar jullie strijd’

Daniel Arrhakis (CC BY-NC 2.0)

Ongeveer 206 miljoen mensen worden jaarlijks getroffen door stormen, overstromingen, droogtes of bosbranden. Als we niets doen aan de klimaatverandering, loopt dat aantal sterk op.

Niets doen aan de klimaatverandering gaat ons veel geld kosten. Of omgekeerd: tijdig handelen en goed voorbereiden, dat is de verstandige optie, ook voor begrotingshaviken en toekomstgerichte boekhouders. Het is de duidelijke boodschap die humanitaire organisaties én milieubewegingen geven, nu jaar na jaar duidelijker wordt dat klimaatverandering bezig is en de kans op trage of plotse natuurrampen vergroot.

‘Klimaatverandering is een sociale en politieke uitdaging, én een probleem voor gezondheid en ontwikkeling', zegt Günter Jonitz, voorzitter van de Berlijnse Artsenkamer. 'Het is een humanitaire crisis in opbouw en een bron van angst voor veel mensen. Maar het is ook een kans om op een nieuwe en betere manier aan humanitair werk te doen.’

Nietsdoen kost geld

The Cost of Doing Nothing. The Humanitarian Price of Climate Change and How it Can Be Avoided is een recent rapport van de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC).

De complexe samenhang van klimaatverandering en humanitaire noden was ook het onderwerp van A Perfect Storm. Humanitarian Impacts of Climate Change, een tweedaagse conferentie vorige week in Berlijn. Honderden beleidsmensen van onder andere Artsen zonder Grenzen, Dokters van de Wereld, het Duitse Rode Kruis, Greenpeace en de Ärtzekammer Berlin debatteerden daar over de financiële kosten van actuele en komende crisissen, maar vooral over de menselijke impact en hoe die te voorkomen en verkleinen.

MO* was erbij in Berlijn.

‘Een groot deel van de mensen die vandaag humanitaire hulp krijgen, behoort ook tot de groep die het kwetsbaarst is voor de gevolgen van klimaatverandering’, zegt Jennifer Morgan, directeur van Greenpeace International.

Het is, voor alle duidelijkheid, niet zo dat alleen de armsten getroffen worden door overstromingen of andere natuurrampen, al zijn zij wel vaak de eerste en ergste slachtoffers. Maar de humanitaire sector richt zijn tussenkomsten vooral op wie niet in staat is om zelf zijn huis te verzekeren tegen aardbevingen of om een nieuwe veestapel op te bouwen na een desastreuze overstroming of droogte.

De inkomensgrens die voor deze groep van mensen gehanteerd wordt, is een inkomen van tien dollar per dag. Wie daaronder valt, kan prioritair rekenen op humanitaire hulp.

Elk jaar 50 miljoen mensen extra bedreigd

Ongeveer 206 miljoen mensen worden jaarlijks getroffen door stormen, overstromingen, droogtes of bosbranden. Daarvan zijn er volgens het rapport The Cost of Doing Nothing (zie kader rechts) ongeveer 108 miljoen die niet opnieuw op de been gebracht kunnen worden door hun eigen overheid, familie of eigen reserves.

De toekomstscenario’s die het IFRC-rapport uitwerkt, proberen niet de hele kost van klimaatverandering in kaart te brengen. Ze leveren wel een zo goed mogelijke inschatting van de uitgaven die internationale humanitaire organisaties (zullen) doen.

'Ik was na de orkaan kwaad op de overheid, omdat die duidelijk nagelaten had om voor bescherming en voorbereiding te zorgen'

Als de opwarming van de aarde snel verloopt, de sociaal-economische ontwikkeling niet voordelig verloopt voor de armen en de voorbereiding op komende rampen ondermaats blijft, schat IFRC dat er de komende decennia elk jaar 50 miljoen mensen meer behoefte kunnen hebben aan humanitaire hulp.

