Klimaatvluchtelingen in de kou

Augustus 2014. Krantenkoppen over de hele wereld berichten over de erkenning van de allereerste klimaatvluchteling. De conclusie van een rechtszaak die te rooskleurig wordt geïnterpreteerd. Op politiek vlak is de uitspraak relevant, maar van een juridische erkenning als klimaatvluchteling is geen sprake. Waarom worden klimaatvluchtelingen niet behandeld als ‘gewone’ vluchtelingen? Zijn er veel mensen die het risico lopen op de vlucht te moeten slaan door het klimaat? En hoe zal de toekomst voor klimaatvluchtelingen eruitzien?

  • © Andrew Biraj Slachtoffers van een overstroming in Bangladesh ontvangen voedsel van een lokale hulporganisatie. © Andrew Biraj

Klimaatvluchtelingen genieten tot vandaag geen enkele erkenning. Het internationale Vluchtelingenverdrag van Genève erkent het klimaat, in de meest brede zin van het woord, niet als doorslaggevende factor om op de vlucht te slaan.

Schattingen variëren tussen 250 miljoen en één miljard klimaatvluchtelingen tegen 2050

Concreet betekent dit dat personen op de vlucht voor de natuur wel asiel kunnen aanvragen, maar het nergens zullen krijgen. Enkel een persoon die vreest voor vervolging op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging kan beroep doen op het Vluchtelingenverdrag. Alleen hij kan erkend worden als vluchteling.

Nochtans zijn er minder en minder sceptici die de desastreuze gevolgen van de antklimaatverandering op het leven van mensen ontkennen. VN-experten waarschuwen in hun laatste klimaatrapport expliciet voor de migratiestromen die daarmee gepaard zullen gaan.

Schattingen variëren tussen 250 miljoen en één miljard klimaatvluchtelingen tegen 2050 - de schattingen lopen enorm uiteen bij gebrek aan een universeel erkende definitie van de term ‘klimaatvluchteling’. Toch blijft een internationale reactie uit.

Eén miljard mensen zouden tegen 2050 wel eens elders moeten gaan leven. Het Noorse Refugee Council’s Internal Displacement Monitoring Centre berekende dat het in 2010 reeds om 42 miljoen personen ging. Daarvan ging het slechts bij 4 miljoen om een puur geofysische ramp zoals een aardbeving of vulkaanuitbarsting. De meerderheid van de vluchtelingen zal vermoedelijk binnen het eigen land blijven, slechts een klein deel zal over de grenzen heen verhuizen. Beide kunnen aanzienlijke problemen met zich meebrengen. De eerste groep, de internally displaced, kunnen op korte termijn een volledig economisch systeem destabiliseren. Een vluchteling komt immers zelden alleen. Ten aanzien van de laatste groep moet men vermijden dat zij (gedwongen) in de illegaliteit terechtkomen.

Een onmenselijke behandeling

Momenteel lijkt de beste optie voor klimaatvluchtelingen zich te beroepen op het verbod op een onmenselijke behandeling. Dit verbod is één van de universeel erkende mensenrechten.

Klimaatvluchtelingen zouden namelijk kunnen stellen dat een uitzetting naar hun land van herkomst een onmenselijke behandeling inhoudt. Een onmenselijke behandeling omvat een ernstige vorm van lichamelijke schade of intens psychisch of mentaal lijden. Alle feitelijke omstandigheden worden in acht genomen om te bepalen of de behandeling al dan niet onmenselijk is.

Ook het Tuvaluaanse gezin dat deze zomer de hoofdrol speelde in het erkenningsproces van klimaatvluchtelingen beriep zich op de onmenselijke behandeling om een permanente verblijfsvergunning te bekomen in Nieuw-Zeeland.

Tuvalu is één van die landen waar de stijging van de zeespiegel vandaag reeds een enorme impact heeft. Enerzijds wordt de reeds beperkte bewoonbare oppervlakte steeds kleiner, anderzijds doordringt het zoute zeewater de landbouwgronden waardoor die onvruchtbaar worden.

Hun eis werd uiteindelijk toch afgewezen bij gebrek aan voldoende bewijs. De rechter was van oordeel dat de levensomstandigheden op Tuvalu wel bedreigend zijn maar niet onmenselijk.

Humanitaire asielzoekers

De uitspraak zou hoogstens als voorbeeld kunnen gelden in landen waar gelijkaardige nationale wetgeving wel bestaat.

Dat het gezin toch een permanente verblijfsvergunning verkreeg in Nieuw-Zeeland, had te maken met de humanitaire gronden die ze had aangeroepen. De rechter hield hierbij vooral rekening met de familiale situatie en het feit dat beide kinderen nog nooit voet hadden gezet op Tuvalu. De klimatologische omstandigheden op het eiland en de trage achteruitgang van het milieu droegen hun eis wel kracht bij. De Nieuw-Zeelandse rechtbank concludeerde dan ook dat er sprake was van “exceptional circumstances which would make it unjust and unduly harsh for the particular appellants to be removed from New Zealand”.