In het optimistische scenario, met een tragere opwarming, meer inclusieve ontwikkeling en tijdige aanpassing en voorbereiding, zou het toch nog om 21 miljoen mensen extra per jaar gaan. Omgerekend in financiële termen resulteert dat in bijkomende humanitaire uitgaven tussen 500 miljoen en 6 miljard dollar in 2030. Dat is: bovenop het huidige budget van de humanitaire organisaties, én bovenop de uitgaven die regeringen en gezinnen zelf doen om de schade te herstellen en te boven te komen.

Dat bijzonder onaantrekkelijke toekomstscenario is niet onvermijdelijk, bendadrukt IFRC. ‘Als alle landen een financieringsplan, ruime sociale bescherming voor hun kwetsbare bevolking en betere financiële inclusie voor alle burgers zouden hebben,’ zegt het rapport, ‘dan is het mogelijk om de jaarlijkse kosten van natuurrampen te verminderen met wel 100 miljard dollar per jaar.'

Samenwerkende Hulporganisaties (CC BY-SA 2.0)

Klimaatbewust én gefundeerd op mensenrechten

Ook Greenpeace-directeur Jennifer Morgan benadrukt dat de vooruitzichten van de klimaatcrisis en de daarmee samenhangende humanitaire crises ons niet mogen verlammen. ‘Alle organisaties moeten nu samen in actie komen’, zegt ze. Milieu-, klimaat-, ontwikkelings-, mensenrechten- en humanitaire bewegingen ‘moeten een begin maken van “radicale samenwerking” om rechtvaardige transitie en tijdige bescherming mogelijk te maken.'

'De wereld heeft nood aan nieuwe veiligheidsinfrastructuur, nieuwe energie-infrastructuur, een nieuw financieel systeem en nieuwe landbouw- en voedselsystemen. Telkens bedacht en ontworpen vanuit de nood om geen broeikasgassen meer uit te stoten. En daar moeten we samen aan werken', roept ze op.

‘Klimaatmigratie? Wij willen niet vertrekken of vluchten, wij willen thuisblijven’

Morgans oproep werd op applaus ontvangen op de humanitaire conferentie in Berlijn, maar de stap blijft groot voor humanitaire organisaties. Die hebben “neutraliteit” in hun dna ingeschreven en houden zich traditioneel zo ver mogelijk van politieke campagnes, om hun toegang tot kwetsbare bevolkingsgroepen niet in het gedrang te brengen.

Tijdens de conferentie in Berlijn werd meer dan eens verwezen naar climaterights4all, de verklaring over klimaatcrisis en mensenrechten die meer dan vierhonderd organisatie op 19 september in New York ondertekenden. Maar de humanitaire organisaties die de Berlijnse conferentie organiseerden, staan niet bij die ondertekenaars.

De verklaring zegt onder andere: ‘We herhalen dat staten de mensenrechtenverplichting hebben om gepaste antwoorden te bieden op de klimaatcrisis. Deze antwoorden moeten de meest gemarginaliseerde en getroffen gemeenschappen erkennen en prioriteit geven. Het is enkel door deze verplichtingen op te nemen dat er garanties kunnen zijn voor een effectievere, duurzame en op gelijke rechten gebaseerde aanpak en op een rechtvaardige transitie op weg naar klimaatrechtvaardigheid.’

De inhoud van de climaterights4all-verklaring klinkt op sommige punten misschien radicaal: ‘…we erkennen dat bepaalde ondernemingen – met name in de fossiele industrie en de grootschalige landbouwindustrie – en hun financiële investeerders de kern uitmaken van de vernietiging van ons klimaat’. Maar ze zijn wel in lijn met de boodschap die de humanitaire organisaties zelf brachten in Berlijn.

Humanitair werk en activisme

Drie van de meest opvallende getuigenissen op het hoofdpodium van de conferentie kwamen van activisten:

Phyllis Omido, een milieuactiviste uit Kenia die de strijd aanbond tegen het bedrijf waar ze werkte, toen ze vaststelde dat het bedrijf verantwoordelijk was voor de loodvergiftiging van haar zoon.

Carola Rackete, biologe en humanitair activiste die deze zomer wereldfaam kreeg toen ze eind juni als kapitain van de Sea-Watch3 een Italiaanse haven binnenvoer, met 42 opgepikte drenkelingen aan boord.

Veronica ‘Derek’ Cabe is al meer dan twintig jaar bezig met lokaal verzet tegen steenkoolcentrales in Bataan, een schiereiland voor de kust van de Filipijnse hoofdstad Manilla.

Omido en Cabe zijn duidelijk milieuactivisten, Rackete was aanwezig omwille van haar radicale humanitaire inzet. Maar tussen de drie leek geen kloof te bestaan, niet in visie en niet in methode.

'Ik wilde weten: wie is verantwoordelijk voor de rampen die ons overkwamen? De staat, de fossiele bedrijven, het kapitalisme zelf?'

‘In een perfecte wereld zou er geen risico verbonden mogen zijn aan het doen van de dingen die gedaan moeten worden’, zei Phyllis Omido. Naast haar zat Carola Rackete, die maar al te goed weet dat ze niet in die “perfecte wereld” leeft, want de Italiaanse staat wil haar vervolgen voor mensensmokkel en criminele organisatie.

Toch wou ze het daar niet over hebben. ‘Als activist weet je waarmee je bezig bent’, zei Rackete. ‘Maar het criminaliseren van mensen op de vlucht zelf, dat is veel erger. Op dit moment worden er 160 mensen vervolgd in de EU omdat ze vluchtelingen geholpen hebben, maar een veelvoud aan vluchtelingen vreest elke dag de klop op de deur.'

'Wat we vandaag meemaken is geen migratiecrisis, maar een solidariteitscrisis', vervolgt ze. 'En die dreigt verder te escaleren. Kijk maar naar de aanslagplegers in El Paso en in Christchurch, die beiden racistische of xenofobe motieven inriepen voor hun moordende aanslagen, maar die vermengden met ecologische argumenten.’

Veronica Derek Cabe uit de Filipijnen vertelde het verhaal van een verwoestende overstroming in 2009, na de doortocht van de orkaan Ondoy. Daarbij vielen zevenhonderd doden. ‘Uiteraard was er de rouw, en de schok. Maar wat bij mij vooral bleef hangen, was het gevoel van kwetsbaarheid en machteloosheid. Ik was kwaad op de overheid omdat die duidelijk nagelaten had om voor bescherming en voorbereiding te zorgen, maar ik was ook kwaad op mezelf omdat ik niets kon doen om mijn geliefden en omgeving te beschermen.'

Break Free (CC BY-NC-SA 2.0)

Protest in de Filipijnen (2016) tegen acht geplande kolencentrales. 'De fossiele-energiesector is er de hoofdverantwoordelijke voor dat natuurrampen hier meer en intenser voorkomen.'

'Ik was al actief in de strijd tegen steenkoolcentrales omwille van de onmiddellijke vervuiling', vertelt ze, 'maar ik wou nu ook weten of er menselijke verantwoordelijkheid was voor de rampen die ons overkwamen. De staat, de fossiele bedrijven, het kapitalisme zelf?’

Uiteindelijk stelde Cabe vast dat de grote oliebedrijven – en dus eigenlijk opnieuw de fossiele-energiesector die ze al zo lang bestreed – tot de hoofdverantwoordelijken behoorde voor de intensifiëring en het frequenter voorkomen van natuurrampen in de Filipijnen. ‘Daarom,’ besluit ze, ‘zijn humanitaire organisaties en lokale volksorganisaties partners in de strijd voor het beschermen van klimaat en planeet, maar ook in het verdedigen van mensenrechten en menselijke waardigheid – het allereerste en belangrijkste mensenrecht.’

De Keniaanse milieuactiviste Phyllis Omido zat op dezelfde lijn. ‘Wij willen niet vertrekken of vluchten, wij willen thuis blijven’, zei ze, in een reactie op een vraag over klimaatmigratie. ‘We willen water drinken uit onze rivieren, we willen werken op onze boerderijen om voedsel voor de gemeenschap te verbouwen. We willen dat het leven goed is, voor iedereen.’