Omdat het gezin zich deels op de gevolgen van de klimaatverandering baseerde in haar pleidooi, concludeerde de media dat de eerste klimaatvluchtelingen erkend waren. Niets is minder waar.

De rechtbank nam haar beslissing op basis van de specifieke omstandigheden van dit gezin. Een gezin dat geen eigendommen heeft op Tuvalu, een gezin waarvan de volledige naaste familie in Nieuw-Zeeland leeft en dat bovendien uitzonderlijk goed was ingeburgerd. Een gezin dat dus geen enkele band meer had met Tuvalu.

De bedreiging van de klimaatverandering op Tuvalu vormde hierbij slechts een verzwarende omstandigheid. De rechter zou het gezin vermoedelijk ook een verblijfsvergunning hebben toegekend indien het gat in de ozonlaag zich nooit zou hebben gevormd. De uitspraak geeft dan ook geen enkele vorm van garantie of zekerheid voor toekomstige klimaatvluchtelingen die in Nieuw-Zeeland hun heil zoeken.

Hoe moet deze beslissing nu geïnterpreteerd worden? Is het een goede zaak dat de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op z’n minst een onderdeel vormen van de beslissing om de vluchtelingen niet terug te sturen? Of moeten we de uitzonderlijke uitspraak binnen haar context plaatsen en erkennen dat de voornaamste redenen voor de verlening van het visum van familiale aard zijn?

Het laatste lijkt de bovenhand te halen. De Nieuw-Zeelandse beslissing is namelijk gebaseerd op een nationale rechtsregel die humanitair asiel toestaat. Er bestaat geen internationale verplichting om humanitaire asielzoekers te erkennen en deze zaak vormt zo geen belangrijk juridisch precedent.

Ze zou hoogstens als voorbeeld kunnen gelden in landen waar gelijkaardige nationale wetgeving wel bestaat. Maar zelfs dan is het aan de rechter om te oordelen of het klimaat in het land van oorsprong een rol speelt in zijn beslissing.

Tijd voor politieke actie

Mensen die vluchten voor het klimaat zijn geen nieuw fenomeen. Wat wel nieuw is, is de grootte van de groep mensen die zal vluchten.

De totale balans van de zaak is niet negatief. Integendeel, een verandering op juridisch vlak zal er enkel komen wanneer ook politici overtuigd zijn van het nut ervan. Ironisch genoeg zou het dus best wel eens kunnen dat de misleidende krantenkoppen politieke debatten op gang trekken.

Het is wel essentieel dat politici beseffen dat deze zaak een alleenstaand geval is en geenszins een oplossing betekent voor alle klimaatvluchtelingen.

Het is aan hen om actie te ondernemen en klimaatvluchtelingen te zien als een nieuwe categorie vluchtelingen die hulpbehoevend zijn.

Mensen die vluchten voor het klimaat zijn geen nieuw fenomeen. Denk maar aan nomaden die bij droogte een nieuwe verblijfplaats opzoeken. Wat wel nieuw is, is de grootte van de groep mensen die zal vluchten. Bovendien gaat het in hun geval om een gedwongen aanpassing, geen vrije keuze.

De eerste klimaatvluchteling is tot op vandaag nog niet erkend. Gezien de geschatte aantallen minimum zeven nullen tellen, kan actie niet lang uitblijven.

Bovendien zullen de bewoners van landen die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatverandering de eerste slachtoffers zijn. Ze zullen verplicht zijn hun toevlucht te zoeken in landen die hen in deze positie hebben gebracht. Het is een paradox die dwingt tot rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.

Melanie heeft een passie voor het internationale publieke leven. Ze nam deel aan een uitwisselingsprogramma in Bolivia, focuste tijdens haar rechtenstudies op het internationaal publiekrecht en liep onder meer stage bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Verenigde Naties in New York. Vanaf december 2014 zal ze werkzaam zijn als trainee bij Record Bank.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Scriptie vzw, de organisatie achter de Vlaamse Scriptieprijs. Toegang tot alle scripties heb je via de Scriptiebank.

LEES OOK

© Alma De Walsche
La Moncloa Gobierno de España (CC BY-NC-ND 2.0)
Afrikaanse afgevaardigden op de klimaattop (COP20) in Lima willen dat klimaataanpassing evenveel prioriteit krijgt als beperking van de uitstoot van broeikasgassen.
© Alma De Walsche
COP20
Ondanks internationale erkenning dat vrouwen disproportioneel getroffen worden door de klimaatverandering, is daar in de onderhandelingen op de klimaatconferentie (COP20) die deze week wordt afgero