Migratie als strategie?

Moet klimaatmigratie niet weggehaald worden uit de negatieve framing, met getroffen mensen als slachtoffers en onthalende landen als samenlevingen onder druk? Die vraag kwam meermaals terug.

Het antwoord van Kira Vinke, verbonden aan het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK), was duidelijk: ‘In de praktijk kan je gedwongen verplaatsing als gevolg van klimaatverandering niet zien als een valabele aanpassingsstrategie. Mensen migreren heel vaak naar stedelijke krottenwijken, waar ze armer en kwetsbaarder worden dan ze vroeger waren. Hun gezondheidsrisico’s nemen toe en hun kansen nemen af.’

Dat betekent niet dat klimaatmigratie bestreden moet worden, wel dat er strategieën ontwikkeld moeten worden om klimaatmigratie tot een onderdeel van een rechtvaardige transitie te maken.

Vorig jaar bracht de Wereldbank een rapport hierover uit, Groundswell. Preparing for Internal Climate Migration. Daarin schat de Wereldbank dat landen in Sub-Saharaans Afrika, Zuid-Azië en de Amerika’s jaarlijks met 140 miljoen ontheemden te maken kunnen krijgen, als er niet een dringend en doortastend beleid gevoerd wordt om de klimaatverandering te beperken.

Om van klimaatmigratie een echte aanpassingsstrategie te maken, zegt Vinke, moet dat georganiseerd en tijdig gebeuren. Niet ná een ramp, maar voordien. Zeker bij de trage impact van klimaatverandering – verwoestijning, verzilting, uitdrogen van rivieren of stijgende zeespiegels – zijn tijdige planning en georganiseerde migratie denkbaar, en noodzakelijk.

UNDP in Europe and the Commonwealth (CC BY-NC-SA 2.0)

Een schaapherder in Oezbekistan, waar schapen houden steeds moeilijker wordt door verwoestijning. 'Zeker bij de trage impact van klimaatverandering zijn tijdige planning en georganiseerde migratie denkbaar en noodzakelijk.'

In een heleboel gevallen is ook de impact van plotse rampen vooraf in te schatten. Steden en landbouwgebieden in laaggelegen rivierdelta’s waar tropische stormen voorkomen, wéten intussen dat de kans op stormen en de kracht ervan wellicht zal toenemen.

Het is dan kiezen tussen een beleid dat wacht op de ramp, waarna mensen met lege handen en onvoorbereid en niet begeleid moeten vluchten, of een beleid dat mensen vooraf informeert en opties geeft om te verhuizen. ‘Bij de planning en uitvoering van dergelijke plannen moet rekening gehouden worden met allerlei economische en culturele verwachtingen of beperkingen’, voegt Vinke toe.

17,2 miljoen ontheemden door klimaat

Hildegard Bedarff, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Hamburg, wees er trouwens op dat er met voldoende omzichtigheid omgesprongen moet worden met termen zoals klimaatvluchteling.

‘Een hittegolf, een storm, een periode van droogte wordt niet enkel veroorzaakt door de klimaatverandering. Maar de frequentie, de kans op en de intensiteit van die extreme weerfenomenen is wél toe te schrijven aan de klimaatverandering. Mensen worden als gevolg daarvan, of van meer algemene milieudegredatie, uit hun woonplaats verdreven – omwille van uitdroging of stijgende zeespiegel, verzilting of temperatuurverandering. Zij zijn wel degelijk slachtoffer van de klimaatverandering, maar altijd spelen er ook andere factoren mee.’

‘We moeten hier dringend werk van maken, want de klok tikt, en falen is geen optie.’

Bedarff stipte aan dat er dan ook nauwelijks een schatting te maken is van het aantal mensen dat ontheemd raakt door de trage impact van het veranderende klimaat. Voor plotse rampen gaf ze het cijfer van 17,2 miljoen ontheemden per jaar, wereldwijd.

Claudia Roth, de Groene ondervoorzitter van de Duitse Bundestag, verwees naar enkele mogelijkheden in het internationaal recht om een vorm van bescherming te geven aan mensen die gedwongen worden te verhuizen als gevolg van klimaatgebonden oorzaken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Latijns-Amerika heeft met de Verklaring van Cartagena een ruimere definitie van vluchtelingen dan de definitie die erkend is onder de Conventie van Genève. En in Afrika is er een vergelijkbare Kampala-Verklaring.

Er is een ook een vermelding in het VN-Migratiepact en het Vluchtelingenpact van migratie en ontheemding als gevolg van klimaatgebonden oorzaken. Dat is niet veel, maar het is een vertrekpunt, zei Roth. ‘We moeten hier dringend werk van maken, want de klok tikt, en falen is geen optie.’

‘Wat we nodig hebben, is strijd’

Het gevoel van urgentie dat Claudia Roth verwoordde, klonk ook door in een gesprek dat ik had met vier bewegingsmensen. Ze waren alleen minder rotsvast overtuigd dan de politica, omdat ze maar al te goed weten hoe moeilijk het is om de hoogdringendheid van een levensbelangrijk thema te vertalen van inzicht naar politiek beleid.

‘We moeten ons zo organiseren dat we kunnen mobiliseren voor de lange termijn’, zei Anne Isakowitsch, campagnedirecteur van de solidariteitsorganisatie SumOfUs. Dat betekent ook: zorgen voor de juiste partnerschappen en coalities, onder andere met inheemse gemeenschappen. In de strijd tegen klimaatverandering en tegen de gevolgen ervan moeten die centraal moeten staan.

“De lange termijn” is een dubbel concept voor Sina Kaufmann, auteur en activiste in Extinction Rebellion. Voor haar en voor de activisten van Extinction Rebellion moet er vandaag, heute nog, directe actie gevoerd worden, omdat er gisteren nagelaten is het juiste beleid te voeren.

'Wij moeten en zullen doorgaan, want het ligt in onze natuur om goed te doen.’

‘We moeten de harde waarheid kennen, onder ogen zien en vertellen’, zegt Kaufmann. ‘We moeten supersnel tot koolstofneutrale samenlevingen komen. En we moeten de democratie hervormen, want het is duidelijk dat het beleid niet luistert naar de belangen van de burgers maar naar de eisen van de bedrijven.’

Om die veranderingen binnen het krappe tijdschema realiseren, kiest Exctinction Rebellion voor disruptie en burgerlijke ongehoorzaamheid.

De harde confrontatie is één onderdeel van het repertoire strijdmethodes, merkte Stefan Krug, politiek directeur van Greenpeace Duitsland, op. ‘Greenpeace heeft de voorbije jaren mee onderhandeld over de uitstap uit steen- en bruinkool. Dat levert een compromis op, een plan waarmee wij niet helemaal tevreden zijn, maar dat we wel hebben kunnen aanscherpen door mee te praten.'

'Ende Gelände (een radicale klimaatbeweging die onder andere steenkool- en bruinkoolmijnen blokkeert, red.) doet vandaag wat wij tien jaar geleden deden', zegt Krug. 'Dat is goed. Je hebt verschillende stemmen en methodes nodig om gehoord te worden.’

Peter Tkac (CC BY-NC-SA 2.0)

Barbara Küppers van terre des hommes Deutschland, zelf een mijnwerkersdochter, voegde daar aan toe dat een stevige dosis klassenanalyse wellicht noodzakelijk is in strijdmethodes én voorgestelde oplossingen.

‘Wij hebben jullie medelijden niet nodig’, zei Veronica Derek Cabe tegen een volle zaal humanitaire werkers. ‘Dat schendt onze waardigheid.’

En ze vervolgde: ‘Wat we nodig hebben, is jullie strijd. Jullie volgehouden steun en strijd. Want zolang de fossiele industrie niet stopt met haar productie, kunnen wij niet opgeven. In een kapot milieu is er geen toekomst voor onze kinderen. Daarom moeten en zullen wij doorgaan, want het ligt in onze natuur om goed te doen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur